Dankdag - 6 november 2024
Exodus 15:13: Gij leidt door Uw weldadigheid dit volk dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de lieflijke woning Uwer heiligheid.
INLEIDING
Aan de oever van de Rode Zee, na Gods wonderbare verlossing, heft Mozes een danklied aan in Exodus 15, zingend: «Gij leidt door Uw weldadigheid dit volk dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de lieflijke woning Uwer heiligheid». Dit lied roept ons vandaag uit tot dank voor verlossing, leiding en thuiskomst—verlossing in het verleden, leiding in het heden, huiskomst in de toekomst.
EXODUS 15:13-18
13 Gij leidt door Uw weldadigheid dit volk dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de lieflijke woning Uwer heiligheid.
14 De volken hebben het gehoord, zij zullen sidderen; weedom heeft de ingezetenen van Palestina bevangen.
15 Dan zullen de vorsten van Edom verbaasd wezen, beving zal de machtigen der Moabieten bevangen; al de ingezetenen van Kanaän zullen versmelten.
16 Verschrikking en vrees zal op hen vallen; door de grootheid van Uw arm zullen zij verstommen als een steen; totdat Uw volk, HEERE, henen doorkome, totdat dit volk henen doorkome, dat Gij verworven hebt.
17 Die zult Gij inbrengen en planten hen op den berg Uwer erfenis, ter plaatse welke Gij, o HEERE, gemaakt hebt tot Uw woning; het heiligdom, hetwelk Uw handen gesticht hebben, o Heere.
18 De HEERE zal in eeuwigheid en geduriglijk regeren.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Exodus 15:13
Geliefde gemeente, als de Heere grote dingen gedaan heeft, als de Heere grote dingen doet, dan is Hij het waard om gedankt en geprezen te worden. In de Bijbel wordt die dank en die lof vaak zingend uitgedrukt in een danklied.
Zo werd er door de engelen al gezongen bij de schepping. Dat schrijft Job in Job 38: Toen de morgensterren tezamen vrolijk zongen en al de kinderen Gods juichten. En zo is er door heel het Oude Testament heen gezongen, vooral op die momenten dat God Zijn volk had gered en bevrijd.
Bijvoorbeeld toen Jabin en Sisera in Richteren 5 overwonnen waren. Toen zongen Debora en Barak met vreugde voor God. Later, toen God David verloste van zijn vijanden, in 2 Samuël 22, toen zong David een lied voor de Heere, zoals staat in Psalm 40: De Heere heeft een nieuw lied in mijn mond gegeven, een lofzang voor onze God. Velen zullen het zien en vrezen en op de Heere vertrouwen.
En ook toen Israël terugkwam uit de ballingschap, toen zongen ze. Zoals Jesaja daarvoor al had geprofeteerd, toen hij schreef: Alzo zullen de vrijgekochten des HEEREN wederkeren en met gejuich tot Sion komen; en eeuwige blijdschap zal op hun hoofd wezen; vreugde en blijdschap zullen zij aangrijpen, treuring en zuchting zullen wegvlieden.
En zo was het ook in het Nieuwe Testament. Toen God Zijn Zoon in deze wereld zond. Toen zongen de engelen met gejuich. En Maria en Zacharias en Simeon hebben zich bij dat koor aangesloten. En zo zingen ook wij nu als gemeente, in deze tijd, met elkaar. Zoals Paulus zegt in Kolossenzen 3: Zingende de Heere met aangenaamheid, met blijdschap in ons hart.
Totdat straks, in de voleinding van de eeuwen, ook de nieuwe hemel en de nieuwe aarde vervuld zullen worden met Gods lof. Eeuwig zingend van Gods goedertierenheden. U, Heere, bent waardig te ontvangen de heerlijkheid en de eer en de kracht; want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen (Openb. 4:11Gij Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer, en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen.).
