31 augustus 2025
Lukas 13:11: En zie, er was een vrouw die een geest der krankheid achttien jaren lang gehad had, en zij was samengebogen en kon zich ganselijk niet oprichten.
INLEIDING
Achttien jaar lang ging een vrouw samengebogen door het leven en kon zij zich, naar het woord van Lukas 13 vers 11, ‘ganselijk niet oprichten’, totdat de Heere Jezus haar op de sabbat in de synagoge zag, tot Zich riep en door het opleggen van de handen terstond oprichtte. Deze leespreek neemt u mee in de vraag wat het betekent dat de Heere ook heden geestelijk gebogenen ziet, roept en opricht tot Zijn eer.
De genezing van de kromgebogen vrouw
LUKAS 13:10-14
10 En Hij leerde op den sabbat in een der synagogen.
11 En zie, er was een vrouw die een geest der krankheid achttien jaren lang gehad had, en zij was samengebogen en kon zich ganselijk niet oprichten.
12 En Jezus haar ziende, riep haar tot Zich en zeide tot haar: Vrouw, gij zijt verlost van uw krankheid.
13 En Hij legde de handen op haar; en zij werd terstond weder recht, en verheerlijkte God.
14 En de overste der synagoge, kwalijk nemende dat Jezus op den sabbat genezen had, antwoordde en zeide tot de schare: Er zijn zes dagen in welke men moet werken; komt dan in dezelve en laat u genezen, en niet op den dag des sabbats.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Lukas 13:11
THEMA
De genezing van de kromgebogen vrouw
Geliefde gemeente, ik preek u vanmorgen met Gods hulp over het wonder van de genezing van de kromgebogen vrouw. Als inleiding daarop lees ik samenvattend nog een keer aan u voor Lukas 13:11-13En ziet, er was een vrouw, die een geest der krankheid achttien jaren lang gehad had, en zij was samengebogen, en kon zich ganselijk niet oprichten. En Jezus, haar ziende, riep haar tot Zich, en zeide tot haar: Vrouw, gij zijt verlost van uw krankheid. En Hij legde de handen op haar; en zij werd terstond weder recht, en verheerlijkte God.. De andere verzen komen straks vanzelf terug. We lezen Lukas 13:11-13, waar staat: En zie, er was een vrouw die een geest der krankheid achttien jaren lang gehad had, en zij was samengebogen en kon zich ganselijk niet oprichten (ze kon met geen mogelijkheid rechtop staan). En Jezus haar ziende, riep haar tot Zich en zeide tot haar: Vrouw, gij zijt verlost van uw krankheid. En Hij legde de handen op haar; en zij werd terstond weder recht, en verheerlijkte God.
Het thema voor de preek van vanmorgen is: De genezing van de kromgebogen vrouw
We letten samen met Gods hulp op drie punten. In de eerste plaats op het wonder zelf. Wat gebeurt er eigenlijk precies? In de tweede plaats op de betekenis van het wonder. Dan gaat het om de vraag waarom doet de Heere Jezus eigenlijk deze wonderen? En we letten als derde op de uitwerking van het wonder. En dan gaat het om de vraag wat is het gevolg ervan? En wat gebeurt er daarna?
Dus: De genezing van de kromgebogen vrouw. 1. Het wonder zelf 2. De betekenis van het wonder 3. De uitwerking van het wonder Als eerste dus:
Ik kijk even terug naar het eerste vers, vers 10 van het Schriftgedeelte dat we gelezen hebben. Vers 10 zegt: En Hij leerde op de sabbat in één van de synagogen. De Heere Jezus, dat weten we uit de context van dit Schriftgedeelte, is op reis naar Jeruzalem. Hij is waarschijnlijk in het Overjordaanse, aan de andere kant dus van de Jordaan. En het is sabbat, onze zondag dus. En dus, jongens en meisjes, is er kerk. Er wordt, staat er, geleerd. Wij zouden zeggen: Er wordt gepreekt.
De overste van de synagoge is de man die alles regelt, ook de preekbeurten. En wie preekt, wie leest er vandaag? Vandaag leest en preekt rabbi Jezus uit Nazareth.
