PREEK · KERKELIJK JAAR

Elia’s hemelvaart – 2 Koningen 2

Hemelvaart - 1 mei 2016

2 Koningen 2:11: En het gebeurde als zij voortgingen, gaande en sprekende, zie, zo was er een vurige wagen met vurige paarden, die tussen hen beiden scheiding maakten. Alzo voer Elía met een onweder ten hemel.

INLEIDING

Elia's hemelvaart heeft twee delen: een naderend levenseinde en een bijzondere profetie. Elia en Elisa trekken samen op naar de Jordaan; door Gods kracht gaat de rivier open. Elisa vraagt ootmoedig om een dubbel deel van Elia's geest. In storm, vuur en een vurige wagen vaart Elia ten hemel.
Deze hemelvaart wijst vooruit naar Christus: waar Elia vooral recht en oordeel predikte, brengt Christus recht én genade — Hij droeg Zelf het oordeel en opende zo de hemel voor Zijn kinderen.

THEMA

De hemelvaart van Elia

KERNPUNTEN

  1. Een naderend levenseinde
  2. Een bijzondere profetie

2 KONINGEN 2:1-11

1 HET geschiedde nu als de HEERE Elía met een onweder ten hemel opnemen zou, dat Elía met Elísa ging van Gilgal.
2 En Elía zeide tot Elísa: Blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar Bethel gezonden. Maar Elísa zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten. Alzo gingen zij af naar Bethel.
3 Toen gingen de zonen der profeten, die te Bethel waren, tot Elísa uit en zeiden tot hem: Weet gij dat de HEERE heden uw heer van uw hoofd wegnemen zal? En hij zeide: Ik weet het ook wel, zwijgt gij stil.
4 En Elía zeide tot hem: Elísa, blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar Jericho gezonden. Maar hij zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten. Alzo kwamen zij te Jericho.
5 Toen traden de zonen der profeten, die te Jericho waren, naar Elísa toe en zeiden tot hem: Weet gij dat de HEERE heden uw heer van uw hoofd wegnemen zal? En hij zeide: Ik weet het ook wel, zwijgt gij stil.
6 En Elía zeide tot hem: Blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar de Jordaan gezonden. Maar hij zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten. En zij beiden gingen heen.
7 En vijftig mannen van de zonen der profeten gingen heen en stonden tegenover van verre; en die beiden stonden aan de Jordaan.
8 Toen nam Elía zijn mantel, en wond hem samen en sloeg het water, en het werd herwaarts en derwaarts verdeeld; en zij beiden gingen erdoor op het droge.
9 Het geschiedde nu als zij overgekomen waren, dat Elía zeide tot Elísa: Begeer wat ik u doen zal, eer ik van bij u weggenomen word. En Elísa zeide: Dat toch twee delen van uw geest op mij zijn.
10 En hij zeide: Gij hebt een harde zaak begeerd; indien gij mij zult zien als ik van bij u weggenomen word, het zal u alzo geschieden; doch zo niet, het zal niet geschieden.
11 En het gebeurde als zij voortgingen, gaande en sprekende, zie, zo was er een vurige wagen met vurige paarden, die tussen hen beiden scheiding maakten. Alzo voer Elía met een onweder ten hemel.

VOLLEDIGE TEKST

Elia’s hemelvaart – 2 Koningen 2

ds. J. IJsselstein - 2 Koningen 2:11

THEMA

De hemelvaart van Elia

Gemeente, de tekst voor de preek (op deze zondag voor Hemelvaart) kunt u vinden in 2 Koningen 2. Het Schriftgedeelte wat overdenken kunt u vinden in 2 Koningen 2, daarvan vers 1 tot en met 11. Het Schriftgedeelte is u zojuist voorgelezen, ik lees nu alleen nog voor u het 11e vers. En het gebeurde, als zij voortgingen, gaande en sprekende, ziet, zo was er een vurige wagen met vurige paarden, die tussen hen beiden scheiding maakten. Alzo voer Elia met een onweder ten hemel.

