PREEK · KERKELIJK JAAR

Ere zij God, vrede op aarde – Lukas 2

Kerst - 25 december 2021

Lukas 2:14: Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.

INLEIDING

Herders houden 's nachts de wacht bij Bethlehem, arm en veracht, maar vroom en de Messias verwachtend. Plotseling omschijnt hen Gods heerlijkheid en zij vrezen zeer. De engel spreekt: Vreest niet, want u is heden de Zaligmaker geboren. Dit geboortebericht is juist voor de nederigen en geestelijk armen bestemd; Christus buigt dieper dan zij. Een hemelse legermacht bevestigt dit met lof: Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in mensen een welbehagen.

THEMA

Een hemels geboortebericht.

KERNPUNTEN

  1. De geadresseerden van het bericht
  2. De inhoud van het geboortebericht.
  3. De bevestiging van het geboortebericht

LUKAS 2:8-15

8 En er waren herders in diezelve landstreek, zich houdende in het veld, en hielden de nachtwacht over hun kudde.
9 En zie, een engel des Heeren stond bij hen, en de heerlijkheid des Heeren omscheen hen, en zij vreesden met grote vreze.
10 En de engel zeide tot hen: Vreest niet, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal;
11 Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, Welke is Christus de Heere, in de stad Davids.
12 En dit zal u het teken zijn: Gij zult het Kindeken vinden in doeken gewonden en liggende in de kribbe.
13 En van stonden aan was daar met den engel een menigte des hemelsen heirlegers, prijzende God en zeggende:
14 Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.
15 En het geschiedde als de engelen van hen weggevaren waren naar den hemel, dat de herders tot elkander zeiden: Laat ons dan heengaan tot Bethlehem en laat ons zien het woord dat er geschied is, hetwelk de Heere ons heeft kond gedaan.

VOLLEDIGE TEKST

Ere zij God, vrede op aarde – Lukas 2

ds. J. IJsselstein - Lukas 2:14

THEMA

Een hemels geboortebericht.

LITURGIE

Psalm 97:6,7

Psalm 111:5

Lezen Lukas 2:8-14

Lofzang Zacharias: 1,4,5

Psalm 146:5

Psalm 150:1,2,3

Gemeente, in deze dienst overdenken we het kerstevangelie vanuit Lukas 2, vers 8 tot en met 14. In Lukas 2: 8-14 lezen we het Woord van God als volgt: En er waren herders in diezelfde landstreek, zich houdende in het veld, en hielden de nachtwacht over hun kudde. En ziet, een engel des Heeren stond bij hen, en de heerlijkheid des Heeren omscheen hen, en zij vreesden met grote vreze. En de engel zeide tot hen: Vreest niet, want, ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal, namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids. En dit zal u het teken zijn: gij zult het Kindeken vinden in doeken gewonden, en liggende in de kribbe. En van stonde aan was er met den engel een menigte des hemelsen heirlegers, prijzende God en zeggende: Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen. Het thema voor de preek van vanmorgen/vanmiddag is: Een hemels geboortebericht. We letten op drie aandachtspunten. We letten in de eerste plaats op de geadresseerden van dit geboortebericht. Aan wie is dit bericht gestuurd? We letten in de tweede plaats op de inhoud van dit geboortebericht. Wat wordt er precies gezegd? En we letten in de derde plaats op de bevestiging van dit geboortebericht. Wat gebeurde er na dit geboortebericht?

Dus: Een hemels geboortebericht 1. De geadresseerden van het bericht 2. De inhoud van het bericht 3. De bevestiging van het bericht. Als eerste dus:

1. De geadresseerden van het bericht.

Aan wie is het bericht gestuurd? Aan de herders in de velden van Efratha, vlak buiten het stadje Bethlehem. Kijkt u maar in vers 8, waar staat: En er waren herders in diezelfde landstreek, zich houdende in het veld, en hielden de nachtwacht over hun kudde. Het is nacht. Het is donker… En het is ook een beetje koud…