Over? Dat staat er eigenlijk niet bij. Maar uiteraard over wat wij noemen de boeken van het Oude Testament. Dus misschien wel over Gods verbond met Israël, over Abraham, Izaäk of Jakob, of over de verdrukking in Egypte. Of over de woestijnreis, over de intocht in het land Kanaän. Misschien gaat de preek over de psalmen of over de profeten. We weten het eigenlijk niet...
Hoewel, dat zeg ik nu wel, maar we weten wel meer. Want de preken van de Heere Jezus gingen altijd over het Koninkrijk, over de vervulling van de profetie: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. En dan bedoelde de Heere Jezus het Koninkrijk van Gods genade, waarvan Hij, de Messias, Koning was. Die steeds weer nieuwe onderdanen toebrengt door Zijn Koninkrijk, door Zijn troon op te richten in harten van mensen.
Zoals Hij eerder preekt uit de rol van Jesaja. Zoals staat in Lukas 4: Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft de Heere Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden om de armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken zijn van hart, om de gevangenen te prediken loslating en de blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid, om te prediken het aangename jaar van het welbehagen des Heeren.
De kerkdienst, jongens en meisjes, is al begonnen. De preek is al bezig. Als ineens, daar achter in de kerk, een vrouw naar binnen schuifelt. Lukas schrijft in vers 11: Kijk! En ziet, er was een vrouw, die een geest der krankheid (een geest van ziekte), achttien jaren lang gehad had, en zij was samengebogen en kon zich ganselijk niet oprichten.
Een samengebogen vrouw. Letterlijk voorover gebogen, dubbel gevouwen, zoals je een boterham dubbel vouwt. Ze is kromgebogen en kan met geen mogelijkheid rechtop staan.
En jongens en meisjes, dat is moeilijk. Want hoe moet je dan boodschappen doen? Hoe moet je dan eten koken? Nou, misschien gaat dat nog net, maar hoe moet je dan met mensen praten? Hoe moet je dan bidden? Met je ogen naar de hemel? Moeilijk…
Wat was dat eigenlijk voor een ziekte? Sommige exegeten, sommige Schriftuitleggers denken aan de ziekte van Bechterew. Een soort reumatische ziekte waarbij wervels vastgroeien en ook kromgroeien, wat ook heel veel pijn doet.
Maar eigenlijk weten we het niet zo goed. Lukas zelf zegt er twee dingen over. Als het gaat over de vraag: wat heeft deze vrouw voor een ziekte? Lukas zegt er twee dingen over. En Lukas was dokter, dus die kon het weten.
a. Hij zegt als eerste iets over de ziekte zelf. Kijk maar in uw Bijbel. In vers 11: Ze heeft een geest van ziekte. En, vers 16: Haar ziekte is dat de satan haar gebonden heeft. Dus wat blijkt? Ze is niet openlijk door demonen bezeten, zoals andere mensen in die tijd, die bijvoorbeeld bij de graven woonden. Maar het is zonder meer duidelijk dat de duivel haar ziek gemaakt heeft. Hij heeft haar gebonden! Zoals je iemand met touwen vastbindt en in de gevangenis stopt. Zo wordt zij gebonden, vastgehouden door de duivel.
En als de duivel dat doet, als de duivel je vasthoudt, dan doet hij dat vast ook niet zo vriendelijk. Dan doet hij dat vast ook op een duivelse manier. Dus lijdt deze vrouw niet alleen lichamelijk, met heel veel pijn, maar ongetwijfeld ook geestelijk. Ze lijdt ongetwijfeld ook (want de duivel bindt haar) onder angst en moedeloosheid, onder somberheid en innerlijke geestelijke duisternis.
Op een duivelse manier wordt ze vastgebonden en vastgehouden in twijfel. ‘Mens, je hebt geen heil bij God! God hoort je toch niet!’ Op een duivelse manier wordt ze vastgehouden in angst. ‘Mens, het is allemaal voor niks dat je zo bidt! Je gaat toch verloren! Je zonden zijn te groot!’ Op een duivelse manier is ze gebonden in hopeloosheid. ‘Je bent niet uitverkoren, mens. Je bent verworpen!’
Gebonden door de satan. Overgeleverd aan het wrede, wanhopigmakende spel van de vorst der duisternis. Dat is het eerste wat Lukas zegt: Ze had een geest van ziekte en ze is door de satan gebonden.
b. En het tweede wat dokter Lukas ervan zegt is: dat duurt nu al achttien jaar. Dat is achttien jaar geleden begonnen. En sindsdien wordt ze dag in dag uit gepijnigd door de wreedheid van de duivel.