En, gemeente, dat is wat we ook vanavond op deze dankdagavond met Gods hulp gaan horen in het danklied van Mozes, wat we gelezen hebben uit Exodus 15.
Een danklied over God. Een danklied voor God. Want het valt op (je moet het thuis maar eens natellen, volgens mij heb ik goed geteld): De Naam Heere komt er 12 keer in voor. En woorden als Hij en Hem, en U en Uw (duidend op de Heere) zelfs 39 keer. Dit is een danklied voor God. Dit is een danklied over God. Ik zal, zeg Mozes in vers 2, Hem verheffen.
En zo zullen ook wij vanavond, biddend om Gods hulp en genade, Hem verheffen. Want dit lied van Mozes, gemeente, nodigt ons vanavond uit (ons allemaal en in het bijzonder ons, kinderen van God) om met vreugde en verwondering mee te zingen, tot eer van onze God alleen. Laat ook ons samen Hem, de Heere verheffen.
Het danklied, het loflied van Mozes in Exodus 15 gaat over God en over Hem alleen. Kijk maar in uw Bijbel, als die u die voor u hebt. Mozes bezingt Gods Naam (in vers 3): HEERE is Zijn Naam. De grote God, vol glorie en heerlijkheid. Hij bezingt God als Zijn persoonlijke God en Heere (in vers 2): Hij is Mijn kracht en mijn lied. Als de God van het verbond. Hij is mijns vaders God. Als een Krijgsman, als een Strijder (in vers 3). Die triomfeert voert over Zijn vijanden. In het leven van iedere dag, in de harten van Zijn kinderen. Maar de Heere deed dat bijzonder aan het kruis. Daar overwon Christus de dood en het graf en de hel.
Mozes bezingt God als de enige God: Wie is als U onder de goden? Zoals wij zojuist zongen uit Psalm 89 Wie is als Gij, o God der legerscharen? Wie is aan U gelijk? Wie kan U evenaren? Mozes zingt over God en over Zijn daden. Over het verleden, maar ook over de toekomst. Dankdag houden doen we niet alleen achterom kijkend, maar we kijken met Mozes ook vooruit naar de toekomst. Zingend over dat, wat nog onbekend lijkt. Maar wel vaststaat. Want we weten en geloven dat onze Heere niet verandert. Hij heeft alle dingen in Zijn handen. Hij regeert en Hij houdt getrouw Zijn Woord.
En zo komt dat lied dat Mozes zingt, terugkijkend en vooruitkijkend, aan de oever van de Schelfzee tot een climax in vers 13. Tekstwoorden, die we vanavond met Gods hulp in het bijzonder en meer toegespitst met elkaar gaan overdenken.
De tekst voor de preek van vanavond vindt u in Exodus 15:13, waar Mozes zingt (maar het zijn woorden van de Heere Zelf). Gij leidt door Uw weldadigheid dit volk dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de lieflijke woning Uwer heiligheid.
In sommige Bijbelvertalingen staat dit in de verleden tijd: U leidde, U voerde. Hier in de Statenvertaling staat het in de tegenwoordige tijd: U leidt, U voert.
Maar in de onderliggende Hebreeuwse taal is het eigenlijk tijdloos. Dit gaat over verleden, heden en toekomst. Want, zegt de apostel in Hebreeën 13, Christus is gisteren en heden Dezelfde en blijft dat tot in eeuwigheid. Het thema voor de preek is: Een lied om de Heere te danken
Drie punten: 1. Omdat Hij verlost heeft, verlost en verlossen zal. In de tweede plaats: 2. Omdat Hij leidde, leidt en leiden zal. En in de derde plaats: 3. Omdat Hij thuisbracht, thuisbrengt en thuisbrengen zal. Verleden, heden en toekomst dus. De Heere verlost, Hij leidt en Hij brengt thuis.