Maar, niet zo koud dat de schapen naar binnen moeten. Ze slapen buiten in het open veld. En om de beurt houden de herders de wacht bij de kudde. Wat zijn dat voor mannen, die herders? Dit zijn mannen op wie neergekeken wordt. Herders zijn arm, herders worden geminacht. Dit zijn mensen van heel lage stand, op wie de mensen uit de stad neerkijken. Ze behoren bij de allerlaagste rang van mensen. Opleiding hebben ze ook niet. Wat ze doen? Ze houden schapen. Voor de wol? Ja, vast ook. Maar we weten dat deze herders buiten Bethlehem vooral schapen hielden om Jeruzalem, om de bezoekers van de tempel in Jeruzalem van schapen te voorzien. Daar bij de tempel was een eindeloze hoeveelheid schapen en lammeren nodig voor de offers van iedere dag, en vooral voor de offers van de feestdagen, voor de offers van het paasfeest, van de grote verzoendag en van alle andere feesten.

Je kan je wel voorstellen, jongelui, dat deze mannen, zittend bij een vuurtje in het donker van de nacht, het er weleens met elkaar gehad hebben over… hun werk… Ik stel me zo voor dat de één zei: ‘Waarvoor brengen we deze schapen eigenlijk groot? Straks gaan ze toch allemaal onder het mes…’ En dat de ander zei: ‘Ja, maar, man, je weet toch nog wel wat we vroeger leerden van de rabbi, over de profeet Jesaja, die profeteerde: Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. Als dezelve (onze ongerechtigheid) geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid… (Jesaja 53:6-7).’ Ja, zei weer een ander: ‘Ooit houdt onze business op. Als de Messias komt… Wanneer zou Hij komen…?’

Dat zou dan toch wel een beetje jammer zijn, jongens en meisjes, of niet? Als de Messias komt, dan zijn de offers overbodig, dan hebben deze herders geen werk meer. Als het Lam (de Heere Jezus) komt, dan zijn er geen schapen meer nodig. Dan zijn ze hun werk kwijt…

Nee, toch denken de herders daar anders over. Ze zien juist uit naar de komst van de Messias. Daar verlangen ze naar. Maar ondertussen doen ze gewoon hun werk. En dat moet ook. Het is niet voor niets dat straks de boodschap van de Heere komt op het moment dat ze gewoon aan het werk zijn. Werken is goed. Op je werk kan je ook over de dingen van de Heere denken en in stilte bidden en verwachten.

De herders in de velden van Bethlehem zijn arme, hardwerkende mensen, mensen van lage komaf, die gewoon bezig zijn met hun werk. Maar het zijn ook vrome mannen, vroom in de goede zin van het woord: ze dienen de Heere, ze kennen de profetieën van de komst van de Messias. En ze verwachten Hem! Ze verwachten, net als Simeon, de vertroosting Israëls (Lukas 2:25).

Dat blijkt zo meteen uit hoe de engel hen aanspreekt (vers 10-12). Het blijkt ook daarna uit hun reactie: ze geloven de woorden van de engel (vers 15), ze verkondigen wat ze gezien hebben (vers 17) en ze verheerlijken, ze prijzen God (vers 20).

De herders in deze geschiedenis zijn vooral beeld van de mensen die Maria noemt: de nederigen. Ze zingt u Lukas 1:52: de nederigen heeft Hij (God) verhoogd. Ze zijn arm, laag van stand, nederig en veracht. Ze zijn vooral geestelijk arm en ontdekt aan wie ze zelf zijn. En, ze verwachten de vervulling van Gods belofte. Maar, ze rekenen er niet op dat die vervulling al zo snel komen zal.

Midden in de nacht zitten ze, rond hun vuurtje, bij elkaar. Ze passen op de schapen. Ze letten op of er geen dieven of roofdieren komen. Boven hen fonkelen miljoenen sterren. In de verte schijnt de maan… Verder is het donker… Maar dan ineens: Licht! Licht in de duisternis van de nacht!

Er staat in vers 9: En ziet, een Engel des Heeren stond bij hen en de heerlijkheid des Heeren omscheen hen, en zij vreesden met grote vreze! Ze hebben hem niet eens uit de hemel zien komen. Ineens staat hij bij hem: een engel! Die hebben ze nog nooit gezien: een engel! Ineens staat hij bij hen. En daarbij: de heerlijkheid van de Heere, het oogverblindende licht van Zijn glorie en majesteit omschijnt hen. Het schijnt aan alle kanten op hen. Jongens en meisjes, als iemand ‘s nachts in het donker ineens het licht in je kamer aandoet, dan zeg je: ‘Nee, niet doen! Dat licht is zo fel!’ Je kruipt snel onder je dekens. Maar dat is nog maar het licht van een klein lampje.