Mooie dagen, jongens en meisjes, vliegen voorbij. Maar dagen van pijn en verdriet en angst, zoals bij deze vrouw, die… Hij richt de gebogenen op.
De dienst in de synagoge is begonnen. Als ze stil van achteren naar binnen schuifelt en een plekje zoekt, achterin, in de hoek van de vrouwen. Iedereen kijkt haar aan met zo'n blik van: Ach, stumper, ben je d’r ook weer. Maar ze komt, ondanks al haar lijden wel (zouden wij zeggen) in de kerk.
En de les daarvan is deze: Mensen, ook in moeilijke tijden, niet te snel thuisblijven hoor. Waarom niet? Omdat hier in de kerk wonderen gebeuren.
Ze schuifelt van achteren naar binnen en gaat stil zitten in de hoek van de vrouwen. Zoals er vanmorgen ongetwijfeld ook mensen stilletjes naar binnen gekomen zijn, om hier te gaan zitten. Misschien ook wel met een lichaam vol pijn en gebreken. Misschien ook wel met een hart vol moedeloosheid, verdriet en angst. Net als zij. Zonder uitzicht en zonder hoop.
Terwijl de duivel je in je oor fluistert en zegt: ‘De Heere weet echt niet van je af, hoor.’ Mensen, geloof hem maar niet. De psalmdichter zegt: De Heere aanschouwt alle moeite en verdriet. Hij ziet het. Echt waar! Opdat we het in Zijn hand zouden geven.
Misschien duurt het bij u of bij jou ook al jaren. Zoals bij deze vrouw. Achttien jaar lang. Je voelt je innerlijk machteloos. Je kan jezelf niet verlossen. Je kan je rug niet rechten. Je kan jezelf niet verlossen uit dat angstige, wanhopige, moedeloze. Je denkt bij jezelf: Zou God mij hier in de kerk wel zien zitten? Of thuis, meeluisterend? Zou de Heere me wel zien? Zou Hij mijn stem wel horen? ‘Nee’, zegt de duivel, ‘Hij ziet je echt niet, hoor! Hij hoort je heus niet!’
Maar dan? Dan gebeurt er iets, waarvan ik hoop en bid dat het ook nu, vanmorgen hier in de kerk zal gebeuren. Met u of met jou. Ik bedoel dat, wat staat in vers 12: Jezus haar ziende. En dat is opvallend!
Het begint niet met: zij liep naar voren en ging naar Jezus toe en vroeg Hem om genezing. Nee, zij vraagt helemaal niets. Het begint niet met: zij zag Jezus. Nee, waarschijnlijk ziet ze helemaal niets. Haar gezicht kijkt naar de grond en van binnen voelt ze zich verlamd. En van buiten ook. Ze is bang. Ze heeft pijn. Ze gaat zitten (daar achterin) en luistert stil. Totdat…
Totdat Jezus haar ziet. Zijn oog valt op haar. En Zijn hart gaat naar haar uit. In die opeengepakte mensenmassa ziet Jezus heel bewust, daar achterin, die kromgebogen vrouw. Klein, onopvallend, maar Hij ziet haar. En natuurlijk niet zomaar toevallig, want de Heere Jezus weet en ziet alles. Hij is mens, maar Hij is ook God. De Alziende. De Alwetende. Hij ziet haar lichamelijk lijden. Hij ziet haar angst en verdriet. Hij ziet de strijd in haar hart. Omdat de duivel haar in zijn greep houdt.
Hij ziet haar. En Zijn hart gaat naar haar uit. En, vers 12: Hij roept haar tot zich. De Heere Jezus roept die vrouw die daar achterin zit, en kijk! Daar komt ze. Ze komt langzaam schuifelend naar voren. Kromgebogen, met een pijnlijk vertrokken gezicht. Ze komt zoals ze is.