Een lied om de Heere te danken. Omdat (als eerste):
1. Omdat Hij verlost heeft, verlost en verlossen zal. Want staat er: Gij leidt (of Gij leidde) door Uw weldadigheid dit volk dat U verlost hebt. God heeft Israël verlost. Als vervulling van Zijn eerdere belofte. Want de Heere houdt Zijn Woord. In Exodus 6:6En Ik zal ulieden tot Mijn volk aannemen, en Ik zal u tot een God zijn; en gijlieden zult bekennen, dat Ik de HEERE uw God ben, Die u uitleide van onder de lasten der Egyptenaren., toen de Heere zei: En Ik zal ulieden tot Mijn volk aannemen, en Ik zal ulieden tot een God zijn; en gijlieden zult bekennen, dat Ik de HEERE uw God ben, Die u uit zal leiden (Die u verlossen zal) van onder de lasten der Egyptenaren.
En we weten dat dat niet zomaar vanzelf gegaan is. De Israëlieten werkten niet echt mee, eerder tegen. En wat de Egyptenaars betreft, waren er tien plagen nodig. En de weg waarop de Heere Zijn volk leidde, bleek uiteindelijk een omweg, bleek uiteindelijk een doodlopende weg te zijn. Maar de Heere bracht uitkomst. Hij verloste Zijn volk. Hij baande dwars door de Rode Zee een pad, het nooit ontdekte spoor. Daar, zo zingt Psalm 66, daar rees Zijn lof op stem en snaren, nadat Hij ons beveiligd had. Ze zongen Gods lof.
Zo verloste de Heere Zijn volk uit Egypte. Zoals de Heere u of jou in het seizoen wat achterligt, misschien ook wel verloste uit de nood. Uit tijdelijke nood, uit gevaren, uit moeilijke omstandigheden. Uit teleurstelling, uit verdriet, uit lijden… Situaties waarin je helemaal vastliep. Maar de Heere verloste je. Heb je dan niet alle reden, zo vraag ik je, om vanaf nu alle eer daarvan aan de Heere te geven? En Hem letterlijk lof te zingen?
Maar die verlossing van het volk Israël door de Heere, was vooral ook bedoeld, als beeld van Gods patroon, van Gods manier van werken in mensenharten, in geestelijke zin. Ook nu, in deze tijd. Wij, mensen, wij werken wat dat betreft ook niet mee. Eerder tegen. De Heere zegt het Zelf: Er is niemand die uit zichzelf naar Mij zoekt en naar Mij vraagt.
Vast zitten we van nature in de slavernij van de zonde en van de duivel. Maar eerlijk gezegd, zuchten we daar niet onder. Laat staan dat we roepen tot God. Van onszelf vinden we het wel best allemaal. Totdat God ingrijpt…
En je laat zien wie je bent. Hoe vast je eigenlijk zit in je strikken. Zonder dat je zelf ooit in staat bent, om jezelf te verlossen. Dan, dan ga je wel roepen. Net als de Israëlieten destijds in het land Gosen. Roepen, tot de Heere. Die…, staat hier, verlost. Die rukt uit de handen van de sterkgewapende, uit de handen van de satan. En overbrengt in het rijk van Zijn genade.
Kijk eens terug naar het afgelopen seizoen. Verloste de Heere u of jou ook zo? Heb je dan niet alle reden om vanaf nu alle eer daarvan aan de Heere te geven? En Hem letterlijk lof te zingen voor de verlossing, die Hij heeft teweeggebracht? Je verlossend van het grootste kwaad en je brengend tot het hoogste goed?
Wat een hoge prijs is er betaald voor die verlossing. Is dat niet nog veel meer reden, om de Heere alle eer en lof toe te zingen? Want wat moest de Zoon van God daar veel voor lijden. Hij daalde af uit de hoge hemel, diep af naar deze zondige wereld. Er was geen plaats voor Hem. Hij werd verworpen door de mensen. Hij werd de stad Jeruzalem uitgegooid. Door Zijn Vader werd Hij verlaten. Zo heeft de Drie-enige God verlossing teweeggebracht voor Zijn volk.