Het thema voor de preek van vanmorgen is: De hemelvaart van Elia We letten op twee aandachtspunten. In de eerste plaats op een naderend levenseinde, in de tweede plaats op een bijzondere profetie. Dus Elia’s hemelvaart: 1. Een naderend levenseinde 2. Een bijzondere profetie. Als eerst dus:

1. Een naderend levenseinde

De profeet Elia is gekomen aan het einde van zijn aardse loopbaan. We kennen dit kind van God, deze knecht van God van zijn moedige optreden voor koning Achab, van zijn eenzame en stille tijd aan de beek Krith, van de periode dat hij woonde bij de weduwe in Zarfath en van de geweldige confrontatie tussen de God van Israël en de afgod Baäl op de berg Karmel. We kennen Elia van zijn moedeloosheid in de woestijn, zittend onder de jeneverboom, van zijn ontmoeting met God aan de berg Horeb en ook van zijn hernieuwde opdracht om terug te keren op zijn weg. En nu, nu loopt de aardse loopbaan van Elia ten einde.

We lezen in vers 1 van 2 Koningen 2: Het geschiedde nu, als de HEERE Elia met een onweder ten hemel opnemen zou, dat Elia met Elisa ging van Gilgal. Nu geschiedt het, nu gebeurt het. Op Gods tijd. Want Elia betreft was het onder de jeneverboom al tijd om te sterven. Maar onze tijden liggen in Gods hand (Psalm 31:16). Juist in moeilijke tijden is het beter om te berusten in de wil en de weg van de Heere. Nu is het Gods tijd. En blijkbaar weet Elia ervan. Hij weet wat er staat te gebeuren. En dus vertrekken Elia en Elisa uit Gilgal. Uit de eerste rustplaats van het volk Israël, waar

het volk destijds gerust heeft, toen het juist de Jordaan was overgestoken en aangekomen was in het land Kanaän.

En (vers 2) Elia zeide tot Elisa: Blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar Bethel gezonden. Maar Elisa zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten! Alzo gingen zij af naar Bethel. Dit gebeurt niet één keer, maar meerdere keren. Dat Elia zegt: ‘Elisa, blijf toch achter. Laat me maar alleen gaan.’ Het lijkt erop alsof Elia de trouw en toewijding van Elisa op de proef stelt. Hij heeft het wel stellig beloofd ‘Dat ik toch mijn vader en mijn moeder kusse, daarna zal ik u navolgen’ (1 Koningen 19:20), maar zal hij het ook doen? Ja, hij doet het ook. Moedig en dapper als zijn meester en leraar Elia. Trouw en vastberaden als Ruth: ‘Uw God is mijn God’ (Ruth 1:16).

Eerst gaat de reis door de steenachtige woestijn naar Bethel. ‘Elisa, blijft toch hier’ (vers 4). ‘Nee, vader Elia, ik ga met u mee naar Jericho.’ ‘Elisa, blijft toch hier in Jericho, ik ga verder naar de Jordaan’ (vers 6). ‘Nee, vader Elia, ik ga met u mee.’ En Elia zeide tot hem (vers 6): Blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar de Jordaan gezonden. Maar hij zei: Zo waarachtig als de HEERE leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten! En zij beiden gingen henen.

Ondertussen kunnen de zonen van de profeten, de studenten van de profetenschool het niet nalaten om zich ook op te dringen (vers 5): ‘Elisa, blijft toch bij ons. Waarom zou je je meester volgen? Morgen is hij toch niet meer, want hij wordt opgenomen.’ Maar zij mogen zich niet met hen bemoeien. Zij mogen alleen het wonder zien, waar ze zo meteen met vijftig man naar staan te kijken, als die beide mannen ineens voor een gesloten weg staan. De weg loopt dood bij de rivier de Jordaan (vers 7).

Toen (vers 8) nam Elia zijn mantel, en wond hem samen, en sloeg het water, en het werd herwaarts en derwaarts verdeeld; en zij beiden gingen erdoor op het droge Doet Elia dat in eigen kracht? Is Elia een heel bijzonder mens, die zelfs dit soort dingen kan doen? Nee, Elia doet het door de kracht van het geloof. Zelf heeft het geloof geen kracht. Het geloof krijgt kracht uit God. En dus is het God Zelf, die voor deze twee mensen een pad baant.