Hier (indrukwekkend moet het geweest zijn…), midden in het donker van de nacht worden de herders plotseling omhuld door de felste lichtstralen die denkbaar zijn, door het licht van Gods majesteit, door het licht dat van Zijn aangezicht straalt…

Ze schrikken geweldig! En ze vrezen met grote vreze. Ze zijn (dat kan je begrijpen!) vol van angst. Ze krimpen ineen. Want God verschijnt! Dit zijn Godvrezende mannen, maar toch vrezen ze. Want ze weten, dat ze van zichzelf voor de heilige God niet kunnen bestaan. Dit zijn Godvrezende mannen, maar toch vrezen ze. En daarom vrezen ze, juist zij! Want zij kennen iets van zichzelf, zij weten wie ze zijn, voor God. Ze kennen iets van Gods heiligheid, en dus vrezen ze. Ze vrezen, maar ze vluchten niet…

Later, bij de opstanding van de Heere Jezus, gebeurt er iets vergelijkbaars. Goddeloze wachters zien een engel. Uit vrees voor hem worden ze zeer verschrikt, heel erg bang. Zo erg, dat ze, zo schrijft Mattheüs werden als doden. De goddeloze wachters vrezen en… vluchten (Mattheüs 28:4,11). De vrome herders vrezen, maar… vluchten niet.

Hun vrees is wel heel intens. Want, als God verschijnt, dan…, dan is het met mij gedaan, dan moet ik omkomen. Ik kan voor God toch niet bestaan? Heere, zo U de ongerechtigheden gadeslaat, wie zal voor U kunnen bestaan (Psalm 130:3)? Ik ben bedorven. Mijn hart is vol van zonde en schuld. En nu…? God verschijnt! Dan moet ik verloren gaan. Want onze God is een verterend vuur en een eeuwige gloed, bij Wie niemand wonen kan (Hebreeën 12:29).

Als God verschijnt in het leven van een mens, als de Heere verschijnt in het leven van Zijn kinderen, met de majesteit en glorie van Zijn licht toen, met de majesteit en glorie van Zijn Woord nu, als de Almachtige verschijnt en spreekt…, dan vrezen we, dan krimpen we ineen. Want: Ik kan voor Hem niet bestaan. Ik moet omkomen. Maar toch, we vluchten niet weg. We buigen, we luisteren…

Kohlbrugge zegt: ‘Waar de heerlijkheid van God in het hart doordringt, waar de Heere Zelf tot ons komt met Zijn heilige wet, daar zinkt de mens neer…’ Maar, er is ook een andere kant. Kohlbrugge zegt ook: ‘Waar echter het echte zaligmakende ‘wee mij’ uit het hart opstijgt, dat de Heere er Zelf in gelegd heeft, daar spreekt de Heere: Ik verkondig u grote blijdschap.’

Want het is (ook vanmorgen/vanmiddag) voor de Heere een vreugde en blijdschap om juist zulke diep gebogen, vrezende zondaars weer op te richten, om klagenden en treurenden te troosten. Om juist tot hen te zeggen: Vrees niet. Hier ben Ik (Jesaja 40:9). En zo is het ook hier. De herders krimpen ineen, ze zijn zeer bevreesd, maar ze vluchten niet. Ze buigen…, ze luisteren… en horen…

Ze horen (en dat verwachten ze niet) een vriendelijk ‘vrees niet’. ‘U hoeft niet te vrezen, u hoeft niet bang te zijn.’ Het verschijnen van de heerlijkheid van de Heere boezemt hen grote angst in, maar dat hoeft niet. Want de Heere komt niet met oordeel, maar Hij komt juist met een boodschap van vrede. Juist voor hen, die nederig en geestelijk arm zijn in zichzelf, en die Hem verwachten. Kijkt u maar in vers 10 en 11, waar staat: En de engel zeide tot hen (tot de herders): Vreest niet, want, ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal, namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids. Het brengt ons bij ons tweede aandachtspunt:

2. De inhoud van het geboortebericht.

Jongens en meisjes, het geboortebericht van de geboren Koning der Joden, gaat als eerste naar…? Je zegt: ‘Naar koning Herodes? Naar de Schriftgeleerden en de farizeeën?’ Nee. Het gaat als eerst naar (en dat is nog steeds zo!), het gaat als eerste naar de minste, de armste en de meest verachte mensen, die op de Heere hopen.

