PREEK · VRIJE STOFFEN

Genezing schoonmoeder van Petrus – Markus 1

26 januari 2020

Markus 1:30-31: En Simons vrouws moeder lag met de koorts; en terstond zeiden zij Hem van haar. En Hij tot haar gaande, vatte haar hand en richtte haar op; en terstond verliet haar de koorts, en zij diende henlieden.

INLEIDING

De schoonmoeder van Petrus ligt met hoge koorts; direct wordt Jezus erbij geroepen. Als hemelse Heelmeester wordt Hij ons getoond in vier punten: (1) Zijn patiënt – een vrouw die niets te bieden heeft, (2) Zijn karakter – altijd toegankelijk, vol medelijden en almachtig, (3) Zijn werk – Hij vat haar hand, bestraft de koorts, en zij is terstond genezen, wat wijst op Jesaja 53: Hij droeg onze krankheden, (4) de gevolgen – zij dient Hem, en heel de stad komt tot Hem. Toepassing: kom, terstond, met uw dodelijke zondekwaal tot deze Heelmeester, want Hij wijst niemand af die tot Hem komt.

THEMA

Het Evangelie van de hemelse Heelmeester

KERNPUNTEN

  1. Zijn patiënt
  2. Zijn karakter
  3. Zijn werk
  4. De gevolgen van deze genezing

MARKUS 1:29-34

29 En van stonden aan uit de synagoge gegaan zijnde, kwamen zij in het huis van Simon en Andréas, met Jakobus en Johannes.
30 En Simons vrouws moeder lag met de koorts; en terstond zeiden zij Hem van haar.
31 En Hij tot haar gaande, vatte haar hand en richtte haar op; en terstond verliet haar de koorts, en zij diende henlieden.
32 Als het nu avond geworden was, toen de zon onderging, brachten zij tot Hem allen die kwalijk gesteld en van den duivel bezeten waren.
33 En de gehele stad was bijeenvergaderd omtrent de deur.
34 En Hij genas er velen, die door verscheidene ziekten kwalijk gesteld waren, en wierp vele duivelen uit, en liet den duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.

VOLLEDIGE TEKST

Genezing schoonmoeder van Petrus – Markus 1

ds. J. IJsselstein - Markus 1:30-31

THEMA

Het Evangelie van de hemelse Heelmeester

Gemeente, de tekst voor de preek van vanmorgen/vanmiddag kunt u vinden in Markus 1:29-31. Daar lezen we het Woord van God als volgt: En van stonde aan uit de synagoge gegaan zijnde, kwamen zij in het huis van Simon en Andreas, met Jakobus en Johannes. En Simons vrouws moeder lag met de koorts; en terstond zeiden zij Hem van haar. En Hij, tot haar gaande, vatte haar hand, en richtte ze op; en terstond verliet haar de koorts, en zij diende henlieden.

Nu zou ik, gemeente, eenvoudig als thema boven de preek kunnen schrijven: De genezing van de schoonmoeder van Petrus. Ja, toch? Want daar gaat het hier over. Maar, jongens en meisjes, dat is nog maar de vraag. Kijk eens in het allereerste begin van dit Bijbelboek, in Markus 1:1. Waar gaat het hele boek van Markus, maar zeker ook dit eerste hoofdstuk over?

Markus schrijft in hoofdstuk 1:1: Dit is het begin (het is nog maar het begin!) van het Evangelie van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God. Met andere woorden, het gaat in onze tekst maar om één ding, en dus gaat het in de preek van vanmorgen/vanmiddag maar om één ding: om het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God. Om de goede en blijde boodschap van de Redder en Zaligmaker van zondaars.

Het thema voor de preek is: Het Evangelie van de hemelse Heelmeester

Het Evangelie van de hemelse Dokter. We letten samen op een vier aandachtspunten: 1. Zijn patiënt 2. Zijn karakter 3. Zijn werk 4. De gevolgen daarvan En daarna zal ik afsluiten met een dringende oproep aan uw adres om ook met uw ziekte, met uw dodelijke zondekwaal terstond (zoals Markus het noemt), direct u bij deze hemelse Dokter te vervoegen.