Zoals God voorheen onder de uitgestrekte staf van Mozes een pad baande dwars door de Rode Zee. Zo baant de Heere nu opnieuw, na het symbolisch slaan met de profetenmantel, een weg. Een weg door de Jordaan, de rivier die in de Bijbel vaak teken is van de dood, van de laatste barrière voor het ingaan van het land Kanaän.

Daar ligt een les in. Onze weg kan geblokkeerd zijn. Ook nu. In het leven van Gods kinderen, in het leven van hen die de Heere geroepen heeft tot Zijn dienst, in het leven

ook van Gods kinderen. Als we moeten zeggen: ik zou wel willen vluchten, maar ik kan nergens heen. Zodat mijn dood voorhanden schijnt. Beladen, belast met zonde en schuld. Staande voor God, de Heilige, de Rechtvaardige. En ik heb niets om mijn hemelhoge schuld mee af te betalen. Ik wil vluchten, maar ik kan nergens heen. Nergens, dan… alleen naar U: Ik zal mijn Rechter om genade bidden (Job 9:15). En toen hebt U mijn pad gekend, toen hebt U een weg voor mij gebaand (Psalm 142:4, ber.).

De weg kan gesloten zijn in het leven van Gods kinderen. Maar ook, zoals hier in deze geschiedenis, in het leven van mensen die de Heere geroepen heeft tot Zijn dienst. Er kunnen zoveel gesloten deuren, zulke geblokkeerde wegen zijn. Maar laat het geen reden zijn tot moedeloosheid. Laten we biddend omhoogzien, zoals Elia ongetwijfeld ook deed. Biddend, vragend of, gelovend dat de Heere Zelf deuren wil openen en een pad zal banen: het ‘nooit eerder ontdekte spoor’ (Psalm 77:11, ber.).

Samen lopen ze over de droge bodem van de Jordaan. En (vers 9) het geschiedde nu, als zij overgekomen waren, dat Elia zeide tot Elisa: Begeer wat ik u doen zal, eer ik van bij u weggenomen worde. En Elisa zeide: Dat toch twee delen van uw geest op mij zijn! Als ik van de aarde weggenomen zal zijn, Elisa, dan kan je me niets meer vragen. Nu nog wel. Zeg het maar. ‘Vader, Elia, mag ik twee delen van uw profetische geest?’

Dit is geen vraag om een tijdelijke zegen, om geld of bezit. Dit is een vraag om een geestelijke zegen. Elisa voelt, zeker als hij opkijkt tegen zijn meester: Hij is zo onbekwaam! Hoe moet hij dat grote werk van de profeet-zijn toch doen, als Elia er straks niet meer is? ‘Als u dan naar de hemel gaat, vader Elia, laat dan iets van uw erfenis achter. Geef me dan als uw oudste zoon (nee, niet alles, Elisa is niet vrijpostig, maar ootmoedig en bescheiden), geef me dan als uw oudste zoon een dubbel deel van uw erfenis, om toegerust te zijn voor het werk dat ik straks moet doen (Deuteronomium 21:17; 2 Timotheüs 3:17). Elisa vraagt om een geestelijke zegen, zoals Salomo eerder aan de Heere vroeg, niet om geld en macht, maar om wijsheid en wetenschap om het volk Israël te leiden (2 Kronieken 1:10).

Kinderen, jongens en meisjes, als je bidt, vraag dan dit in de eerste plaats. Als je een bekeerde vader of moeder, opa of oma hebt, vraag dan aan de Heere om eenzelfde geestelijke zegen, zoals zij die ook van de Heere gekregen hebben. Vraag de Heere niet om geld, om speelgoed, om snoep of hoge cijfers op school, maar vraag om een zegen voor je hart. Vraag om een nieuw hart en vraag of de Heere je wil gebruiken in Zijn dienst. En bid zo om de eer van de Heere God. Jongelui, als je bidt, vraag dan hier om. Om een geestelijke zegen. Geef me toch, Heere, een hart dat U dient. Geef me toch, dat ik van U een plaats mag krijgen in Uw koninkrijk.