En als je daar nu iets van kennen mag door Gods genade, als de Heere je daar iets van leerde, of als je daar in het afgelopen seizoen meer van leren mocht…, zou je dan (zo vraag ik u of jou) vanavond niet met Mozes gaan meezingen? De HEERE is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest. U, o Heere, verloste ook mij.
Hebt u dan geen reden, zo vraag ik u, om vanaf nu ootmoedig en blijmoedig te danken? En is er dan ook geen reden om voor de toekomst die voor ons ligt, meer en blijvend op de Heere te vertrouwen? Want Hij die in het verleden verloste uit tijdelijke nood, uit geestelijke zorg en nood, Hij, de Heere, blijft toch altijd Dezelfde? Hij verandert toch niet? Dan mag je toch ook voor de toekomst, zoals staat in Psalm 42: in dat vertrouwen leven? Ondanks al je eigen ondankbaarheid? In dat vertrouwen leven en dat nu al melden in je lied? En zo Zijn lof zingen? Zelfs al zit je nu of straks misschien wel weer in het donker…
Een lied om de Heere te danken, omdat Hij verloste, verlost en verlossen zal. Want de Heere verandert niet. Ons tweede punt:
2. Een lied om de Heere te danken, omdat Hij leidde, leidt en leiden zal. De woorden die in onze tekst gebruikt worden doen, denken aan hoe een schaap door de herder wordt geleid. U leidde door Uw weldadigheid Uw volk. U voerde hen zachtjes, zoals een herder zijn of haar schapen leidt. Schapen: eigenwijze, eigenzinnige, dwaalzieke beesten als het zijn. Maar altijd weer door de herder geduldig opgezocht, meegenomen, aan de hand geleid en weer teruggebracht. Zo ging het ook met het volk van Israël. In alle tijdelijke zorgen die er waren in de woestijn. Was er bitter water, dan maakte de Heere het zoet. Was er geen brood, dan regende het manna uit de hemel. Was er weer geen water, dan sloeg Mozes op de steenrots, en stroomde er een rivier van water, die hen volgde tot het land Kanaän toe.
Ondanks! Ondanks al hun gemopper, ondanks al hun opstand tegen de Heere. Zo vaak! En, lieve mensen, is dat in het afgelopen seizoen bij ons ook niet zo vaak zo geweest? Wat lijken we, wat dat betreft, veel op het volk Israël in die tijd. Mopperend, zoals de Bijbel het noemt. Murmurerend, opstandig, dwalend, verdwalend, eigen wegen gaand.
Later zegt de Heere (en moet Hij dat van ons ook niet zeggen?): Veertig jaar heb Ik verdriet gehad van dit geslacht, van dit volk… Ondertussen door de Heere geleid aan Zijn goddelijke hand, op omwegen, op doodlopende wegen. Waar de Heere u in het afgelopen seizoen misschien ook wel op bracht. Waarom? Om gelegenheid voor Zichzelf te scheppen, om Zijn heerlijkheid te laten zien, om Zijn Naam te verheerlijken, om Zijn Naam groot te maken in ons leven.
Maar dat zagen we en dat begrepen we eerlijk gezegd vaak niet. Waarom niet? Omdat we zo vaak naar beneden keken, en niet naar boven. We keken niet omhoog in wegen van ziekte en rouw, in wegen van somberheid en angst. In tegenslagen, in verdriet, in pijn of psychisch leed wat we leden. Of in zoveel verdriet wat anderen ons aandeden of aandoen.
