Zondag 15 · 9 februari 2025
Preek Heidelbergse Catechismus Zondag 15 (serie 2)
INLEIDING
Zondag 15 gaat over het lijden van de Heere Jezus Christus, de tweede en derde trap van Zijn vernedering. Zijn hele leven droeg Hij naar lichaam en ziel de toorn van God tegen de zonde — als het enige zoenoffer. Onder Pilatus werd Hij onschuldig veroordeeld, opdat Zijn kinderen van het strenge oordeel van God bevrijd zouden worden. En Zijn kruisdood was een vervloekte dood: daardoor mag de oprecht gelovige zeker weten dat Hij die vloek werkelijk op Zich genomen heeft, in de plaats van de zondaar.
Het lijden van de Heere Jezus Christus
ZONDAG 15
Vraag 37: Wat verstaat gij door het woordeken: Geleden?
Dat Hij aan lichaam en ziel, den ganse tijd zijns levens op de aarde, maar inzonderheid aan het einde zijns levens, de toorn Gods tegen de zonde des gansen menselijken geslachts gedragen heeft, opdat Hij met zijn lijden, als met het enige zoenoffer, ons lichaam en onze ziel van de eeuwige verdoemenis verloste, en ons Gods genade, gerechtigheid en het eeuwige leven verwierf.
Vraag 38: Waarom heeft Hij onder de rechter Pontius Pilatus geleden?
Opdat Hij, onschuldig onder den wereldlijken rechter veroordeeld zijnde, ons daarmede van het strenge oordeel Gods, dat over ons gaan zou, bevrijdde.
Vraag 39: Heeft dat iets meer in, dat Hij gekruisigd is geweest, danof Hij met een anderen dood gestorven was?
Ja het; want daardoor ben ik zeker, dat Hij de vervloeking, die op mij lag, op zich geladen heeft, dewijl de dood des kruises van God vervloekt was.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Zondag 15
THEMA
Het lijden van de Heere Jezus Christus
AANDACHTSPUNTEN
Geliefde gemeente, als Paulus in 2 Korinthe 5:20Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen. kijkt naar de inhoud van zijn werk als dienaar van het Evangelie, dan zegt hij: Wij zijn gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen. Het is het een na laatste vers van het Schriftgedeelte dat we zojuist hebben gelezen. Laten we, voordat we verder gaan met Zondag 15, nog even kort kijken naar de laatste twee verzen van 2 Korinthe 5, vers 20 en 21.
In vers 20 zegt Paulus: Wij zijn gezanten, gezonden door onze Koning om aan vijanden een voorstel van vrede te doen. Wij bieden u vrede aan, van Christuswege. Namens Hem. Alsof God Zelf door ons bad. Dringend, biddend, smekend. Laat vrede maken voor u, met God, door Christus Jezus. Laat u met God verzoenen.
En dan het volgende vers, als inleiding op de Catechismuspreek van vanmiddag: Want Dien Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem. Wat moet de reden zijn, om te luisteren naar dit Evangelie? Wat moet de reden zijn, om vrede te laten maken tussen God en je hart? Dit! Wat God gedaan heeft. God heeft Christus ‘zonde voor ons gemaakt’. Dat wil zeggen dat Hij Christus heeft gemaakt tot een offer voor de zonde. Door die zonde op Hem te leggen. Door die aan Hem toe te rekenen. Opdat wij, in plaats van die zonde en schuld, iets anders van God zouden terugkrijgen. Namelijk rechtvaardigheid Gods in Christus. Dat wil zeggen: vrijspraak van de straf door Hem.
En nu God een zo wonderlijk plan van zaligheid heeft gemaakt… Nu Hij Zijn Zoon daarvoor zo diep heeft laten lijden… Nu Christus de vervloekte kruisdood is gestorven, om vijanden te verlossen van de toorn die op hen lag en weer tot kinderen te maken … Nu bid ik u, zegt Paulus, zeg ik. Nu bid ik u namens Christus: Ga nu niet door. Ga nu niet gewoon verder. Maar bedenk wat tot uw vrede dient. En laat u zalig maken door de Zaligmaker van zondaars. Laat u met God verzoenen!