En Hij (vers 12) zeide tot haar: Vrouw, u bent verlost van uw ziekte. U bent bevrijd. U bent verlost. De touwen waarmee de duivel u bond, zijn los. Nu. En Hij zet Zijn woorden kracht bij, legt Zijn handen op haar, net als bij de bloedvloeiende vrouw, en zo gaat ook nu kracht van Hem uit! En, zegt vers 13: Zij werd terstond (direct) recht en verheerlijkte God. De HEERE richt de gebogenen op.
Ons tweede punt:
Want, waarom doet de Heere Jezus eigenlijk zulke wonderen? Sommige mensen in die tijd dachten dat de Heere Jezus een soort wonderdokter was. Zoals de overste van de synagoge, die in vers 14 tegen de menigte mensen zegt: Er zijn zes dagen waarin je moet werken. Kom dan. In die dagen en laat je dan genezen. Maar alsjeblieft niet op deze dag, op de dag van de sabbat. Met andere woorden: Mensen, deze Man heeft ook gewoon een zesdaagse werkweek. Dan moet je op zijn spreekuur komen. Niet nu, alsjeblieft.
Sommige mensen denken (en dan heb ik het over deze tijd) dat de Heere Jezus nog steeds wonderen kan doen. En dat is ook zo. En vervolgens vragen zij zich af: Waarom beleggen wij eigenlijk niet een soort van genezingsdiensten voor zieken? Zeker, dat zei ik al, de Heere heeft nog steeds macht om zieken te genezen. En de Heere doet nog steeds wonderen. Tot op de dag van vandaag. Maar hier gaat het om iets anders!
De wonderen die de Heere Jezus hier doet zijn tekenen en bewijzen van het Koninkrijk. Het zijn tekenen van het feit dat het Koninkrijk van de Messias gekomen is. Het zijn bewijzen, dat Hij, Jezus van Nazareth, de Messias is! Dat Hij in de wereld gekomen is, om het Koninkrijk van Zijn genade hier op aarde te vestigen. Om de banden van de duivel te breken. Om de gevangenen vrijheid uit te roepen. En om onderdanen en slaven van de duivel van hem af te nemen. Om ze te brengen tot het Koninkrijk van Zijn liefde en genade.
En vanuit dat perspectief gedacht, hebben deze wonderen een geestelijke betekenis. Niet omdat we alles wat in de Bijbel staat geestelijk duiden of geestelijk willen uitleggen.
Maar het is zonneklaar dat deze wonderen ‘tekenen en bewijzen’ zijn. Ze laten zien hoe God Zijn genade geeft. En hoe Hij Zijn Koninkrijk bouwt in de harten en in de levens van mensen. Hoe doet Hij dat dan? Hoe werkt de Heere dan in levens van mensen? Nou, bijvoorbeeld zoals hier. Zo werkt de Heere. Zo kan Hij het Koninkrijk van Zijn genade vestigen en bouwen in de harten van mensen. Zoals hier staat. Laten we nog even terugkijken.
Zoals staat in vers 11. Hij ziet ze. Zo ook vanmorgen. De Heere ziet ze. Mensen die in geestelijke zin neergebogen gaan, kromgebogen zijn, gebonden door de duivel, die van binnen vol pijn, vol twijfel, vol uitzichtloosheid, vol van strijd, vol van geestelijke aanvechting en vertwijfeling. Hij ziet ze. Mensen die niet meer weten hoe het verder moet. Die moedeloos zijn. Die denken dat ze te slecht zijn. Die denken dat ze te veel en te zwaar gezondigd hebben. Mensen die denken dat er voor hen geen plaats is bij God.
Zij zeggen misschien wel in hun hart: De Heere? Nee, Hij ziet me niet. De Heere heeft me vergeten. De Heere heeft me verlaten. Hij heeft me verstoten. Ik weet niet hoe het ooit nog goed kan komen met mij.
Maar luistert eens… De Heere zegt iets anders! De Heere zegt in Jesaja 49: Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontferme over den zoon haars buiks? Ofschoon dezen vergaten, zo zal Ik toch u niet vergeten (Jes. 49:15). Nee, schrijft Mattheüs in Mattheüs 12:20Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en het rokende lemmet zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning., want: Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken en het rokende lemmet zal Hij niet uitblussen.
Dus Hij ziet u! Hij weet van u af. Hij weet hoe neergebogen u bent. Hij weet en ziet dat u geen uitweg ziet. Hij ziet uw leven. Zoals de dichter zegt: Krom van lenden, vol van druk, benauwd van hart. Zeer gebogen en verslagen, moe van het klagen gaat u al de dag in het zwart. Dat alles is voor de Heere niet verborgen. Want Hij weet en ziet alles.
