Oudjaar - 31 december 2020
Jesaja 51:6: Heft ulieder ogen op naar den hemel en aanschouwt de aarde beneden; want de hemel zal als een rook verdwijnen, en de aarde zal als een kleed verouden, en haar inwoners zullen desgelijks sterven; maar Mijn heil zal in eeuwigheid zijn, Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden.
INLEIDING
Bijna alles verandert dit jaar, maar God niet: Jezus Christus is gisteren, heden en voor eeuwig Dezelfde. Hemel en aarde zullen vergaan als rook en een verslijtend kleed, en ook wij sterven. Maar wie God zoekt, mag zich vasthouden aan Zijn onveranderlijk heil en Zijn gerechtigheid, die nooit verbroken wordt. Wie Hem echter versmaadt, staat straks oog in oog met diezelfde onveranderlijke gerechtigheid als oordeel. Daarom: zoek Hem, terwijl Hij nog te vinden is.
Een zekere toekomst
JESAJA 51:4-8
4 Luistert naar Mij, Mijn volk, en Mijn lieden, neigt naar Mij het oor; want een wet zal van Mij uitgaan, en Ik zal Mijn recht doen rusten tot een licht der volken.
5 Mijn gerechtigheid is nabij, Mijn heil trekt uit en Mijn armen zullen de volken richten; op Mij zullen de eilanden wachten en op Mijn arm zullen zij hopen.
6 Heft ulieder ogen op naar den hemel en aanschouwt de aarde beneden; want de hemel zal als een rook verdwijnen, en de aarde zal als een kleed verouden, en haar inwoners zullen desgelijks sterven; maar Mijn heil zal in eeuwigheid zijn, Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden.
7 Hoort naar Mij, gijlieden die de gerechtigheid kent, gij volk in welks hart Mijn wet is; vreest niet de smaadheid van den mens, en voor hun smaadredenen ontzet u niet.
8 Want de mot zal hen opeten als een kleed, en het schietwormpje zal hen opeten als wol; maar Mijn gerechtigheid zal in eeuwigheid zijn, en Mijn heil van geslacht tot geslachten.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Jesaja 51:6
THEMA
Een zekere toekomst
AANDACHTSPUNTEN
Jongens en meisjes, dit jaar is bijna alles veranderd. Er zijn maar heel weinig dingen hetzelfde gebleven. Je leeftijd is veranderd. Je bent een jaar ouder geworden. Je bent groter geworden en dus ben je ook sterker geworden. Of, misschien ben je wel ziek geweest en ben je juist minder sterk dan voorheen. Je zit op school in een andere groep dan vorig jaar. Je hebt ondertussen meer geleerd en dus ben je verstandiger geworden. En zo zou ik nog wel even door kunnen gaan. Bijna alles is veranderd.
Wat jezelf betreft, maar ook als je om je heen kijkt. Je schoenen die eerst zo mooi waren, zijn ondertussen een beetje oud geworden. Sommige kleren van je zijn versleten. Je jas is stuk gegaan, je moest een nieuwe kopen. Je fiets is oud geworden. Papa en mama worden trouwens ook ouder. Soms, als je goed kijkt, zie je dat ze al grijze haren hebben. Om over opa en oma (als je die nog hebt) maar te zwijgen. Want die worden echt oud. Ja, dat klopt, en jij wordt ook steeds ouder.
Zijn er eigenlijk wel dingen die niet veranderen? Heb je in de Bijbel wel eens gelezen over dingen die niet veranderen? Je leest in de Bijbel heel veel over de dingen die veranderen. We hebben het ook gezongen uit Psalm 102: Als een kleed zal alles veranderen en niets zal hier zijn stand behouden (Psalm 102:26). Toch lees je in de Bijbel soms ook dat er iets niet veranderde. Bijvoorbeeld in Deuteronomium 8. Daar lees je iets heel bijzonders. Mozes heeft met het volk Israël veertig jaar lang in de woestijn gezworven. Je zegt: hij heeft vast heel vaak nieuwe schoenen en nieuwe kleren moeten kopen. Maar, wat zegt de Bijbel? Uw kleding is aan u niet verouderd, en uw voet is niet gezwollen, deze veertig jaren (Deuteronomium 8:4, zie ook Hooglied 5:11Zijn hoofd is van het fijnste goud, van het dichtste goud; Zijn haarlokken zijn gekruld, zwart als een raaf.). Dus, door een wonder van de Heere zijn de kleren en de schoenen van Mozes in die veertig jaar als nieuw gebleven. Mozes wees hierin vooruit naar de grote Mozes, naar de toen nog komende Heere Jezus Christus. Want, verandert Hij? Verandert God? Verandert de Heere Jezus Christus? Nee! Alles, bijna alles verandert, maar God en de Heere Jezus Christus veranderen niet. De apostel zegt in Hebreeën 13: Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid (Hebreeën 13:8).
