PREEK · HEIDELBERGSE CATECHISMUS

Zondag 20: De Heilige Geest (serie 2)

Zondag 20 · 30 maart 2025

Preek Heidelbergse Catechismus Zondag 20 (serie 2)

INLEIDING

In deze preek wordt stilgestaan bij het wonderlijke werk van de Derde Persoon van het Goddelijk Wezen: de Heilige Geest. Zondag 20 leert ons dat Hij waarachtig en eeuwig God is, samen met de Vader en de Zoon. Zijn bediening kenmerkt zich door vorm en orde te scheppen in de chaos en een tempel te bouwen waar God bij mensen kan wonen. Door Zijn genadige werk maakt Hij zondaren door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig.

THEMA

Wie is en wat doet God de Heilige Geest

KERNPUNTEN

  1. Zijn Godheid
  2. Zijn grote werk
  3. Zijn genadige troost

ZONDAG 20

Vraag 53: Wat gelooft gij van den Heiligen Geest?
Eerstelijk, dat Hij te zamen met den Vader en den Zoon waarachtig en eeuwig God is. Ten andere, dat Hij ook mij gegeven is, opdat Hij mij door een waar geloof Christus en al zijn weldaden deelachtig make, mij trooste, en bij mij eeuwiglijk blijve.

VOLLEDIGE TEKST

Zondag 20: De Heilige Geest (serie 2)

ds. J. IJsselstein - Zondag 20

THEMA

Wie is en wat doet God de Heilige Geest

LITURGIE

Psalm 89:6

Psalm 89:7

Lezen Genesis 1:1-5 en Johannes 16:1-15

Psalm 139:8,9,10

Psalm 48:6

Psalm 119:3,9

Gemeente, de Catechismus begon in de afgelopen weken bij de behandeling van de Twaalf Artikelen met: Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde. Daarna ging het over: En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere. Over de trappen van de vernedering van de Heere Jezus, en over die van Zijn verhoging. En nu gaat het in de Catechismus verder over: Ik geloof in de Heilige Geest.

Zijn Naam is in de taal van de Bijbel een woord waarvan het geluid zelf — als je het uitspreekt — de betekenis laat voelen. In het Hebreeuws van het Oude Testament: ruah. In het Grieks van het Nieuwe Testament: pneuma. Woorden waarbij het geluid zelf de kracht uitdrukt, de drijvende kracht. De Heilige Geest, de derde Persoon van het Goddelijk Wezen, laat ons van het begin tot het einde van de Bijbel de innerlijke drijfveer van God zien, in het werk van de schepping én in het werk van de verlossing. De Bijbel begint ermee in Genesis 1, en eindigt ermee in Openbaring 21.

Laten we, voordat we verdergaan met Zondag 20, samen nog even kijken naar de eerste twee verzen van Genesis 1. Genesis 1:1-2: In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op de afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren. Dat is het allereerste begin. De Geest Gods zweeft op de wateren. En daarna gaat God spreken door Zijn Woord. Kijk maar naar vers 3: En God zeide: Daar zij licht. En daar werd licht.

De Geest Gods zweeft op de wateren. Om twee dingen te doen. a. Als eerste zegt vers 2: de aarde was woest en ledig. De Heilige Geest brengt vorm in die eerste vormloosheid, en volheid in die eerste leegte. De drijvende kracht van de Persoon van de Heilige Geest brengt (door heel de Bijbel heen) vorm en orde in eerdere chaos, en volheid en vervulling in eerdere leegte. Hier bij de schepping, maar ook nu in mensenlevens, in de gemeente en in de kerk.

Ons oude, zondige leven was vormloos en doelloos, was leeg, duister en zonder bestemming. Maar als de Geest daarover zweeft en God gaat spreken met Zijn Woord en zeggen ‘er zij licht’, dan wordt het licht.

b. En dan gaat de Heilige Geest nog een tweede ding doen (en ook dat zie je door heel de Bijbel heen), dan bouwt Hij een tempel, een ontmoetingsplaats waar God de mens wil ontmoeten. Waar God naar de mensen wil toekomen om met hem te spreken. Met als doel dat de mens weer zal gaan leven tot eer en heerlijkheid van God.