En dat irriteerde de godsdienstige mensen toen heel erg, zo erg, dat ze Jezus diep veracht hebben. En dat verwonderde de herders zo diep, dat ze God hoog geëerd hebben.

De engel zegt: ‘Vreest niet, want, ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal! Ik heb voor u een goede boodschap vol blijdschap, die (zo staat er) al den volke wezen zal, dat wil zeggen: een boodschap voor heel het volk, voor al Gods volk, voor (zo staat in vers 14) mensen van welbehagen, mensen in wie God een welbehagen heeft. Voor hen is dit een blijde boodschap. Omdat zij die verwachten.

Natuurlijk moet die boodschap aan heel het volk, aan iedereen gebracht worden. En die boodschap moet ook gebracht worden naar de mensen van alle andere volken buiten Israël, ongeacht land, nationaliteit, leeftijd, man of vrouw, sociale rang of opleiding. Dit is een blijde boodschap die iedereen horen moet! Hoewel de meeste mensen er geen boodschap aan hebben. Maar desondanks: dit is het evangelie, dit is de goede boodschap van kerst: er is een Zaligmaker beschikbaar voor u!

Dit is een blijde boodschap die iedereen horen moet! Maar dit is vooral een blijde boodschap voor u, bij wie deze Zaligmaker zo goed past. Luister maar, naar de inhoud van de boodschap. ‘Ik heb’, zegt de engel, ‘voor u een geboortebericht.’

Maar lees eens goed, jongens en meisjes, want dit is een bijzonder bericht. Als ik een geboortekaartje uit de gemeente krijg, dan staat er altijd op: vandaag (de datum staat erbij) is geboren, en dan volgt de naam van het kindje, en dan: zoon of dochter van die en die (en dan staan er de namen van de vader en moeder), wonend op dat adres.

En nu, luister eens goed naar het geboortebericht van de engel: U is heden (dat is de datum: vandaag) geboren de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere (dat is de naam van het geboren Kind), in de stad Davids (dat is Zijn geboorteplaats)… Maar verder…? Wie hebben dit kindje gekregen? Waarom staan er niet de namen bij van Jozef en Maria? Die namen staan er niet bij. Er wordt wel een andere naam bij gezegd. En dat maakt dit geboortebericht tot een heel bijzonder bericht. De engel zegt: ‘Dit Kindje is, herders, voor u geboren! Voor u is heden geboren de Zaligmaker. Dat is het wonder van kerst: herders, dit Kind is voor u geboren.

De engel zegt: ‘Hij is niet voor ons, voor ons engelen geboren, maar voor u, en voor mensen zoals u. U bent, voor het oog van mensen en vooral in uw eigen oog, laag van stand, arm, en u hebt geen aanzien? Luister, herders, dit Kind, deze Zaligmaker past helemaal bij u. De Zaligmaker is geboren…, op uw niveau. U bent arm wat betreft uw maatschappelijke status, maar vooral ook geestelijk, wat betreft uw hart. U zou, bij het horen van dit bericht ‘van blijdschap voor heel het volk van God’ juist geneigd zijn om te denken ‘ja, maar daar durf ik mezelf niet bij te rekenen.

Daarom, vrees niet, daarom kom ik, de engel, juist persoonlijk naar u toe. Om het u te zeggen: dit blijde bericht is bestemd voor u! U verwacht, in al uw geestelijke armoede en gebrek, de verlossing Israëls? Herders, luister, u durft het bijna niet te geloven, maar het is toch waar: Om u, is de Zaligmaker, die heel rijk was, arm geworden (2 Korinthe 8:9). Om u is Hij uit de hemel gekomen, met niets, met lege handen. Kijk straks maar, dit is voor u (juist voor u, armen!) het teken en het bewijs: Hij ligt in doeken gewonden, in een kribbe.’