Vroeger en nu en voor altijd blijft de Heere Jezus Christus dezelfde. Dus als je op deze oudejaarsavond denkt aan de dingen die voorbijgaan, dan zegt de Bijbel als het ware: Let op, kijk goed om je heen en luister goed: bijna(!) alles gaat voorbij, maar er zijn ook dingen die blijven, die niet voorbijgaan, die niet veranderen!
En het is goed om juist vanavond, op oudejaarsavond, in een dienst waarin we ook terugdenken aan al die dingen die gebeurd zijn en die voorbijgegaan zijn, het is goed om juist vanavond te letten op die beide kanten: bijna alles gaat voorbij, maar er zijn ook dingen die niet voorbijgaan.
Als we moesten denken: echt alles gaat voorbij, dan was er vanavond voor iedereen reden om te huilen. Maar gelukkig, dat is niet zo. Luister maar naar wat de Heere zegt, naar wat de Bijbel zegt in de tekst voor de preek van vanavond, in Jesaja 51:6Heft ulieder ogen op naar den hemel, en aanschouwt de aarde beneden; want de hemel zal als een rook verdwijnen, en de aarde zal als een kleed verouden, en haar inwoners zullen van gelijken sterven; maar Mijn heil zal in eeuwigheid zijn, Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden.: Heft ulieder ogen op (kijk omhoog) naar den hemel, en aanschouwt (kijk nauwkeurig naar) de aarde beneden; want de hemel zal als een rook verdwijnen, en de aarde zal als een kleed verouden, en haar inwoners zullen van gelijken (op dezelfde manier) sterven; maar Mijn heil zal in eeuwigheid zijn, Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden.
De preek gaat vanavond over: Een zekere toekomst. Een zekere toekomst. We letten samen op twee aandachtspunten, op: 1. Zeker voorbijgaan 2. Zeker blijven Als eerste dus:
Jongens en meisjes, als je begint te lezen in Jesaja 51, dan merk je dat de Heere spreekt tegen twee verschillende soorten mensen. Kijk maar in vers 1. Daar staat: Luister naar mij, u die de gerechtigheid najaagt (najagen wil zeggen: heel erg zoeken), u die de Heere zoekt. Er zijn dus mensen die de gerechtigheid van de Heere en de Heere Zelf zoeken. Het woord gerechtigheid betekent in de Bijbel vaak: de trouw van de Heere, Zijn verbondstrouw. Hij doet wat Hij gezegd en beloofd heeft. Omdat God rechtvaardig is (Nehemia 9:8En Gij hebt zijn hart getrouw gevonden voor Uw aangezicht, en hebt een verbond met hem gemaakt, dat Gij zoudt geven het land der Kanaänieten, der Hethieten, der Amorieten, en der Ferezieten, en der Jebusieten, en der Girgasieten, dat Gij het zijn zade zoudt geven; en Gij hebt Uw woorden bevestigd, omdat Gij rechtvaardig zijt.). Er zijn dus mensen die de Heere zoeken en die zich vast houden aan wat Hij beloofd heeft. Ze zoeken hun redding, hun troost, hun alles bij de Heere.
Van zichzelf waren ze niet zo. Want in vers 2 kan je lezen, dat ze wat betreft hun afkomst geen bijzondere mensen waren. Maar de Heere heeft hen veranderd. God heeft hun hart veranderd. Hij heeft (kijk maar in vers 7): Zijn wet in hun hart gegeven. Hun leven was vol van zonden, maar de Heere heeft het allemaal veranderd. En nu houden ze zich vast aan de Heere, aan Zijn betrouwbare woorden, aan Zijn redding en aan Zijn heil, aan Zijn Redder: de Heere Jezus Christus (vers 6, 8). Dat is dus de eerste soort van mensen waar het hier over gaat.
Maar er zijn ook andere mensen. Je zegt: ‘Ja, bijvoorbeeld gewone, nette mensen. Ze hebben nog geen nieuw hart, en ze zoeken de Heere ook niet, maar ze zijn gewoon, netjes, net zoals wij.’ Nee, de Heere kijkt daar anders tegenaan. Als hij de eerste soort van mensen beschreven heeft, dan zegt Hij: dit is de tweede soort, zo kijk Ik daartegen aan (kijk maar in vers 7): de tweede soort, dat zijn mensen die Mij smaden, die Mij versmaden, dat wil zeggen: die Mij minachtend, neus ophalend afwijzen, die Mij weigeren, die Mij niet willen hebben, die Mij verwerpen. Ze zijn Mijn vijanden.