Als eerste dus:

1. Zijn patiënt

Het is sabbat. Jezus preekt in de synagoge van Kapernaüm. De mensen luisteren en zijn diep onder de indruk. Jezus van Nazareth preekt met gezag. Hij leert als machthebbende en niet zoals de Schriftgeleerden (vers 22). Maar heel rustig verloopt de dienst niet. Kijk maar in vers 23-25. Daar staat: En er was in hun synagoge een mens, met een onreine geest, en hij riep uit, zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener, zijt Gij gekomen om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods. En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga uit van hem. Niet alleen Zijn woorden zijn vol gezag, maar ook Zijn daden zijn indrukwekkend. De verbazing (in vers 27) is dan ook voorstelbaar: Wat is dit? Wat nieuwe leer is deze, dat Hij met macht ook de onreine geesten gebiedt, en zij Hem gehoorzaam zijn! Verbaasd gaan ze naar huis. En ja, natuurlijk, het verhaal van wat er gebeurd is, gaat als een lopend vuurtje door het hele land van Galilea.

De dienst is voorbij. Jezus gaat samen met Simon en Andreas en Zijn twee andere nieuwe discipelen naar huis. Naar het huis van Simon (Petrus) en Andreas, een huis waar Hij waarschijnlijk in de tijd van Zijn openbare optreden vaker verbleef. Jezus gaf niet de voorkeur aan statige villa’s of aan grote, luxe huizen. Hij kwam en komt nog steeds graag in eenvoudige woningen. Arm waren ze niet, maar het waren allemaal maar gewone vissersmensen.

Ze gaan direct uit de dienst naar huis. Zoals ook wij, jongens en meisjes, straks uit de kerk naar huis gaan of meegaan naar het huis van familie of vrienden. Eerst wat drinken, wat napraten of vragen over de preek en daarna samen eten. Fijn, gezellig.

Maar, als zij thuiskomen, gaat het anders. Want, zo staat er: Zij kwamen in het huis van Simon en Andreas, met Jakobus en Johannes. En Simons vrouws moeder (zijn schoonmoeder dus) lag met de koorts. De schoonmoeder van Petrus is ziek. Je ziet het in gedachten voor je. Terwijl zij bij huis aankomen, is daar ineens de vrouw van Petrus, die wijzend en wenkend naar haar man zegt: ‘Man, kom snel naar deze kamer. Want moeder is ineens heel ziek geworden!’

Petrus ziet het. Ze is niet zomaar ziek, maar (zo zouden wij zeggen) ze is doodziek. Markus zegt: Ze ligt met koorts in bed. Maar Lukas de dokter is bij uitstek de man die dit soort medische situaties beschrijft en kan inschatten. Hij schrijft: Ze was met een grote koorts bevangen (Lukas 4:38). Ze lijdt aan een plotselinge, ernstige koortsaanval. Ze is (zo zou je Lukas ook kunnen vertalen) in de greep van hoge koorts.

Die uitdrukking ‘in de greep van’, in combinatie met de uitdrukking die even later gebruikt wordt ‘Jezus bestrafte de koorts’, maakt deze (waarschijnlijk) plotselinge ziekte tot een wat geheimzinnige aandoening. Zou de onreine geest die in de synagoge uit die bezeten man is uitgedreven zich nu hier laten gelden? Helemaal zeker is het niet. Maar één ding zal wel blijken: Jezus heeft niet alleen macht in het openbaar in de synagoge, maar ook binnen de muren van een gewoon huis.

De reactie van Petrus en zijn vrouw is opvallend. Ze hadden allerlei andere dingen kunnen doen, maar die doen ze niet. Ze zeggen (vers 30) het terstond tegen Jezus. Ze aarzelen niet. Ze roepen direct hun Meester erbij. Lukas zegt: Zij baden, zij vraagden Hem voor haar. Hier is een doodzieke vrouw. En zij, degenen die heel veel van haar houden, leggen haar voor Jezus neer.