Leer me, o God van zaligheden, mijn leven in Uw dienst besteden (Psalm 143:10, ber.). En bid zo om de eer van de Heere God. Ouderen, als u bidt, bid dan niet alleen om voorspoed, om een goede toekomst voor de kinderen en kleinkinderen, bid zeker niet voor een groeiend vermogen, om een goed pensioen of een mooie oude dag. Maar bid om een geestelijke zegen. En bid zo om de eer van de Heere God.

Elisa bidt om een geestelijke zegen. Maar die kan Elia zelf niet geven. Dus legt hij het in de handen van de Heere. Kijk maar in vers 10: En hij zeide: U hebt een harde zaak begeerd (dat wil zeggen: iets moeilijks); indien u mij zult zien, als ik van bij u weggenomen worde, het zal u alzo geschieden; doch zo niet, het zal niet geschieden.

En dan, terwijl ze daar al lopend met elkaar in gesprek zijn, dan pakken zich ineens donkere wolken samen... De wind drijft de wolken bij elkaar... Het geluid van de aanwakkerende wind overstijgt het zachte suizen van het kabbelende water van de Jordaan. Een storm steekt op…! De wind trekt aan tot een grote wervelwind, tot een grote ronddraaiende wind. Het zijn allemaal tekenen van de macht, van de heerlijkheid en de majesteit, van de rechtvaardigheid en heiligheid van God. Indrukwekkend is het! God bekleedt Zich met majesteit en heerlijkheid. Hij verschijnt in een onweer, in donder en bliksem. In Samaria wordt de Baäl aangebeden. Als de god van de donder, die rijdt op de wolken. Maar hier in de stilte van de eenzaamheid is God, de God van de hemel en de aarde, die alleen recht heeft op die titel: Rijder op de wolken!

Kijk, daar komt een vurige wagen met vurige paarden! Uit die donkere wolken! Hoe het er precies uitzag? Dat weten we niet zo goed. We weten alleen de eenvoud waarmee de Bijbel het zegt. Er is een vurige wagen, een strijdwagen, zoals die gebruikt werd in de oorlog. Zo’n karretje, zouden wij zeggen, op twee wielen. En vurige paarden daarvoor! En ongetwijfeld ook blinkende engelen. Immers de engelen worden ook genoemd ‘Gods wagens’ (Psalm 68:18), en ook ‘Zijn dienaars, een vlammend vuur’ (Psalm 104:4). Gehazi, de latere knecht van Elisa, zag het ook zo, toen hij en zijn meester bedreigd werden door de vijanden: de berg was vol van vurige paarden en wagens rondom Elisa, vol van engelen die hen beschermden (2 Koningen 6:17).

En (vers 11) het gebeurde, als zij voortgingen, gaande en sprekende, ziet, zo was er een vurige wagen met vurige paarden, die tussen hen beiden scheiding maakten. Alzo voer Elia met een onweer ten hemel. Het is alsof Elisa opzij geschoven wordt. En Elia gaat mee, in die vurige strijdwagen, omhoog, de lucht in, naar de hemel. ‘Vaarwel, mijn lieve vriend en broeder. Vaarwel, moeilijk leven, vol van donkerheid, duisternis en tranen. Vaarwel, mijn lieve vaderland, vol van afgoderij, maar ook nog met 7000 die de knie voor Baäl niet gebogen hebben. Vaarwel, want ik ben op weg naar mijn hemelse vaderland. En ik zal mijn Heere en Zaligmaker daar volkomen en tot in alle eeuwigheid dienen.’

Laten we, voordat we verder gaan, samen eerst zingen van die vurige wagen en van die vurige paarden, met woorden van Psalm 68, daarvan het 9e vers.

Gods wagens, boven 't luchtig zwerk, Zijn tien- en tienmaal duizend sterk, Verdubbeld in getalen. Bij hen is Zijne Majesteit, Een Sinaï in heiligheid, Omringd van bliksemstralen. Gij voert ten hemel op, vol eer; De kerker werd Uw buit, o HEER! Gij zaagt Uw strijd bekronen Met gaven, tot der mensen troost, Opdat zelfs 't wederhorig kroost Altijd bij U zou wonen.