Gemeente, het gaat vanmiddag in zondag 15 over de tweede trap of traptrede van de vernedering van de Heere Jezus. Stappen in Zijn vernedering dus, die steeds dieper gaan. Zijn nederige geboorte was de eerste stap of traptrede van Zijn vernedering. Zijn lijden, waar het vanmiddag in de Catechismus over gaat, was de tweede trap ervan. Dieper dan de eerste. En Zijn kruisiging was de derde trap van Zijn vernedering. Nog dieper dus.
Daarover gaat Zondag 15. Over het eerste deel van artikel 4 van de Twaalf Artikelen: Die geleden heeft onder Pontius Pilatus (tweede trap), is gekruisigd (derde trap)… Zondag 15 heeft drie vragen en drie antwoorden. Laten we die samen met elkaar gaan lezen.
Vraag 37. Wat verstaat u door het woordje: Geleden? Antwoord. Dat Hij aan lichaam en ziel, den ganse tijd Zijns levens op de aarde, maar inzonderheid aan het einde Zijns levens, den toorn Gods tegen de zonde van het ganse menselijke geslacht gedragen heeft, opdat Hij met Zijn lijden, als met het enige zoenoffer, ons lichaam en onze ziel van de eeuwige verdoemenis verloste, en ons Gods genade, gerechtigheid en het eeuwige leven verwierf. Antwoord 37 gaat over: Zijn offer.
Vraag 38. Waarom heeft Hij onder den rechter Pontius Pilatus geleden? Antwoord. Opdat Hij, onschuldig onder den wereldlijke rechter veroordeeld zijnde, ons daarmede van het strenge oordeel Gods, dat over ons gaan zou, bevrijdde. Antwoord 38 gaat over: Zijn veroordeling.
Vraag 39. Heeft dat iets meer in, dat Hij gekruisigd is geweest, dan of Hij met een anderen dood gestorven ware? Antwoord. Ja het; want daardoor ben ik zeker, dat Hij de vervloeking, die op mij lag, op Zich geladen heeft; dewijl de dood van het kruis van God vervloekt was. Antwoord 39 gaat over: Zijn kruis
Het thema voor de preek van vanmiddag is: Het lijden van de Heere Jezus Christus
Er zijn drie aandachtspunten. We letten samen op: 1. Zijn offer 2. Zijn veroordeling 3. Zijn kruis Als eerste dus:
Ging het de vorige keer over de nederige geboorte van de Heere Jezus in Bethlehem? Nu gaat de Catechismus verder naar al de jaren daarna, tot aan Golgotha toe.
Vraag 37 vraagt: Wat verstaat u door het woordje Geleden? Wat verstaat u? Wat betekent dat voor u? En voor jou? Welke betekenis heeft het woordje voor jou persoonlijk? Ja, want het is niet genoeg dat je dat gewoon weet, dat je dat gewoon een beetje snapt en onthoudt… Het gaat erom dat je echt voor jezelf, persoonlijk, iets kent van de betekenis daarvan. Van dat kleine woordje. Je zou er bijna overheen lezen: Geleden.
Geleden, dat komt van het woord lijden. En als je dat woord hoort dan denk je direct aan: verdriet, narigheid, ellende en pijn. Daarom was de Heere Jezus mens geworden. Om dat te kunnen. Om te kunnen lijden. De Catechismus zegt: aan lichaam en ziel, de ganse tijd Zijns levens op aarde (Zijn leven lang), maar inzonderheid (vooral) aan het einde van Zijn leven. Dus heel het leven van de Heere Jezus was één grote lijdensweg. Van kribbe tot kruis. Maar Hij wist voor wie Hij het deed. De vreugde, de eeuwige vreugde was Hem voorgesteld, van het loon op Zijn lijden.
a. Hij leed aan Zijn lichaam. Dat begon al vroeg, toen Hij op de achtste dag besneden werd. Dat deed pijn. Hij moest vluchten naar Egypte. Later leed Hij honger, had Hij dorst, huilde Hij tranen. Hij kreeg kaakslagen, werd bespuugd, gegeseld. Hij kreeg een doornenkroon op Zijn hoofd gedrukt. En met spijkers werd Hij vastgenageld en gehangen aan een kruis. Intens was het lijden aan Zijn lichaam.