De les is eenvoudig en heel concreet. Uw zieke familieleden, uw ernstig zieke vrienden, mag u, ja, moet u, voor Jezus neerleggen. Het valt overigens wel op, dat ze niet expliciet vragen of Hij haar wil genezen. Niet dat dat niet gemogen zou hebben. Natuurlijk mochten zij en mogen wij bidden om genezing van degenen die ons lief zijn. Toch is dit waardevoller. Dit straalt meer geloof en kinderlijk vertrouwen uit. ‘Heere, zij is heel erg ziek. Heere, kom. U weet wat het beste is. Maar, als U er maar wel bij bent.’ Kan het zo ook in ons eigen leven niet zijn, dat we geen gebed om genezing bidden, omdat we Gods wijsheid en Vaderlijke liefde en zorg in onze ziekte aanbidden, maar dat we het wel tegen Hem zeggen? We bidden Hem wel. Maar niet in de eerste plaats om genezing. Maar om Hem, die ons meer waard is dan het fijnste goud op aard’. Die ons ook meer waard is dan genezing van onze ziekte. Als Hij er maar bij is. Want Hij is alles voor ons en wij weten dat we op weg zijn naar Hem.

Ouders, roep voor je kinderen, kinderen, roep voor je ouders, jongelui, roep voor je vrienden Jezus bij degenen die in nood zijn. Maak je niet als eerste druk met pogingen om zelf de zaak op te lossen. Dit is het eerste en allerbelangrijkste: Jezus erbij roepen, of hen tot Jezus brengen. Waar het gaat om lichamelijke nood. Maar zeker en vooral ook als het gaat om de knellende greep van de koorts van hun en onze geestelijke nood. Want die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Jezus is niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering. Laten we overgaan naar ons tweede aandachtspunt: Hoe Jezus als Dokter is.

2. Zijn karakter

Laat ik daar een paar dingen van zeggen. a. Jezus heeft gepreekt. En Hij preekte met alles wat in Hem was: met gezag, met kracht, met gevoel en met diep medelijden. Soms stroomden de tranen over Zijn wangen. Op andere momenten riep Hij met alle kracht die in Hem was: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke (Johannes 7:37)! Je zou zeggen: ‘Zo Iemand (want de Heere Jezus was een mens van vlees en bloed), zo iemand zal doodmoe thuiskomen.’ Zeker als je terugdenkt aan dat heftige gebeuren rond die boze geest, die zijn prooi weliswaar verloor, maar hem scheurende (zo zegt Markus) en hem in het midden geworpen hebbende (zo schrijft Lukas). Een mens zou uitgeput thuiskomen en zeggen: ‘Jongens, laat me eerst maar even een paar uur rusten.’

Maar als Jezus het huis van Petrus binnengaat, is daar ineens die dringende vraag: ‘Heere, mijn schoonmoeder is ziek. Kom!’

En dan? Zegt Jezus dan: ‘Ach Petrus, alsjeblieft, nu even niet. Laat Me even met rust?’ Nee, want er hangt nooit een bord boven Jezus: NU EVEN NIET STOREN. Hij is altijd, en toen en nu, toegankelijk. Voor iedereen. Nooit bezet, nooit te druk, nooit te moe, nooit niet thuis, nooit onbereikbaar. Overdag, ‘s avonds, midden in de nacht, altijd. Altijd toegankelijk, altijd bereikbaar. In de synagoge voor een bezeten mens, in het huis van Petrus voor zijn schoonmoeder. En nu in de kerk en straks bij u thuis, voor u en jou.

Kom! Wie u ook bent. Met tijdelijke nood: Met uw somberheid, met uw angst en paniek. Met uw lichamelijke ziekte. Met de knellende zorgen in uw huwelijk en gezin. Met de problemen op je werk en in je vriendschap. Met geestelijke nood: Met de duisternis in uw hart. Met uw bestrijding en aanvechting. Met uw begeerte naar de zonde, met uw verstrikt zijn in de greep van de brandende koorts van zondig verlangen. Met uw onverzoende schuld. Met uw onbekeerde en ongevoelige hart. Er is een Dokter beschikbaar voor u. En Zijn praktijk staat open. En u bent welkom om te komen. En Hem alles te zeggen. Zoals de bloedvloeiende vrouw dat een paar hoofdstukken verder ook doet: Ze zegt Hem al de waarheid (Markus 5:33). U hoeft Hem niet te vragen wat Hij moet doen. Hij weet precies wat Hij doen moet. Hij weet het. Hij wil het. Hij kan het. En als u komt, dan zal Hij het doen. Wilt u niet? Kunt u niet? Roep Hem dan aan! Zone Davids, ontferm U over mij. Over mijn onwil, over mijn onmacht en over mijn ongeloof. Maar wat u ook hindert: Kom! Kom met die onwil, met die onmacht en met dat ongeloof tot Hem. Hij staat klaar om U te helpen. Sterker nog: Hij wacht op u. Deze hemelse Heelmeester is altijd toegankelijk.