Het gaat vanmorgen over de hemelvaart van Elia. We zijn toe aan onze tweede gedachte. Elia’s hemelvaart is:

2. Een bijzondere profetie

Je zegt, jongens en meisjes: ‘Die hemelvaart van Elia, die lijkt wel op de hemelvaart van de Heere Jezus.’ En dat klopt ook. Laten we samen verder gaan kijken naar de overeenkomsten en de verschillen tussen de hemelvaart van Elia en de latere hemelvaart van de Heere Jezus Christus. Ik ga zeven dingen noemen. Dit is het eerste:

a. De hemelvaart van Elia spreekt vooral van recht, van Gods rechtvaardigheid en heiligheid. De hemelvaart van de Heere Jezus spreekt vooral van de recht en genade. Dat is dus een verschil. Beiden, Elia en de Heere Jezus, waren profeten. Elia was een type, iemand die licht vooruitwierp, naar de toen nog komende meerdere Elia, de Heere Jezus Christus. Hij, de Heere Jezus, was de grote Profeet en Leraar. Beiden waren dus profeten.

Maar als je goed luistert naar de profetie, naar de boodschap van Elia, dan was die vooral dreigend. Hij preekte de dreiging van de wet, hij veroordeelde scherp de afgodendienst en kondigde het dreigende oordeel van de Heere aan. Hoewel, het zou niet helemaal terecht zijn als we zouden zeggen: Bij Elia was er alleen maar dreiging en oordeel. Er was bij Elia ook genade. Bijvoorbeeld bij de weduwe in Zarfath. Zij kreeg door Gods genade en zorg brood uit de hemel. En haar kind werd opgewekt uit de dood. En als je dichterbij kijkt bij de hemelvaart van Elia, dan zie je ook iets merkwaardigs. Bij de Karmel was er ook vuur. Vuur dat het offer en het altaar verteerde. Hier zijn ook donkere wolken, hier is donder, vuur en bliksem. Maar dat vuur verteert niet. En (en dat is toch ook genade!) door dat vuur heen is er voor Elia een geopende weg naar de hemel.

Maar die genade blijft nog wat onduidelijk, nog wat verhuld. Elia blijft toch vooral een profeet van het oordeel. Dus blijft het ook raadselachtig: Hoe kan een zondig mens als Elia (die we toch ook kennen van zijn moedeloosheid en dwalen) midden in het vuur van Gods recht en heiligheid toch de hemel ingaan?

Hij blijft wat raadselachtig... Maar het raadsel wordt opgelost in de meerdere Elia, in de Heere Jezus Christus. Is er bij Hem geen dreiging van wet en oordeel? Laat Hij de wet, de dreiging van de wet en het oordeel verdwijnen? Nee, maar Hij draagt Zelf het oordeel. En Hij Zelf vervult de wet. Voor mensen als Elia en Elisa en voor en in de plaats van al Gods kinderen. Hij is gehoorzaam in alles. Hij draagt de dreiging, ja, Hij draagt de voltrekking van het oordeel. Hij gaat door het vuur van Gods heiligheid en rechtvaardigheid heen en baant zo (ook hier voor Elia) een weg naar de hemel.

Hier, bij de Jordaan, is grote schrik, bij het horen en zien van die machtige tekenen: van die wervelwind, van vuur, donder en bliksem, als de Heere neerdaalt in heiligheid. Zo vaart Elia ten hemel, dankzij, dankzij wat eeuwen later gebeurt op Golgotha. Daar daalt de wervelwind van de toorn van God neer op de meerdere Elia, de Heere Jezus. Het vuur en de bliksem van Gods toorn treffen Hem. Dankzij Hem is er genade voor de profeet van wet en oordeel. Dankzij Hem kan Elia in het Oude Testament zo ten hemel varen. En dankzij Zijn werk is de hemel ook en nog steeds geopend voor al Gods kinderen. Zij hadden verdiend dat de heiligheid van de Heere hen zou wegstormen, dat de toorn van God hen treffen zou. Maar met Zijn hemelvaart heeft de Heere Jezus hen meegenomen, met Hem. Hij heeft Zijn kinderen teruggebracht bij God.