Zeker, het was moeilijk. Het was pijnlijk. Het was verdrietig. Maar zeg nu met mij achteraf eens eerlijk: Was de Heere er niet bij? Ook al zag je Hem niet. Altijd was de Heere er bij. Met net als bij Israël, met Zijn wolk- en vuurkolom. En werden we midden in al dat verdriet en in al die zorgen niet dagelijks door de Heere verzorgd? Dagelijks begenadigd met manna, hemels brood verzadigd? En met water uit de Steenrots? Zo leidde, zo leidt en zo zal de Heere Zijn volk leiden door Zijn raad. Terwijl, zo zingt Psalm 32, Zijn oog op ons gevestigd staat.
Hoe de Heere dat deed en doet? Dat staat in de tekst: door Uw weldadigheid. Door Uw weldadigheid leidt U hen. Dat wil zeggen door: door Uw liefde.
Door Uw trouw, door de trouw van Uw verbond, waarmee U ons (daar komt het woord vandaan), waarmee U ons weldaden geeft. Goede daden. Dingen die we niet verdiend hebben. Genade dus.
U leidde ons, zingt Mozes. Met Uw genadige trouw, door Uw weldadigheid. Maakt dat niet dankbaar, terugkijkend naar het verleden? Zing je dan niet: Groot is Uw trouw, o Heere? Geeft dat geen troost voor het heden? Zeg je dan niet stil tegen de Heere: Heere, wat U doet is goed? En geeft dat geen hoop voor de toekomst? Heere, U zult mij leiden door Uw raad.
De leiding van de Heere in ons leven, gemeente, is een zaak van Zijn weldadigheid. Een zaak van Zijn trouw, van de trouw van Zijn verbond. Hij Zelf heeft er de eer van Zijn Naam aan verbonden. En dus kinderen van God, geliefde medechristenen (jongeren en ouderen), wat er ook gaat gebeuren in de toekomst, wat er ook gaat veranderen: de Heere blijft Dezelfde. Onze Heere verandert nooit.
En dus is er, hoe het ook met ons gaat, op deze dankdag reden om te zingen over de Heere en voor de Heere. Midden in vreugde, midden in verdriet. Midden in voorspoed, midden in tegenspoed. Uw macht is groot, Heere, Uw trouw zal nooit vergaan. Alles wat U ooit aan ons beloofd hebt, zal bestaan.
Want wat er ook gebeurt en hoe ons leven er ook bijstaat, onze trouwe Herder, onze grote God, sluimert nooit. En dus we gaan samen zingen over die getrouwe Herder, Die leidde, leidt en blijvend leiden zal. Dankend en biddend uit Psalm 80:5O HEERE, God der heirscharen! hoe lang zult Gij roken tegen het gebed Uws volks?,11: Laat ons, o God der legermachten, Niet vruchtloos op Uw bijstand wachten; Ga onzen haat'ren zelf te keer; Getrouwe Herder, breng ons weer; Verlos ons; toon ons 't lieflijk licht Van Uw vertroostend aangezicht.
Behoud ons, HEER der legermachten, Zo zullen w' ons voor afval wachten; Zo knielen w' altoos voor U neer. Getrouwe Herder, breng ons weer; Verlos ons, toon ons 't lieflijk licht Van Uw vertroostend aangezicht.
Een lied om de Heere te danken, omdat Hij verlost heeft, verlost en verlossen zal. Omdat Hij in het verleden geleid heeft aan Zijn Goddelijke hand, nog steeds leidt en leiden zal.
Maar ja, wat nu als je dat allemaal niet zo ervaren hebt? Als je dat in je leven allemaal niet zo voelt. Misschien denk je bij jezelf: Ik heb eigenlijk helemaal geen reden om te danken, laat staan om blij te zingen.
Hoe komt dat? Ja, misschien omdat u of jij veel verdriet hebt. Omdat je veel dingen meegemaakt hebt, die als zwarte wolken boven je leven hangen en blijven hangen. Pijn, verdriet, psychisch lijden, onrecht, stuk gemaakt door anderen… Je zegt: Ik heb geen reden om te danken. Laat staan om te zingen.