Is dat geen blijde boodschap voor u, armen van geest? Een rijke Christus, in koninklijke gewaad gehuld, gelegd in een prinselijke wieg? Naar zo’n koningskind zou u, met uw verloren leven, niet durven gaan. Maar zou u de uitnodiging van dit geboortebericht naast u durven neerleggen? Hij werd zo arm, ja, armer dan dat u bent. Hij, die de bossen en wouden Zelf geplant heeft, ligt nu in een bak van hout. Hij, die altijd het aangezicht van Zijn Vader zag, kijkt nu in het gezicht van een tienermoeder. Hij, Wie de hemel niet kan bevatten, ligt nu in een voederbak. Dit is een blijde boodschap voor u, arme zondaars, voor u, die uitziet naar en hoopt op een Zaligmaker voor u. U denkt: ‘Bij het volk van God durf ik me niet te rekenen.’ Maar nu komt de Heere door de mond van de engel, door de mond van dit Woord, Zelf naar u toe (en Hij geve u een hart om te geloven) en zegt tegen u, ja, juist tegen u, armen: ‘Hij is geboren voor u.’ Ik heb Hem naar deze wereld gezonden voor mensen zoals u.

U ligt in het stof gebogen voor God vanwege uw zonden en schuld. En nu komt Hij. Hij buigt dieper dan u. Voor u. Hij komt tot het laagste van het lage. Dieper buigen kan Hij niet. U was deze diepte waard, deze diepte van geen plaats hebben, van geen huis, geen bed en geen wieg hebben, deze diepte van niets hebben. En nu is Hij in die diepte gekomen, voor u. Ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal, namelijk dat u(!) heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids. En dit zal u het teken zijn: gij zult het Kindeken vinden in doeken gewonden, en liggende in de kribbe.

Dat zijn Zijn Namen: Hij is de Zaligmaker, die zondaars redt. Hij is de Christus, de Gezalfde, die door God gezalfd en gezonden is. Hij is de Heere, de almachtige Koning.

Op de allerlaagste plaats. U past niet bij Hem. Daarom is uw hart vol van vrees. Maar, Gode zij dank, Hij past bij u. De Allerlaagste past bij de nederigen. De Allerarmste past bij de armen. De Allerbehoeftigste past bij de nooddruftigen.

Heden (ziet, hier is uw God!), heden is Hij voor u geboren. Hij voor u, daar u anders de eeuwige dood moest sterven!

In armoede en ontbering ligt Hij in de kribbe. Opdat armen en ellendigen tot Hem de toevlucht zouden nemen, opdat zij ervaren zouden, terwijl zij hun handen naar Hem uitstrekken, dat Hij armen goed is, en dat Hij een Heiland van zondaars is. Laten we daar samen eerst van zingen uit Psalm 146, daarvan het vijfde vers.

't Is de HEER, die 't recht der armen, Der verdrukten gelden doet; Die, uit liefderijk erbarmen, Hongerigen mildelijk voedt; Die gevangenen vrijheid schenkt, En aan hun ellende denkt.

De preek van vanmorgen/vanmiddag gaat over ‘Een hemels geboortebericht’. We hebben in de eerste plaats gelet op de geadresseerden van het bericht: de herders. Daarna letten we in de tweede plaats op de inhoud van het bericht: U is heden geboren de Zaligmaker. Nu ons derde en laatste aandachtspunt:

3. De bevestiging van het geboortebericht

Want, zo lezen we in vers 13 en 14: En van stonde aan was er met den engel een menigte des hemelsen heirlegers, prijzende God en zeggende: Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen Ineens is er een leger, een menigte van ontelbare engelen, die Gods prijzen en zeggen… Ze zeggen twee dingen.

