PREEK · HEIDELBERGSE CATECHISMUS

Kleding en (porno) kijken (Zondag 41, deel 3)

Zondag 41 · 22 maart 2026

Preek Heidelbergse Catechismus Zondag 41 (serie 2)

INLEIDING

Deze preek over Genesis 2-3 en Zondag 41 laat zien hoe zonde de oorspronkelijke onbevangenheid van Adam en Eva verstoorde: hun eigen bedekking met vijgenbladeren volstond niet, God gaf hen bedekkende klederen door bloedstorting. Dit vormt de basis voor Bijbelse reinheid in kleding en kijken – voor jongens en meisjes, mannen en vrouwen. Zonde begint vaak met kijken, zoals bij David en Simson. De oplossing ligt niet in eigen kracht, maar in vlucht naar het kruis, waar Christus reinigt van alle zonde.

ZONDAG 41

Vraag 108: Wat leert ons het zevende gebod?
Dat alle onkuisheid van God vervloekt is, en dat wij daarom, haar van hart vijand zijnde, kuis en ingetogen leven moeten, hetzij inden heiligen huwelijken staat of daarbuiten.

Vraag 109: Verbiedt God in dit gebod niet meer dan echtbreken en dergelijke schandelijkheden?
Dewijl ons lichaam en ziel tempelen des Heiligen Geestes zijn, zo wil Hij, dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren; daarom verbiedt Hij alle onkuise daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten, en wat den mens daartoe trekken kan.

VOLLEDIGE TEKST

Kleding en (porno) kijken (Zondag 41, deel 3)

ds. J. IJsselstein - Zondag 41

LITURGIE

Psalm 19:5

Psalm 19:6

Lezen Genesis 2:25 - Genesis 3

Psalm 119:4,5,6

Psalm 119:19

Psalm 17:3

Geliefde gemeente, de preek die we vanmorgen lezen, was oorspronkelijk bedoeld als een catechismuspreek over Zondag 41, over het zevende gebod. Maar ik heb hem herschreven in meer algemene zin. Luister je mee, jongelui? En u allemaal? Naar de dingen die de Heere ons vanmorgen voorhoudt?

Vanmorgen kijken we terug naar Gods goede schepping, En ook naar hoe wij die stuk gemaakt hebben. Want wat had de Heere een goede bedoeling met de schepping van man en vrouw, en met het geven van het huwelijk als de enige, unieke en levenslange samenlevingsvorm van één man en één vrouw. Maar… Nee, die goede bedóeling is wel gebleven. Maar er is door onze zonde helaas heel veel veranderd, juist op het terrein van het huwelijk en als het gaat om hoe man en vrouw met elkaar omgaan, zowel binnen als buiten het huwelijk.

En wat plaatst de Heere daar vanmorgen tegenover? Tegenover al die zondige ontsporingen? Geen wettische, morele les, waardoor je in eigen kracht beter kan worden. Maar (het is lijdenstijd), maar één ding: het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, dat reinigt van alle zonde. Christus, door Wie er vergeving is, en in Wie ook kracht is om na gekregen genade rein en heilig te leven.

Misschien is er in uw of jouw leven juist op het terrein van het zevende gebod veel zorg en strijd. Je kán, ik zeg het nu maar direct, in eigen kracht die zonden niet overwinnen. Maar word, medezondaar of medezondares, alstublieft niet hopeloos. Want we gaan vanmorgen geen stenen gooien naar elkaar. De Heere Jezus zei ooit: Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen. Wie van ons is zonder zonde? Steek je vinger eens op. Niemand dus. We hebben allemaal tegen al Gods geboden veel en zwaar gezondigd. Dus is er geen reden om nu vanmorgen kritisch opzij te kijken. We kijken naar onszelf.

