21 juli 2024
Mattheüs 13:45-46: Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk een koopman die schone parelen zoekt; Dewelke hebbende één parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had, en kocht dezelve.
INLEIDING
Een koopman zoekt kostbare parels, en vindt onverwacht een Parel van grote waarde: Christus Zelf. Hij verkoopt alles wat hij heeft, ook zijn eigen pareltjes, om Hem te kopen. Zien alleen is niet genoeg; men moet Hem persoonlijk bezitten. De prijs is: alles van uzelf afstaan. En wie zo alles kwijtraakt, ontvangt de Parel om niet, uit genade, en heeft daarmee werkelijk alles.
De parel van grote waarde
MATTHEÜS 13:45-49
45 Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk een koopman die schone parelen zoekt;
46 Dewelke hebbende één parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had, en kocht dezelve.
47 Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk een net, geworpen in de zee, en dat allerlei soorten van vissen samenbrengt;
48 Hetwelk, wanneer het vol geworden is, de vissers aan den oever optrekken, en nederzittende lezen het goede uit in hun vaten, maar het kwade werpen zij weg.
49 Alzo zal het in de voleinding der eeuwen wezen; de engelen zullen uitgaan en de bozen uit het midden der rechtvaardigen afscheiden,
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Mattheüs 13:45-46
THEMA
De parel van grote waarde
AANDACHTSPUNTEN
Gemeente, de tekst die wij vanmorgen in deze dienst samen overdenken, kunt u vinden in Mattheüs 13: 45 en 46: De gelijkenis van de parel van grote waarde. Mattheüs 13: 45 en 46, waar we het Woord van God als volgt kunnen lezen. Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone paarlen zoekt, dewelke, hebbende een parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had, en kocht dezelve.
Het thema voor de preek is: De parel van grote waarde We letten samen op: 1. Een koopman die zoekt 2. Een koopman die vindt 3. Een koopman die verkoopt 4. Een koopman die koopt Een parelkoopman die zoekt, die vindt, die verkoopt en die koopt. Als eerste dus:
Want er staat: Wederom, ook is het koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman. ‘Het koninkrijk der hemelen is gelijk’. Moeilijke zin, jongens en meisjes. Het betekent: ‘zo gaat in het Koninkrijk van God, in de dienst van de Heere’. Zo gaat het als de Heere werkt in harten van mensen. Hoe? Hoe gaat dat dan? Nou, dat staat hier. Dat lijkt precies op een koopman die parels zoekt.
Parels, je weet wel, van die hele mooie, kleine, gladde, glimmende bolletjes die je aan een ketting kunt dragen, aan een parelketting. De meeste parels (ja, ze zijn natuurlijk wel mooi, maar) de meeste parels tegenwoordig zijn niet echt. Het zijn geen echte parels. Ze zijn gemaakt van kunststof of van plastic. Ze zijn nagemaakt. Natuurlijk, ze zijn nog steeds wel heel mooi en je kunt ze ook aan een ketting dragen, maar echte parels zijn anders. Die zijn heel erg duur.
En vroeger in de tijd van de Bijbel waren ze nog veel duurder dan nu. Duurder dan goud. Verschrikkelijk duur. Want hoe kwam je aan die parels? Groeiden die aan een boom?
Nee, die parels die groeiden wel, maar die groeiden op de bodem van de oceaan. Op de bodem van de Indische Oceaan, heel ver hier vandaan. Daar liggen schelpen, pareloesters: twee schelpen tegen elkaar, met middenin een gekarteld randje. En daar, als je er in zou kijken, dan zie je ze zitten: parels. De Schepper, God, maakt parels, diep in de zee. Helemaal af: wit, glanzend, glimmend, mooi, rond, perfect, volmaakt. Want een diamantje (die je bijvoorbeeld kunt dragen aan een ring), die is nog geslepen, door een kunstenaar, door mensenhanden. Maar een parel is het werk van Gods hand.
Vroeger werden die parels een voor een opgedoken door een parelvisser. Met een net (om die oesters, om die schelpen in te doen) en een steen (want dan zakte dat net tenminste snel naar beneden als die parelvisser naar beneden zwom), zo zwom hij naar de bodem van de zee. En zo haalde hij die parels naar boven. Dat was gevaarlijk werk. Want hij had geen duikerspak, geen zuurstof, geen snorkel. En daar beneden was het gevaarlijk, want daar zwommen vaak haaien. Dus gebeurde het nog weleens dat die parelvisser niet meer boven kwam, of niet meer helemaal boven kwam.