En om nu vanavond goed te kunnen luisteren naar de preek, en ook de goede boodschap van de Heere mee naar huis te kunnen nemen, moet je je nu eigenlijk eerst afvragen, en wij allemaal, gemeente, bij welke van deze twee soorten mensen wij horen? Zijn wij mensen die God zoeken? Mensen die ons met alle hoop die in ons is vasthouden aan Hem, aan Zijn woord en belofte? Onverdiend vanwege onze slechte afkomst, maar juist daarom mensen die zich alleen maar kunnen vasthouden aan Gods heil? Aan Zijn Jezus, omdat al onze eigen werken niet deugen en zonde zijn voor God? Mensen die de wet van de Heere in hun hart dragen, geschreven aan de binnenkant van hun hart (Jeremia 31:33Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.)? Mensen die de Heere niet dienen in de hoop dat anderen hun goede buitenkant zullen zien, maar mensen die leven in het besef dat de Heere ziet naar waarheid in het binnenste van hun hart (Psalm 51:6Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, en gedaan, dat kwaad is in Uw ogen; opdat Gij rechtvaardig zijt in Uw spreken, en rein zijt in Uw richten.)? Of zijn we: weigeraars? Minachters van God en Christus? Mensen die de Zaligmaker tot nu toe niet hebben willen aannemen? Het Licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis wil tot Hem niet komen (Johannes 1:5En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen.)? Zeg het maar. Aan welke kant sta jij? Aan welke kans staat u? Stel dat alstublieft vast voor uzelf. Nu, op dit moment. Zeg alstublieft tegen uzelf, jullie ook jongens en meisjes, wie u bent en waar je staat! Bent u Godzoeker of minachter van God? Ben je door genade kind van God geworden, dien je God met heel je hart, of ben je nog steeds een minachtende weigeraar en verwerper van Zijn genade en van Zijn Christus?
Hebt u antwoord gegeven voor uzelf? Jullie, jongens en meisjes? Weet je bij welke van de twee groepen mensen je hoort? Goed, luister dan nu verder naar wat de Heere zegt.
Wat zegt onze tekst, wat vraagt onze tekst van vanavond? Heel concreet? Kijk maar in Jesaja 51:6: Hef uw ogen op naar de hemel. Met andere woorden: mensen, kijk omhoog! Naar het heelal, naar die onmetelijke koepel, die overdag helder blauw kan kleuren, en die vanavond als een donkere koepel boven ons bestrooid is met ontelbaar veel fonkelende diamanten. Kijk nu in gedachten, en straks buiten echt omhoog! En denk na... Is dat wat u ziet, geen teken van de almacht van God? Dat Hij dat zo gemaakt heeft? Is het geen teken en bewijs van Gods trouw, dat die wolkenhemel, dat die blauwe of donkere lucht er nog is? En dat u daar nog steeds onder mag staan?
Kijk omhoog, kinderen van God en kinderen met een nieuw hart, (en kijk en luister stil mee, verachters van God, van Zijn almacht en van Zijn trouw), kijk omhoog en zing in gedachten of hardop met uw mond: Uw macht is groot, Heere, Uw trouw zal nooit vergaan.
En denk dan in stilte, vol verwondering en aanbidding, ook eens na over wat Jesaja zegt in hoofdstuk 57: Want alzo zegt de (Heere, de) Hoge en Verhevene, Die in de eeuwigheid woont, en Wiens Naam heilig is: Ik woon in de hoogte en in het heilige, en bij die, die van een verbrijzelde en nederige geest is, opdat Ik levend make de geest der nederigen, en opdat Ik levend make het hart der verbrijzelden (Jesaja 57:15Want alzo zegt de Hoge en Verhevene, Die in de eeuwigheid woont, en Wiens Naam heilig is: Ik woon in de hoogte en in het heilige, en bij dien, die van een verbrijzelden en nederigen geest is, opdat Ik levend make den geest der nederigen, en opdat Ik levend make het hart der verbrijzelden.).
Heft uw ogen op naar de hemel, en aanschouw de aarde beneden (vers 6). Zeker, de wereld is in verval. Klimaatverandering en milieuvervuiling brengen de aarde meer dan ooit in een staat van ontbinding. Maar gelukkig is er ook nog steeds zoveel te zien op de aarde van Gods macht en trouw, van Zijn onderhouding en goede zorg. Als je naar boven kijkt, kinderen van God, kinderen met een nieuw hart (je moet dat vanavond maar eens doen), en als je naar beneden en om je heen kijkt, dan is er zoveel om verwonderd en blij over te zijn. Denkend aan de tekst van vanavond, maar bijvoorbeeld ook denkend aan wat Jesaja schrijft in hoofdstuk Jesaja 40: Heft uw ogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft; Die in getal hun heir voortbrengt; Die ze alle bij name roept, vanwege de grootheid Zijner krachten, en omdat Hij sterk van vermogen is; er wordt er niet een gemist (Jesaja 40:26). Denkt dan toch niet: Mijn weg is voor de HEERE verborgen, en mijn recht gaat van mijn God voorbij? Want Hij weet alle dingen. Moet u terugkijkend naar het afgelopen jaar niet zeggen: de Heere heeft met Zijn macht en trouw iedere dag gezorgd en Hij zorgt, tot op de dag van vandaag voor me? In liefde en trouw en met een almachtige hand. U ziet het aan de lucht, aan de aarde, aan alles.
