PREEK · HEIDELBERGSE CATECHISMUS

Zondag 12: Christus en de christen (serie 2)

Zondag 12 · 5 januari 2025

Preek Heidelbergse Catechismus Zondag 12 (serie 2)

INLEIDING

Zondag 12 gaat over de Naam Christus: de Gezalfde. Bij Zijn doop in de Jordaan daalde de Heilige Geest op Hem neer: tot Profeet, Die de weg der verlossing openbaart; tot Priester, Die door Zijn offer verzoent en voor Zijn volk pleit; en tot Koning, Die regeert en beschermt. Wie werkelijk christen is, deelt in deze drie ambten: hij of zij belijdt Christus' Naam, offert zichzelf als een levend dankoffer, en strijdt met een goede consciëntie tegen zonde en duivel.

THEMA

De Christus en de Christen

KERNPUNTEN

  1. De drie ambten van Christus
  2. De drie zegeningen van de christen

ZONDAG 12

Vraag 31: Waarom is Hij Christus, dat is, een Gezalfde, genaamd?
Omdat Hij van God den Vader verordineerd is, met den Heiligen Geest gezalfd, tot onzen hoogsten Profeet en Leraar, die ons den verborgen raad en wil Gods van onze verlossing volkomenlijk geopenbaard heeft; en tot onzen enigen Hogepriester, die ons met de enige offerande zijns lichaams verlost heeft, en voor ons met zijn voorbidding steeds tussen treedt bij den Vader; en tot onzen eeuwigen Koning, die ons met zijn Woord en Geest regeert, en ons bij de verworven verlossing beschut en behoudt.

Vraag 32: Maar waarom wordt gij een Christen genaamd?
Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus en alzo zijner zalving deelachtig ben, opdat ik zijn naam belijde, en mijzelf tot een levend dankoffer Hem offere, en met een vrije en goede consciëntie in dit leven tegen de zonde en den duivel strijde, en hiernamaals in eeuwigheid met Hem over alle schepselen regere.

VOLLEDIGE TEKST

Zondag 12: Christus en de christen (serie 2)

ds. J. IJsselstein - Zondag 12

THEMA

De Christus en de Christen

LITURGIE

Psalm 45:1,2

Psalm 45:4

Lezen Mattheüs 3:13-17 en Jesaja 61

Psalm 147:1,2,3

Psalm 132:11

Psalm 108:1,2

Gemeente, jongelui, het gaat in artikel 2 van de Twaalf Artikelen over de Namen van de Zoon van God. De vorige keer ging het over de Naam Jezus. Vanavond gaat het over de Naam Christus: de Gezalfde. Waarom heet de Heere eigenlijk zo?

Om wat staat in Mattheüs 3:16-17. De Heere Jezus is door Johannes de Doper gedoopt in de Jordaan. En dan staat er: En Jezus gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water. En zie, de hemelen werden Hem geopend, en hij (Johannes de Doper) zag de Geest Gods nederdalen gelijk een duif, en op Hem komen. En zie, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb. De Geest van de Heere komt en blijft op hem.

En dan, korte tijd later, dan leest en leert de Heere Jezus in de synagoge in Nazareth. We lezen dat in Lukas 4:16-19. Daar staat: En Hij kwam te Nazareth, waar Hij opgevoed was en ging, naar Zijn gewoonte, op de dag des sabbats in de synagoge, en stond op om te lezen. En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats waar geschreven was: De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden om de armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken zijn van hart, om de gevangenen te prediken loslating en de blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren.

Het is de vervulling van de profetie van Jesaja 61:1-2. Laten we daar samen met elkaar nog even naar kijken. Naar Jesaja 61:1-2, waar staat: De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen de zachtmoedigen, Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om de gevangenen vrijheid uit te roepen, en de gebondenen opening der gevangenis. Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN Woorden, om vandaag en in deze week stil over na te denken.

De Zaligmaker is in deze wereld gekomen. Gezalfd door de Vader. Die de Heilige Geest op Hem deed rusten. Om… een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen.