O, er ligt zoveel troost voor Gods kinderen in de hemelvaart van Christus! Elia’s hemelvaart spreekt vooral van de dreiging van Gods heiligheid en toorn. Hoewel we ook een glimp opvangen van een geopende weg van genade. Maar de hemelvaart van de Heere Jezus spreekt overduidelijk van recht en genade. Van recht dat voldaan is. Van voldaan recht en dus ook van genade! Van de toorn van God, die nu gestild is door het bloed van het Lam. Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest (Romeinen 8:1).

Er zijn meer overeenkomsten en verschillen aan te duiden tussen de hemelvaart van de Heere Jezus en de hemelvaart van Elia. Dit is het tweede:

b. Elia wordt met grote haast meegenomen in die vurige wagen, met die vurige paarden ervoor. Elia wordt meegenomen in een stormwind, waarin die wagen als het ware heel snel voorbij gaat, terwijl hij ondertussen wordt meegenomen naar de hemel. Maar Heere Jezus wordt in alle rust meegenomen in de hemel. Het is een teken en bewijs temeer, dat de toorn van God gestild is.

Er is nog een derde verschil:

c. Elia wordt meegenomen door een wagen met paarden ervoor, door engelenlegers. Maar Heere Jezus stijgt Zelf op. Hij heeft geen wagen nodig. Hij gaat door Eigen kracht, op grond van Eigen verdienste, naar de hemel om te verschijnen voor aangezicht van Zijn Vader. Er is nog vierde verschil:

d. Elia probeerde Israël terug te brengen tot de dienst van de Heere. Daarna mocht hij zelf ingaan in de hemelse heerlijkheid. Daar was loon voor zijn werk, voor zijn arbeid. Maar dat proberen terug te brengen van Israël tot de dienst van de Heere was voor Elia niet gemakkelijk. En hij vond het resultaat vaak teleurstellend. Hij kon het ook niet in eigen kracht! Hij was zich er ook van bewust: het is Gods werk. De Heere Jezus Christus daarentegen bracht Zijn Israël daadwerkelijk terug bij God. Van al de van eeuwigheid verkorenen ontbrak er niet één en er zal er in de toekomst ook niet één ontbreken. Zo ging Hij terug, na Zijn volbrachte werk, in het huis van Zijn Vader. Waar Hij werd ontvangen met eer en heerlijkheid en glorie, zoals staat in Psalm 24: Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga! Wie is de Koning der ere? De HEERE, sterk en geweldig, de HEERE, geweldig in de strijd (Psalm 24:7-8). Van die overwinning van de strijd zien wie hier bij de hemelvaart van Elia, onderdaan van deze Koning, een voorafschaduwing. Er is nog een vijfde verschil:

e. Toen Elia ten hemel zou varen, toen zei hij tegen Elisa: ‘Begeer wat ik u doen zal, eer ik van bij u weggenomen wordt (vers 9). Vraag het nu aan me, voordat ik er straks niet meer ben. Want als ik er niet meer ben, dan kan u niets meer aan mij vragen. Dan ben ik ingegaan in de rust, dan rust ik van mijn werk (Openbaring 14:13). Ootmoedig vraagt Elisa dan om een geestelijke zegen voor zijn toekomstige werk. Al lezend is het merkbaar, dat Elisa iets gevoeld moet hebben van wat later de discipelen ongetwijfeld ook hebben gevoeld: hun eigen onbekwaamheid tot de dienst waar de Heere hen toe geroepen had. Ze kunnen alleen niet verder. Maar gelukkig. Hier bij Elisa is er de troost van de verwachte zegen. Van de verwachting dat de Heere geven zal wat Elisa ootmoedig gevraagd heeft. Bij de discipelen was het anders. Daar was de zekerheid van de door de Heere Zelf beloofde zegen van de Heilige Geest. Hij zal u in al de waarheid leiden (Johannes 16:13). Daarom konden de discipelen destijds naar huis gaan met grote blijdschap (Lukas 24:53).