Parels waren duur, kostbaar, zeldzaam. Er waren kleine pareltjes, maar er waren ook grotere. Hoe groter zo’n parel was, hoe duurder. Als een parel zo groot was als een walnoot of als een kastanje, dan was hij eigenlijk te duur om te betalen. Zo’n parel was alleen maar voor een koning of voor een keizer die heel erg rijk was.
Parels, soms zijn ze in de Bijbel een beeld van weelde en overdadigheid die niet past bij ons, christenen. Het past ons niet, zegt het Nieuwe Testament, om ons uitbundig te behangen met sieraden. Want matigheid en eenvoudigheid zijn het sieraad van een christen. Maar, parels (in het Oude Testament ‘robijnen’ genoemd) zijn in de Bijbel vooral het beeld van de vreze des HEEREN, van het dienen van de Heere. Met een nieuw hart, met een (en daar wijst dat glanzende, dat gladde, dat mooie op), met een heilig hart. Daarnaar, zegt de Spreukendichter in Spreuken 2, moeten wij zoeken, meer dan naar verborgen schatten.
Nou, dat doet hij, die koopman. Hij zoekt parels. Hij zoekt ze. Hij gaat niet zelf zwemmen en vissen, maar hij zoekt ze. Hij struint alle markten, vissers en winkeltjes af op zoek naar parels. Niet alleen in Israël, maar ook verder weg. Dat blijkt uit het Griekse woord wat gebruikt wordt. Hij reist over de zeeën, wij zouden zeggen, naar heinde en ver, op zoek naar parels. Het gaat hem alleen om parels. Er waren ook kooplui, die kochten niet alleen parels, maar ook goud en zilver en edelstenen, maar dit is een echte parel-specialist. En hij zoekt (dat staat er), schone, dat betekent mooie parels. Hij is echt een kenner. Hij heeft er heel goed oog voor, voor wat echt en mooi is. Hij laat zich zeker niet bekopen, want hij weet precies wat hij hebben moet.
Die koopman is een zoekend mens. Zoeken, parels zoeken, dat is zijn leven. Daar is hij altijd mee bezig, met dat ene ding: parels zoeken.
Hij verdoet zijn tijd niet met allerlei vormen van ontspanning en bezigheid. Wij zouden zeggen met boeken lezen, met films kijken of met zijn hobby. Nee, hij zoekt. En hij zoekt ook niet zomaar iets, niet iets alledaags of ordinairs, niet iets dat zomaar voorbij gaat. Maar hij zoekt iets heel moois. Iets heel kostbaars, wat voorlopig in ieder geval blijft en wat waardevast lijkt: parels.
En hij zoekt met grote inspanning. Trouwens, hij heeft er ook heel veel verstand van. Hij is echt een specialist. Hij weet precies waar hij het over heeft. Hij weet precies welke hij moet hebben en hij kan je er alles over vertellen. En als hij nu zou leven, dan zouden we zeggen: hij kan direct een echte parel onderscheiden van een namaakparel, van zo’n kunstparel.
Druk is hij, met zoeken. Even tussendoor, waar bent u druk mee? En wat zoekt u? Wat zoeken jullie, jongens en meisjes? En waar zoekt u? Zoekt u het in uw werk, in uw carrière? Nee, zegt u, ik ben veel meer een denker. Zoekt u het in de wetenschap? Nee, zegt u, ik ben veel meer een levensgenieter. Zoekt u het in verstrooiing, in vermaak, in eten en drinken? Nee, zegt u, ik ben een gezelschapsmens. Zoekt u het in huiselijkheid en gezelligheid? Wat zoeken jullie, jongens en meisjes? Je zegt: als ik groot word, dan wil ik politie worden, brandweer, dokter, zuster… Zoeken, druk met zoeken…
De parelkoopman zoekt ook. Daar is hij druk mee. Hij zoekt hele mooie, hele edele dingen. Hij gaat niet voor het alledaagse, voor het ordinaire, voor het platvloerse. Nee, hij zoekt iets anders. Je zou kunnen zeggen hij zoekt het hogerop. Wij zouden misschien zeggen: die man die zoekt deugden als waarheid, eerlijkheid, oprechtheid, netheid, vroomheid en echtheid.