Het eerste wat ze zeggen is: Ere zij God in de hoogste hemelen. Waarom zeggen de engelen eer en lof toe aan God Drie-enig? In de eerste plaats omdat in de geboorte van de Heere Jezus de oneindige wijsheid van God schittert. Zondaars, die onder de vloek liggen vanwege hun zonden, konden zelf hun schuld niet betalen. Maar Gods wijsheid heeft gezegd: ‘Mijn Zoon zal mens worden, Hij zal sterven onder de handen van verloren mensen, en zo de prijs van hun vloek betalen.’ De engelen zeggen eer toe aan God Drie-enig (in de tweede plaats) vanwege de schittering van de oneindige kracht van God. Hemel en aarde waren sinds het paradijs van elkaar gescheiden. En nu ontmoeten hemel en aarde elkaar. Niet omdat mensen naar de hemel toegekomen zijn, maar omdat Gods Eigen Zoon naar de aarde is afgedaald. De engelen eren en prijzen God (in de derde plaats) vanwege de glans van Gods gerechtigheid en heiligheid. De Zoon van God moest mens worden en sterven. Dat eiste Gods gerechtigheid. Daar wordt hier niet om gezucht, maar die gerechtigheid van God wordt hier groot gemaakt en geprezen.

Gods gerechtigheid vroeg om een menselijke natuur. Gods heiligheid vroeg om een smetteloos, zondeloos kind. En nu, nu wordt God geprezen uit de monden van miljarden engelen: ‘Geprezen zij de vlekkeloze gerechtigheid en heiligheid van God, die hier blijken!’ De engelen brengen God eer en hulde toe (in de vierde plaats) vanwege de waarheid van Gods beloften. Eeuwenlang was de komst van dit Kind beloofd… en beloofd… en beloofd… En nu is Gods belofte vervuld. In de volheid van de tijd is de Zaligmaker geboren. De engelen eren en prijzen God (in de vijfde plaats) vanwege de oneindige liefde van God en Zijn welbehagen tot Zijn uitverkoren volk, zoals die hier blijkt.

Eer aan God in de hoogste hemelen. Dat is echt het eerste. Dat is het allerbelangrijkste, dat is het hoogste! En (dat is het tweede, dat komt daarna): Vrede op aarde. Vrede op aarde, door dit Kind.

Vrede met God. Genadig geschonken vrede, zoals de Heere Jezus later zegt in Johannes 14: Mijn vrede geef Ik u (Johannes 14:27). Zoals Paulus zegt in Efeze 2:14: Hij (Christus Zelf) is onze vrede. Een vrede dus, die nooit losgemaakt kan worden van God en van Christus Zelf. Dit is geen vrede die los verkrijgbaar is. Deze vrede is alleen verkrijgbaar door het geloof in God (Romeinen 5:13). Deze vrede zal niet heersen in ons leven, als God niet in ons leven heerst.

Vrede op aarde, met God, door dit Kind. Denkt u ook maar aan wat Paulus zegt in Romeinen 5:1: Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus. Vrede met God door onze Heere Jezus Christus. Niet door onze werken, niet door onze tradities, niet door ons lidmaatschap van de kerk, niet door onze keus, niet door onze familiebanden, maar alleen door het geloof in Hem. Vrede op aarde. Door (in de eerste plaats) vrede met God, door Christus.

Vrede op aarde. In de tweede plaats ook innerlijke vrede met onszelf. Ik denk aan wat Paulus zegt in de Filippenzenbrief: Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus (Filippenzen 4:6-7). Het geloof in Hem geeft in zichzelf armen in plaats van zorg, schuld, angst, verwardheid en onzekerheid: innerlijke vrede in het hart.

Vrede op aarde. In de derde plaats ook vrede met andere mensen. In de eerste plaats met God, in de tweede plaats innerlijke vrede met onszelf, maar in de derde plaats ook met andere mensen. Ik denk aan wat Paulus zegt in de Romeinenbrief: Indien het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede met alle mensen (Romeinen 12:18).

En aan de gemeente in Efeze schrijft hij: Alle bitterheid, en toornigheid, en gramschap, en geroep, en lastering zij van u geweerd, met alle boosheid; maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft (Efeze 4:31-32).

En dat alles is waard om bejubeld te worden, zoals de engelen dat doen. De Drie-enige God is verheerlijkt in al Zijn volmaaktheden, in al Zijn deugden: in Zijn wijsheid, kracht, heiligheid, rechtvaardigheid, liefde en welbehagen. En mensen, verloren mensen (waard om weggeworpen te worden, omdat zij met God gebroken hadden), verloren mensen ontvangen vrede, door Hem, die nu geboren is.