Letterlijk: om een blijde boodschap te brengen aan degenen die gebogen zijn, aan de armen.

a. Dus Christus is gezalfd door de Vader tot Profeet, en de Geest van de Heere is op Hem, om een blijde boodschap te brengen aan...? Aan u, die gebogen over de aarde gaat, gebukt onder het drukkende gevoel van uw zonde en schuld. Aan u, die gebogen gaat onder uw geestelijke armoede. Gebukt ook onder het pijnlijke gevoel van de onmogelijkheid om uzelf ervan te verlossen. Diep overtuigd van de noodzaak van hulp en redding bij God vandaan. Van de noodzaak van de Zaligmaker.

Christus is gezalfd om deze blijde boodschap aan u te brengen. Om de armen het Evangelie te verkondigen (Luk. 4:18). Namelijk dit Evangelie: dat u (dat voor u!) geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids, in Bethlehem (Luk. 2:10-11).

b. Christus is ook door de Vader gezonden en met Heilige Geest gezalfd (zo vervolgt Jesaja) als Priester: om te verbinden de gebrokenen van hart. Om die te troosten met het Evangelie. Is uw hart gebroken? Is uw hart gebroken vanwege uw schuld voor God? Vanwege uw schuld voor de heilige God, Die zo goed voor u is geweest? Heeft het zien van uw schuld, heeft het zien van Wie Hij is, en ook het zien van wat het Christus gekost heeft om voor zulke mensen te komen, te lijden en te sterven..., heeft dat uw hart verbroken?

Luister, hier is het hemelse Evangelie-antwoord op het roepen van uw gebroken hart: God heeft Christus gezonden om uw hart te verbinden, om de breuk ervan te helen.

En dat kostte Hem... Zijn hart. De prijs die het Hem kostte was hoog. Hij zegt in Psalm 69:21: De versmaadheid heeft Mijn hart gebroken, en Ik ben zeer zwak; en Ik heb gewacht naar medelijden, maar er is geen; en naar vertroosters, maar heb ze niet gevonden. Mijn hart is gebroken, voor u, gebrokenen van hart. Opdat er voor u troost zou zijn, genezing voor uw gebroken hart. Hij, Christus, heelt gebrokenen van hart en verbindt ze in hun smart.

c. Christus is ook door de Vader gezonden en met de heilige Geest gezalfd als Koning. Om, Jesaja 61:1: Om de gevangenen vrijheid uit te roepen, en de gebondenen opening der gevangenis, om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN. De kanttekening van de Statenvertaling zegt daarbij: Dat is, de tijd of het jaar (de Heere geve, dat het dit jaar zal zijn) waarin het de Heere behagen of believen zal, Zijn genade aan bedroefde gewetens te openbaren en te bewijzen, te weten door de prediking van het Heilig Evangelie. De Leeuw uit de stam van Juda, roept op Zijn tijd het jubeljaar uit (Lev 25:10).

‘Slaven, uw slavendienst is voorbij! Gebondenen in de boeien van uw schuld voor God, de deur van uw gevangenis gaat open!’ En u mag zingen: Ik heb lang de Heere in mijn druk verwacht. En Hij heeft Zich tot mij geneigd. Hij gaf gehoor aan mijn jammerklacht. Hij brak mijn banden en zette mij in vrijheid.

Zo is Christus! En: Dit is Zijn werk Het werk van de grote Profeet, Priester en Koning. Die ons door Israëls God gegeven is.

Daarover gaat ook Zondag 12 van de Heidelbergse Catechismus, waar we samen naar gaan kijken. De vragen 31 en 32 van Zondag 12.

Vraag 31. Waarom is Hij Christus, dat is een Gezalfde, genaamd? Antwoord. Omdat Hij van God den Vader verordineerd (aangesteld) is, en met de Heilige Geest gezalfd, (1) tot onze hoogste Profeet en Leraar, Die ons de verborgen raad en wil Gods van onze verlossing volkomen geopenbaard heeft; en (2) tot onze enige Hogepriester Die ons met de enige offerande van Zijn lichaam verlost heeft, en voor ons met Zijn voorbidding steeds tussen treedt bij de Vader; en (3) tot onze eeuwigen Koning, Die ons met Zijn Woord en Geest regeert, en ons bij de verworven verlossing beschut en behoudt. Dat gaat dus over: De drie ambten van Christus.