b. Hij is in de tweede plaats ook vol van bewogenheid en diep medelijden. Dit is geen privéarts die alleen rijke patiënten behandelt en mensen met een basisverzekering buitensluit. Dit is geen heelmeester die graag mensen van naam behandelt. Want, hoe heet die schoonmoeder van Petrus eigenlijk? Dat weten we niet. Ze heeft in onze geschiedenis niet eens een naam. Voor zulke mensen die van zichzelf niets zijn, juist voor zulke mensen staat Hij open. Kom dan. U bent niet te onaanzienlijk. Mensen verachten u misschien, maar Jezus zoekt het verachte en het verlorene. U bent ook niet te slecht. Wat heeft deze schoonmoeder Jezus te bieden? Niets. Straks zal ze Hem dienen, maar nu ligt ze gevangen in de ijzeren greep van een knellende koorts. O, gebondenen, gebrokenen van hart, Jezus is juist gekomen voor mensen zoals u. Voor machtelozen. Zoals deze vrouw. Ze kan nog niet eens van haar bed opstaan. Ze kan niet tot Jezus gaan. Maar Hij komt tot haar. Zoals Hij ook vanmorgen naar u toe gekomen is en voor u staat.

Als, dat is het derde wat opvalt aan deze hemelse Dokter:

c. Hij is in de derde plaats almachtig. Geen kwaal is voor Hem te ernstig. Geen nood is voor Hem te groot. Hij kan, en wil, en zal in nood, zelfs bij het naderen van de dood, volkomen uitkomst geven. Hij is een almachtige Zaligmaker. We gaan het zien in ons derde aandachtspunt, als we letten op:

3. Zijn werk

Markus schrijft: Hij tot haar gaande, vatte haar hand (vers 31). Mattheüs zegt: Hij raakte haar hand aan (8:15). En Lukas beschrijft het echt zoals een dokter dat doet: staande boven haar, bestrafte Hij de koorts. En dan gebeurt er iets heel wonderlijks. We zien in gedachten een vrouw, gegrepen door hoge koorts. Het klamme zweet staat op haar gezicht. Haar wangen zijn rood, haar lippen droog, haar bleke vingers trillen. En Jezus buigt Zich over haar, Hij raakt haar hand aan, Hij bestraft de koorts en richt haar op. En, zo staat er (in vers 31): terstond (direct) verliet haar de koorts en zij diende henlieden. Je zou verwachten dat iemand na het weggaan van de koorts nog zwak zou zijn, wat zou moeten bijkomen, weer zou moeten aansterken. Maar niets van dat alles. Ze staat op en gaat het eten klaarmaken. Ze diende hen.

Wat een geweldige blijk van de almacht van Jezus. Hij geneest met het woord en de daad van Zijn macht ineens, volledig en totaal. Opdat? Wat is het doel daarvan? Mattheüs zegt: Opdat vervuld zou worden, dat gesproken was door Jesaja, de profeet, zeggende: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen (Mattheüs 8:17).

Jesaja heeft dit voorzegd. Wanneer? Toen hij sprak over de geestelijke kwaal van de zielen van verloren mensen. Terwijl hij profeteerde over de heerlijke komst van de Messias, een Man van smarten en verzocht in krankheid. Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen. Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden (Jesaja 53:4-5).

Dus wat doet Mattheüs, als hij bij deze wonderlijke lichamelijke genezing verwijst naar Jesaja en zegt: De profetie is vervuld? Dan wijst hij ons op het doel, op het waarom van deze lichamelijke genezing. Dit heeft Jezus gedaan om te laten zien dat Hij alles kan en wil doen, niet alleen lichamelijke ziekten genezen en bevrijden van bezetenheid, maar vooral ook de dodelijke zondekwalen genezen van verloren zondaars. Hij gaf de blinden ogen om te zien, om te bewijzen dat Hij het Licht der wereld was. Hij wekte doden op, om te laten zien dat Hij de Opstanding en het Leven was. En Hij bevrijdt van de knellende greep van een dodelijke ziekte, om te laten zien, toen en nu, aan

iedereen, aan ons allemaal, dat Hij het is die ook dodelijke zondekwalen kan en wil genezen!