Laten we nu eerst samen gaan zingen uit de psalm die ik zojuist aanhaalde, uit Psalm 38 vers 6 en 9: 'k Ben, door Uwe wet te schenden, Krom van lenden, Vol van druk, benauwd van hart.
En, vers 9: Maar wat klaag ik, HEER der heren? Mijn begeren
Gemeente, dit genezingswonder (zei ik) is een teken dat laat zien hoe God het Koninkrijk van Zijn genade bouwt in levens en harten van mensen. Hoe doet de Heere dat? Bijvoorbeeld zoals hier. Zo werkt de Heere.
a. Zoals staat in vers 11: Hij ziet ze. Mensen die kromgebogen zijn, mensen die neergebogen gaan.
b. En, dat is het tweede, vers 12: Hij roept ze tot zich. Kom tot Mij, u die vermoeid en belast bent. Innerlijke ontferming beweegt het hart van de Zaligmaker. En Zijn liefdevolle stem roept: Kom, mensen! Ben je ook al achttien jaar ziek en wordt het maar niet beter met je? Alleen maar slechter? Kom bij Mij! Want bij Mij alleen is rust.
Daar in de synagoge klonken en hier in de kerk vanmorgen klinken de woorden van Christus Zelf tot u, tot jou, die niet weet hoe het verder moet. Het is misschien aan de buitenkant helemaal niet te zien, maar hier van binnen kan het wel zo zijn: hopeloos, bestreden, uitzichtloos. Kom, zegt de Heere, tot Mij.
c. En dan… Dat is het derde, in vers 13. Dan zegt Hij: U bent verlost. Hij zegt niet: ‘Houd maar moed, hoor. Het zal ooit wel een keer zover komen.’ Nee, Hij zegt: Het gebeurt nu! U bent verlost. U bent bevrijd. Want de woorden van Christus, Zijn woorden van verlossing, zijn tegelijkertijd Zijn daden. Daar in de synagoge destijds en hier in de kerk nu, spreekt Christus woorden van bevrijding. ‘Ziel, troosteloze ziel, kromgebogen, onmachtig, Ik bevrijd u! Want Ik open de ogen van de blinden. Ik, Ik geef de gebondenen vrijheid. Ik maak de banden van de gebondenen los. Ik richt de gebogenen op. Want Ik heb voor u voldaan. Het is volbracht! U bent vrij. Uw schuld is uit Gods boek gedaan. Hij ziet geen van uw zonden meer aan. De Heere zal nooit meer op u toornen of schelden. Want Hij heeft al uw zonden achter Zijn rug geworpen.’
‘U bent vrij, want het recht van de heilige God, dat u zo beangstigde, is door Mij voldaan. Ik heb de echte helse pijn geleden. Ik heb de echte vloek gedragen. Ik heb uw zonden gedragen in Mijn lichaam, op het hout van het kruis.’
En de Heere zegt het niet alleen met woorden (ook nu niet), maar als Hij spreekt dan spreekt Hij met kracht! En dus legt Hij Zijn handen op haar. En ze staat overeind, rechtop!
Hoe vaak heb je zulke woorden niet gehoord? Zulke woorden als deze. En hoe vaak heb je ze niet gelezen in je Bijbel? En nooit kon en durfde je het geloven voor jezelf.
Maar nu (dat bid ik), nu valt de dominee weg. En nu staat Christus Zelf voor je. Sprekend tot je ziel: ‘Zoon, dochter, wees welgemoed. Je zonden zijn je vergeven. Wees verlost van je dodelijke kwaal.’
En Zijn stem raakt je ziel. En Zijn hand rust op je hart: Verlost! De strijd voorbij! De ongerechtigheid verzoend!
Dat is, lieve mensen, de diepste betekenis van de tekenen van het Koninkrijk van de Messias. Mensen worden verlost van de duivel. Hun lichamen en hun zielen worden gered en gebracht tot de vrede met God.
d. En het gevolg? Vers 13 zegt: Zij verheerlijkte God. Ze prijst Zijn grote Naam. Ze houdt Zijn Naam hoog. Ze geeft God de eer. En erkent daarmee ook dat de Heere Jezus God is. En dat Hij alle hulde waard is!