Maar let op, u die God en Zijn woorden veracht en versmaad, en Zijn Zoon tot op de dag van vandaag hebt verworpen en niet hebt gewild! Deze wolkenhemel, waar u zegen, regen en vruchtbaarheid van verwacht. Deze aarde, waar u zo aan vastzit, waar heel uw bestaan aan vastgekleefd lijkt, het is als het ware de bodem van uw bestaan, het fundament van uw leven… U, ook u, kijk omhoog! En kijk naar beneden! Deze hemel zal als een rook verdwijnen, en (deze) aarde zal als een kleed verouden, en haar inwoners (en daar hoort u ook bij) zullen van gelijken (dat wil zeggen: op dezelfde manier) sterven.
Alles lijkt vast te staan en alles lijkt te blijven, zoals het altijd is geweest. De hemel boven u, die blauwe lucht overdag en die inktzwarte koepel ‘s nachts, met die ontelbare fonkelende sterren, het lijkt voor altijd te blijven zoals het geweest is en is. Maar de dag komt (en ondergraaft dat niet het fundament van uw bestaan, ondergraaft dat niet al uw zekerheden?), de dag is aanstaande waarop, zo schrijft Jesaja in hoofdstuk 34 van zijn
profetie: Al het heir der hemelen zal uitteren, en de hemelen zullen toegerold worden, gelijk een boek, en al hun heir zal afvallen, gelijk een blad van de wijnstok afvalt, en gelijk een vijg afvalt van de vijgenboom (Jesaja 34:4En al het heir der hemelen zal uitteren, en de hemelen zullen toegerold worden, gelijk een boek, en al hun heir zal afvallen, gelijk een blad van den wijnstok afvalt, en gelijk een vijg afvalt van den vijgeboom., zie ook Openbaring 6:14En de hemel is weggeweken, als een boek, dat toegerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen., 16:20). Dat wil zeggen: dat grote blauwe doek, dat grote zwarte doek aan de hemel, vol met fonkelende diamantjes, zal op een dag worden opgerold. Dan zal de hemel opengaan.
En dan zult u weer horen: Kijk omhoog! Ziet, Hij (Jezus) komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben (versmaders, weigeraars!), en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven (Openbaring 1:7Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen.). Bent u bereid, bent u er klaar voor, om oog in oog te staan met Hem, die u met al uw versmaden, verachten en weigeren ook dit jaar zo vaak doorstoken hebt?
Voor ons zal het, kinderen van God en kinderen met een nieuw hart, de dag zijn van onze definitieve verlossing (Lukas 21:28Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zo ziet omhoog, en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is.). De dag van verlossing van de duivel, van de zonde, en van ons zondige hart. Wat een naamloos, wat een oneindig verschil is er toch, als het gaat om de toekomst, de zekere toekomst van deze twee soorten van mensen. Eeuwige vreugde of eeuwige ondergang!
En daarom, lieve mensen, verachters van God en van Christus, uiterlijk vast netjes en vroom, maar van binnen nog onbekeerd en vijand van God en Christus, maak alstublieft toch haast met het werk van uw bekering! U hebt uw hoop gesteld op de zegen van de wolkenhemel boven u en op het genieten van de aarde beneden u. Maar dat gaat voorbij! En als het voorbij gegaan is, dan hebt u niets meer! Van alles wat u nu nog hebt, geldt wat staat in vers 8, en ik weet zeker, u merkt het, u ziet het in het leven van iedere dag: De mot zal ze opeten als een kleed, en het schietwormpje zal ze opeten als wol. De apostel Jakobus zegt hetzelfde (en dan heeft hij het niet alleen over straks, maar het geldt nu al, en u ziet het ook nu al): Uw rijkdom is verrot, en uw klederen zijn van de motten gegeten geworden. Uw goud en zilver is verroest; en hun roest zal u zijn tot een getuigenis, en zal uw vlees als een vuur verteren; u hebt schatten vergaderd in de laatste dagen. (Jakobus 5:2-3Uw rijkdom is verrot, en uw klederen zijn van de motten gegeten geworden; Uw goud en zilver is verroest; en hun roest zal u zijn tot een getuigenis, en zal uw vlees als een vuur verteren; gij hebt schatten vergaderd in de laatste dagen.) O, maak daarom toch grote haast om verzoening te vinden voor al uw zonden. Hou toch op om God de schuld te geven, van wie u bent en van wat u zelf gedaan hebt en doet. Wendt u toch naar Hem toe en word behouden, want Hij alleen is God en niemand meer (Jesaja 45:22Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer.). U was heel dit jaar welkom aan de voeten van Jezus, maar u bent niet een keer gekomen! Waarom niet? U was heel dit jaar welkom, om te komen met smeking en geween, maar u kwam niet! Waarom niet? U werd een jaar lang wekelijks, ja, dagelijks genodigd tot de bruiloft. Maar iedere week, ja, iedere dag had u een andere smoes! Waarom? Misschien is het vanavond de laatste keer, de laatste nodiging, uw laatste hoop!