En met wat hij gevonden heeft, kan hij weer verder. Want die parels kan hij weer ruilen of verkopen. En zo maakt hij winst. En van die winst kan hij weer grotere parels kopen. En zo gaat zijn handel door, zo gaat de zaak vooruit. En dat moet ook.
Hij lijkt misschien wel een beetje op ons… kerkmensen. Zoekers als we zijn, bezig om vooruit te gaan. Nee, natuurlijk niet bezig met het wereldse, met het ordinaire, met het alledaagse, maar met parels... Nee, wij lijken niet op de man die de (dat is de gelijkenis hiervoor) schat in de akker vindt. Die zoekt helemaal niet, die zoekt nergens naar. Ik moet denken aan wat Jesaja zegt: Ik ben gevonden, zegt God, door degenen die naar Mij niet zochten. Hij is bezig in zijn akker met zijn hakbijl en dan ineens vindt hij een schat. Maar hij zocht hem niet.
Misschien lijkt u wel een beetje op die parelkoopman, die zoekt wel. Hij zoekt en, dat is het tweede punt, hij vindt.
Maar wat hij ook zocht, dit zocht hij niet, dit verwachtte hij niet. Dit verwachtte hij nooit. Zo’n grote parel, zo’n dure, zo’n kostbare. Nooit gezocht ook trouwens. Nooit gedacht, nooit geweten dat er zo’n grote, zo’n kostbare parel bestond. En het is niet alleen een hele mooie parel. Het is vooral ook een hele dure, een hele kostbare parel, een parel van grote waarde! Ineens ziet hij hem. Op een markt bij een kraampje of bij een visser thuis: geweldig!
Ooit gemeente, ik weet het (u ook), was er in uw leven een moment. Misschien was het wel hier op de plaats waar u nu zit. Ineens…, de Parel van grote waarde, Jezus Christus, werd voor uw ogen getekend, voor u geschilderd, als de Gekruisigde, als de Gestorvene en als de opgestane Heere en Zaligmaker. En u zag Hem…, de Parel van grote waarde. En (u weet het nog) u pinkte een traantje weg uit uw oog. Het raakte uw hart. Uw gemoed schoot vol. Wat een waarde, wat een geluk, wat een heerlijkheid! Misschien nu wel, vanmorgen, als ik voor uw ogen schilder de heerlijkheid van die hemelse Parel van grote waarde, Jezus Christus, de Zoon van God. Met de Vader en de Heilige Geest, een enig God, Die leeft en regeert tot in eeuwigheid. Christus, Die mens wilde worden op deze aarde. In diepe vernedering. Die gebroken wilde worden in Gethsémané, Die gehangen wilde worden aan een kruis. Zijn liefde voor een verloren wereld brak Zijn hart. En een speerstoot in Zijn zijde, in Zijn hart, deed daar bloed en water uit spatten. Het Lam Gods is de Parel van grote waarde.
Of…, of ziet u geen waarde in Hem? Ziet u geen heerlijkheid in Christus? Wat ben je dan een door en door ellendig mens! Christus wordt door het Woord voor uw ogen getekend en geschilderd, een Parel die glinstert. Maar het raakt uw hart niet. U zoekt Hem niet. U ziet Hem niet. U hebt geen oog voor de schat die blijft tot in eeuwigheid. Wat baat het u toch als u heel de wereld wint, maar u lijdt schade aan uw ziel, omdat deze Parel van grote waarde niet uw eigendom is?