b. Maar Hij leed vooral aan Zijn ziel. Zijn leven lang ademend in een wereld en onder mensen, die niet anders deden dan zondigen tegen God. De apostel Petrus zegt in 2 Petrus 2:7-8En den rechtvaardigen Lot, die vermoeid was van den ontuchtigen wandel der gruwelijke mensen, daaruit verlost heeft; (Want deze rechtvaardige man, wonende onder hen, heeft dag op dag zijn rechtvaardige ziel gekweld, door het zien en horen van hun ongerechtige werken);: De rechtvaardige Lot, heeft dag op dag zijn rechtvaardige ziel gekweld door het zien en horen van de zonden van de mensen in Sodom. Hij werd er moe van! Hoeveel meer moet de zondeloze Jezus geplaagd, gekweld en moe geworden zijn van de zonden, die Hij overal om Hem heen zag en hoorde.
Hij werd ook verzocht door de duivel. Hij leed aan Zijn ziel onder het ongeloof van de mensen, het meest nog onder het ongeloof van Zijn discipelen. Hij leed aan Zijn ziel aan de oneer die men Zijn Vader aandeed. Hij leed pijn in Zijn hart om de onbekeerlijkheid van de mensen. Hij was veracht, Hij werd verworpen, vals beschuldigd en verraden. Zijn discipelen vluchtten van Hem weg en Petrus verloochende Hem. Maar Zijn ziel werd vooral gedrukt door het gevoel van de toorn van God tegen de zonde. Dát perste Hem de zucht over de lippen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe. Dát perste Hem de roep uit Zijn mond: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten? Hoe zwaar, hoe smartelijk was dat lijden, voor Zijn gemoed!
Heel Zijn leven was één lange lijdensweg, naar lichaam en ziel. Maar Hij wist, voor wie Hij het deed. En Hij deed het met al de liefde van Zijn hart. Voor Zijn Kerk. En dus zegt Jesaja (profetisch, vol verwondering en dankbaarheid): Hij is (daarom was al dat lijden!) om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Het bracht ons vrede en genezing.
Dat diepe lijden aan Zijn lichaam en die allerzwaarste pijn in Zijn ziel, daarmee (zegt de Catechismus) droeg Hij de toorn van God tegen de zonde van het ganse menselijke geslacht. Dat is een zin, waar het nodige om te doen is geweest…
Heeft de Heere Jezus de toorn van God voor de zonde van alle mensen gedragen? En is het vervolgens aan al die mensen om dat wel of niet te geloven? Nee, dat staat er niet. Christus heeft niet de toorn voor de zonde, maar de toorn van God tegen de zonde van het hele menselijke geslacht gedragen. Dus dit gaat (even uitgedrukt met theologische termen) niet over de uitgestrektheid van de verzoening. Dit gaat over de uitgestrektheid van de toorn van God tegen de zonde.
Het lijden van Christus is zo ontzaglijk zwaar geweest omdat de toorn van God, die woedt tegen de zonde van het hele menselijke geslacht, zo ontzaglijk zwaar was. Met andere woorden, dit schetst de diepste diepte van Zijn lijden. Heel de toorn van God tegen de zonde van de wereld werd op Hem gelegd. En die droeg Hij.
Je voelt al lezend iets van de zwaarte van die toorn van God in Psalm 90, waar Mozes zegt: Wie kent de sterkte Uws toorns, en Uw verbolgenheid naar dat Gij te vrezen zijt (Ps. 90:11)? Die toorn, die ondragelijke last van de brandende toorn van God, draagt de Heere Jezus om Zijn volk, Zijn kinderen daarvan te verlossen. Hij doet het niet voor Hemzelf. Hij doet het voor hen. Voor mensen, die (net als iedereen) ook nooit naar Hem gevraagd of gezocht hebben. Voor mensen, die Hem (net zo goed als iedereen) ook veracht en verworpen hebben.