Ik begrijp het. Maar luister eens. Je zoekt ongetwijfeld troost. Maar zoek je die nu wel op de goede plek? Zoek je je troost in het moeilijke leven wel bij Hem, van Wie Jesaja zegt in de Bijbel, dat Hij meer en beter troost, dan een moeder troosten kan? Zelfs al trof je het felste verdriet?
Kan het zijn dat je geen troost vindt (zo vraag ik je voorzichtig) omdat je misschien wegloopt, steeds verder wegloopt bij God vandaan? Terwijl Hij de Enige is Die je echt kan troosten en Die je echt wil troosten? Als dat zo is, als je steeds verder bij de Heere vandaan loopt, kom dan vanavond terug. En laat je terugbrengen als een dwalend schaap door deze Herder. Bij Wie je welkom bent. Want dit is het liefste werk, wat deze Herder doet: Hij zoekt het verlorene, het verdwaalde, om het terug te brengen. Kom dan alsjeblieft biddend terug. Je bent echt welkom bij de Heere.
En zeg dan maar biddend: ‘Heere, troost U mij toch midden in mijn verdriet? Verlost U mij toch uit de nood? Dankend zingen, dat kan ik niet, dat durf ik niet. Maar ik durf wel dit te bidden, wat in de Bijbel staat: De wateren zijn tot aan mijn ziel gekomen. Ik voel dat ik zink in het slijk. Ik voel me overstromen. Ik ga te gronde. De vloed is mij te groot! O God, verlos en red mij uit de nood. En leid me toch, Heere, aan Uw goede en Vaderlijke hand, waar Mozes hier over zingt?’
Dankend zingen, dat kan je niet, dat durf je niet. Want je vindt het allemaal veel te moeilijk. Maar zing dan maar stil in je hart: ‘O, Allerhoogst en eeuwig Goed, wil toch mijn Leidsman wezen, leren hoe ik wandelen moet? En, Heere, alstublieft, breng me thuis bij U. Want zonder U red ik het niet. Zonder U heb ik geen leven.’
Als je zonder God leeft, beste vrienden, of als je na gekregen genade weer ver bent afgedwaald, kom dan vanavond terug. En roep, zo eenvoudig als het in de Bijbel staat: ‘Zone Davids, ontferm U over mij. En breng ook mij tot wat staat in vers 13: Breng ook mij tot de liefelijke woningen van Uw heiligheid.’
Een lied om de Heere te danken, als derde:
3. Omdat Hij thuis bracht, thuisbrengt en thuisbrengen zal Het doel van dit leven, onbekeerde vrienden, het doel van dit leven (wat vaak zo moeilijk is), is dat je weer thuis gebracht zult worden bij God. Door het verborgen werk van de Heilige Geest in je hart. Daarom, en ik zeg dit met voorzichtigheid, daarom treffen ons vaak allerhande vormen van ellende en tegenspoed vanwege onze zonden. Om ons tot het inzicht te brengen dat ons leven zonder de Heere echt ellendig is. Met andere woorden, dwars door al die ellende en al dat verdriet heen, roept de Heere ons (vooral door het Woord) terug: Kom alsjeblieft terug. Wend je naar Mij toe en word behouden! Laat je liefelijk leiden door Mij, o verdwaald schaap, en laat je terugbrengen bij Mij.
Luister daarom nog even, ook in het derde punt van de preek, naar het geluk van dat volk van God, wat hier in dit lied bezongen wordt als onder de hoede en de leiding van Israëls grote God. Wat ik je, onbekeerde vrienden, voorspiegel in de hoop en met het gebed, dat je dit zal gaan zoeken. Want als je dat doet, zal je het door Gods genade ook gaan vinden: het geluk van Gods volk. Dan zal je dat door Gods genade ook echt gaan vinden.