Maar ik weet, er zijn ook zoekers, parelzoekers onder u, die in het verleden onverwachts stonden of nu staan op de markt van vrije genade en zeggen: ‘kijk, dat is Hem! Hem, Jezus Christus, moet ik hebben voor de redding van mijn ziel.’ En het wordt u toegeroepen en ik roep het u toe: Christus is alles! En u zegt: ‘ja, kijk! Hij is meer waard dan het fijnste goud op aard.’ En u verwondert u… En u doet wat de meeste mensen doen op de markt. Zoals overal ter wereld… Misschien hebt u het wel eens meegemaakt, vooral in het Midden-Oosten. Waar verkopers, met niet te verbergen minachting, ons als marktgasten toevoegen: ‘Nederlanders, kijken, niet kopen! Alles gratis zeker!’ Kerkmensen: zien, kijken, maar niet kopen. U ziet het, en u hebt Hem gezien, de Parel van grote waarde. Hij is voor uw ogen, zegt Paulus, geschilderd door het Woord van het Evangelie. En u kijkt verwonderd…, en u loopt door! Zoals miljoenen doorlopen! Wel kijken, niet kopen. U niet bewust van het dodelijke gevaar, dat het heden - misschien wel op deze morgen - de laatste gelegenheid is voor u om te kopen. En dan is het voorbij.
Dan wordt de markt opgeruimd, de markt van het Evangelie, de markt van vrije genade, en dan is het voorbij. En dat, terwijl het echt gratis is. U hoeft geen geld uit te wegen. Kom, zegt het Evangelie, kom, koop zonder geld en zonder prijs, wijn en melk.
Onze derde gedachte:
U ziet het in gedachten wel voor u, al die mensen op de markt… Ja, en bij dat ene kraampje, daar stromen de mensen toe. En iedereen kijkt, en iedereen bewondert die prachtige parel. Sommige mensen hebben het snel gezien. ‘k Heb geen interesse in parels. Ze lopen door. Anderen zeggen, en misschien bent u dat wel: zeldzaam zeg, maar zoveel geld heb ik niet. Dat ding is veel te duur! Als ik die parel koop, dan kan ik dit niet meer doen, en dan kan ik dat niet meer doen. Dat kost mij mijn hele levensstijl. Nou, dat zal thuis ook niet echt gewaardeerd worden. Die mensen lopen langzaam door.
En daartussen die hele groep van mensen staat onze koopman…, die parels, mooie parels zoekt. En iets in zijn binnenste zegt: ‘dit is hem, die moet je hebben. Als je die hebt, dan heb je alles.’ Wonderlijke parel. Door geen mensenhand gevormd. Gods werk, nooit gezocht, maar gebracht op zijn pad. Zo’n parel heeft hij nooit verwacht. Van zo´n parel heeft hij nooit gehoord.
En dan, dan die wonderlijke verandering in zijn hart. Hoe moet ik het zeggen. Die grote omkering van waarde. Dan wordt alles in zijn leven anders. Het zien van die parel zet alles in een ander licht. Hij was tevoren zo gehecht aan zijn zakelijke vermogen, aan al de pareltjes die hij zelf had gevonden en zelf had verhandeld. Hij was zo gehecht aan zijn goede handel, aan zijn gemaakte winsten, en nu…? Alles verbleekt. Het is allemaal niets vergeleken met die parel van grote waarde. Die schittert, en de rest verbleekt. Verborgen werk van God. In dit leiden tot, in het aanbieden van, in het brengen tot die parel. Verborgen werk van God, ja vooral ook in het veranderen van zijn hart. Die grote omkering van waarde in zijn binnenste. Alles wordt anders.
Kent u dat? Kijk eens eerlijk in uw hart. Kent u dat, dat u zegt: ‘Ik was altijd wel netjes, maar als ik eerlijk ben, heb ik toch nooit God gezocht en nooit een Zaligmaker nodig gehad. En toen, toen kwam God in mijn leven. En toen veranderde alles. Toen zag ik Hem, de hoge en de heilige en de rechtvaardige God. Toen zag ik Christus, met de Wet in Zijn handen. En alles wat ik dacht te hebben, dat verbleekte in een enkel moment. En wat Hij had, dat schitterde! O, en toen wist ik het. Dat heb ik nodig. Hem heb ik nodig! Voorheen voelde ik me rijk, schatrijk, maar ineens werd ik arm, straatarm. Want Hem, de Parel van grote waarde, Jezus Christus, Hem had ik niet.’
Zoekt en u zult vinden. Dat is waar. Het is opdracht en tegelijkertijd belofte. Zoekt en u zult vinden. En wat vind je dan? Dat wat je nooit hebt gezocht. Het is genade, het is Gods werk. U zegt: ‘dat klopt niet, dat is niet logisch.’ Dat klopt, dat is ook niet logisch. Maar het is wel waar, want zo staat het in de Bijbel.