- Zo wordt in Genesis 1 in het paradijs een tempel gebouwd, waar God naar Adam en Eva toekomt. Waar zij de stem van de Heere God horen aan de wind des daags. - Zo wordt er later, midden in de leegte en chaos van de woestijn, door de drijvende kracht van de Persoon van de Heilige Geest, een prachtige tabernakel gebouwd. - Nog weer later wordt er een tempel gebouwd, waar de Heere Zelf in woont. - Weer eeuwen later komt de Heilige Geest over de maagd Maria, en vormt de Heere Jezus als de Tempel van God, in Wie wij God mogen ontmoeten. - En weer later zegt Paulus in 1 Korinthe 6, dat de Heilige Geest woont in de gelovigen als in een tempel. - En uiteindelijk eindigt de Bijbel in Openbaring 21 met dat wonderlijke vooruitzicht: Zie, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn (Openb. 21:3).

Dus: de Heilige Geest, de derde Persoon van het Goddelijk Wezen, vol van adem, geest en drijvende kracht: Hij schept orde in chaos. En Hij bouwt een tempel voor God. En vervult die met God Zelf, om zo bij mensen te wonen. We gaan kijken naar Zondag 20. Vraag en antwoord 53:

Vraag 53. Wat gelooft u van de Heiligen Geest? Antwoord. Eerstelijk dat Hij samen met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God is. Ten andere dat Hij ook mij gegeven is, opdat Hij mij door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig make, mij trooste en bij mij eeuwig blijve.

Het thema voor de Catechismuspreek van vanmiddag is: Wie is en wat doet God de Heilige Geest

Er zijn drie aandachtspunten. We letten op: 1. Zijn Godheid: dat Hij samen met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God is. 2. Zijn grote werk: dat Hij ook mij gegeven is, opdat Hij mij door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig make 3. Zijn genadige troost: mij trooste en bij mij eeuwig blijve.

Als eerste dus:

1. Zijn Godheid

Maar eerst even deze vraag: Waarom heet de Heilige Geest zo: de Heilige Geest? Is dat omdat Hij heiliger is dan God de Vader en dan God de Zoon? Nee, God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest zijn alle Drie even heilig.

Nee, de Heilige Geest heet ‘heilig’ omdat het Zijn werk is om: te ‘heiligen’. Dat wil zeggen: af te zonderen voor God, aan God te wijden en eer aan God toe te brengen. Door het werk van God te doen, te laten zien, groot te maken, heerlijk te maken, te laten stralen. Dat was zo in de schepping, maar dat is zeker ook zo in herschepping.

Wij zijn het niet, die door alles wat wij doen of door onze heiligmaking, onszelf laten stralen. Nee, het is de Heilige Geest die ons, kinderen van God, innerlijk vernieuwt om God, om Christus te laten stralen, om Hem te verheerlijken.

De Heilige Geest: Zijn werk is heiligen, aan God wijden, God eer toe brengen. Door al Zijn werken. Hij werkte in de schepping: De Geest van God zweefde over de wateren (Gen. 1:2). Hij was werkzaam bij de ontvangenis van Christus. Hij was werkzaam in de vorming van de Bijbel, van de Heilige Schrift. Hij is werkzaam in de gaven Die Hij geeft. Hij is het vooral Die werkt in het hart van een zondaar.

En dat werk doet de Heilige Geest met grote kracht. En tegelijkertijd vaak in volkomen stilte. Hij maakt geen lawaai. Hij werkt zonder gerucht. Hij plaatst Zichzelf niet op de voorgrond. De Bijbel vergelijkt Zijn werk met de dauw die ’s nachts stil, onhoorbaar en onzichtbaar op de aarde neerdaalt.

Zijn werk is als een zachte wind, als het suizen van een zachte stilte. Die je, als je goed luistert wel hoort. Maar begrijpen doe je het niet. Wonderlijk, als de beentjes van een ongeboren kindje in de buik van zijn of haar moeder: onbegrepen, stil. Alleen mamma voelt het, en jij als je hand een keer op mamma’s buik mag leggen. De Heilige Geest werkt als zuurdesem. Het doet in stilte Zijn werk. En trekt stilletjes door heel het deeg heen. De Heilige Geest werkt in stilte. Ken jij, kent u dat stille werk van de Heilige Geest ook in uw eigen hart?