Vraag 32. Maar waarom wordt u een Christen genoemd? Antwoord. Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus en alzo Zijn zalving deelachtig ben, opdat ik (1) Zijn Naam belijde, en (2) mijzelf tot een levend dankoffer Hem offere, en (3) met een vrije en goede consciëntie in dit leven tegen de zonde en de duivel strijde, en hiernamaals in eeuwigheid met Hem over alle schepselen regere. Dat gaat dus over: De drie zegeningen voor de christen

Het thema van de preek van vanavond is: De Christus en de Christen

We letten samen op twee aandachtspunten. Op: 1. Zijn drie ambten 2. Hun drie zegeningen Als eerste dus:

1. De drie ambten van Christus

Want Christus is gezalfd tot Profeet, Priester en Koning. Vroeger werden mensen gezalfd. Tegenwoordig doen we dat eigenlijk niet meer. Iemand goot olie, heerlijk ruikende zalfolie… Op het hoofd van iemand die koning zou worden. Samuel zalfde David tot koning. Op het hoofd van iemand die hogepriester werd. Mozes zalfde de hogepriester Aäron. Of op het hoofd van iemand die profeet werd. Elia zalfde Elisa tot profeet.

Die zalving was een teken van de Heere, Die daarmee zei: Ik heb deze persoon aangewezen, uitgekozen, aangesteld en gegeven als profeet, priester of koning. Dat is Mijn wil. De wil van God. En tegelijkertijd zei de Heere daar ook mee: Ik zal zorgen dat hij zijn werk als profeet, priester of koning, goed zal kunnen doen. Ik maak hem bekwaam. Ik zal hem helpen.

En nu zegt de catechismus: Zo is de Heere Jezus door God de Vader verordineerd (aangewezen, aangesteld), en met de Heilige Geest gezalfd. Niet tot één ambt, maar tot drie ambten. Tot Profeet, Priester en Koning.

a. Als eerste tot: Onze hoogste Profeet en Leraar, Die ons de verborgen raad en wil Gods van onze verlossing volkomen geopenbaard heeft. Door Zijn komst naar deze wereld. En sindsdien vooral ook door de prediking van het Evangelie.

Dus, als je in je Bijbel leest en vooral als je hier in de kerk luistert (of het nu leesdienst is of dat hier een dominee staat), dan spreekt de hoogste Profeet en Leraar Christus. Het is Christus, Die door Zijn dienaars spreekt. En zo is het ook vanmiddag. Christus preekt ons de raad en wil van God van onze verlossing. Door ons de weg tot de zaligheid te wijzen. Door ons te wijzen op Zijn verzoenende bloed.

En dan kun je twee dingen doen. Je kunt luisteren en dit Woord aannemen. Maar je kunt het ook langs je heen laten waaien en niet luisteren, en dit Woord verwerpen. Zoals de Heere Jezus ooit zei tegen Zijn discipelen: Wie u hoort, die hoort Mij; en wie u verwerpt, die verwerpt Mij; en wie Mij verwerpt, die verwerpt Dengene Die Mij gezonden heeft, namelijk Mijn Vader (Luk. 10:16).

Dus, gemeente, hier in de kerk gebeuren beslissende dingen, die eeuwigheidswaarde hebben. Lid zijn van de gemeente, hier in de kerk zitten, dat is geen vrijblijvende bezigheid. U ontvangt hier het Woord, en Christus in het Woord. Of u verwerpt het Woord, en daarmee ook (zegt de Catechismus) de verborgen raad en wil Gods van onze verlossing die daarin volkomen geopenbaard is.

Want hier vertelt de Heere, hier vertelt Christus Zelf aan u: Gods eeuwige verlossingsplan. Dat Hij, Christus in de wereld kwam om het verlorene te zoeken. Om armen het Evangelie te verkondigen. Om te genezen die gebroken zijn van hart en om gevangenen vrijheid uit te roepen. Dat Hij gehoorzaam was, leed en stierf aan het kruis en opstond uit de dood, om vijanden met God te verzoenen.

Christus biedt Zichzelf aan in de preek. Hier en nu. Hij spreekt je aan. Hij roept je op tot bekering. Hij bidt je: Laat je met God verzoenen, door Mijn bloed.