Daarvoor is Hij gekomen! Om te genezen de gebrokenen van hart. Om te verlossen van de klemmende greep van de zondeschuld en van de enge band van de vloekende wet. In één woord: Hij is gekomen (en zo staat Hij nu voor u) om het verlorene te zoeken en zalig te maken. Om de ziekte van onze zonden te dragen! Om onze krankheid, om onze dodelijke zondeziekte, om onze geestelijke dood op Zich te nemen. Zoals Hij dat hier doet en vooral gedaan heeft aan het kruis. Als u Jezus Christus in gedachten ziet worstelen in Gethsémané en even later ziet hangen aan het kruis, dan draagt Hij zonde, schuld en knellende banden.

En dat Hij de vrucht daarvan wil geven aan arme en verloren zondaars, dat ziet u hier in deze genezing. Kom dan toch, met uw dodelijke kwaal. Terstond (zoals Markus het zegt), dadelijk. Nu. Kom tot Hem, u die vermoeid en belast bent. Hij kan en wil u rust geven. Als u komt, zal Hij u niet afwijzen. Want Hij is juist gekomen om, zoals Jesaja het zegt, onze krankheden en onze smarten te dragen. Als Hij tot ons komt (zoals we hier zien), of als wij tot Hem vluchten (zoals we in andere geschiedenissen zien), dan zal Hij ons zeker genezen.

We hebben een toegankelijke, medelijdende en almachtige Zaligmaker. Zou u, gebrokenen van hart, vermoeid en belast, met uw kwaal Zijn hulp niet inroepen? Zou u niet zonder omwegen naar Hem toe gaan? Zeker, u kan allerlei andere dokters te hulp roepen en allerlei andere kwakzalvers bezoeken. Maar geen van hen is zoals Hij, en kan en wil wat Hij wil en kan doen.

U kunt proberen om uzelf te genezen, door u zo goed mogelijk te houden aan de geboden van de wet. Maar de wet kan u niet genezen. De wet kan u niet levend maken. Wel doden. Begrijp de wet toch niet verkeerd! De wet doet niets anders dan u toeroepen: Blijf niet bij mij, maar ga naar Hem toe. Laten mijn slagen, waaronder u zich zo veroordeeld voelt, voor u een tuchtmeester tot Christus zijn! (Galaten 3:24). U kunt uzelf niet helpen. U hebt geen wil, geen macht en geen vermogen. En uw nood is groot. Ga toch met die nood naar Hem toe. Want er is genezing onder Zijn vleugels (Maleachi 4:2).

Ineens, terstond is deze vrouw volledig genezen. Genezing door Jezus vraagt geen tijd. Het is een terstond. Als God ons tot Christus brengt, als wij in nood ons vertrouwen op onszelf en anderen opgeven en tot Jezus vluchten, als God ons de ogen opent en ons geloof geeft, en we zien en geloven mogen (misschien wel na een lange periode van duisternis, strijd en twijfel): Door Zijn striemen is ons genezing geworden, dan is er terstond genezing van onze dodelijke kwaal. Dan breken onze banden. Dan is er vreugde in God, om Jezus’ wil. En tegelijkertijd zien we daar, waar Christus ons omhelst en waar wij Hem omhelzen mogen, meer dan ooit de grootheid van ons kwaad en de diepte van onze zonde en schuld. Mijn schuld kostte Hem die tranen en dat lijden. Ik dwaalde als een verloren schaap, maar

God heeft mijn ongerechtigheden op Hem gelegd. Het zien op Jezus brengt tot vrede en rust, en tegelijkertijd tot evangelisch berouw.

Wat een vreugde en blijdschap heeft deze plotselinge en volledige genezing gegeven bij Petrus en zijn vrouw, bij Andreas en bij de anderen! Ja, maar vooral bij Jezus Zelf. Zoals er ook blijdschap bij God is over een zondaar die zich bekeert (Lukas 15:10).