Je kan, als je dit hoort, een beetje je wenkbrauwen fronsen. Je kan denken… Je kan bij jezelf verschillende dingen denken.
Je kan (als eerste) denken: Komen tot Christus? Ja, maar een mens kan niks. Die kan niet komen! Als je dat denkt, dan zeg ik tegen u: Maar dat probleem ligt bij uzelf. Als je de dodelijke kwaal van je zonde zou kennen, en als je iets zou kennen van de liefde van deze Zaligmaker, je zou ongetwijfeld met al die onwil en met al dat onvermogen tot Hem vluchten. En u zou Hem alle eer geven van het feit dat Hij u opgemerkt, geroepen en aan Zijn voeten gebracht had. Dat probleem ligt bij u! U hebt geen oog voor uzelf. U hebt geen oog voor de liefde van Christus.
Je kan (als tweede) denken: Ja, dit is allemaal mooi, maar dit moet je gebeuren. Dit moet je een keer overkomen. En daar wacht ik dus maar rustig op. Ik zal niet ontkennen dat zondaars op Gods tijd door God geroepen en gebracht worden. Maar heden, nu, hier in de kerk, roept de Heere tot u, tot jou: Kom tot Mij! Hoor, luister, en je ziel zal leven.
Je kan (als derde) denken: Ja, dit waar we nu over hebben, dat is voor betrokken mensen. Voor mensen die echt bezig zijn met de dingen van de eeuwigheid. Ik moet eigenlijk eerst een beetje geschikter worden. Half beter. Niet krom, maar half krom. Mensen, vergis u niet. De Heere Jezus roept vanmorgen slechte mensen. Mensen met een hard hart, met een vijandig hart, met een dood hart. En Hij zegt tegen u: Kom!
Kom zoals u bent. In geestelijke zin verloren, mismaakt, onvermogend, gebonden. En Hij roept u vriendelijk, oprecht en welgemeend. Zoals de Spreukendichter ooit schreef: Gij slechten, hoelang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten? Keert u tot Mijn bestraffing (Spr. 1:22Gij slechten! hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten?,23). Keert weder, gij afkerige kinderen. Verbondsbrekers, weglopers, keer terug naar Mij. Ik zal uw afkeringen genezen (Jer. 3:22Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen. Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God!). Wendt u naar Mij toe, en wordt behouden (Jes. 45:22Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer.).
Je kan (als vierde) zelfs denken: Ja, maar al die mooie woorden over de liefde van de Heere Jezus en over Zijn roepstem (je kan zelfs denken!), ja, maar dat is eigenlijk toch niet echt serieus bedoeld. Dat is alleen maar uitwendige roeping... O ja? Gaat u dat straks, als u na uw leven staat voor Gods rechterstoel ook zeggen? Heere, U riep me wel keer op keer, ‘kom tot Mij, hoor, en uw ziel zal leven’, maar Heere, dat was toch alleen maar uitwendige…?
Nee, dat gaat u niet zeggen! Onbekeerde vrienden, stop toch om deze roepende en nodigende Zaligmaker tegen te spreken. Kom, wie je ook bent, hoe je ook leeft, wat je ook gedaan hebt, hier is de Zaligmaker. De Zaligmaker Die geschikt is en Die bereid is om de grootste van de zondaars te verlossen, te bevrijden uit de macht van de duisternis. De Heere opent de ogen van de blinden. En Hij richt de gebogenen op. Ik preek u Christus, de Gekruisigde. Die ondergegaan is in Gethsémané en op Golgotha, onder de vloedgolven van Gods toorn, om vijanden te redden van het verderf. Alstublieft, mensen, luister naar Zijn stem. En kom!
Ons derde en laatste aandachtspunt. We hebben het gehad over het wonder zelf, over de betekenis van het wonder. En nu nog als laatste:
Wat is het gevolg? Wat gebeurt er daarna? Nou, kijkt u maar in vers 14: En de overste der synagoge, kwalijk nemende dat Jezus op den sabbat genezen had, antwoordde en zeide tot de schare: Er zijn zes dagen in welke men moet werken; komt dan in dezelve en laat u genezen, en niet op den dag des sabbats.