Wat drijft de Heere Jezus toch, om zo zwaar te willen lijden? Liefde tot de eer Zijn Vader. En liefde tot zondaars. Liefde, met andere woorden, voor Zijn vijanden. Het zijn de zonden van Zijn vijanden, die Hem Zijn leven lang zo diep hebben laten lijden. En die Hem uiteindelijk aan het kruis gespijkerd hebben. Daar moet je, daar moet u thuis deze week eens stil over nadenken, over mediteren. Want dat houdt zoveel in.
a. Dat zegt alles over de ernst en de slechtheid van onze zonden tegen God. Die gestraft moesten worden vanwege Gods rechtvaardigheid.
b. Dat zegt alles over Gods liefde tot het menselijke geslacht. Zoals staat in Joh. 3:16Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.: Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve maar het eeuwige leven hebbe. c. Dat zegt alles over Gods bijzondere liefde tot Zijn Kerk. Dat God de zonde van Zijn volk (eer Hij die ongestraft liet blijven) gestraft heeft aan Zijn lieve Zoon, Die Hij overgaf in een weg van zo diep lijden. d. Dat zegt ook alles over de weergaloze zondaarsliefde van Christus. O liefde, die om zondaars te bevrijden, zo zwaar wilde lijden! d. En vanmiddag zegt dat ook alles over het grote en verborgen werk van de Heilige Geest.
Ik bedoel: dat deze boodschap aan u en aan jou verkondigd mag worden. Zoals de Catechismus die samenvat met deze woorden: Dat lijden van Christus was het enige zoenoffer. Om ons met God te verzoenen! Om mensen zoals u en ik met lichaam en ziel van de eeuwige verdoemenis te verlossen. Om mensen zoals jou en mij genade, gerechtigheid en eeuwige leven te geven.
Gemeente, Christus is het enige Zoenoffer, dat God gegeven heeft om mensen met God te verzoenen. En u hoort, als ik dat zo zeg: dat sluit alles van ons uit! Het is volbracht. Alles wat gedaan moest worden, is gedaan. God is volkomen tevreden met het lijden en met de dood van Zijn Zoon.
En dus, lieve mensen, in het bijzonder u die zo tobt met uw zonden, zelf iets bijdragen, dat hoeft niet meer! Want is dat niet, wat veel wakker geschudde zondaars wel proberen te doen? Zelf offeren? De offers die ik breng, de tranen die ik pleng? De verbetering van mijn leven, de verandering van mijn hart? Mijn liefde, mijn berouw, mijn tranen? Nee, mensen, u kunt zelf de prijs van uw ziel, dat rantsoen, aan God niet voldoen. U kunt het niet…
Maar dat alleen zou een moed benemende boodschap zijn. Maar luister naar de hoop en naar de troost van het Evangelie: Het hoeft ook niet! Nu de hitte van Gods toorn tegen de zonde geblust is, door het enige zoenoffer van Jezus Christus. Nu mag u komen, zoals u bent. Met al uw zonde en schuld, met al uw twijfel en ongeloof, met al uw weerstand en vijandschap. Want Christus leed en stierf niet voor vrienden, maar voor vijanden. Kom maar, zoals u bent.
Nu mag u komen, zoals u bent. Ja, sterker nog, u mag niet alleen komen, u moet komen. U mag niet blijven hangen in de hoop op uzelf, in de hoop op uw eigen levensverbetering. Dat is een diepe belediging van Christus en van de Vader.
Die, zegt Paulus: God voorgesteld heeft tot een Verzoening door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden die tevoren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods (Rom. 3:25Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;).
Lieve mensen, dit is de enige weg om zalig te worden. Om verlost te worden van de toorn van God die op ons leven brandt. Dus ga nu niet dwalen, en blijf nu niet dwalen. Maar kom, tot Christus. Zonder geld en zonder prijs. Zoals u bent: schuldig en verloren. U bewijst de Zaligmaker geen grotere eer, dan wanneer u met de last van uw zonden naar Hem toe gaat.
Groot is de genade en de troost voor al Gods kinderen, nu de Heere Zelf ons iets leerde van dit, wat de Catechismus zegt. Door ons alles van ons uit handen te nemen, door ons alle hoop op onszelf te ontnemen. En ons te brengen tot deze enige hoop, tot deze enige troost: Dat Christus, als met het enige zoenoffer, ons lichaam en onze ziel van de eeuwige verdoemenis verloste, en ons Gods genade, gerechtigheid en het eeuwige leven verwierf.