Zonder hoop op onszelf. Want (wat ik zei), we kunnen in eigen kracht de zonde niet overwinnen. En dus proberen we vanmorgen, met Gods hulp, een blik te slaan op het kruis. Als schuldige zondaars, kijkend naar een zondeloze Jezus. Die nooit verkeerd deed, Die nooit verkeerd dacht en Die nooit verkeerd keek. Hij zondigde nooit. Maar Die om de zonden van de Zijnen toch naakt gehangen werd aan het kruis. Om zondaars te wassen en te heiligen door Zijn bloed.

Daaraan denkend, zegt Paulus van de leden van de gemeente te Korinthe, die vroeger in zonden leefden: En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd in den Naam van den Heere Jezus en door den Geest onzes Gods (1 Kor. 6:11).

Vanuit dát perspectief lees ik, hoewel het vanmorgen geen catechismusdienst is, toch maar een keer met u en jullie Zondag 41.

Vraag 108: Wat leert ons het zevende gebod? Antwoord: Dat alle onkuisheid van God vervloekt is, en dat wij daarom, haar van harte vijand zijnde, kuis en ingetogen leven moeten, hetzij in den heiligen huwelijken staat of daarbuiten.

Vraag 109: Verbiedt God in dit gebod niet meer dan echtbreken en dergelijke schandelijkheden? Antwoord: Dewijl ons lichaam en ziel tempelen des Heiligen Geestes zijn, zo wil Hij, dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren; daarom verbiedt Hij alle onkuise daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten, en wat den mens daartoe trekken kan.

Alle onkuisheid, zegt de catechismus, is door God vervloekt. En we worden opgeroepen tot een kuis, tot een rein en ingetogen leven, Laten we eerst met elkaar eens kijken naar wat de Bijbel letterlijk zegt over wat heet ‘kuisheid of onkuisheid’, en over wat de Bijbel noemt ‘reinheid of onreinheid’.

En ondertussen houden we onze eerder genoemde twee Bijbelse uitgangspunten vast: a. Als eerste: Geen stenen gooien naar de ander. Niet kijken naar de zonden van de ander of straks praten over de zonde van de ander. Maar kijken naar jezelf, en jezelf onderzoeken. b. En, als tweede, je eigen zonden (als je die ziet) niet zelf gaan oplossen, maar vluchten naar het kruis.

Goed, we gaan kijken naar het Bijbelgedeelte wat we gelezen hebben. In den beginne, zei ik aan het begin van de preek, was het door de Heere allemaal zo goed bedoeld. En alles was ook volmaakt. Genesis 2:25 zegt, na de schepping van Adam en Eva: En zij waren beiden naakt, Adam en zijn vrouw; en zij schaamden zich niet. Naakt zijn, dat kan je je nu niet meer voorstellen door de zonden, maar het was in het paradijs een onderdeel van de volmaaktheid van Gods schepping.

Immers, in Genesis 1:31 staat: En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Zo had de Heere Adam en Eva geschapen. Kleding hadden ze niet nodig.

Maar toen de zonde in hun leven kwam, toen zij opstonden tegen God, toen maakte die onbevangenheid van hun naaktheid plaats voor een pijnlijke kwetsbaarheid van schaamte daarover. Genesis 3:7 zegt: Toen werden hun beider ogen geopend, en zij werden gewaar dat zij naakt waren; en zij hechtten vijgenboombladeren tezamen en maakten zich schorten. Ze voelen dat ze gezondigd hebben. Plotseling is er een gevoel van vervreemding als man en vrouw ten opzichte van elkaar. En ineens is er ook het angstige gevoel dat hun binnenste zichtbaar is voor God. Zoals later in Hebreeën 4:13 staat: En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen met Welken wij te doen hebben (Hebr. 4:13).

Maar gelukkig grijpt God in. Want wat doen zij? Zij proberen hun probleem zelf op te lossen. Ze rijgen en plakken bladeren van de vijgenboom aan elkaar, en ze maken er schorten van. Als doeken om hun middel, een soort lendendoeken, om hun geslachtsdelen ermee te bedekken.