Hij is uitermate verontwaardigd, die overste van de synagoge. Mensen, als je deze wonderdokter wilt consulteren, dan heb je daar toch zes dagen de tijd voor? Alsjeblieft, nu niet!
Op zich heeft hij een punt in die zin: wij mogen zes dagen werken en daarna rusten. De Joden destijds op de zevende dag, wij sinds de opstanding van de Heere Jezus op de zondag. Maar deze man heeft het doel van het sabbatsgebod niet begrepen.
Het doel, zoals bijvoorbeeld de profeet Micha dat beschrijft in Micha 6:8Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat eist de HEERE van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met uw God?, met deze woorden: De Heere heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is; en wat eist de HEERE van u, dan recht te doen en weldadigheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God? Waar is de sabbat, waar is onze zondag eigenlijk voor? Nou, de Catechismus vat het in Zondag 38 samen met: Eerstelijk, dat de kerkedienst, of het predikambt, en de scholen onderhouden worden, en dat ik, inzonderheid op den sabbat, dat is, op den rustdag, tot de gemeente Gods naarstiglijk kome, om Gods Woord te horen, de Sacramenten te gebruiken, God den Heere openlijk aan te roepen, en den armen christelijke handreiking te doen; ten andere, dat ik al de dagen mijns levens van mijn boze werken ruste, den Heere door Zijn Geest in mij werken late, en alzo den eeuwigen sabbat in dit leven aanvang.
Dus de sabbat, de zondag is er niet voor, om ons mensen te kwellen, maar om ons te richten op de dienst van God, op de dienst van onze medemensen en ook op onze dieren. Kijk maar naar vers 15: De Heere dan antwoordde hem en zeide: Gij geveinsde, maakt niet een iegelijk van u op den sabbat zijn os of ezel van de kribbe los, en leidt hem heen om te doen drinken? Met andere woorden, overste van de synagoge, ben je misschien de eigenaar van een os of ezel? Maar is deze vrouw dan minder dan een dier? Is ze soms niet lang genoeg ziek geweest? Moet de duivel haar nog een dag extra kwellen? Is de sabbat er niet juist voor om de werken van de duivel te verbreken?
Vers 16: En deze, die een dochter Abrahams is, welke de satan, zie, nu achttien jaren gebonden had, moest die niet losgemaakt worden van dezen band op den dag des sabbats? Opvallende woorden: zij is een dochter van Abraham... Ineens gaan we een glimp opvangen van Gods eeuwige, maar verder voor ons verborgen raad. Als de Heere laat blijken: Ze is een gekende, door de Vader. Een van eeuwigheid verkorene. Die (staat er) losgemaakt moest worden. Dat lag vast in Gods raad. En dat zou gaan gebeuren. En dat is nu gebeurd.
En dus (dat zegt de Heere Jezus eigenlijk), als u, overste van de synagoge, eigenaar bent van een os of van een ezel, en als u dat beest laat drinken op de sabbatdag, mag ik, Jezus, die de Eigenaar ben van dit verloren schaap, haar dan vandaag niet losmaken uit de macht van de boze?
Want worden de macht en de liefde van Christus, terwijl Hij op weg is naar Jeruzalem om daar te gaan lijden en sterven, hier veracht en miskend door die overste van de synagoge. Kinderen, jongens en meisjes, als de Heere liefdevol klopt op de deur van je hart, zal je dan niet doorgaan? Als de Heere tegen je zegt (wat Hij zo vaak zegt), laat de kinderen tot Mij komen, ga dan alsjeblieft niet door! Doe dan niet je vingers in je oren, maar kom zoals je bent.
Wat wordt de liefde van Christus hier miskend en verdacht gemaakt door de overste van de synagoge. Pas op, volwassenen en ouderen, dat u dat ook niet doet. De nodiging van Christus verachten en het woord van het Evangelie bekritiseren, zoals deze overste van de synagoge dat doet. Christus zegt: Kom tot Mij. Maar u zegt: Ja, maar wacht, dat gaat zomaar niet. Weet wat u doet, lieve mensen!