Maar tegelijkertijd is Zijn werk ook met grote, Goddelijke kracht. Zoals onze belijdenis zegt: bovennatuurlijk, zeer krachtig, zeer zoet, wonderlijk, verborgen, onuitsprekelijk (DL III/IV, 12). Je hoort er iets van op de Pinksterdag, aan dat geluid als van een geweldige gedreven wind (Hand. 2:2). Het klinkt als een orkaan. Maar het is tegelijkertijd bladstil.

Bovennatuurlijk…, Goddelijk… Daaruit blijkt iets van de Godheid van de Heilige Geest.

Hij is, zegt de Catechismus, samen met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God. Dat weten we vanuit de Bijbel uit Zijn Namen. De Heilige Geest wordt God genoemd. Als Ananias en Saffira met een leugen geld aanbieden aan Petrus, dan staat er in Handelingen 5:3-4: Ananías, waarom heeft de satan uw hart vervuld, dat u de Heilige Geest liegen zou en onttrekken van de prijs des lands? U hebt de mensen niet gelogen, maar Gode! De Heilige Geest wordt God genoemd.

Dat de Heilige Geest God is, dat weten we ook uit Zijn eigenschappen. Hij is eeuwig, en dus is Hij God. Hij is overal tegenwoordig. Psalm 139 zegt: Waar zou ik heen gaan voor Uw Geest, en waar zou ik heen vlieden voor Uw aangezicht? (Ps. 139:7). De Heilige Geest is ook alwetend. Hij doorgrondt en kent ons hart. Hij is ook almachtig. Hij wekt dode harten tot leven en opent de ogen van de blinden.

De Heilige Geest is God. Dat weten we uit Zijn Namen, uit Zijn eigenschappen, en ook uit Zijn Goddelijke werken en eer. Hij is de Schepper van de hemel en van de aarde. Door de Geest des HEEREN, zegt Psalm 33, is de aarde gemaakt (Ps. 33:6). En Job zegt: Door Zijn Geest heeft God de hemelen versierd (Job 26:13). En Psalm 104 zegt dat de Geest het gelaat van het aardrijk vernieuwt (Ps. 104:30). Dus als we in het voorjaar die prachtige bloesem aan de fruitbomen zien, dan is dat het werk van de Heilige Geest.

De Heilige Geest kwam ook over Maria, scheppend, zodat ze zwanger werd van de Heere Jezus (Luk. 1:35). De Heilige Geest is ook de Herschepper, Die dode zondaars levend maakt. Die mensen een nieuw hart geeft, Die geloof geeft, Die zonden afwast en vernieuwt naar het beeld van God.

De Heilige Geest is God, samen met de Vader en de Zoon. Hij is de Geest van de Vader en ook de Geest van de Zoon. De Heere Jezus noemde Hem: de Geest der waarheid Die van de Vader uitgaat (Joh. 15:26). En Paulus noemt Hem: de Geest van de Zoon (Gal. 4:6).

Het is ondenkbaar dat de Vader en de Zoon er zouden zijn zonder de Heilige Geest. Hij is het die de Goddelijke Drie-eenheid vervult en vervolmaakt. Er is een aller heerlijkste samenwerking tussen de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. De Heilige Geest verheerlijkt de Vader en de Zoon. De Zoon verheerlijkt de Vader. En de Vader verheerlijkt de Zoon. Samen de Drie-enige God!

We gaan verder met ons tweede aandachtspunt:

2. Zijn grote werk

De Catechismus zegt: Ten andere dat Hij ook mij gegeven is, opdat Hij mij door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig make. Jongens en meisjes, toen het werk van de Heere Jezus bijna klaar was, toen beloofde de Heere Jezus aan Zijn discipelen de komst van de Heilige Geest. Toen Hij zei: En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid (Joh. 14:16). Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen (Joh. 16:14).