Nog één keer dan, maar weet en geloof, het is van harte, oprecht en welgemeend, wat de Heere zegt: Kom! Kom dan nu! Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol (Jesaja 1:18Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.).
De hemel en de aarde, die na 6000 jaar nog staan, zijn voor Gods kinderen een diepe troost. God regeert, Zijn macht is groot en Zijn trouw is en zal nooit vergaan. Die macht en die trouw zullen blijven, terwijl wij ondertussen (kijkend naar alles wat vergaat) naar Zijn zekere belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde verwachten, in dewelke gerechtigheid woont (2 Petrus 3:13Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont.).
De hemel en de aarde die we zien, zijn voor ons een diepe troost. Ze zijn tegelijkertijd voor de verachters van God en voor de weigeraars van de Zaligmaker een ernstige waarschuwing. Zoals rook vervliegt, zo zal de zichtbare hemel oplossen en verdwijnen. En de aarde zal als een kleed verteren, als een kleed dat door motten en andere beestjes wordt opgegeten. En zo zullen de inwoners van de aarde, zo zullen wij allemaal, op gelijke wijze verdwijnen. De vertaling van het onderdeel van vers 6 ‘haar inwoners zullen van gelijken sterven’ is wat moeilijk. De ene mogelijkheid, waar de Statenvertalers voor gekozen hebben, is: haar inwoners zullen van gelijken, dat wil zeggen ‘op gelijke wijze’ sterven. De andere mogelijkheid is dat het gebruikte woord doelt op muggen. Zoals muggen verdwijnen, door een enkele vlaag wind, zo vergaan de inwoners van de aarde. Men denkt niet meer aan onze verleden staat (Psalm 49:6Waarom zou ik vrezen in kwade dagen, als de ongerechtigen, die op de hielen zijn, mij omringen?, ber.). Ook de steel van onze bloem zal knakken. Onze bloem zal verwelken. En men zal onze standplaats niet meer kennen en vinden (Psalm 103:8Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid., ber.).
Alles vergaat. Wij, de inwoners van deze wereld vergaan. Onze lichamen worden afgebroken, hoewel onze ziel een eeuwige bestemming heeft. Wij vergaan, maar uiteindelijk zullen ook de hemelen door vuur ontstoken zijnde vergaan, en de elementen van de aarde zullen branden en versmelten (2 Petrus 3:12).
Maar nee, kinderen van God, kinderen met een nieuw hart, dit is voor ons niet het einde. De versmaders van God en de verachters van Christus hebben (zolang zij doorgaan op hun zelfgekozen weg) zekerheid, de zekerheid van een dramatische toekomst. Maar wij hebben ook zekerheid, een andere zekerheid, de zekerheid van een goed vooruitzicht, waarvan we samen nu eerst gaan zingen uit Psalm 89:7:
Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort! Zij wandelen, HEERE, in 't licht van 't Goddelijk aanschijn voort; Zij zullen in Uw naam zich al den dag verblijden; Uw goedheid straalt hun toe; Uw macht schraagt hen in 't lijden; Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen, Maar Uw gerechtigheid hen naar Uw woord verhogen.
Gemeente, het gaat in de preek van vanavond over: Een zekere toekomst. We hebben samen gelet op: Zeker voorbijgaan. En we letten nu in de tweede plaats op:
Want er is iets, bij alles wat we zien veranderen, bij alles dat zal gaan veranderen, dat niet verandert. De Heere zegt in onze tekst (in vers 6): Maar… (u voelt de tegenstelling), maar Mijn heil zal in eeuwigheid zijn, Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden.
En datzelfde staat ook in vers 8: Maar Mijn gerechtigheid zal in eeuwigheid zijn, en Mijn heil van geslacht tot geslachten. En het staat niet alleen hier, het staat ook op heel veel andere plaatsen in de Bijbel. Bijvoorbeeld in Psalm 102, waar staat: Onze dagen zijn als een afgaande schaduw, en wij verdorren als gras. Maar U, HEERE! blijft in eeuwigheid, en Uw gedachtenis van geslacht tot geslacht (Psalm 102:11-12). En iets vergelijkbaars staat ook in Hebreeën 1: U, Heere, hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen. Dezelve zullen vergaan, maar U blijft altijd. Zij zullen alle als een kleed verouden, en als een dekkleed zult U ze ineenrollen, en zij zullen veranderd worden. Maar U bent Dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden (Hebreeën 1:10-12).