Er moest betaald, er moest voldaan worden. En er is betaald, er is voldaan. Met Zijn lijden (zegt de Catechismus) heeft Christus ons verlost van de eeuwige verdoemenis. De apostel Petrus zegt in 1 Petrus 1:18-19Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is; Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam;: U bent niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost uit uw ijdele wandeling, (…) maar door dierbaar bloed Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam.
Voel je niet, jongelui, hoe dit doortinteld is van blijdschap en verwondering? Dit is ons leven! Hier zingt ons hart van blijdschap. Aan voet van het kruis. De toorn van God, de eeuwige straf die wij verdiend hadden, we zijn ervan verlost! Want de Heere Jezus heeft voor ons de prijs betaald, die wij moesten betalen. Dit is het enige, wat je echt gelukkig maakt. Als je dit hebt, dan heb je toekomst. Als je dit hebt, dan heb je alles.
Wij zijn verlost van de eeuwige verdoemenis. Dat krijgen we niet meer. Wat krijgen we wel? De Catechismus zegt: a. Gods genade. Genade, dat is wat je krijgt als je als misdadiger ter dood veroordeeld bent. Genade dat is gratie van de hoogste Rechter. Je hebt de dood verdiend, maar God spreekt je vrij.
Wat krijgen we? Genade. En: b. Gerechtigheid. Dat wil zeggen: alles wat de Heere Jezus verdiend heeft, waardoor het weer recht, waardoor het weer goed komt tussen God en ons hart. Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem (2 Kor. 5:21).
Wat krijgen we? Genade, gerechtigheid, ja zelfs: c. Eeuwig leven. In plaats van de eeuwige verdoemenis, in plaats van eeuwige lijden, nu eeuwig leven.
Paulus zegt: Zo is er dan nu geen verdoemenis meer voor degenen, die in Christus Jezus zijn. Want, het is volbracht. De prijs is betaald. De schuld is verzoend.
Hoe groot is het goed, dat de Heere weggelegd heeft voor degenen die Hem vrezen. Dit was onverdiend. En dat wordt het steeds meer. Dit is genade. En dat wordt het steeds meer. Zou het ons niet moeten dringen tot veel meer liefde? Tot veel meer hoogachting voor onze Heere en Meester? Tot veel meer zoeken van heiligheid? En tot veel meer afhankelijkheid in onze gebeden?
Laten we er in dankbaarheid en verwondering van zingen met de woorden van Psalm 118:11Zij hadden mij omringd, ja, zij hadden mij omringd; het is in den Naam des HEEREN, dat ik ze verhouwen heb.: De steen, dien door de tempelbouwers Veracht'lijk was een plaats ontzegd, Is, tot verbazing der beschouwers, Van God ten hoofd des hoeks gelegd. Dit werk is door Gods alvermogen, Door 's HEEREN hand alleen geschied; Het is een wonder in onz' ogen; Wij zien het, maar doorgronden 't niet.
Ons tweede aandachtspunt:
Vraag 38 zegt: Waarom heeft Hij onder de rechter Pontius Pilatus geleden? Antwoord: Opdat Hij, onschuldig onder de wereldlijke rechter veroordeeld zijnde, ons daarmee van het strenge oordeel Gods, dat over ons gaan zou, bevrijdde.
Heb je je ook altijd al afgevraagd, waarom die Pilatus steeds weer naar voren komt? Waarom moet de kerk al eeuwenlang steeds weer die naam horen van Pontius Pilatus? Zijn optreden als rechter was niet echt indrukwekkend, toch? Wat heeft die man toch voor betekenis? Waarom gaat het niet over Kajafas? En wel over Pilatus? Kajafas was toch voorzitter van het sanhedrin? Ja, dat klopt. Maar hij was in die positie eigenlijk niet bevoegd om een doodsvonnis uit te spreken. Dat heeft Pilatus gedaan.