Maar er is meer. Als de Heere genade geeft, dan is er meer dan alleen persoonlijke blijdschap. Dan zijn er nog twee anderen dingen, die we samen zien in onze vierde gedachte, maar we zingen eerst uit Psalm 68:10:

Geloofd zij God met diepst ontzag! Hij overlaadt ons, dag aan dag, Met Zijne gunstbewijzen. Die God is onze zaligheid; Wie zou die hoogste Majesteit Dan niet met eerbied prijzen? Die God is ons een God van heil; Hij schenkt, uit goedheid, zonder peil, Ons 't eeuwig, zalig leven; Hij kan, èn wil, èn zal in nood, Zelfs bij het naderen van den dood, Volkomen uitkomst geven.

4. De gevolgen van deze genezing

Vers 31 zegt: En Hij, tot haar gaande, vatte haar hand, en richtte ze op, en terstond verliet haar de koorts, en zij diende henlieden. Deze genezing verdrijft niet alleen de koorts, maar geneest ook zo volledig, dat de schoonmoeder van Petrus iets gaat doen. Ze gaat (nee, daar lezen we niets van, hoewel veel andere mensen dat wel doen), ze gaat niet praten. Ze gaat dienen. Ze wijdt zich aan het dienen van Jezus en van Zijn discipelen. Ze gaat eten klaarmaken. Geestelijke genezing, genade blijkt uit (nee, niet uit mooie verhalen, maar), genade blijkt uit de vrucht. Uit de vrucht van ootmoed, nederigheid en dienen. Ze zet zichzelf niet op de voorgrond, nee, ze cijfert zichzelf weg, ter wille van haar Heelmeester, Jezus Christus. Dat is een kenmerk, gemeente, van genade. Dat je ootmoedig dient. De vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Tegen de zodanigen is de wet niet, zegt Paulus in Galaten 5. Dat is het eerste wat we zien. Genade brengt vrucht voort. En het tweede wat we zien staat in vers 32-34: Als het nu avond geworden was, toen de zon onderging, brachten zij tot Hem allen, die kwalijk gesteld, en van de duivel bezeten waren. En de gehele stad was bijeen vergaderd omtrent de deur. En Hij genas er velen, die door verscheidene ziekten kwalijk gesteld waren; en wierp vele duivelen uit, en liet de duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.

Hier gaat iets van uit. Van deze vrouw? Nee. Op die manier gaat er niets uit van mensen. Er gaat iets uit van deze Jezus! Zijn woorden en daden verspreiden zich in een zich snel verspreidend gerucht. En dan komen ze: zieken en door de duivel bezeten mensen.

Als de geur en het gerucht van Gods genade zich verspreiden, dan komen ze: medezondaars. Zij hebben gehoord het gerucht van de meerdere Salomo en hun nood dringt hen om ook te komen. Naar de schoonmoeder van Petrus? Nee, naar Jezus. Is dat bij u ook zo? U hebt gehoord van de wonderlijke redding van één in de kring van uw familie en vrienden, of in het midden van de gemeente, en toen? Bent u toen ook met uw schuld en verlorenheid gekomen tot deze Jezus? Of geldt van u alleen maar wat staat in vers 27: Zij werden verbaasd? Grote dingen gehoord en gezien en...? Verbaasd naar huis gegaan? Nee! U moet naar Jezus toegaan! Want anders is zij wel genezen, maar u bent het niet! En u bent op weg en reis naar de eeuwigheid. Zonder vergeving van schuld en verzoening met God komt u voor eeuwig om. Dan wordt uw dodelijke kwaal de oorzaak van uw eeuwige dood! O kom dan toch, nu, tot Hem.

Laat ik, denkend aan uw nood, in de laatste plaats dit alles toepassen op uw hart en u dringend nodigen deze hemelse Heelmeester, deze Redder en Zaligmaker niet voorbij te gaan.