Bij Elia was het: Elisa, als ik er niet meer ben, dan kan u mij niets meer vragen. Maar de Heere Jezus is veel groter, veel voortreffelijker. Hij is wel naar de hemel gegaan, maar Hij is voor Zijn kinderen niet onbereikbaar geworden. Hij hoort hun gebeden. Hij hoort hun stem, hun smekingen, hun klagen. Hij is de grote Voorbidder, die altijd aan de rechterhand van de Vader voor hen bidt.

Hij heeft Zijn kinderen beloofd: Ik ben met ulieden, al de dagen, tot aan de voleinding der wereld (Mattheüs 28:20). En op de Pinksterdag stort Hij Zijn zegen overvloedig op hen uit. En zelfs een menigte van vijanden wordt dan toegeroepen: Ik ben wel heengegaan, maar een ieder die Mijn Naam aanroept, die zal zalig worden (Handelingen 2:21).

Zeker, Hij rust, als de verhoogde Hogepriester aan de rechterhand van Zijn Vader. Daar zit Hij als een teken van rust. In het Oude Testament mochten priesters nooit gaan zitten. Want hun werk was nooit af. Maar deze Hogepriester heeft alles gedaan wat gedaan moest worden. En dus is Hij in eeuwigheid gezeten(!) aan de rechterhand van de Vader (Hebreeën 10:12). Daar zit Hij. Maar Hij is niet onbereikbaar, niet inactief of werkloos. Hij is de grote Voorbidder in de hemel, die Zijn kerk en Zijn kinderen bewaart, troost, helpt en leidt, onderwijst en altijd terzijde staat. De stervende Stefanus zag Hem daarom ook staande aan Gods rechterhand. Staande, als een teken dat Hij altijd tot hun hulp gereed is. Hij heeft het immers gezegd: Ik ben met ulieden, al de dagen, tot aan de voleinding der wereld (Mattheüs 28:20). Er is nog een zesde verschil.

f. Elia is de hemel ingegaan als een eenling. Maar Christus ging voor en met al Zijn kinderen. Ze zijn met Hem begraven in Zijn dood, door Hem opgewekt tot een nieuw leven (Kolossenzen 3:3-4) en met Hem in de hemel gezet, teruggebracht bij de Vader (Efeze 2:6). Hij heeft alles voor hen gedaan, wat zij niet en nooit meer konden doen.

Zoals Elia naar de hemel ging, zonder te sterven, zo zullen straks ook Gods kinderen die levend overgebleven zijn, bij de komst van de Heere Jezus (samen met Gods kinderen die zullen opstaan uit de dood) tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heere tegemoet in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Heere wezen (1 Thess. 4:17). Dat brengt bij een laatste, een zevende verschil:

g. Elia zal nooit terugkomen. Hij is ingegaan in de rust en zal daar eeuwig blijven. Er blijft een rust over voor het volk van God (Hebreeën 4:9). Als onze aardse loopbaan voltooid is, dan zijn onze zonden, onze tranen en ons zuchten, onze moedeloosheid en donkerheid, dan is de weg van ons lijden voorbij. We leefden met Christus, stierven met het oog (misschien wel met een gebroken oog) op Hem. We droegen in dit leven Zijn smaadheid, het lijden om de Naam van Christus. Maar als we sterven, dan gaan we van lijden tot heerlijkheid. Als de engelen ons dragen uit dit tranendal naar het hemelse Jeruzalem (Lukas 16:22), dan zeggen ook wij in ons hart: ‘Vaarwel, man, vrouw, kinderen, broeders, wereld, schatten, ik ga naar huis.’

Elia ging van lijden naar heerlijkheid. Christus is ook door de weg van lijden tot heerlijkheid gegaan. Hij heeft Zijn discipelen vaarwelgezegd. Hij is thuisgekomen in het Vaderhuis.

Maar (en dat is een verschil), Hij komt terug. Met het heengaan van Elia is een boek dichtgedaan. Maar het heengaan van Christus sluit wel een hoofdstuk af, maar het boek van Gods raad is nog niet uit. Hij komt, hij komt om de aarde te richten, de wereld in gerechtigheid (Psalm 98:4, ber.)