Maar waarom zegt de Catechismus dan: Hij, de Heere Jezus, is veroordeeld onder Pontius Pilatus, onder die gewone rechter, opdat Hij ons daarmee van strenge oordeel Gods(!), dat over ons gaan zou, bevrijden zou? ‘t Lijkt alsof dat vonnis van Pilatus, zomaar staat naast het vonnis en het oordeel van God Zelf. Alsof je die twee zomaar zou kunnen vergelijken. Hoe zit dat precies? Dat zit zo. Pilatus was de officiële rechter. Dat hij niet eerlijk was, dat was zijn eigen verantwoordelijkheid. Maar God maakte wel gebruik van hem als rechter. En wat hij oordeelde en uitsprak, dat deed hij in zijn officiële ambt als rechter.
Pilatus vertegenwoordigde de rechterlijke macht in die dagen. Als rechter was hij dus onderdeel van de overheid. Van wie Paulus later zegt: zij is dienares van God (Rom 13:4Want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, zo vrees; want zij draagt het zwaard niet te vergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf dengene, die kwaad doet.).
En wat is de uitspraak van deze rechter? Wat is de uitspraak van deze (om zo te noemen) dienares van God? Dit: Ik vind (na al mijn zoeken, in de hoop toch iets te kunnen vinden) geen schuld in deze Mens. En dus wast Pilatus, oog in oog met een woedende menigte, zijn handen in onschuld.
Dus wat doet Pilatus? Hij zegt: Deze Mens, Deze Rechtvaardige is onschuldig. En… hij geeft Hem over om te kruisigen. Dus, de Onschuldige wordt toch veroordeeld. En zo gebeurt, dwars door het onrecht van Pilatus heen, wat de Heere wil dat gebeuren zal. Eigenlijk, als Pilatus zegt: deze Man mag (hoewel onschuldig) de doodstraf krijgen…, eigenlijk is het dan God Zelf (Die gebruik maakt van Pilatus), Die de Heere Jezus ter dood veroordeelt. Niet omdat Hij zonde gedaan heeft. Want Hij is onschuldig. Maar omdat Hij de zonde en de schuld van anderen draagt.
Dwars door die heidense Pilatus heen, horen we God, de hemelse Rechter. Het is de Vader, het is de liefde van de Vader, die het doodvonnis uitspreekt over de Heere Jezus, de onschuldige en zondeloze Middelaar. Die Hij zo overgeeft in de dood, in plaats van verloren mensen. Die Hij liefhad. Die dat vonnis echt verdiend hadden.
Dus, dat wat gebeurt bij Pilatus, is niet zomaar een detail tussendoor. Daar vindt de meest wonderlijke ruil plaats. Het is God Zelf, Die daar zegt: a. U, Jezus, de Onschuldige, krijgt de doodstraf. Om de zonden die op Uw schouders liggen. b. En u, Mijn kinderen, spreek Ik vrij. Want de straf hoeft maar één keer gedragen te worden. En dus, nu Hij uw misdaden draagt, nu bent u in Mijn ogen als mensen die nooit zonde gekend of gedaan hebben.
De Catechismus zegt: Opdat Hij ons daardoor van strenge oordeel Gods, dat over ons gaan zou, bevrijden zou. Je voelt, jongelui, de ernst en de lading van deze woorden. Hier is iemand die ruiterlijk toegeeft: dat oordeel moest over mij gaan. Dat had ik verdiend. Dat zou mijn terechte doodstraf zijn. Het kan niet anders, als dat echt zo voor je leeft, als je dat echt meent, ‘ik ben die straf waard’, dan voelt dat als een zwaar pak op je hart. Dan geeft dat nood. Dan geeft dat vrees. Dan kan je daar niet bij gaan rusten, zo van: ‘Ja, zo is het nu eenmaal; de mens heeft dood verdiend’. Dat zijn klanken van dode orthodoxie en van levenloze rechtzinnigheid.
Als dit echt zo voor je leeft, dan zeg je niet meer zoveel. Dan ga je roepen, dan ga je zoeken, dan ga je vragen. Dan ga je je schuld belijden: ‘Heere, ik heb het verdiend, dat U nooit meer naar me luistert. Dat U nooit meer naar me omziet. Maar, is er nog een weg, Heere, om die welverdiende straf te ontgaan en weer tot genade te komen? Is er nog genade voor mij, die de dood verdiend heeft? O God, wees mij de zondaar genadig!’