Vrede op aarde, in mensen een welbehagen. In mensen van goede wil? ‘Herders, trek je sokken op, kleed je om, maak je klaar voor de Koning?’ Nee, in mensen (dat is de bedoeling van wat hier staat), in mensen in wie God een welbehagen heeft. ‘Herders, ik weet dat jullie arm zijn, je ziet er niet uit, maar meer verwacht Ik niet van je. Ik weet wat van Mijn maaksel te verwachten is: helemaal niets! Beter zal het nooit worden.’ ‘Komt u maar naar Bethlehem. Kijkt u maar in de kribbe. Wie Ik gezonden heb, in Mijn welbehagen, is lager geworden dan dat u bent. Hij heeft dieper gebogen dan dat u ooit gebogen hebt en wilde buigen. Ik heb een eenzijdig welbehagen in u, dat wil zeggen: Ik heb goede gedachten met u, omdat Ik een welbehagen heb gehad en heb in Hem, in Mijn eniggeliefde Zoon!

En daarom heb Ik Hem gezonden voor u: Mijn eniggeliefde Zoon, de Zoon van Mijn welbehagen, voor u, mensen van Mijn welbehagen. Eenzijdig, vol ontferming, opkomend uit Mijzelf, heb Ik gedachten van liefde en vrede met u gehad. En daarom heb Ik Hem voor u gezonden. Om een blijde boodschap te brengen de zachtmoedigen; Ik Hem gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte – in Wie Ik een welbehagen heb! (naar Jesaja 61:1) Kortom: Niets uit u! Alles uit Mij! Alles uit Hem! Die gekomen is met niets! Om het verlorene te zoeken, het weggedrevene terug te brengen, het gebrokene te verbinden en het kranke te sterken (Ezechiël 34:16).

En wat was Mijn Goddelijke doel met dit alles? Dat de lof zal opstijgen van u, o mens, tot God! Want daarom had Ik u geschapen: tot Mijn eer en heerlijkheid! Daarom, mensen in wie Ik welbehagen heb, heb Ik Mijn Zoon tot u gezonden. Opdat u Mijn lof zou zingen, voor heel het volk, ja, voor al de volken, tot aan de einden van de aarde. Mijn doel met dit alles was, dat de lof zou opstijgen van u, mens, tot God: ‘Ere zij God in de hoogste hemelen!’ En dat (in de tweede plaats) Mijn vrede tot u zou neerdalen: ‘Vrede op aarde, in mensen van Mijn welbehagen’

Gods vrede van de hemel naar beneden. Gods glorie van beneden naar boven. En dat voor al degenen die Hij van eeuwigheid heeft liefgehad.

Kinderen van God, hef aan uw blijde zang, van nu af aan en altijd. En stem samen met deze miljarden engelen, zeg zingend: Ere zij God, in de hoogste hemelen! U zij al de eer! Omdat u vrede met ons gemaakt hebt door dit Kind! Halleluja, lof zij aan God Drie-enig! Loof Hem! Prijs Zijn Naam!

Amen.

Slotzang Psalm 150: 1, 2 en 3:

Looft God, looft Zijn naam alom; Looft Hem in Zijn heiligdom; Looft des HEEREN grote macht, In den hemel Zijner kracht; Looft Hem, om Zijn mogendheden, Looft Hem, naar zo menig blijk Van Zijn heerlijk koninkrijk, Voor Zijn troon en hier beneden.

Looft God, met bazuingeklank; Geeft Hem eer, bewijst Hem dank; Looft Hem, met de harp en luit; Looft Hem, met de trom en fluit; Looft Hem, op uw blijde snaren; Laat zich 't orgel overal Bij het juichend vreugdgeschal, Tot des HEEREN glorie, paren.

Looft God, naar Zijn hoog bevel, Met het klinkend cimbelspel; Looft Hem, op het schel metaal Van de vrolijke cimbaal; Looft den HEER; elk moet Hem eren, Al wat geest en adem heeft; Looft den HEER, die eeuwig leeft; Looft verheugd den HEER der heren!