En wat zegt dit kind van God nu in de Catechismus? Dat Hij ook mij gegeven is. Dat is bijzonder, toch? Maar hoe kan je nu weten of dat zo is? Of dat ook voor jou of voor u geldt?

Nou, hieraan. Als de Heere Zijn Heilige Geest geeft, dan gaat Hij iets doen. Dit is het doel van de Heere met het geven van Zijn Heilige Geest: dat Hij mij door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt.

Het is goed, gemeente, om hier even bij stil te staan. Waar begint genade, waar begint bekering mee? Met de Heilige Geest. Er staat niet, dat ik door mijn geloof de Heilige Geest ontvang. Het begint met God, met de Heilige Geest, Die Gods werk gaat doen. Die leven schept in mijn dood, orde in mijn chaos, doel in mijn leegte. En Die de leegte van mijn ongeloof verandert in geloof.

Zoals dat zichtbaar wordt op Pinksterdag! Staan daar mensen die zélf in de Heilige Geest, in de Geest van Christus, gaan geloven? Nee, daar staan duizenden mensen die van zichzelf dode zondaars en vijanden van Christus zijn. Maar zij worden door de herscheppende kracht van de Heilige Geest geraakt in het hart. Als het woord van Petrus klinkt: Deze, door de bepaalde raad en voorkennis Gods overgegeven zijnde, hebt u genomen, en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood — met andere woorden: u bent geen goedwillende of gelovige mensen, maar u bent vijanden van God en van de Zaligmaker. En die scherpe woorden breken hun hart.

Dat was het verborgen werk van de Heilige Geest. Die vijandschap breekt – ook hier, ook nu. Die in stilte nieuw geestelijk leven wekt. Niet in het hart van gelovenden, maar in het hart van vijanden. Zodat we gaan zien wat we gedaan hebben. Denk maar aan wat er in Handelingen 2 staat over die menigte mensen in Jeruzalem op de Pinksterdag: En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders? (Hand. 2:37). De Heilige Geest neemt hun harten in bezit. Hij legt beslag op hun levens. Hij wekt ze tot leven. Hij maakt ze los uit Adam, ent ze in in Christus.

En ze worden zondaar voor God. Ze zien hun nood, hun misdaden en hun verlorenheid. En ze gaan roepen om genade.

En zo werkt de Heilige Geest nog steeds – op heel veel manieren, bij iedereen verschillend. Maar de kern van de zaak is gelijk: Hij maakt dode zondaars levend. Brengt ze in de nood. Leert ze hun zondaar zijn voor God. Hij neemt ze alles van henzelf uit handen. En verkondigt hun Christus. Zoals beloofd: Want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.

Wie? Christus, als de Gezondene van de Vader, om te zoeken en zalig te maken wat verloren is. Om blinden het gezicht te geven, gevangenen vrijheid uit te roepen en gebondenen opening van hun gevangenis. Hij is de grote inhoud en het doel van het werk van de Heilige Geest: Jezus Christus.

Hij is beschikbaar voor iedereen. Maar Hij krijgt zoveel waarde voor hen, die door de Heilige Geest doorpriemd zijn in hun hart. Die hebben leren zien, dat ze zondaar zijn voor God. Dat ze het zelf nooit meer kunnen goedmaken. Voor hen die alles schade en drek gaan achten om de uitnemendheid van de kennis van Christus Jezus (Fil. 3:8). Hoe armer ze worden in zichzelf, hoe meer ze hun nood zien, en hoe kostbaarder Hij voor hen wordt: Het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt.

De Heilige Geest, zegt de Heidelbergse Catechismus, maakt deelachtig. Dat wil zeggen: Hij geeft deel aan. Hij laat delen in. Hij geeft. Aan wie? En wat? Er worden twee dingen genoemd. Niet voor niets in deze volgorde: eerst Christus, en daarna al Zijn weldaden.

Je kan al zo gelukkig zijn als je ziet dat er een Zaligmaker beschikbaar is. Als je hoort dat je nog zalig kan worden. Maar er is meer nodig. Het gaat hierom: heb je deel aan Christus? Heb je Hem persoonlijk leren kennen? Ben jij van Hem, Zijn eigendom? En is Hij ook jouw Heere en Zaligmaker? Heb je alle dingen van jezelf schade leren achten, om Christus te mogen gewinnen. Omdat de Heilige Geest als eerste in jouw leven een band aan Hem heeft geknoopt? Losgehaald uit je oude leven, ingeënt, ingeplant in Christus?