Een lied om de Heere te danken, als derde punt, omdat Hij thuisbracht. Want dwars door alle moeilijkheden in de woestijn heen, bracht God Zijn volk toen, eeuwen geleden thuis in het beloofde land, in het land Kanaän. Een land vloeiend van melk en honing. Tot, staat hier, tot de lieflijke woning van Gods heiligheid. In een apart gezet land. Om daar als volk met de Heere te wonen. Met de Heere, Die op een bijzondere manier woonde in de tabernakel en later in de tempel.
En zo brengt de Heere ons nu, kinderen van God, geliefde medechristenen, ook thuis. Terwijl ons dagelijkse leven zo bezet kan zijn met de zorgen van iedere dag. Een heel seizoen lang bracht de Heere ons, en ook nu brengt Hij ons hier in Zijn huis (waar het manna regent uit de hemel en waar de dauw van de hemel op ons drupt): in Zijn liefelijke woning. Waar we dankend zingen, met heel ons hart: Hoe lieflijk, hoe vol heilgenot, o Heere der legerscharen God, zijn mij Uw huis en tempelzangen. Als gemeenteleden, als broeders, als predikant, wonderlijk geleid door Gods goede hand tot deze liefelijke woning van Gods heiligheid.
Hoe? Het staat in de tekst: Gij voert hen zachtjes door Uw sterkte. Zachtjes, met de liefdevolle hand van een hemelse Vader. Hoog, oneindig hoog. Heilig, ontzagwekkend. Maar Die vanuit de hoge hemel ons Zijn vaderlijke leiding biedt. Zachtjes. Zachtjes onze weerstand (die er in ons hart leeft) brekend. Zachtjes ons hart naar Hem toetrekkend. Zachtjes. Door Zijn sterkte.
Ja, want die is nodig. Want laten we eerlijk zijn, wij werken niet mee. Wij werken zo vaak tegen. En de greep waaruit we voortdurend verlost moeten worden, is sterk. Maar gelukkig, de hand die ons vasthoudt is sterker. De hand van God de Vader, waar niemand ons uit kan rukken.
De hand van onze oudste Broeder, de Heere Jezus Christus. Door de Vader naar deze wereld gezonden. Zelf vrijwillig naar deze wereld gekomen. Door lijden tot heerlijkheid gegaan. Ons een voorbeeld nalatend, opdat we in Zijn voetstappen zouden wandelen.
Vastgehouden door het krachtige werk van de Heilige Geest in ons hart. Op reis naar de liefelijke woningen van Gods heiligheid hierboven.
Zingend. Toch? Zingend onder het heiligend kruis. Zeker. En tegelijkertijd met veel verdriet, om zoveel zonden en ontrouw tegenover de Heere in ons hart. En om zoveel narigheid en verdriet in ons vaak zo moeilijke leven. Maar toch, zingend van Hem en van Zijn wegen. Gods lof zingend, zelfs in het donker van de nacht.
Wetend dat Hij, Christus, Die ons voorgegaan is, nooit zal laten varen het werk van Zijn handen. En dat Hij, Die de liefelijke woning van Zijn Vader is binnengegaan in de hemel, (toen Hij naar de hemel ging om ons daar een plaats te bereiden), op Gods tijd ook ons daar brengen zal. Hier als goud gezuiverd, als goud gelouterd door het vuur van onze beproeving. Om ons hier, klaar te maken voor daar.
Nu zingen we nog geremd, door de dissonanten van dit moeilijke leven. En nu zingen we nog met de onzuivere tonen van onze onheiligheid. Maar straks eeuwig en ongestoord in de lieflijke woning van Gods heiligheid, in Immanuëlsland hierboven.
Daaraan denkend mogen we op deze dankdag ootmoedig dankend verder gaan. Verwonderd terugkijkend om zoveel gunst die eeuwig God bewoog. Verwonderd om een zo grote verlossing. Biddend om blijvende verlossing en blijvende leiding door dit moeilijke leven. Biddend en hopend wachtend op de dag dat we door Gods genade thuisgebracht zullen worden in het liefelijke Vaderhuis hierboven.