Op eenzelfde manier als toen. Hij komt met de wolken, met bliksem, met een geweldige stormwind (Psalm 11:6). We zijn geneigd, als het gaat om de terugkomst van de Heere Jezus Christus op de wolken van de hemel, om te denken aan een idyllisch plaatje, aan een blauwe lucht met een mooi wit wolkje. Maar het zal anders zijn, als God verschijnt, als Christus komt, blinkend in glorie en majesteit! Op de strijdwagen van Zijn overwinning! Psalm 18 zegt: als God komt, dan davert en beeft de aarde, vuur uit Zijn mond verteert, daar zijn wolken, daar is donder, hagel, vurige kolen, bliksem en verschrikking.

De Heere Jezus Zelf heeft Zijn terugkomst voorzegd en getekend in Mattheüs 24, toen Hij zei: En terstond na de verdrukking van die dagen, zal de zon verduisterd worden (weg idyllisch plaatje!), en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden. En alsdan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen de Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid (Mattheüs 24:29-30). Psalm 68 zegt: God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden, en Zijn haters zullen van Zijn aangezicht vlieden. U zult hen verdrijven, gelijk rook verdreven wordt; gelijk was voor het vuur smelt, zullen de goddelozen vergaan van Gods aangezicht. Maar de rechtvaardigen zullen zich verblijden; zij zullen van vreugde opspringen voor Gods aangezicht, en van blijdschap vrolijk zijn (Psalm 68:2-4).

In de dageraad van de eeuwigheid zal Christus terugkomen, als Koning rijdend op de strijdwagen van Zijn overwinning. Zijn vijanden zullen het stof lekken (Psalm 72:9). Maar Zijn kinderen, de gezegenden van de Vader, zullen binnen gehaald worden in hemelse heerlijkheid (Mattheüs 25:34).

Beste vrienden, Elia is de grens tussen de tijd en de eeuwigheid gepasseerd. Hoe zal het zijn als u die grens passeren gaat? Hoe zult u sterven? Ongetwijfeld niet als Elia. Zult u sterven als een arme bedelaar, door dezelfde engelen gedragen in de schoot van Abraham (Lukas 16:22)?

Hoe zal het u vergaan op de dag van de terugkomst van de Heere Jezus Christus? Als u hier met uw verzondigde leven de toevlucht tot Hem genomen hebt, genade en verzoening in Hem gevonden hebt, dan mag u na dit leven (dat misschien wel vol was van moeite en verdriet, waarin u net als Elia misschien ook weleens onder de jeneverboom zat, hoewel toch ook altijd weer door God opgezocht), dan mag u na dit leven ingaan in de liefelijkheid van het zalige hemel leven.

Maar als u niet met Christus geleefd hebt, als u geen deel had aan Zijn verzoenende werk, dan wacht u de toorn van God. Dan zal de toorn van God op u blijven (Johannes 3:36). Dan wacht u een eeuwigheid vol van verschrikking en verderf: vurige paarden, onweer, donder, bliksem en wervelwind. Slechts kleine symbolen en schaduwen zijn het, van wat u dan te wachten staat. De dichter van Psalm 119 zegt: U doet alle goddelozen van de aarde weg als schuim (Psalm 119:119). Denk daaraan, jongelui, als je ergens wat zit te drinken, als je kijkt naar je glas, dat vol getapt wordt. Glas vol, schuimkraag, weggeveegd… Vergeet het niet, vergeet het nooit! God doet de goddelozen weg als schuim! Uw oordeel (zegt de dichter), Heere, kan niet dan vreselijk wezen (Psalm 119:60, ber.).

Nog geldt de belofte, die een aansporing is om de Heere te zoeken, met alles wat in u is, Gods belofte in deze laatste dagen na Zijn heengaan, voor Zijn terugkomst: Een iegelijk die de Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden (Handelingen 2:21).

Amen.

Slotzang Psalm 94:8:

De HEER zal, in dit moeilijk leven, Zijn volk en erfdeel nooit begeven; Het oordeel keert, vol majesteit, Haast weder tot gerechtigheid; Al wie oprecht is van gemoed, Die merkt het op, en keurt het goed.