Geliefde gemeente, kijk eens diep in uw hart: is Christus uw leven, is Hij uw alles? De bruid zegt in het Hooglied: Alles wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Zulk een is mijn Liefste. Zegt u dat ook? Je kan veel dingen zeggen, je kan veel meegemaakt hebben, je kan veel gekregen hebben. Maar het gaat, gemeente, om de Persoon van de Heere Jezus Christus. We hebben in de eerste plaats nodig dat we Hem kennen, als onze persoonlijke Heere en Zaligmaker.

En daar werkt de Heilige Geest naar toe. Als Hij de ogen van verslagen zondaars op Hem gaat richten. Door hen, zoals de Heere Jezus zegt, als eerste te overtuigen van zonde.

Daar gaat het niet buiten om. De Heere werkt niet om de zonde heen. Maar daarna overtuigt Hij ook van Christus. Van Zijn komen in deze wereld, van Zijn lijden en van Zijn sterven. Van Zijn zondaarsliefde en van Zijn liefhebbend hart. Wat gaat het oog van je verslagen hart dan oplichten! Wat geeft dat hoop aan een gebroken hart. Wat geeft dat een verlangen in een verslagen hart. Als de Heilige Geest je met koorden van liefde trekt en je tot Christus brengt. En de Heilige Geest je deel geeft aan Hem. Onbegrijpelijk wonder van genade! De Heilige Geest geeft Christus aan míj, als mijn Heere en mijn God.

We gaan voordat we verdergaan samen eerst zingen uit Psalm 48:6: Want deze God is onze God; Hij is ons deel, ons zalig lot, Door tijd noch eeuwigheid te scheiden; Ter dood toe zal Hij ons geleiden. - - - - -

Het grote werk van de Heilige Geest waar het in ons tweede punt over gaat, is: dat Hij mij door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt. De Heidelbergse Catechismus zegt: door het geloof maakt de Heilige Geest ons Christus deelachtig. Hij dringt, Hij duwt, Hij stuwt onze zondige harten naar Hem toe. En Hij verbindt ons aan Hem. Hij geeft Hem aan ons. Geloven is dus niet iets wat je van jezelf doet of kan. Niet iets waar je zelf mee begint, niet iets waar je zelf voor kiest. Dat doet de Heilige Geest. Die het geloof geeft in het hart. Geloof dat verbindt aan Christus. En dat geloof is de band die je met Christus verenigt, die je vastbindt aan Hem. En dat is de hand die Hem aanneemt, dat is het hart dat Hem omhelst. Zodat we deel krijgen aan Hem. Zodat we mogen zeggen: Hij is ook mijn Zaligmaker.

Kent u persoonlijk dat werk van de Heilige Geest in uw hart? Als u iets kennen mag van het ware, het echte geloof, dan zult u ook erkennen dat dat niet uit uzelf gekomen is. U kon van uzelf niet geloven, u wilde het niet. Maar de Heilige Geest bracht u daar. U was van uzelf zo vol weerstand en vijandschap tegen vrije genade, van uzelf vol twijfel en ongeloof. Totdat Hij bij u kwam en ging spreken door dit Woord. En u leerde geloven.

De Heilige Geest maakt mij, zegt de Heidelbergse Catechismus, door een waar geloof niet alleen Christus deelachtig, maar ook al Zijn weldaden. Weldaden zijn daden van goedheid, dingen die de Heere doet. En die zijn nooit los te maken van Hemzelf. Los verkrijgbaar zijn ze niet. Want Hij wijst niet alleen de weg, Hij is ook de Weg. Hij spreekt niet alleen de waarheid, Hij is ook de Waarheid. En Hij geeft niet alleen leven, Hij is ook het Leven. Door het geloof in Christus ontvangen we met Hem ook al Zijn weldaden.