Wat wordt het dan een wonder, als de Heere je er iets van laat zien, van: dat oordeel, dat voor jou bestemd was, heb Ik gelegd op Christus. Dat strenge oordeel is voltrokken op Golgotha. Daar is de hitte van Mijn gramschap geblust. Daar is het vuur van Mijn toorn gedoofd. Christus heeft je door die weg van bitter lijden (als Onschuldige ter dood veroordeelde) bevrijd van het strenge oordeel van God dat over jou zou gaan. Nu stond Hij in jouw plaats voor de Rechter. En nu is er door Hem voor jou vrede, gerechtigheid en eeuwig leven.
Voelt u, voel jij in je hart de last van je zonde? Iets van de toorn van de Heere daarover? Zo rechtvaardig? Iets van de veroordeling van de hemelse Rechter? Over zoveel zonden? Dit is Gods weg, de enige weg tot redding voor ter dood veroordeelde zondaars: Christus liet Zich veroordelen, om zondaars vrij te spreken en genade te bewijzen. Onverdiende vrijspraak van schuld en straf en recht op eeuwig leven. Zoek die dan toch niet ergens anders. Zoek Christus dan toch. En ga tot Hem. En laat je door Hem met God verzoenen!
Ons derde en laatste aandachtspunt:
Vraag 39 zegt: Heeft dat iets meer in (voegt dat nog wat toe, of is dat overbodig?), dat Hij gekruisigd is geweest, dan of Hij met een anderen dood gestorven ware? Antwoord: Ja het; want daardoor ben ik zeker, dat Hij de vervloeking, die op mij lag, op Zich geladen heeft; dewijl de dood van het kruis door God vervloekt was. De dood aan het kruis was een vervloekte dood. Mozes zegt in Deuteronomium 21:23Zo zal zijn dood lichaam aan het hout niet overnachten; maar gij zult het zekerlijk ten zelven dage begraven; want een opgehangene is Gode een vloek. Alzo zult gij uw land niet verontreinigen, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft.: Een opgehangene is Gode een vloek. En Paulus zegt in Galaten 3:13Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt.: Vervloekt is een iegelijk die aan het hout hangt
Dus, dit is bijzonder! Hier zegt een kind van God heel eerlijk: de vloek (niet: die lag op ‘de mensen’, maar die) lag op mij. Maar God…! Ik kan het zelf nooit meer goed maken. Ik kon mezelf er nooit meer van bevrijden. Maar God heeft mijn vloek opgetild en die op Christus gelegd. En dat Lam van God heeft mijn vloek weggedragen.
Dit, gemeente, is eerlijke genade. Met belijdenis van eigen slechtheid. En met verwondering over Gods goedheid. Het één kan niet bestaan zonder het ander.
Jongelui, dit is wat we noemen plaatsvervanging. Dit is wat Luther de zalige ruil noemde. Genade van de Heere krijgen, is een heel bijzondere manier van ruilen. Door de Heere Jezus, Die gaat staan in de plaats van een zondig mens. Die voor God staat, terwijl de vloek over hem of haar ligt. Misschien is dat ook wel de ervaring van uw hart: Ik sta voor God. Ik zou wel willen vluchten, maar ik kan nergens heen. Ik moet voor voldoening zorgen (Ps. 69:2Verlos mij, o God! want de wateren zijn gekomen tot aan de ziel., ber.). Maar ik kan de prijs van mijn ziel aan God niet voldoen.
Totdat Christus als Middelaar tussenin gaat staan, en zegt: O, Vader, leg die vloek van hem of haar, maar op Mij. Ik ben de ergste dood gestorven die een mens sterven kan. De dood met een vloek, de dood van het kruis. En zo droeg Ik Uw toorn over hem of haar. O, zondaar, u moest weggeduwd, u moest weggestoten worden. Bij God vandaan, voor altijd. Maar nu zal Ik op uw plaats gaan staan. Ik zal met u… ruilen. Op Mij: uw vloek. En voor u (antwoord 37): genade, gerechtigheid en eeuwig leven.