Maar wat blijkt? Dat is voor de Heere niet acceptabel. Hij maakt voor hen wat anders. Genesis 3:21 zegt: En de HEERE God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen en toog ze hun aan. Dus de Heere vervangt hun lendendoeken (een woord dat in de Bijbel ook wel met ‘riem’ wordt vertaald) door rokken, tunieken, of lange gewaden. Hangend vanaf de nek tot de knieën, of misschien zelfs wel tot de enkels.

Twee dingen vallen er op. En dat zijn ook de twee kanten die we hier steeds in het oog moeten houden). a. Ten eerste: de Heere neemt geen genoegen met de manier waarop Adam en Eva hun schuld proberen te verbloemen. Zij denken dat ze zelf hun probleem kunnen oplossen. Zij proberen zichzelf aan te kleden. Maar dat is voor de Heere niet genoeg. Die schamele doeken voldoen niet. Dat bedekt hun zondige naaktheid voor God niet. Dat lost de zonden niet op. En dus slacht de Heere een dier om hen aan te kleden. Er is een offer nodig. Er vloeit bloed. Het eerste offer, dat verwachtingsvol uitziet naar de komst van Gods Zoon. Dat wijst op het enige Offer, door Christus gebracht aan het kruis. Dat naakte zondaars zal bekleden met de gerechtigheid en de verdienste van Hem. Want dat is de boodschap, ook voor nu: je kunt je zonden (ook tegen het zevende gebod) niet zelf oplossen. Je hebt bloed nodig, het bloed van de Zaligmaker.

b. Het tweede wat opvalt is dat God de stijl van kleding van Adam en Eva direct afkeurt. En hen vervolgens laat zien hoe Hij het wil.

Zij kozen voor een smalle lendendoek, maar God kiest voor Adam en Eva kleding die hun hele lichaam bedekt. Kleding dus, mode, naar Gods ontwerp. En dat ontwerp van God zie je vervolgens heel de Bijbel door. De priesters droegen bedekkende kleding. De Heere Jezus droeg een lang kleed, waarvan zieke mensen de zoom aanraakten. En (en vindt u dat niet bijzonder!), als Johannes in Openbaring 6:11 een blik slaat in de hemelse heerlijkheid, wat ziet hij dan? Dan ziet hij dat God opnieuw zelfs de heiligen in de hemel kleedt: En aan een iegelijk werden lange witte klederen gegeven. En zo geeft de Heere in de Bijbel, van begin tot eind, aan ons mensen een standaard om ons te kleden: met kleding die ons lichaam bedekt.

Misschien denk jij of denkt u: dit gaat om uiterlijke zaken, die horen niet bij de belangrijkste dingen. Dat is ook zo. Calvijn zegt: uiterlijke zaken zijn onbeduidende kwesties. Dus hier is ook geen noodzaak om alles tot in de details in te vullen, en zeker niet voor een ander. Maar er is wel een duidelijk plan van God, namelijk dat onze kleding ons lichaam bedekt. Zodat we (zoals Calvijn zegt) toch wel alles wat niet in overeenstemming is met kuisheid en soberheid, wel moeten afkeuren.

Later, in het Nieuwe Testament, dringt Paulus daar ook op aan in 1 Timotheüs 2:9: Desgelijks ook dat de vrouwen (in de gemeente) in eerbaar gewaad met schaamte en matigheid zichzelven versieren.

We weten allemaal dat hier twee kanten aan zitten. Hier ligt niet alleen een boodschap in voor meisjes en vrouwen, maar natuurlijk ook voor jongens en mannen. Wij moeten allemaal (zegt ook de Heidelbergse Catechismus) kuis en ingetogen leven, hetzij in de heilige huwelijkse staat of daarbuiten. De jongens en mannen moeten hun harten en ogen bewaren; dat is onze verantwoordelijkheid. En meisjes en vrouwen hebben hun verantwoordelijkheid om het plan van God te volgen, Die kleding gaf om ons lichaam te bedekken. Niet met een lendendoek, maar met een lang kleed. Niet met een ultra korte rok dus, en niet met een inkijk van heb ik jou daar. Maar met kleding die bedoeld is om je lichaam te bedekken.