U blijft dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden. Wie is dat, die U? Dat is de Heere Jezus (zie Hebreeën 1:8). Dus als de Heere in onze tekst zegt: Maar Mijn heil zal in eeuwigheid zijn en Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden, dan wil dat zeggen: Mijn Heere Jezus Christus is gisteren en vandaag dezelfde en zal tot in eeuwigheid niet veranderen (Hebreeën 13:8).
Wat is dat troostvol, voor u, kinderen van God, voor jullie, kinderen met een nieuw hart. Wat is dat troostvol voor u, die de Heere zoekt. Voor u, die de gerechtigheid van de Heere Jezus Christus najaagt, dat wil zeggen: voor u, die Jezus zoekt met heel uw hart (vers 1), voor u, die de wet van God in uw hart draagt (vers 5), dat wil zeggen: die in de wegen van de Heere wandelt en die gaat in het spoor van Gods geboden.
Dit is onze troost in leven en sterven: God en Christus veranderen nooit. En Hun werk zal doorgaan van generatie op generatie, ja, voor altijd. U zoekt God? U zoekt Christus? U zoekt Zijn heil en Zijn gerechtigheid? Kijk eens in vers 5. De Heere zegt: Mijn gerechtigheid is nabij. En mijn heil trekt uit. Met andere woorden: terwijl alles verandert en vergaat, zal Ik, de Heere gewoon doorgaan en blijven doorgaan met Mijn zaligmakende werk. Ontdekkend, vergevend, verzoenend, heilig makend en uiteindelijk heerlijk makend. Hier, in onze gezinnen en families, in onze gemeente, in de oude generatie, in de jonge generatie, ja, wereldwijd tot aan de einden van de aarde.
Wat een hoop voor het zendingswerk! Kijk eens naar wat de Heere zegt in vers 5: Op Mij zullen de eilanden wachten, en op Mijn arm zullen zij hopen.
Ondanks alles wat verdriet doet, en ondanks alles wat ons ontvallen is, mogen we zeker weten dat de Heere doorgaat met het bouwen van Zijn Kerk, met het bouwen van Zijn gemeente. Het vaste gebouw van Zijn gunstbewijzen, zal naar Zijn gemaakt bestek in eeuwigheid verrijzen. En Zijn onbezweken trouw zal ons nooit laten vallen, zal nooit onze val gedogen. De Heere zal doorgaan in de gemeente, zoals Hij ook in het verleden gedaan heeft, met het bekeren van mensen. Met het bekeren van ouderen en jongeren, met het openen van blinde ogen en oren, met het levend maken van dode zielen, met het redden van gevangenen uit de miserabele gevangenschap van de satan. Totdat uiteindelijk de ene Naam van Jezus Christus, die onder de hemel is gegeven tot zaligheid, van geslacht tot geslacht, ja, tot in eeuwigheid zal triomferen. Alles zal uiteindelijk onder Zijn voeten worden gebracht (1 Korinthe 15: 25).
Dat mag ons hoop geven, kinderen van God, kinderen met een nieuw hart. Je kan verdrietig zijn om je zonden, je kan zuchten om je zondige hart. We krijgen de zonde er maar niet onder. Je kan zuchten onder dagen van duisternis en om de tijden van geestelijke verlating. Maar we hebben een goed vooruitzicht. ‘s Avonds vernacht het geween, maar ‘s morgens zal er gejuich zijn (Psalm 30:6Want een ogenblik is er in Zijn toorn, maar een leven in Zijn goedgunstigheid; des avonds vernacht het geween, maar des morgens is er gejuich.). En wat is in dit alles onze troost, wat is bij dit alles ons houvast? Dit: onze Heere verandert niet! Hij draagt en redt ons. Als we op onszelf zien, dan moeten we zuchten. Maar als we op Christus mogen zien, als God onze ogen op Hem richt, dan hopen we. Hij zal Zijn werk voor ons voleinden. Want Hij laat nooit varen het werk dat Zijn hand begon. Hij verandert niet en nooit, en dus zal Hij ook nooit spijt krijgen van het werk waarmee Hij in ons hart begonnen is.
Midden in deze wereld, waarin alles wankelt en vergaat, is Hij gekomen en heeft Hij aan het kruis een altijd blijvende gerechtigheid verdiend en aangebracht (Daniël 9:24Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.). En die vergaat nooit. Met andere woorden: het kan niet meer stuk. Wij kunnen het ook niet stuk maken. En de duivel kan het niet meer stuk maken. Niets en niemand. De poorten van de hel zullen de gemeente van Christus nooit kunnen overweldigen (Mattheüs 16:18En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.). Onze gerechtigheden zijn een wegwerpelijk kleed en kunnen voor God niet bestaan (Jesaja 64:6Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed; en wij allen vallen af als een blad, en onze misdaden voeren ons henen weg als een wind.). En dus zal de hoop op onze eigengerechtigheid vroeg of laat volledig verdampen. Maar de gerechtigheid van Christus, dat wat Hij verdiend heeft, en de genade die Hij bewijzen wil en bewezen heeft, die blijft. Die ligt vast in Hem, vast gefundeerd in de eeuwige, verkiezende liefde van God Drie-enig. En dus zegt de Heere in onze tekst: Mijn heil, Mijn Heiland, zal in eeuwigheid zijn, Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden.