En nu Hij die vervloekte dood gestorven is, zegt de Catechismus, nu ben ik er zeker van dat Hij dat voor mij deed. Ineens is het heel persoonlijk. Hij deed dat voor mij. Want vloek lag op mij… En Hij legde die op Zich… En daardoor (kijkend naar Zijn dood aan het kruis), daardoor ben ik er zeker van, dat Hij de vervloeking die op mij lag, op Zich geladen heeft. Dewijl de dood van het kruis door God vervloekt was. Dat past en dat alleen: Zijn vervloekte dood, bij mijn vloek. En, zegt de Catechismus: Dat geeft zekerheid.
Dus, wat geeft zekerheid? Wat je zelf doet? Nee, wat Hij gedaan heeft.
En waar vind je die zekerheid? Het avondmaalsformulier zegt: buiten jezelf. Aan de voet van het kruis. Waar de Heere je laat zien: dit past. Deze Jezus, deze Zaligmaker past bij deze vervloekte zondaar. Aan de voet van het kruis. Waar ik mag zien en geloven, en opnieuw mag zien en geloven, dat de toorn van God tegen mijn zonde zo groot was, dat God die niet ongestraft kon laten. Maar dat Hij die gestraft heeft aan Zijn lieve Zoon met de vervloekte en smadelijke dood van het kruis. Hij voor mij, daar ik anders de eeuwige dood had moeten sterven. De zekerheid van het geloof vind je, als je als een ter dood veroordeelde ziet op Jezus. Ter dood veroordeeld in mijn plaats. Hoe dieper je buigt aan de voet van het kruis, hoe meer zekerheid je daar vindt.
Niet in jezelf. Niet in wie je bent. Niet in wat je voelt. Niet in wat je doet. Niet in wat je allemaal beleefd en meegemaakt hebt. Niet in jezelf…
Maar buiten jezelf. In het zekere beloftewoord van Christus. Namelijk: dat er geen verdoemenis meer is voor degenen die in Hem zijn.
Zeker, dat is en blijft zolang we hier op aarde zijn een aangevochten zekerheid. Daar kan je niet groot mee worden, daar kan je niet trots op worden, want dan verlies je die zekerheid. De Heere wil die zekerheid geven in de weg van kleiner worden. In de weg van alles van jezelf verliezen, van alleen op Hem zien, van je alleen vast houden aan Zijn beloftewoorden. Bijvoorbeeld aan dit beloftewoord, uit 2 Korinthe 5:21: Want Dien Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij (God) zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.
Geloofszekerheid is een bloem die bloeit in de diepte, in aanvechting en strijd. Waar de Heere ons houvast geeft buiten onszelf. Aan Zijn Woorden. En ook door te kijken naar de zichtbare tekenen van de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal. Waar we mogen zien en geloven: Zijn woorden zijn waar en betrouwbaar. Ik heb u met rein water gewassen van al uw ongerechtigheid. Ik heb Mijn lichaam laten verbreken en Mijn bloed laten vergieten voor u. Ik heb de vloek gedragen voor u.
En, nu de Vader zo’n hoge prijs ontving… En nu de Zoon zo’n hoge prijs voor ons betaald heeft, de prijs van Zijn bloed… En nu de Heilige Geest daarom de vloek van ons weggenomen heeft… Nu zijn we, kinderen van God (dat is de zekerheid buiten ons!) voor eeuwig de Zijne. Het duur gekochte eigendom van Jezus Christus en van de Vader. De drie-enige God zij daarvoor al de eer.
Amen.
Slotzang: Psalm 69:14:
Gij, hemel, aard' en zee, vermeldt Gods lof; Laat al wat leeft Zijn trouw en goedheid prijzen; Want God zal aan Zijn Sion hulp bewijzen, En Juda's steên herbouwen uit het stof. Daar zal Zijn volk weer wonen naar Zijn raad, God eeuwig hun Zijn volle gunst betonen; Daar zullen zij, Gods knechten met hun zaad, Zij, die Zijn naam beminnen, erf'lijk wonen.
Andere preken over Zondag