En hij ging heen en verkocht, zo staat er, alles wat hij had. Een nieuw geboren, een wedergeboren mens, breekt met het oude. Er komt een breuk. Het oude leven is voorbij. Echt waar! Alles gaat in de verkoop. En er valt een besluit. Want het is niet genoeg om de Schat gezien te hebben. Mijn hart zegt, ik moet Hem hebben, voor mezelf, voor mijn eigen hart en leven. Daar ligt trouwens wel een les en een waarschuwing in. ’t Is niet genoeg dat u de Schat hebt gezien in Zijn schoonheid, in Zijn aantrekkelijkheid, de Parel van grote waarde in Zijn heerlijkheid. U moet Hem hebben, als uw HEERE en Zaligmaker.
Nu deze koopman die Parel van grote waarde gezien heeft, nu hij een hartelijke betrekking heeft in zijn hart op Hem, op die Parel, nu verkoopt hij alles wat hij heeft: zijn huis, zijn meubels, alles. Ook zijn…? Ja, ook zijn eigen kostbare pareltjes. En hij doet het heel resoluut. Hij aarzelt niet, hij wacht niet, hij gaat er niet een week over nadenken. Hij doet het, direct! Hij doet het ook niet al huilend van verdriet. Nee, want er is hoop in zijn hart. Hij heeft de kostbaarste parel gezien die op de wereld bestaat.
Dat hart, waarin de Heere werkt (zo gaat het in het Koninkrijk der hemelen, zo werkt de Heere in het hart van mensen!), daarin verandert echt alles. Vroeger? Naar de kerk? Nou ja, het wordt natuurlijk wel een beetje van je verwacht. En soms is het wel interessant, wel aardig, wel gezellig met elkaar. Maar nu, zeg ik: ‘Ik was liever in mijn Bondsgods woning een dorpelwachter (wij zouden zeggen: een conciërge), dan gewend aan de ijdele vreugd in de tent van de bozen. Vroeger dacht je: wat zou het toch mooi zijn, als ik later rijk zou worden, als ik later een hele mooie carrière zou maken. En nu zeg ik: ‘Uw Woord, dit Woord, je Bijbeltje, is begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud.’ Vroeger was ik een tevreden kerkmens: gedoopt, netjes opgevoed, netjes levend, belijdenis gedaan… Maar nu zeg ik, nu alles anders geworden is in mijn leven: ‘ik vergeet wat achter is, en ik strek mij tot hetgeen voor is, en ik jaag naar het wit van de prijs der roeping Gods die van boven is, in Christus Jezus. Want Hem moet ik hebben!’
Alles krijgt een andere waarde, als je de Parel van grote waarde, de Heere Jezus, hebt gezien. Het is alsof in de winkel overal een ander prijskaartje, een ander prijsstickertje op is geplakt. En de Parel die je hebt gezien, wordt steeds waardevoller. Christus Jezus gaat steeds meer schitteren, in Zijn heerlijkheid, in Zijn volmaaktheid. Schitterend als een Parel in Zijn weergaloze liefde, waarmee Hij voldaan heeft aan het Goddelijke recht. Waarmee Hij wilde staan in de plaats van Zijn verloren Bruidskerk. Met Zijn Zelfopofferende liefde, voor vijanden, voor goddelozen.
Het wordt steeds meer waar in mijn hart. Ik durf het misschien nog wel niet hardop met woorden te zeggen, maar dan zegt mijn hart het in stilte: ‘Hij is mijn Liefste, blank en rood, Hij is veel schoner dan de mensenkinderen, want er is op Zijn lippen genade uitgestort, voor zulk soort mensen als ik ben’. Christus gaat steeds meer schitteren.
Maar de zonde…? Alles krijgt een ander prijskaartje: de zonde wordt waardeloos. Weg ermee! Ja, maar dat doet wel pijn van binnen, want de zonde van binnen, dat ben ik eigenlijk zelf. Genot, plezier, nuttig tijdverdrijf? Astarte, Baäl, de afgoden? Weg ermee! Ja, het doet ook pijn van binnen, want ik wil dat eigenlijk allemaal niet kwijt. Het is een gevecht in mezelf, om mezelf, met mezelf, tegen mezelf, want ik wil het niet opgeven. Eer, aanzien van mensen? Waardeloos! Ja, maar toch, mijn hart wil het niet opgeven. De Heere Zelf moet het van me afnemen, van me afpakken en me laten zien dat het waardeloos is. Hij moet het als het ware van me losscheuren.