In strijd en moeite, zal de onveranderlijke God, wiens heil eeuwig is en wiens gerechtigheid niet verbroken zal worden, u ondersteunen en dragen en redden. Hij zegt: Wanneer u zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet
overstromen; wanneer u door het vuur zult gaan, zult u niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken. Want Ik ben de HEERE, uw God, de Heilige Israëls, uw Heiland (Jesaja 43:2-3Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken. Want Ik ben de HEERE, uw God, de Heilige Israëls, uw Heiland; Ik heb Egypte, Morenland en Seba gegeven tot uw losgeld in uw plaats.). Vijanden van binnen en van buiten kunnen op ons afkomen. Dat was het afgelopen jaar zo, en dat zal ongetwijfeld zo blijven. Maar, zo zegt de Heere: Vrees niet, want Ik ben met u; wees niet verbaasd, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand Mijner gerechtigheid. Vrees niet, gij wormpje Jakobs, gij volkje Israëls! Ik help u, spreekt de HEERE, en uw Verlosser is de Heilige Israëls (Jesaja 41:10Vrees niet, want Ik ben met u; zijt niet verbaasd, want Ik ben uw God; Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand Mijner gerechtigheid.). Mijn heil zal in eeuwigheid zijn en Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden. Het is de vaste hoop en zekerheid voor al Gods kinderen, en voor alle kinderen die een nieuw hart gekregen hebben. En toch, bij alle dreiging aan uw adres, verachters van God en versmaders van Christus, ligt hier ook een verborgen bemoediging in voor u. Omdat God Zelf, en omdat Zijn heil in eeuwigheid niet verandert, daarom staat Hij, na 365 dagen vol van afwijzing, en na 52 zondagen vol van minachting van uw kant, toch weer liefdevol voor u! Verbreek dat uw hart niet, beste vrienden? Zo goed is onze God. Wat een bewogenheid, wat een liefde, wat een geduld. Hij wil niet dat u verloren gaat (2 Petrus 3:9). Kan Zijn liefde, kan Zijn heil, na weer 52 weken en na weer 365 dagen, vanavond uw hart dan niet eindelijk verbreken? Als Hij u roept en bidt: Mijn zoon, Mijn dochter, geef dat verloren hart van u toch aan Mij (Spreuken 23:26Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren.)! Wend u toch naar Mij toe en word behouden (Jesaja 45:22)! Straks zal het u aanklagen. Maar vanavond wil het u aansporen en bemoedigen. Word niet moedeloos. De Heere zoekt mensen zoals u. Zoek dan toch de Heere, terwijl Hij nog te vinden is en roep Hem aan, terwijl Hij nog nabij u is (Jesaja 55:6Zoekt den HEERE, terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.).
Maar, maak daar grote haast mee. Want onze God verandert niet. Niet alleen wat betreft Zijn eeuwige heil als Zaligmaker van zondaars, maar ook niet wat betreft Zijn gerechtigheid. Wat zo troostvol is voor Gods kinderen en voor kinderen met een nieuw hart, dat klinkt op deze avond tegelijkertijd zo dreigend voor verachters van God en voor kinderen zonder nieuw hart. Luister eens, jongens en meisjes, je kan vanavond met plezier kijken naar fonkelende sterretjes, die je in je hand houdt. Maar vergeet niet, onbekeerde kinderen, om vanavond omhoog te kijken, naar die ontelbare fonkelende sterren, die je (als er niet al te veel wolken zijn) zachtjes zult kunnen zien flikkeren aan de donkere hemel. Daarboven is God! God, die doet wat Hij zegt! Als je je mond wijd opendoet, biddend en vragend om een nieuw hart, zal Hij je zeker verhoren. Die zekerheid heb je. Eis van de Heere vrijmoedig, wijzend op Zijn trouw verbond. Alles wat je ontbreekt, zal Hij je geven, als je het van Hem smeekt, mild en overvloedig (Psalm 81:12Maar Mijn volk heeft Mijn stem niet gehoord; en Israël heeft Mijner niet gewild., ber.)
Maar als je niet naar de stem van de Heere wilt horen, dan loopt het niet goed met je af! Ook wat dat betreft geldt: God doet, wat Hij gezegd heeft. Hij is rechtvaardig, Hij is betrouwbaar, Hij houdt Zijn woord.