Ik snap, meiden, dat het helemaal niet je bedoeling is, om je verleidelijk of sexy te kleden. Misschien vind je het gewoon mooi, of leuk of stoer om ook iets van jezelf te laten zien. Mooi ontworpen kleding, niet al te truttig, een beetje strak. Je merkt dat je de blikken van mannen en jongens daarmee kan vangen. Maar ik geloof je, dat je daar niet op zat te wachten of daar misschien wel een hekel aan hebt.

Maar, hoe zal ik het zeggen, het is je waarschijnlijk eerder niet opgevallen, maar nu hopelijk wel: je moet die superkorte rok niet dragen. Niet omdat de school, je ouders of de kerkenraad dat niet wil (al is dat ook niet onbelangrijk!), maar omdat God die kleding, waar Adam en Eva ook mee begonnen, heeft afgekeurd. Als niet geschikt om rein en heilig te leven.

Dus de vraag die je jezelf mag en moet stellen is: Vindt God dit, wat ik aanheb, voor mij geschikt om te dragen? Bedekt dit mijn lichaam? Werk ik zo mee, voor mezelf en voor anderen, aan seksuele reinheid? Aan zuivere gedachten, bij mezelf en de ander? Of doet mijn lichaamstaal stiekem iets wat God niet goed vindt? Want, wat moet je lichaam eigenlijk uitstralen? Dat je knap bent? Dat je er leuk uitziet? Ik snap dat je dat, zeker als je jong bent, leuk vindt. Maar luister naar de Heere, Die daar iets anders over zegt in Spreuken 31:30: De bevalligheid is bedrog, en de schoonheid ijdelheid, maar een vrouw die den HEERE vreest, die zal geprezen worden (Spr. 31:30). En later zegt Petrus iets vergelijkbaars in 1 Petrus 3:3: Je sieraad is (als het goed is) niet je uiterlijk. Niet je lijf, je make-up, je leuke kleding. Maar: de verborgen mens van je hart, een zachtmoedige en stille geest, die is kostbaar voor God.

Wat moet ons lichaam eigenlijk uitstralen? Waarvoor heb je dat mooie lichaam eigenlijk gekregen? Niet om dat net op het randje te etaleren voor de steelse blikken van anderen. Je hebt het gekregen voor de eer van God. En daar moet je het ook voor gebruiken. Paulus zegt: wat je ook doet, doe het tot eer van God. En laat je lichaam een tempel zijn van de Heilige Geest, om God te verheerlijken.

Want (met alle nadruk die wij leggen op onze ziel en ons hart) wat heeft de Heere Jezus gekocht aan het kruis? Ziel én lichaam van Zijn kinderen. Met andere woorden: het is niet de bedoeling dat je met je lijf doet, wat je zelf wilt. Nee, ook je lichaam is voor de Heere bestemd. En ja, dan ligt het voor de hand dat je in het kleden van je lichaam, je natuurlijk ook voegt in de kledingvoorkeur (niet van de school, van je ouders of de kerk in de eerste plaats), maar in de kledingvoorkeur van God, je Schepper en de Eigenaar van je lichaam. Dus, meiden en dames, stop met het dragen van kleding die God in het paradijs al heeft afgekeurd.

Natuurlijk is er ook een andere kant van de medaille. Daar is meer over te zeggen. Ik bedoel: over de ogen, die zich op jullie richten. En daar ga ik ook meer over zeggen, maar we gaan eerst zingen uit Psalm 119:19: Wend, wend mijn oog van d' ijdelheden af; Verlevendig mijn hart door Uwe wegen; Dat mij 't betreen dier paden vreugd verschaff'. Bevestig toch aan Uwen knecht den zegen, Waartoe Uw woord hem blijde hope gaf; Hij is oprecht tot Uwe vrees genegen.