Al Zijn weldaden. Dan mag je denken aan vergeving van zonde. Denk maar aan wat Petrus zegt in Hand. 10:43: Dezen geven getuigenis al de profeten, dat een iegelijk die in Hem gelooft, vergeving der zonden ontvangen zal door Zijn Naam. Dan mag je denken aan verzoening met God. Zoals Johannes schrijft in 1 Johannes 4:10: Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een Verzoening voor onze zonden. Dan mag je denken aan rechtvaardiging, heiliging en volkomen verlossing. Zoals Paulus schrijft in 1 Korinthe 1:30: Maar uit Hem bent u in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing.

Want wie in Christus is, moet niet vervolgens alles alsnog zelf oplossen. Die krijgt deel aan alles wat Hij door Zijn Heilige Geest in ons wil werken. Die krijgt deel aan alles wat Hij doet: aan al Zijn weldaden. En dan kan het niet anders: dan ga je steeds minder van jezelf verwachten. En dan leer je steeds meer hopen op Hem. Want alles komt van Hem. Dan ga je iets leren van wat Paulus zegt in Filippenzen 3:8: Ja gewis, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb, en acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen. Want als ik Hem heb, heb ik alles. Dan zal Hij door Zijn Heilige Geest alles doen in mijn leven, wat ik zo nodig heb om met de Heere te leven.

Dan krijgt de Heere Jezus steeds meer waarde voor je. Dan ga je je ook steeds meer verwonderen over het verborgen werk van de Heilige Geest in je hart. Al die dingen die je zelf niet kon en niet wilde — Hij verandert het. Jij kon het niet: Hij doet het. Jij wilde het niet: maar Hij verandert je wil, zodat je metterdaad gaat willen. Dan krijgt de Heere Jezus steeds meer waarde voor je. Maar zelf krimp je. Omdat je meer en meer gaat zien, dat alles in je leven Gods werk is. En dat heel je leven hangt aan de draad van Zijn eenzijdige, eeuwige trouw en macht. Dan ga je de Heere steeds meer liefhebben, hoogachten en eren. Als de Heilige Geest Christus gaat verheerlijken in je leven. Dan wordt Hij alles voor je.

We gaan naar ons derde punt:

3. Zijn genadige troost.

De Catechismus zegt: Hij troost mij, en Hij zal eeuwig bij mij blijven. De Heilige Geest, de Trooster, troost ons — ons die Gods kinderen mogen zijn — door ons te helpen in onze strijd tegen de zonde. Door ons te leren hoe we bidden moeten. En als we niet weten wat we bidden moeten, als ons gebed wegsterft zonder woorden, dan komt de Geest erbij. En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen (Rom. 8:26).

De Heilige Geest, de Trooster, troost ons ook door ons te laten zien dat we kinderen van God zijn. De Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. Door ons meer en meer te verzekeren van ons aandeel aan Christus, en van de liefde van de Vader. En aangezien u kinderen bent, zo heeft God de Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader (Gal. 4:6).

De Heilige Geest, de Trooster, troost ons ook door ons te laten geloven dat Hij in onze harten woont. Waar Hij nu, te midden van de leegte en de chaos in ons, door Zijn werk Zijn tempel bouwt tot eer en glorie van God.

Hoe leert de Heilige Geest ons dat? Door Zijn Woord. Door beloftewoorden die ons verzekeren van Zijn genade. En door de beide sacramenten. Door de tekenen en zegels die Hij ons daarin voor ogen houdt, als bewijzen van de liefde van Christus en van ons aandeel aan Hem. Om ons zo in ons hart te verzekeren van Zijn blijvende liefde voor ons. Opdat we in alle strijd, twijfel en aanvechting, in alle moeite en verdriet, getroost ons hoofd omhoog zullen heffen. Wetend dat niets ons zal scheiden van de liefde van God, die in Christus Jezus is. Ook al zien we Hem niet. Ook al voelen we dat niet. Maar Zijn beloftewoorden blijven waar: Ik zal u niet begeven, Ik zal u niet verlaten. En: Ik ben met ulieden al dagen tot voleinding der wereld.