En daarom, luister, kinderen zonder nieuw hart, en weigerachtige ouderen, luister aandachtig naar dit dreigende Woord van God. Ik hoop en bid dat u dat vanavond nog tot bekering zal brengen. Zo zegt de Heere, in onze tekst: Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden. Ik heb het u beloofd: Open uw mond, en Ik zal u horen. Zoek Me, en u zult Me vinden. Bid, en Ik zal u geven. Klop, en Ik zal voor u opendoen (Lukas 11:9En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.). En Ik heb in het afgelopen jaar 52 weken lang, 365 dagen Mijn Woord gehouden. Maar Ik heb altijd met twee woorden gesproken. Zoals Ik ook gezegd hebben Jesaja 1: Als u gewillig bent en hoort, zo zult u het goede ontvangen. Maar als u weigert, en wederspannig blijft, dan zal het zwaard u treffen. Want de mond des HEEREN heeft het gesproken (Jesaja 1:19-20). En dus zal Ik niet alleen Mijn belofte waarmaken, maar ook Mijn dreiging. Als u blijft weigeren is uw toekomst, uw hel zo zeker, als dat de hemel zeker is voor al Gods kinderen. Loop toch, lieve vrienden, niet met open ogen uw eeuwige ondergang tegemoet. Gods gerechtigheid zal niet verbroken worden. Maar u wel… Als datzelfde zwaard dat in Gethsémané en op Golgotha ontwaakte tegen Christus, tegen u zal getrokken worden, zult u dan bestaan? Als tegen u gezegd zal worden: Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat Ik over hen koning zou zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor mij dood (Lukas 19:27Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zoude zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor mij dood.). Wee u, als u doorgaat op de weg, die u tot nu toe gaat. De aarde zal als een kleed verouden en vergaan. En u zult op dezelfde manier vergaan. Als een mug, die weggeblazen wordt door een klein vlaagje wind. U versmaadt Christus, de mot zal u opeten als een kleed, en het schietwormpje zal u opeten als wol. Vroeg of laat, maar zonder enige twijfel, zult u in oog in oog komen te staan met de onveranderlijke gerechtigheid van God, waar onze tekst vanavond over spreekt. Met de gerechtigheid van God, die in eeuwigheid zal blijven. En daarom: Behoud u om uws levens wil, zie niet achter u om, opdat u niet omkomt! Vlucht tot Christus (Genesis 19:17En het geschiedde als zij hen uitgebracht hadden naar buiten, zo zeide Hij: behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om, en sta niet op deze ganse vlakte; behoud u naar het gebergte heen, opdat gij niet omkomt.).
Kinderen van God, kinderen met een nieuw hart, schrik maar niet van deze eerlijke dreiging. Wel als u in liefde denkt aan ouders of kinderen, aan familieleden of vrienden, die nog onbekeerd zijn. Maar niet als u denkt aan uzelf. Er kan veel twijfel zijn in ons hart, veel verdriet bij alles wat ons ontvallen is, in het afgelopen jaar of daarvoor. Maar ten diepste ligt alles in ons leven zo vast. In God, in Christus. In God, die gezegd heeft: Ik heb u liefgehad, met een eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken met koorden van goedertierenheid (Jeremia 31:3). In Christus, die ons heeft liefgehad en Zichzelf heeft gegeven tot een verzoening voor onze zonden (1 Johannes 4:10Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden.).
Hij zal ons dragen en redden, door de tijd heen, tot in de eeuwigheid. Hij zal ons brengen uit het huis van onze aardse tabernakel, in een eeuwig en onveranderlijk huis, in een blijvend paleis, in de heilige residenties van het eeuwige Vaderhuis hierboven (Joh. 14:2In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden.). De tand van de tijd kan onze toekomst niet stuk maken. Want onze schatten liggen in de hemel, waar ze noch mot, noch roest verderft, en waar de dieven niet kunnen doorgraven noch stelen (Mattheus 6:20).
De Heere geve u, geliefde gemeente, allen persoonlijk iets te mogen kennen van dat vaste en onveranderlijke van Gods heil, van Zijn Heiland, van Zijn gerechtigheid, van Zijn Christus. Dan hebt u een zekere toekomst, een blij vooruitzicht.
De dag van de bruiloft komt, maar is nog niet begonnen. Nog is er plaats, voor zondaars. Kom dan nu!
Amen.
Slotzang Psalm 138:4:
Als ik, omringd door tegenspoed, Bezwijken moet, Schenkt Gij mij leven; Is 't, dat mijns vijands gramschap brandt, Uw rechterhand Zal redding geven. De HEER is zo getrouw, als sterk; Hij zal Zijn werk Voor mij volenden, Verlaat niet wat Uw hand begon, O Levensbron, Wil bijstand zenden.
Andere preken over Jesaja
Andere preken voor Oudjaar
Andere gerelateerde preken