Want ja, daar is natuurlijk meer over te zeggen. Om maar een Bijbels voorbeeld te noemen: Bathseba had zich beter niet zo opzichtig kunnen baden. Maar het was de zonde van David dat hij naar haar keek, en haar liet halen. En u weet wat er daarna verder volgde. En wie wordt daar door de Heere in de eerste plaats op aangesproken? David (2 Sam. 11).

Hij verviel in overspel. En waar begon dat mee? Met waar de meeste zonden mee beginnen: met kijken. Zo begon de zonde in het paradijs ook, met kijken naar de verboden vrucht. En dat kijken wakkerde de begeerte aan en verlokte tot zonde.

En ook de zonden van richter Simson zijn zonden die beginnen met kijken. Richteren 14:1 zegt: En Simson ging af naar Timnath, en gezien hebbende (hij zag) een vrouw te Timnath, van de dochteren der Filistijnen. En in Richteren 16:1 staat: Simson nu ging heen naar Gaza; en hij zag aldaar een vrouw die een hoer was, en hij ging tot haar in. Seksuele onreinheid, ontrouw en overspel, mannen, begint met kijken.

Waarom mag je, mannen, niet kijken naar vrouwen, anders dan naar je eigen vrouw? Ja, natuurlijk mag je elkaar aankijken. Maar ik en de Bijbel hebben het over kijken naar wat verhuld zou moeten zijn door kleding. Waar je ogen, zeg maar gewoon, doorheen zouden willen kijken. Waarom mag dat niet? a. Wat jezelf betreft, omdat dat kijken voeding is voor onzedelijk verlangen. Dat maakt je hart onrein. En voordat je het weet, steekt het je hart in brand en sleurt het je verder mee. In een stroom die je niet goed kan beheersen. Ik bedoel de stroom, die de Heidelbergse Catechismus omgekeerd opschrijft: wat de mens daartoe trekken kan, en dan lusten, gedachten, woorden, gebaren, en dan daden van ontrouw en overspel. Dus: naar andere vrouwen kijken, dat trekt jezelf op gevaarlijk terrein. Want je bent niet zelf de baas in je zondige hart. Je bent zelfs (ook na de gekregen genade!) niet in staat om één moment staande te blijven.

b. En ten tweede je onteert respectloos het meisje of de vrouw naar wie je kijkt. Omdat je haar, haar door God geschapen en aan haar gegeven lichaam, degradeert tot een object voor jouw onreine lust. En dat is een diepe minachting voor haar eer. De Heere Jezus zegt in Mattheüs 5:27-28: U hebt gehoord dat van de ouden gezegd is: U zult geen overspel doen. Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aanziet om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan. Dus als je naar meisjes of vrouwen kijkt (anders dan je eigen vrouw) met onreine begeerte in je hart, dan heb je in je hart overspel met haar gepleegd. Kortom, dit is niet gewoon maar een slechte of irritante gewoonte. Mannen, dit is zonde tegen God. En het is zonde tegen het meisje of de vrouw naar wie je kijkt.

Een zonde die een makkelijkere uitweg vindt (zonder de zichtbare irritatie van een levend mens voor je) wanneer je digitaal naar andere vrouwen kijkt. In porno of in films en series vol overspel. Je hoeft jezelf niet wijs te maken dat dat los staat van begeerte in je hart. En dus is het, zegt de Heere Zelf, overspel.

Misschien is dit je strik, je valstrik. Je weet dat je het niet moet doen. Je vecht ertegen. En toch val je er steeds weer in. Is dat zo? Luister dan even goed mee.

a. Laten we als eerste ons uitgangspunt nemen wat Paulus zegt in 1 Korinthe 6 en 7. Het lichaam (ook dat van een ander) is bedoeld als een tempel van de Heilige Geest. Niet als iets, als een ding of object om jou te pleasen, maar voor de eer van God. En dus zegt Paulus: om der hoererijen wil zal een iegelijk man zijn eigen vrouw hebben, en ook een iegelijke vrouw zal haar eigen man hebben. Dus, ga in je gedachten niet marchanderen, ga de zaak niet verkleinen, ga niet onderhandelen: porno kijken is zonde.