En dan, ja eigenlijk is dat het allermoeilijkste, dan die andere parels. Die parels die ik ooit zelf gekocht heb. Die ik heb van mezelf. Daar heb ik zo mijn best voor gedaan. Het kost me zoveel moeite, zoveel pijn. Ze lijken zo mooi. Ik heb er zo hard voor gewerkt. Dit was mijn toekomst. Dit was mijn troost. Dit was mijn pensioen, dit was mijn oudedagsvoorziening. Je kijkt…, je kijkt… naar je eigen parels… Nee, die wil ik toch niet kwijt. Totdat de Heere zelf er een ander prijskaartje aan hangt, en nieuw stickertje: 0 euro, die ook, en die ook: nul, nul, nul! Waardeloos, rommel, vuilnis. ’t Is van mezelf, en dus: weg ermee! Dan stamel je Paulus na, die zegt in de Filippenzenbrief: Ja, gewis, ik acht ook alle dingen (mijn liefde, mijn ijver, mijn netheid, mijn vroomheid, mijn eigen gerechtigheid), ja, ik acht alle dingen schade, verlies, geen winst maar verlies. Schade en drek! Mest, vuilnis! Om? Ja, om de schittering van die Parel van grote waarde. Om de uitnemendheid van Christus Jezus. Gelukkige verkoper, die de Heere alles uit handen neemt, die alles kwijt raakt door al zijn eigen waardeloze rommel in te leveren, voor de Schat, voor de Parel van grote waarde! Vrij, gratis, voor niets.
Dan gemeente, bent u pas echt gelukkig. En dan is uw ziel pas echt veilig voor de eeuwigheid. Als u de Parel hebt. Als u Christus hebt. Want, ja, en dat begrijp ik ook wel, je kunt je een gelukkig mens voelen, ten dele tenminste, als je de Schat hebt gezien en als je bezig bent je zaak in de verkoop te doen. Maar, lieve mensen, het is niet genoeg. Dat is het grootste gevaar voor een ontwaakte, voor een wakker geworden, onrustige zondaar. Ik verkoop, ja, ik verkoop wat ik kwijt wil, behalve… die laatste eigen pareltjes. Bedenk gemeente, deze Parel van grote waarde is een ondeelbaar goed. U hebt Hem helemaal of u hebt Hem helemaal niet. En daar zit geen millimeter tussen. En de prijs van die Parel is zo groot, dat Hij voor niets minder over de toonbank gaat: u moet alles van uzelf inleveren. En vooral u zelf. U zegt: ‘ja, maar dan heb ik dus helemaal niets meer.’
Ja, dat klopt. U zegt: ‘ja, maar dat wil ik niet.’ Dat weet ik. Dat wilde ik ook niet. U zegt: ‘ja, en dat kan ik ook niet.’ En dat klopt ook. We hebben zo de armmakende genade van God nodig. We hebben zo nodig dat de Heere ons alles afneemt. Ook en vooral dat, wat we toch stiekem tot het laatste toe vast willen houden.
Maar beste vrienden, het wordt zo’n wonder en het gaat zo meevallen als je alles loslaat. Als je alles kwijt raakt. Als alles je afgenomen wordt. Dan ben je alles kwijt. Maar dan val je als een verloren zondaar in de handen van een genadige God. Je houdt als een failliete bedelaar je hand op: Ik heb niets Heere. En God Zelf legt de Parel van grote waarde in je handen. Dan heb je alles.
Geef dan alles van uzelf maar af. En ontvang de Parel van grote waarde om niet, zonder geld en zonder prijs. Wij gaan samen zingen voordat we verdergaan met het vierde punt: Psalm 49:4Mijn mond zal enkel wijsheid spreken, en de overdenking mijns harten zal vol verstand zijn. Al zegt zijn hart: "Mijn huis zal eeuwig staan, Van kind tot kind gedurig overgaan"; Al heeft hij 't land, waarop zijn trotsheid roemt, Zijn grootsheid bouwt, naar zijnen naam genoemd; 't Is alles wind, waar zich zijn hart mee streelt; De mens, hoe mild door 't aards geluk bedeeld, Hoe hoog in eer, in macht en staat verheven, Vergaat als 't vee, en derft in 't eind het leven.