Hier is Mijn bloed, Mijn genade, Mijn vergeving. Je mag het hebben, tot je zaligheid. Christus biedt Zichzelf aan en alles wat Hij gedaan heeft en doet: vrij, zonder prijs, zonder geld. Nodigend, hartelijk en oprecht: Ik heb geen lust in uw dood, maar daarin dat u zich bekeert en leeft. Wend u naar Mij toe en word behouden.

Wat doe jij, wat hebt u tot nu toe gedaan met dat hartelijke aanbod van Christus en van Zijn genade? Ziet toe dat u Die Die spreekt niet verwerpt (Hebr. 12:25). Zo vriendelijk, zo hartelijk, zo diep gebogen. Christus, de mens geworden zoon van God. Buigt u voor Hem in het stof?

Gode zij dank, al onze vijandschap en al ons verzet tegen de Heere, houdt Hem niet tegen om (zoals Jesaja zegt): Uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN. Op de dag van Zijn heirkracht (zegt de Kanttekening van de Statenvertaling bij Psalm 110:3): Zal Zijn volk vol gewilligheid zijn om het Evangelie aan te nemen en om Hem, de Heere Jezus Christus, te dienen.

Want als Hij werkt, wie zal het dan keren? Als Hij Zijn werk, ongevraagd en ongewild, gaat doen in onze harten. Als Hij Zijn ambten gaat uitoefenen met Goddelijke kracht. Als Hij niet alleen uitwendig roept door de dienst van het Woord, maar als Hij ook inwendig roept, innerlijk overtuigt, onze weerstand breekt en ons gewillig laat buigen aan Zijn voeten.

Als Hij ons persoonlijk in ons hart leert, wat zonde is. Door onze ogen daarvoor te openen. Als Hij ons persoonlijk in ons hart leert, wat we nodig hebben om van die zonden verlost te worden. En dat er maar één weg is om al die zonden kwijt te raken. En dat we die weg ook mogen gaan. En dat Hij ons Zelf op die weg brengt. Omdat Hij Zelf de weg is, Die door de Vader gegeven is aan zondaars.

Als Hij werkt, als Hij overtuigt en overbuigt, dan breekt Hij in liefde ons verzet en dan buigt Hij onze wil. Om het eens te worden met Gods plan voor onze verlossing. En om Christus te omhelzen.

Laten we voordat we verder gaan nu samen eerst gaan zingen uit Psalm 132:11: Daar zal Ik David, door Mijn kracht, Een hoorn van rijkdom, eer en macht Doen rijzen uit zijn nageslacht. 'k Heb Mijn gezalfden knecht een licht, Een held're lampe toegericht.

Geliefde gemeente, als de Heere werkt, als Hij overtuigt en overbuigt, dan doet Hij dat met Goddelijke kracht. Dan breekt Hij in liefde ons verzet, en buigt Hij onze wil. Daar, gemeente, jongelui, daar moet niet over gaan redeneren, daar moet je niet over gaan klagen of in gaan vastlopen. Want als je daarover gaat klagen, dan blijf je klagen. En als je daarover gaat redeneren, dan blijf je redeneren. En als je daarin gaat vastlopen, dan kom je nooit één stap verder.

Daar moet je thuis je knieën om gaan buigen, om dat te bidden en te vragen. ‘Heere, breekt U mijn verzet, mijn geredeneer, mijn excuses en mijn beschuldigen van U. Buigt U mijn hart en breekt U het. En leert U ook mij de weg der zaligheid, en redt U ook mijn ziel!’ Als je dat vanaf vanavond gaat doen, dan zal de Heere je ziel redden.

Wat een troost voor al Gods kinderen. Wat moet dit ons stemmen tot verwondering, tot blijdschap en tot dankbaarheid. Dat deze hoogste Profeet en Leraar ons persoonlijk wilde leren over dat volmaakte Goddelijke plan van onze verlossing. De weg die wij niet kenden, wees Hij ons. De weg waar wij niet op wilden gaan, daarop bracht Hij ons. En in al onze blindheid en onwetendheid, bleef en blijft Hij ons Zijn weg leren. Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave (2 Kor. 9:15).