b. En ten tweede: de zonde zit in ons hart. Wat we zien met onze ogen, haakt aan bij de zondige begeerte in ons hart. Denk maar aan wat de Heere Jezus zegt in Mattheüs 15:19: Uit het hart komen voort boze bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valse getuigenissen, lasteringen. Dus het is goed als je ziet (en dat moet je vooral ook doen) welke zondige patronen er werken, welke aanleidingen en welke stress. Maar: het komt uit je hart.

c. En dus moet je als derde een oplossing zoeken voor je hart. Je hebt een nieuw hart nodig. Je moet zelfs helemaal opnieuw geboren worden. En zelfs dan ben je de zonden van je oude hart nog niet kwijt. Zelfs dan moet je vechten en blijven vechten voor een rein en heilig leven. Maar niet in je eigen kracht.

d. Maar, ten vierde, biddend vechten in Gods kracht tegen de machtige verleiding van je hart en de duivel. Door? Door iedere keer weer vergeving te vragen als je in de fout bent gegaan? Ja, ook, maar veel méér: door te bidden in het gevecht daarvóór. Door altijd, als je de verleiding voelt opkomen, je handen te vouwen en om hulp te roepen, om staande te blijven. Denkend (schrijf het thuis maar op een briefje) aan twee dingen in je leven. Zeker als je de genade van de Heere gekregen hebt. Denk aan dat je niet leeft voor je eigen plezier, je leeft voor de eer van God. En bedenk daarbij wat deze zonden de Zaligmaker gekost hebben. Zijn leven! Maar Hij deed het, Hij wilde het met al de liefde van Zijn hart. Als de volmaakt Reine, Heilige, Die nooit zondig dacht en keek, werd Hij, diep vernederend, naakt gehangen aan het kruis. Om vuile zondaars schoon te wassen met Zijn bloed.

Mensen, het zien op Jezus wil ons weghouden van de zonde. Heiligmaking is niet het resultaat van weer nieuwe beloftes doen van beterschap. Het is geen zelf gewonnen gevecht tegen de zonden in eigen kracht.

Maar heiligmaking is de genade die gekregen wordt door als hulpeloos vechtende zondaar te zien op de macht en kracht van Christus, Die de zonden overwon. Dat kan Hij alleen. En dat deed Hij. En Zijn overwinning op de zonde wil Hij uit genade geven aan degenen die Hem nodig hebben.

En dus zegt het Doopformulier: Als wij somtijds uit zwakheid in zonden vallen, zo moeten wij aan Gods genade niet vertwijfelen, noch in de zonden blijven liggen, overmits de Doop een zegel en ontwijfelbaar getuigenis is, dat wij een eeuwig verbond met God hebben.

Misschien loop je erin vast, misschien zit je erin vast. In de greep van een pornoverslaving die je niet kwijt kan raken. Laat ik er een paar dingen over zeggen. a. Probeer ook in praktische zin je ogen weg te houden, door je telefoon of computer op een goede manier af te grendelen. Vraag er zo nodig hulp bij. b. Vraag de steun van vrienden of gemeenteleden die je vertrouwt. Ik snap dat je voorzichtig bent, maar je mag het delen met iemand die je vertrouwt. Want zondaars, dat zijn we allemaal. We zijn een gemeente van zondaars. Die elkaar mogen helpen, en elkaar voor struikelen mogen proberen te bewaren. c. En bouw, als je getrouwd bent, aan een betere seksuele relatie met je vrouw. Zodat het ontbreken daarvan je niet extra in verleiding brengt. d. En als het niet lukt om ermee te stoppen, zoek dan hulp. Bijvoorbeeld bij De Vluchtheuvel. Want je gaat er aan stuk. En je huwelijk ook.