Even een paar dingen, jongens en meisjes, let even op, drie dingen. a. Als eerste dit: Het zien van de Parel van grote waarde, de Heere Jezus, is niet genoeg. Daar heb je uiteindelijk niets aan. Dat is precies hetzelfde als wat je wel eens ziet bij de speelgoedwinkel, bij Intertoys of bij Bart Smit. Je ziet daar wel eens van die kinderen lopen, die kijken, vol verbazing naar al dat prachtige speelgoed. Ze vergapen zich aan al dat moois in de winkel, de hele winkel rond. En uiteindelijk… lopen ze naar buiten en ze hebben niks. Alleen gekeken, maar niets gekocht.
Het is niet genoeg om te denken over de Heere Jezus, om te luisteren naar verhalen over de Heere Jezus. Dat is echt niet genoeg. Je moet Hem hebben. Je moet de Parel van grote waarde hebben: in je hand, in je hart. Dan pas heb je alles. En ik weet het, want ik ben precies hetzelfde: wij willen eigenlijk onze eigen pareltjes, de dingen van onszelf vasthouden. De dingen die we zo mooi vinden, maar… je hebt echt de Heere Jezus en Hem alleen nodig. Je hebt, om het anders te zeggen, een nieuw hart nodig. Nieuwe ogen om te zien, hoe kostbaar die grote Parel is, hoe waardevol de Heere Jezus is. Je hebt nieuwe oren nodig om te luisteren naar het Woord van de Heere God. Een nieuw hart en een heel nieuw leven. Het is niet genoeg om Hem te zien. Je moet Hem hebben.
b. Het tweede wat ik tegen jullie wil zeggen is dit: Je kunt, en dat kon de koopman ook niet, je kunt de Parel niet samen met iemand anders kopen. Wij zeggen (en dat bedoelen we daar altijd mee zeggen): het is iets heel persoonlijks. Je kunt het niet samen delen. Want er staat niet dat die koopman nog even ging overleggen met andere koopmannen en met zijn buurman en dat ze samen het geld bij elkaar gebracht hebben en toen die Parel gingen kopen. Nee, iedereen heeft die Parel, de Heere Jezus Christus, persoonlijk nodig voor zijn eigen hart. Je kunt, anders gezegd, niet meeliften met papa of mama. Je kunt niet zeggen: papa heeft een nieuw hart en mama ook, dan zal het met mij misschien ook wel goed komen. Echt niet! Je moet zelf de Heere kennen.
c. Het derde is: Misschien zeg je bij jezelf: ja maar, ik denk dat die schat voor mij te duur is. Maar dat is niet waar. Iedereen kan hem betalen! Want wat kost Hij? Alles wat je hebt, al je slechtheid, je slechte hart, je zonde, je slechte gedachten en verder helemaal niets! En daarom kunnen ook jullie, jongens en meisjes, die Schat krijgen. Daarom moet je Hem zoeken. Dat is de betekenis van de gelijkenis. Die koopman die zoekt. Zoek eerst het koninkrijk van God en alle andere dingen zullen je toegeworpen worden.
U zegt: ‘ik doe een bod!’ Nee, afgewezen! Er is maar één prijs! Alles wat u hebt, alles verlaten en Hem volgen. En alles wat het leven met God in de weg staat wegdoen, opgeven en afstaan. En daar zit de knoop. En dat weet u zelf ook. U wilt iets achterhouden van u zelf. Maar, pas op, dat wordt uw dood.