5. Toepassing. a. Laat ik deze geschiedenis als eerste toepassen tot aansporing. Kinderen van God, u herinnert zich ongetwijfeld de tijd in uw leven toen deze Jezus, medelijdend, toegankelijk en almachtig tot u kwam. Hij boog Zich over u, raakte u aan en genas u. Is uw leven daarna een dienend leven geworden? Niet gericht op de eer van uzelf als kind van God, maar gericht op de eer van uw Zaligmaker? Ik zal U hartelijk liefhebben, Heere, Mijn sterkte? Ik zal met mijn ganse hart Uw eer, vermelden, Heere, U dank bewijzen? En heeft de goede reuk van Hem ook anderen, zoals hier, aan uw deur gebracht om ook redding en zaligheid bij Hem te zoeken?

b. Laat ik deze geschiedenis als tweede toepassen tot onderwijs. U, die God zoekt, om genezing van de kwaal van uw ziel, om vergeving van uw schuld om verzoening met God, om verlossing van uw twijfel en ongeloof. U, die daar al zo lang onder zucht, onderzoek uw hart of u wel met uw nood naar het goede adres bent gegaan. U kunt Zijn Naam noemen, u kunt over Hem spreken, maar ben u ook naar Hem toe gegaan? Heeft Hij u opgericht? Hebt u de zoom van Zijn kleed aangeraakt? Of hebt u, terwijl Hij u altijd vriendelijk genodigd heeft en bereid was tot u te komen, Zijn liefde beschaamd? Bent u ondertussen naar andere dokters gegaan? Vertrouwt u een halve Jezus en hoopt u ondertussen voor de andere helft op uzelf? Op uw tranen, op uw liefde, op uw werken? Zie uw zondekwaal, uw dodelijk gegrepen zijn door de schuld van uw hart toch eerlijk onder ogen. Dat is het enige wat u hebt. En vlucht daarmee, met die last, dadelijk tot de Heere Jezus Christus.

De wet dringt u, uw nood roept u, de beloften van het Evangelie roepen u, ja, Christus Zelf in al Zijn heerlijkheid en liefelijkheid roept u toe: Kom!

c. Laat ik deze geschiedenis als derde toepassen tot nodiging. U zegt: ‘Ja, ik heb van Hem gehoord. En dat heeft mijn hart geraakt. Hij is het, Die mij genezen kan. Maar, mag het wel? Zal Hij mij wel ontvangen?’ Hebt u ooit gehoord, dat er iemand door Hem is afgewezen? Staat hier niet dat heel de stad uitliep en dat Hij er velen genas? U komt de belofte toe: Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen (Johannes 6:37). Als u Hem werkelijk zou kennen, zo schrijft een puriteinse dominee, als u Hem echt zou kennen, dan zou u komen, zelfs al mocht het niet.

U zegt: ‘Ja, ik heb van Hem gehoord. En dat heeft mijn hart geraakt. Hij is het, Die mij genezen kan. Maar ben ik wel geschikt voor Hem?’ Hebt u ooit zoiets gehoord? Dat iemand zei: ‘Ik ben ziek, heel ziek, en dus ga ik juist niet naar de dokter?’ Hij kan en wil u genezen! Ga, dan toch, nu, terstond, naar Hem toe. Hoe slechter het met u gesteld is, hoe meer reden en recht u hebt om tot Hem te gaan. Immers Hij is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren was.

U zegt: ‘Ja, ik heb van Hem gehoord. En dat heeft mijn hart geraakt. Hij is het, Die mij genezen kan. Maar hoe kan ik toch naar Hem toe. Kwam Hij maar naar mij toe.’ Hij komt vanmorgen in de preek naar u toe en zegt: Zie op Mij, en word behouden. Gij nu hebt met veel boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE. (Jeremia 3:1). Zeg dan toch, terwijl Hij voor u staat, met de vader van de bezeten jongen: Heere, zeg het met een woord, en ik zal genezen zijn (Lukas 7:7). Als Hij nu voor u staat en u toeroept: Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen, antwoord dan toch: Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God (Jeremia 3:22)! En Hij zal u genezen.

Ik weet het, u hebt van uzelf geen recht. Maar Hij geeft u het recht om te komen. Want de Meester is daar en Hij roept u (Johannes 11:28). Ik weet het, u kunt niet komen, u kunt niet lopen. Maar Hij wil u dragen en redden. Hij zegt: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. (Mattheüs 11:28). Rust van de zonde, rust van zondige begeerten, rust in vrede en hoop.

d. Laat ik deze geschiedenis als vierde toepassen tot waarschuwing U zegt: ‘Denkt u dan echt dat een mens, denkt u dan echt dat ik zomaar tot Jezus kan en zal gaan?’ Nee. U kunt en zult nooit zomaar gaan. U zult nooit gaan zolang u niet voelt, dat er een grote afstand is tussen Hem en u. Omdat u God hebt verlaten en de kant van de satan hebt gekozen.