Christus is gezalfd tot onze hoogste Profeet en Leraar b. En ook tot onze enige Hogepriester, Die ons met de enige offerande van Zijn lichaam verlost heeft, en voor ons met Zijn voorbidding steeds tussen treedt bij de Vader. Christus is door God ook aangesteld als Priester: De HEERE heeft gezworen, zal Hem niet berouwen (zegt Psalm 110), U bent Priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek (Ps. 110:4).

Wat deed een hogepriester vroeger? Offeren. Eindeloos was de rij van offers in het Oude Testament. Maar nooit werd de prijs van de zonde echt betaald. Totdat de laatste Hogepriester kwam. De Enige, Die echt in staat was om de prijs te betalen. Deze Priester offerde geen offerdier. Maar Hij was Zelf het Lam. Als een Lam werd Hij ter slachting geleid (Jes. 53:7). Priester, Hogepriester en Lam was Hij. Maar niet voor Zichzelf. De Catechismus zegt: Hij heeft ons daarmee verlost.

En het is nodig, gemeente, dat we dat leren met ons hart. Dat we leren met ons hart: Ik heb een hemelhoge schuld en kan die zelf niet betalen. Ik heb deze Hogepriester nodig. Het is nodig dat de Heere ons laat zien en genade geeft om te geloven wat het Avondmaalsformulier zegt: Dat Hij gebonden werd, opdat Hij ons ontbinden zou. Dat Hij ontelbare smaadheden geleden heeft, opdat wij nimmermeer te schande zouden worden. En dat Hij onze vervloeking op Zich geladen heeft, opdat Hij ons met Zijn zegening vervullen zou.

Het is nodig dat je dat leert met je hart. En dat wil de Heere je graag leren. Dus ga nu vanaf vanavond thuis je knieën buigen om dit te vragen…

Het werk van de Hogepriester was niet alleen offeren, maar ook bidden en zegenen. Ons bidden, kinderen van God, lukt vaak niet. Het is zo zwak, zo gemengd met zonde, zo gericht op onszelf. Maar de Heere leert ons: we hebben een Voorbidder in hemel, Die voor ons bidt. De Catechismus zegt: Die voor ons met Zijn voorbidding steeds tussen treedt bij de Vader.

Hij laat, met andere woorden gezegd, steeds aan Zijn Vader het offer zien van Zijn bloed. Alles wat Hij gedaan heeft voor Zijn kinderen. Als de enige grond voor de verhoring van onze gebeden. Zoals Johannes zegt in 1 Johannes 2: Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige (1 Joh. 2:1). Zoals Paulus zegt in Romeinen 8: Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt (Rom. 8:34). Hij bidt voor ons, Hij komt onze zwakheden te hulp en houdt overeind in verzoeking.

Kinderen van God, Christus is gezalfd tot onze hoogste Profeet en Leraar, tot onze enige Hogepriester en:

c. Tot onze eeuwige Koning, Die ons met Zijn Woord en Geest regeert, en ons bij de verworven verlossing beschut en behoudt. Christus is door God aangesteld als Koning, zoals staat in Psalm 2:6: Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion. Christus is Koning. Niet een koning Die regeert met geweld. Maar een Koning Die vijanden met macht en liefde bindt. Christus is Koning van Zijn kerk en Koning van deze wereld. Alle macht is Hem gegeven. En al Zijn geestelijke onderdanen buigen gewillig voor Hem.

Omdat Hij het ons leerde, om voor Hem te buigen. ‘t Zat in ons bloed, ‘t was onze zondige natuur, dat we zelf koning wilden zijn. Maar Hij haalde ons van onze troon af. En Hij Zelf richtte Zijn troon op in ons hart. En nu buigen we gewillig aan Zijn voeten. Aan de voeten van onze Koning… Die ons regeert met Zijn macht en genade. Die ons ondersteunt in onze strijd tegen de zonde van ons hart, tegen de duivel en tegen de wereld. Die onze oude natuur door Zijn Woord en Geest steeds verder ten onder brengt. En Die ons altijd beschermt en bewaart.