U zegt: ‘nou, dan moet ik er eerst over nadenken. Ik moet er toch over nadenken: Is Hij, Christus, mij die prijs wel waard?’ Ik zeg u, als u Hem kende, zou u er geen twee keer over na hoeven te denken. U zou Hem direct willen. En ik bied Hem u aan met de woorden van het Evangelie: Dit is de meest gunstige koop, de meest gunstige ruil die u ooit is aangeboden. Voor al uw eigen rommel, uw eigen gemaakte geloof en voor al uw zonden en schuld mag u Hem hebben, voor niets! Christus, Zijn heiligheid voor uw onheiligheid. Zijn heilige gedachten en Zijn heilige Woorden voor uw onheilige woorden en onheilige gedachten. Een zweepslag op Zijn rug, voor iedere zonde van u. Zijn liefde voor uw haat. Zijn dood voor uw leven. Hij in de plaats van uw schuld. Dit is de Weg, een andere weg is er niet. Als u Hem aanneemt, zult u zalig worden. En als u Hem verwerpt en veracht, blijft de toorn van God op u. God geve door Zijn genade dat u op deze morgen de koop zal doen. Een Zaligmaker om niet, Die u kan verlossen en verlossen zal van het grootste kwaad en brengen tot het hoogste goed. Nooit zult u een moment spijt hebben van die koop. Kijk maar, die koopman, ’t is zijn laatste koop geweest. Hij is nooit meer teruggekomen om te ruilen.
Kind van God in ons midden, u mocht door Gods genade ruilen, wees maar eerlijk, u wilde ook niet alles afgeven. Maar de Heere nam het u uit handen. En de koop is geslaagd: alles kwijt en Jezus Christus gewonnen. Verhef en verheerlijk God de Vader, die deze Parel aan u gaf. En verhoog de Zoon, Die Zichzelf aan u wilde schenken. En verhef de Heilige Geest, Die die koop wilde sluiten. En laat Hem, de Parel van grote waarde, altijd het hoogste van uw blijdschap zijn.
Jongelui in de kerk, dit is echt ongehoord! ‘Wat’, zeg je? Nou dit, als je doorloopt. Als ik tegen je zeg: Morgenochtend om acht uur worden bij de Media Markt in [plaatsnaam] gratis iPads weggegeven, 100 stuks.’ Dan ga je vannacht daar op de stoep slapen. Je gaat direct voor een ding, voor een speeltje, dat over een paar maanden weer achterhaald is door het volgende speeltje van Apple. En nu zeg ik tegen jullie: hier is de Schat van grote waarde. Hier is een Schat Die blijft tot in eeuwigheid. En wat kost het? Niets! Wat kost het? Je eigen waardeloze rommel, en verder niets! Een Schat voor niets. Alles voor niets! Dan loop je toch niet door! Dan ga je toch niet verder?
Ouderen, hoe zult u zich straks in de eeuwigheid beklagen, als u nu doorloopt en later terugdenkt aan deze morgen en bedenkt dat u de koop niet wilde sluiten. Als u over tachtig jaar, hooguit, in de eeuwigheid bent en vanaf die verschrikkelijke plaats kijkt naar die andere plaats, en denkt: ja, daar had ik ook kunnen zijn, maar ik heb niet gewild. Wie is er ooit zo dwaas geweest? U kunt alles krijgen voor niets. Maar u houdt het liever bij de roestige rommel van deze wereld en bij uw langversleten eigengerechtigheid. O, bedenk toch, wat tot uw vrede dient.
Ouderen onder ons, ik bedoel u die zeventig, tachtig jaar of misschien wel ouder bent. Vanmorgen staan wij samen opnieuw op de markt van vrije genade. ` Het is bijna sluitingstijd, het is bijna voorbij... Ik bied Hem u aan: de Parel van grote waarde, Jezus Christus, voor een verloren mens, voor een willoos, voor een onmachtig mens. En ik vraag u: ‘wat hebt u voor Hem over?’ Niets? Ga dan maar door! Nee, toch niet! Kom terug. Kom terug, ouderen, want dit is alles wat u nodig hebt, een enige troost in leven en sterven. En dat laatste moet u bijna...
Gemeente, vergadert u dan geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft en waar de dieven doorgraven en stelen, maar vergadert u schatten in de hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, waar dieven niet doorgraven noch stelen. Want waar uw Schat is, daar zal ook uw hart zijn.
Amen.
Slotzang Psalm 49:6:
Men denkt niet meer aan hun verleden staat, Wijl al hun glans met hen in 't graf vergaat; Maar na den dood is 't leven mij bereid; God neemt mij op in Zijne heerlijkheid. Vreest hem dan niet, die grote schatten heeft, Wiens machtig huis in eer en aanzien leeft; Want hij zal niets in 't sterven met zich dragen; Zijn naam, zijn roem, 't ligt al terneer geslagen.
Andere preken over Mattheüs
Andere preken voor Gelijkenis