Hier ligt trouwens ook een praktische les als het gaat over de invulling van onze zondag. De zondag, deze dag, is niet om te slapen, is niet om te recreëren. De zondag is een dag om naar de kerk te komen. En zelfs deze vrouw blijft niet thuis. Er zijn mensen die gemakkelijker thuisblijven uit de kerk dan deze vrouw. Er zijn mensen die denken: zondag is eigenlijk een mooie dag om even rustig bij te tanken. Dan kan ik er maandag weer volop tegenaan. Of: de zondag is eigenlijk de meest geschikte dag om ziek te zijn en even stevig bij te slapen. Dan ben ik morgen weer fit.
Niet doen, mensen. Je steelt Gods dag. Laat ons leven gekenmerkt zijn door wat staat in Psalm 26: Hoe lief heb ik, o Heere, Uw woning? Een dag vol vreugde en blijdschap, gericht op de eer van God, gericht op de dienst van God. En ook een dag, dat lezen we hier, om goed aan onze naasten te doen. Dan kan je verschillende dingen denken, maar zeker ook aan de zorg voor zieken, voor mensen met beperkingen en voor ouderen. Vult u het zelf maar in.
Maar als eerste (en daar kunnen we echt niet omheen) een dag om trouw naar de kerk te komen. Jezus Zelf was in de synagoge. En deze zieke vrouw was in de synagoge. En die gewoonte wil de Heere rijk zegenen.
De dienst is voorbij. Deze dienst ook bijna. De mensen gaan allemaal weer naar huis. Verschillende soorten mensen met verschillende soorten harten. Zoals straks ook hier, verschillende mensen met verschillende harten de deur uitlopen. Kijk maar in vers 17: Als Hij (Jezus) dit zei, werden zij allen beschaamd die zich tegen Hem stelden. En al de schare verblijdde zich over al de heerlijke dingen die van Hem geschiedden.
Dus er zijn mensen die beschaamd zijn. Dat zijn de tegenstanders van Jezus. Iets heeft hen van binnen geraakt. Maar buigen doen ze niet. Gaat u straks ook zo naar huis? U voelt, en u hebt het gevoeld in uw hart: Ik ben een vijand van vrije genade. Ik voel me veel te goed, om als een arme zondaar voor God te buigen.
Dat wil ik niet. En u ergert zich diep in uw hart ook aan de vrije nodiging van het Evangelie. Ja, u schaamt u wel een beetje, net als de mensen hier. Ze werden allen beschaamd die zich tegen Hem stelden. Eigenlijk schaamt u zich ook. Maar toch gaat u door…
Lieve vrienden, kom terug. Je kunt met een vroom hart, dat zichzelf goed vindt en dat alleen maar uiterlijk voorbeeldig lijkt, God niet ontmoeten. Leg de wapens van je verzet nu neer. U wordt vriendelijk genodigd. Christus klopt op de deur van uw hart en zegt (en het zijn eerlijke woorden!): U bent in geestelijke zin arm, ellendig, blind en naakt. Hoewel u in uw hart denkt dat u rijk en verrijkt bent… Ik raad u, schrijft Johannes, dat u uw ogen zalft met ogenzalf, opdat u zien zal. Met andere woorden, mensen, ga zo niet door, maar kom en keer terug tot God. Zijn vijanden zijn beschaamd…
Zijn vrienden zijn blij. Al de schare verblijdde zich over al de heerlijke dingen die van Hem geschiedden. Matthew Henry, de bekende bijbeluitlegger, schrijft daarover: De dingen die Christus deed waren heerlijke dingen en wij moeten ons daarover verblijden.
Maar…, er was er maar één die God verheerlijkte. Want? Waarom? Jezus zag haar zitten, achter in de synagoge. En Hij riep haar tot zich en zei: Vrouw, u bent verlost van uw ziekte. En Hij legde de handen op haar. En ze werd terstond weer recht en verheerlijkte God.
Als dat vanmorgen door het spreken van de Heere en Zijn genade ook de werkelijkheid is van uw of jouw hart, ga dan zo meteen ook zó naar huis. Verheerlijk dan God!
Amen.
Slotzang Psalm 31:17,18,19
Geloofd zij God, Die Zijn genade Aan mij heeft groot gemaakt; Die voor mijn welstand waakt: Zijn oog slaat mij in liefde gade; Hij wil mij heil bereiden; Mij in een vesting leiden.
Andere preken over Lukas
Andere preken voor Genezing