U zult nooit daadwerkelijk tot Christus komen, als u daar in uw hart nooit verontrust en werkzaam over geworden bent. U zult niet komen, zolang u geen schoonheid en heerlijkheid ziet in Hem, Die in onze ogen veel schoner is dan de mensen, omdat er genade op Zijn lippen is uitgestort. U zult niet komen, zolang u uzelf hoogacht en Hem minacht U zult dan pas komen, als u uw vertrouwen op uzelf en alles en iedereen opgeeft, en op Hem gaat zien, als op uw enige Heelmeester, Die u de kracht en de wil en het vermogen aanbiedt om tot Hem te vluchten. Nooit zult u kunnen komen met hoge gedachten van uzelf en met lage gedachten van Hem. Pas als u lage gedachten hebt van uzelf en Hem hebt leren hoogachten als de enige Zaligmaker, pas dan zal uw hart echt naar Hem uitgaan.

Maar ik spreek u nu aan, bij wie dat niet zo is. Om u te waarschuwen voor uw eeuwig verderf. U zegt: ‘Denkt u dan echt dat een mens, denkt u dan echt dat ik zomaar tot Jezus kan en zal gaan?’ Maar ik vraag u: ‘Denkt u dat een mens, denkt u dat u Hem zomaar kunt afwijzen?’ Denkt u ook niet dat daar een hoge prijs op staat? Als u de enige Redder door God gegeven verwerpt? En het Evangelie van Jezus Christus, waar dit hoofdstuk over gaat minacht en vertrapt? Denkt u ook niet dat u hoog spel speelt, als u met een dodelijke kwaal de genezing verwerpt, terwijl die vriendelijk aan u wordt aangeboden? U wordt nu genodigd om vergeving en zaligheid van Hem te ontvangen. Niets staat u in de weg dan uw eigen harde en weigerachtige hart. U wilt niet dat Hij Koning over u zal zijn. Maar bedenk toch wat tot uw vrede dient. Bedenk toch dat uitstel van genezing kan leiden tot uw dood. Tot uw eeuwige dood!

Wij zijn gezanten, ambassadeurs van Christus, en wij bidden u namens Hem. Hij Zelf staat voor u. Kijk Hem aan, in Zijn gezicht. Hij zegt tegen u: Laat Mij u genezen. Hij buigt Zich over u en zegt: Laat Mij uw hand aanraken. Hij bidt u: Laat Mij u oprichten. Kijk naar Zijn gezicht. Kijk Hem aan! Wat is uw antwoord? Steekt u uw verloren handen (al is het onwillig) naar Hem uit? Of laat u Hem teleurgesteld en verdrietig gaan? Alle dingen zijn gereed, komt tot de bruiloft (Mattheüs 22:4). Maar, zo schrijft Mattheüs: Zij zulks niet achtende zijn heengegaan. Zij versloegen zich over Zijn leer (vers 22) en zij werden allen verbaasd (vers 27). Maar lieten zich niet allen genezen. Wees gewaarschuwd. Dit kan de laatste gelegenheid zijn om u te laten genezen. Dit kan de laatste keer zijn, dat deze hemelse Heelmeester en Redder zo vriendelijk voor u staat. Wie weet staat Hij zo meteen als u thuiskomt als Rechter voor uw deur. Nu kunt u genezen worden. Zie op Hem en word behouden!

Amen.

Slotzang Psalm 147:2, 3:

Hij heelt gebrokenen van harte, En Hij verbindt ze in hun smarte, Die, in hun zonden en ellenden, Tot Hem zich ter genezing wenden. Hij telt het groot getal der starren, Die 't scherpst gezicht op aard' verwarren. Hij roept dat talloos heir te zamen, En noemt die alle bij haar namen.

Zeer groot is onze HEER, vol krachten; Onpeilbaar diep zijn Gods gedachten, Daar Zijn verstand, nooit af te meten, Ver overtreft al wat wij weten. Zachtmoedigen wil Hij bewaren, Hij houdt ze staand' in hun gevaren; Maar goddelozen doet Hij bukken, Bezwijken onder d' ongelukken.