Maar niet vergeten alstublieft, geliefde medechristenen, kinderen van God, op deze dankdag en hierna: Hoe moeilijk het leven ook is en hoe donker Gods weg ook is, laten we onder dat heiligend kruis Gods lof zingen. Een die blijven zingen.
Want we zijn (pelgrims en vreemdelingen die we hier op aarde zijn) op weg naar huis. Naar de liefelijke woningen van Gods heiligheid hierboven. Dat is ons thuis. Niet hier, maar daar. Het erfgoed hierboven, het Vaderlijke huis.
Onze erfenis, waar de apostel Petrus over schrijft, die voor ons bewaard wordt in de kracht van God tot de zaligheid. Die aan ons zal geopenbaard worden in de openbaring van Jezus Christus. Die we nu nog niet gezien hebben met onze ogen, maar Die we wel hartelijk liefhebben.
Kinderen van God, geliefde medechristenen, we moeten daar meer van zingen. Zoals de pelgrims vroeger zingend op weg gingen naar Jeruzalem. Zingend van Gods leiding, zingend van Zijn verlossing, zingend van Zijn weldadigheid. Zingend van verlangen naar dat, wat ze in de verte zagen opdoemen. Zingend van onze toekomst, waar we (nietwaar?) naar uitzien. Zo wordt Gods lof vergroot!
En zo gaat u, zo gaan jullie, onbekeerde vrienden, hopelijk ook iets horen, iets zien en iets voelen (door Gods genade) van de enige troost. Voor nu, voor dit moeilijke leven. En voor straks, in het sterven. En die enige troost is de wetenschap, door Gods genade eigendom te mogen zijn van Jezus Christus. Gekocht met de prijs van Zijn kostbare bloed. Wat u onbekeerde vrienden, helaas nog mist…
Lieve mensen, als je die enige troost kent, waar de catechismus over spreekt, ‘het eigendom te mogen zijn van Jezus Christus’, dan heb je (hoe moeilijk en hoe bitter dit leven ook kan zijn), dan heb je alles. Maar anders heb je niks... Maar je kunt het tot op de dag van vandaag nog wel krijgen!
We willen zo graag (en ik zeg dat namens al Gods kinderen, maar ik zeg dat vooral namens mijn Zender), we willen zo graag dat u met ons mee gaat. Met heel uw hart mee, op weg naar het hemelse Kanaän. Dan zal de Heere straks ook de druk van uw of jouw moeilijke leven verwisselen in geluk. En dan is er nu al op deze aarde (en dat is meer dan genoeg): verlossing, troost, genade, leiding en vrede met God.
Zaligheid voor nu, met een levende hoop voor straks. Zoals de apostel zegt in Romeinen 8: Want ik houd het daarvoor, dat het lijden van deze tegenwoordige tijd niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.
En daarom zingen we vanavond, u die Gods vreest, ondanks alles van ons leven, samen met Mozes: De HEERE is hoog verheven. De HEERE is onze kracht en ons lied en Hij is ons tot heil geworden. Deze is onze God, de God van onze vaders. En daarom zullen wij Hem verheffen. De HEERE is een Krijgsman, een Strijder. HEERE is Zijn Naam. O Heere, Wie is als U onder de goden? Wie is als U verheerlijkt in heiligheid? Vreselijk (dat wil zeggen: groot) in lofzangen, doende wonderen?
U leidt ons, o grote God, door Uw weldadigheid. Ons, die U verlost hebt. En U voert ons zachtjes door Uw sterkte tot de liefelijke woning van Uw heiligheid hierboven. En daar zullen we straks (dat is onze hoop, onze levende hoop, ons vast vertrouwen), daar zullen we straks eeuwig dankend zingen van Uw goedertierenheid.
Amen.
Andere preken over Exodus
Andere preken voor Dankdag