Als de Heere ons zo door Zijn Woord en door de sacramenten wijst op Zijn liefde en trouw, en op ons aandeel aan Hem, dan mogen we ons om Christus' wil, midden in de moeite van dit leven verheugen met onuitsprekelijke en heerlijke vreugde. Om onze Zaligmaker, om Christus, Die ons zo uitnemend heeft liefgehad. Doordat de Heilige Geest vanuit ons hart ons hart en oog op Hem richt. Om Hem in onze levens te verheerlijken.

En Hij, de Heilige Geest, zo zegt de Heidelbergse Catechismus, blijft eeuwig bij ons. Als de verhoring van het gebed van de Heere Jezus Zelf: En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid (Joh. 14:16).

Wat nu, als je de Heere niet kent? Wat dan? Wat moet je dan doen? Als je verderop in de Heidelbergse Catechismus kijkt, dan lees je in Zondag 38 (waar het over de rustdag gaat) dit: dat ik de Heere door Zijn Geest in mij moet laten werken. Dat wil niet zeggen, dat je daar wel of geen toestemming voor kan geven. Maar het wil wel zeggen, dat je de Heilige Geest niet moet bedroeven (Ef. 4:30). Dat je Hem niet moet tegenwerken of tegenstaan (Hand. 7:51). En dat je de middelen moet gebruiken die God gegeven heeft (DL I-16, III/IV-17).

Dus twee dingen: de middelen gebruiken, en de Heere niet bedroeven en tegenstaan. Dus, jongelui: lees biddend in je Bijbel. Buig je knieën — letterlijk! Zoek God, en je zult Hem vinden. Echt waar.

En blus de Geest niet uit door je plezier te zoeken in allerlei dingen die de Heere niet wil. Verpruts je kostbare tijd niet met dingen die van geen waarde zijn. God en een leven met Hem is van oneindig veel meer waarde dan alles wat je in deze wereld kan krijgen.

En u, volwassenen, ouderen, sta de Heilige Geest niet tegen. Bedroef Hem niet. Door op te gaan in de mooie dingen van deze tijd: in het genieten van schaduwen die er over tien, twintig, dertig, veertig of zestig jaar niet meer zijn. En blus de Geest niet uit. Zeker niet in tijden dat de Heere krachtig werkt. U ziet het, u hoort het van dichtbij. Ga dan niet door op uw eigen weg, maar roep Hem aan terwijl Hij nabij is. Want tijden van zegen en genade zijn tijden die voorbijgaan. Ga uw knieën buigen, als u dat nog nooit gedaan hebt. U hebt de Heere lang laten wachten. Maar Hij zal Zich ontfermen op uw gebed. Ga zoeken in het Woord en u zult Hem alsnog vinden.

Laat de tijden waarin de Heere werkt, de tijden waarin de dauw van de Heilige Geest in stilte in de gemeente valt, laat die zegen brengende tijden niet voorbijgaan. Nu is het welaangename tijd, nu is het dag der zaligheid! Nu, heden, indien u Zijn stem hoort, verhard u niet. Maar buig ook. Ga ook roepen: Wat moet ik doen om zalig te worden?

Jongelui, volwassenen, ouderen, u allemaal die nog onbekeerd bent: kijk toch wat u mist. Genade, leven! De enige troost en het echte vooruitzicht! Maar kijk ook naar wat u krijgen kunt. De Heere geeft het uit genade, voor niets, aan verloren zondaars die Zijn vijanden zijn. Kom, laat u dan toch met God verzoenen. Sta de Heilige Geest niet tegen, maar laat Hem in u werken. Want: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in de dood des goddelozen! Maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zou u sterven, o huis Israëls? (Ez. 33:11) O gemeente van [plaatsnaam], waarom zou u sterven?

Amen.

Slotzang Psalm 119:3,9

Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwe Geest! Mocht die mij op mijn paân ten leidsman strekken! 'k Hield dan Uw wet, dan leefd' ik onbevreesd; Dan zou geen schaamt' mijn aangezicht bedekken, Wanneer ik steeds opmerkend waar' geweest, Hoe Uw geboôn mij tot Uw liefde wekken.

Doe bij Uw knecht weldadigheid, o HEER, Opdat ik leev', Uw woorden moog' bewaren, En dat Uw Geest mij ware wijsheid leer (enz.)