En vooral: het is zonde tegen God. Ik denk aan wat staat in Spreuken 6:25-27: Laat uw hart tot haar wegen (tot die van een vreemde vrouw) niet wijken, dwaalt niet op haar paden. Want zij heeft veel gewonden neergeveld, en al haar gedoden zijn machtig vele. Haar huis zijn wegen des grafs, dalende naar de binnenkamers van de dood. Maar wanhoop niet. Want de Heere Jezus is gekomen om zalig te maken wat verloren was. Tollenaars en zondaars zijn welkom bij Hem.

Tot slot, laten we allemaal (mannen en vrouwen) biddend doen wat Paulus zegt in 1 Korinthe 6:18-20: Vliedt de hoererij. Alle zonde die de mens doet, is buiten het lichaam; maar die hoererij bedrijft, die zondigt tegen zijn eigen lichaam. Of weet gij niet dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is, Dien u van God hebt, en dat u uws zelfs niet zijt? Want u bent duur gekocht; zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, welke van God zijn. Is het niet kennen van de genade van het gekocht zijn door Christus' bloed, geen reden om meer dan ooit de Heere te gaan zoeken, en biddend te breken met de zonden? En is het feit dat je onverdiend genade gekregen hebt, niet reden te meer om biddend te strijden tegen de zonden? Ons lichaam is bedoeld als tempel van God en voor God. Niet voor ons, maar voor Hem.

En God vraagt van ons, midden in een samenleving die vol is van onreinheid en onheiligheid, een radicale persoonlijke keus voor reinheid in en buiten het huwelijk.

Maar niet en nooit in eigen kracht. Maar biddend strijdend, zoals de Heidelbergse Catechismus zegt in antwoord 127: 'En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze'. Dat is: Dewijl wij van onszelf alzo zwak zijn, dat wij niet een ogenblik zouden kunnen bestaan, en daartoe onze doodsvijanden, de duivel, de wereld en ons eigen vlees, niet ophouden ons aan te vechten; zo wil ons toch staande houden en sterken, door de kracht Uws Heiligen Geestes, opdat wij in dezen geestelijken strijd niet onderliggen, maar altijd sterken wederstand doen, totdat wij eindelijk ten enenmale de overhand behouden. En waar zoeken en vinden we die kracht en moed om met de zonden te breken? Bij het kruis. Bij Hem Die de zonden overwon. En waar zoeken en vinden we vergeving voor gedane zonden? Niet bij onszelf, maar in het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, dat reinigt van alle zonden.

Laten we ondertussen proberen op veilige afstand te blijven van de zonde, en van (zoals de catechismus zegt) alles wat tot zonde verleiden kan. Door ons te houden aan Gods voorschrift wat kleding betreft, en geen aanleiding te geven tot zonden bij anderen. En door (zoals Job deed) een verbond te maken met onze ogen. Zoals staat in Job 31:1: Ik heb een verbond gemaakt met mijn ogen; hoe zou ik dan acht gegeven hebben op een maagd? Niet kijken dus!

Die twee dingen zijn, als je getrouwd bent, ook een bijzondere bescherming voor je huwelijk. Om een breuk in dat prachtige porselein te voorkomen. Want, zegt het zevende gebod, het huwelijk mag niet gebroken worden.

Tot slot, iedereen die van vóór de zondeval is, iedereen die zonder zonde is, mag vandaag de eerste steen op een ander werpen. Maar, zegt Johannes (1 Joh. 1:8): Indien wij zeggen dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet. Maar (het volgende vers): Indien wij onze zonden belijden, Hij (God) is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve en ons reinige van alle(!) ongerechtigheid.

Amen.

Slotzang Psalm 17:3

Ik zet mijn treden in Uw spoor, Opdat mijn voet niet uit zou glijden; Wil mij voor struikelen bevrijden, En ga mij met Uw heillicht voor. Ik roep U aan, 'k blijf op U wachten, Omdat G', o God, mij altoos redt, Ai, luister dan naar mijn gebed, En neig Uw oren tot mijn klachten.