Wordt het niet de hoogste tijd, onbekeerde vrienden, dat je ook voor Hem gaat buigen? Zul je dat vanavond thuis gaan doen? Niet redeneren, niet praten, niet God de schuld gaan geven, maar (letterlijk!) op je kamer je knieën buigen voor God. En zeggen: O God, wees ook mij, zondaar, genadig?

Ons tweede aandachtspunt:

2. De drie zegeningen van de christen

Vraag 32. Maar waarom wordt u een Christen genoemd? Antwoord. Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus en alzo Zijn zalving deelachtig ben, opdat ik Zijn Naam belijde, en mijzelf tot een levend dankoffer Hem offere, en met een vrije en goede consciëntie in dit leven tegen de zonde en de duivel strijde, en hiernamaals in eeuwigheid met Hem over alle schepselen regere. De drie zegeningen voor de christen.

U voelt, de Catechismus vindt: Dit hoort bij elkaar, de Christus en de christen. Die twee mag je niet losmaken! Maar wat is eigenlijk een christen? Ben je christen omdat mensen je zo noemen? Of omdat je opgroeit in een christelijk gezin? Of omdat je zondags naar een christelijke kerk gaat? Of omdat je gedoopt bent, belijdenis hebt gedaan en aan het Heilig Avondmaal gaat?

Nee, je bent christen (en alléén dan), als je één gemaakt bent met Christus. Ingeplant, ingeënt in Hem, als in de levende Wijnstok. Als je Zijn eigendom geworden bent, gekocht met de prijs van Zijn kostbare bloed. Een echt christen zit vast aan de Christus, met een levende band van geloof. Zoals het lichaam aan het Hoofd verbonden is. Zo zit een christen vast aan Christus. En zoals het lichaam niet kan zonder het hoofd. Zo kan een christen niet zonder Christus. Voor een oprecht christen is Christus zijn of haar enige Hoop.

Is Christus ook uw enige Hoop geworden? Als een wonderlijke Gift van de Vader, Die je hart vervult met verlangen, met honger en dorst, met verbazing, met vreugde en vrede? Omdat Hij de Enige is Die je verloren hart met God verzoenen kan en verzoent? Waardoor God weer de eer krijgt in leven, Die Hij zo waard is te krijgen? Waarom je ook nooit meer tegen God zondigen wilt? Dan ben je een waar christen. Dan ben je een ledemaat van Christus.

En de rijke zegen die daarbij hoort, die bestaat uit drie dingen, die passen bij de drie ambten van Christus.

a. Als eerste, als profeet, belijdt de oprecht gelovige Zijn Naam. De Catechismus zegt: opdat ik Zijn Naam belijde.

De Naam van Christus belijd je als christen in je hart. Dat Christus alles voor je geworden is. Dat je zoveel waarde ziet in Zijn Naam. Dat je zo naar Hem verlangt. Omdat Hij zo schittert in je ogen. Omdat je Hem zo graag wil kennen en meer wil leren kennen. Als Profeet, om je te leren wat je niet weet. Als Priester, om je hoop alleen te stellen op Zijn offer. Als Koning, om je te regeren en te bewaren.

De Naam van Christus belijd je als christen ook in het verborgen op je knieën voor de Heere: ‘Heere, het is onbegrijpelijk, maar er is niemand (zoals artikel 26 van de NGB zegt), er is niemand in de hemel of op de aarde, onder de schepselen, die meer van mij houdt dan U. En daarom, is er niemand op de aarde of in de hemel, van wie ik meer houd dan van U alleen. U bent al mijn liefde waard!’

De Naam van Christus belijd je al christen ook met je leven. Met het liefhebben van God en van Zijn geboden. Door te doen wat de Heere wil. Door iets van de geur van Christus te verspreiden op de plek waar je woont, studeert of werkt.

De Naam van Christus belijd je als christen ook met je woorden. Dan belijd je Zijn Naam en Zijn goede dienst, omdat het je lust en je leven is. Dan schaam je je niet voor de Naam van Christus. Want hoe zou je je schamen voor de Naam van Hem, Die je leven geworden is? Dan probeer je biddend op gelegen momenten iets goeds over de Heere te zeggen.

De rijke zegen van de oprecht gelovige bestaat uit drie dingen, die passen bij de drie ambten van Christus. Ik belijd als profeet Zijn Naam.

b. En als tweede, als priester, word ik geroepen: mijzelf tot levend dankoffer Hem op te offeren. Niet als brandoffer of zondoffer dus. Want de prijs voor de zonde is betaald. Maar als een vrijwillig dankoffer, met al de liefde van mijn hart: ‘Heere, hier is mijn leven, het is voor U. Zegt U maar wat ik doen moet, Ik zal u gehoorzaam zijn. Moet ik dingen opgeven voor U? Ik doe het van harte. Moet ik een andere taak op me nemen voor U? Ik doe van harte! Zie, hier ben ik. Ik zal U (in Uw kracht) dienen, gehoorzamen en volgen.’ Mijn hart, o Hemelmajesteit, is tot Uw dienst en lof bereid.

Priesters waren trouwens ook (de Catechismus noemt dat niet): biddende mensen. Biddend voor hun volk, als een hemeltolk. Zo mogen Gods kinderen, zo mogen wij ook voorbidders zijn. Ook in het midden van de gemeente. Biddend voor de bekering van degenen die nog onbekeerd zijn. Voor onze kinderen, voor onze jongeren, voor onze ouderen. Biddend, of dat ook zij datzelfde gelukkige leven zullen leren kennen. En of zij aan ons zullen zien en merken, hoeveel vrede ons dat geeft in het geloven. En dat het juk van Christus zacht is, en dat Zijn last licht is. Biddend voor degenen die dreigen af te haken of die al afgehaakt zijn. Biddend voor kinderen van God, die maar zo in het donker blijven hangen.

Priesters waren trouwens ook zegenende mensen. We zijn geen geestelijke hamsteraars, die alles voor onszelf houden. We mogen gunnende mensen zijn. We mogen een zegen zijn voor onze omgeving. Want wie Christus kent, die gunt het leven met Hem aan iedereen, aan heel de wereld.

De rijke zegen van de oprecht gelovige bestaat uit drie dingen, die passen bij de drie ambten van Christus. Als profeet belijd ik Zijn Naam. Als priester word ik aangesteld om mijzelf op te offeren aan Hem.

c. En als derde, als koning word ik gezalfd om met een vrij en goed geweten in dit leven tegen de zonde en de duivel te strijden. Want, het leven van een kind van God op aarde, is een leven van strijd. Een leven van strijd tegen de zonde, de duivel en de wereld. De liefde tot God zet ons aan tot strijd tegen de zonde. En we verwachten de overwinning in die strijd van Hem. Want we strijden niet in eigen kracht, maar biddend onder de macht en de heerschappij van onze grote Koning.

Totdat de strijd voorbij is, en we (zegt de Catechismus) hiernamaals in eeuwigheid met Hem over alle schepselen zullen regeren. Zoals Paulus schrijft aan Timotheüs: Als we hier verdragen (in strijd en verdrukking), zullen we straks met Hem heersen (2 Tim. 2:12). Dan is de strijd voorbij. Dan zullen we onze Heere ontmoeten. Dan zullen we Zijn heerlijkheid zien. De heerlijkheid van onze Koning, die ons door Israëls God gegeven is. Dan zullen we de Koning zien in Zijn schoonheid. En dan zullen we nooit meer terugzien.

Onze blijdschap (die hier begon, om Hem, om onze lieve Zaligmaker), onze blijdschap zal dan onbepaald, door het licht dat van Zijn aangezicht straalt, tot het hoogste toppunt stijgen.

Dan zullen we voor altijd onze kronen werpen aan de voeten van het Lam. Aan de voeten van Hem, Die ons gemaakt heeft (zo schrijft Johannes in Openbaring 1:6) tot koningen en priesters Gode en Zijn Vader.

Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid.

Amen.

Slotzang Psalm 108:1,2:

Mijn hart, o Hemelmajesteit, Is tot Uw dienst en lof bereid. 'k Zal zingen voor den Opperheer; 'k Zal psalmen zingen tot Zijn eer.

Ik zal, o HEER, Uw wonderdaân, Uw roem den volken doen verstaan; Want Uwe goedertierenheid Is tot de heem'len uitgebreid.