Welkom bij de prekenserie over de woestijnreis. Vanaf het vertrek van het volk Israël uit Egypte tot hun aankomst in het beloofde land. En over de geestelijke lessen die we daaruit kunnen leren.
Bloed van het paaslam (deel 1) – Exodus 12
Exodus 12:7: En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan de beide zijposten en aan den bovendorpel, aan de huizen in dewelke zij het eten zullen.
Doe het zuurdesem weg (deel 2) – Exodus 12
Exodus 12:15: Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel die zal uitgeroeid worden uit Israël.
Ons Pascha geslacht (deel 3) – Exodus 12
Exodus 12:21: Mozes dan riep al de oudsten van Israël en zeide tot hen: Leest uit en neemt u lammeren voor uw huisgezinnen en slacht het pascha.
Wolkkolom en vuurkolom (deel 4) – Exodus 13
Exodus 13:21: En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hun lichtte, om voort te gaan dag en nacht.
Door Rode Zee of Schelfzee (deel 5) – Exodus 14
Exodus 14:13-14: Doch Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, staat vast en ziet het heil des HEEREN dat Hij heden aan ulieden doen zal; want de Egyptenaars die gij heden gezien hebt, zult gij niet weder zien in der eeuwigheid. De HEERE zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn.
Het lied van Mozes (deel 6) – Exodus 15
Exodus 15:13: Gij leidt door Uw weldadigheid dit volk dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de lieflijke woning Uwer heiligheid.
Mara, bitter water (deel 7) – Exodus 15
Exodus 15:23: Toen kwamen zij te Mara; doch zij konden het water van Mara niet drinken, want het was bitter; daarom werd deszelfs naam genoemd Mara.
Manna, hemels brood (deel 8) – Exodus 16
Exodus 16:14-15: Als nu de liggende dauw opgevaren was, zo zie, over de woestijn was een klein rond ding, klein als de rijm op de aarde. Toen het de kinderen Israëls zagen, zo zeiden zij de een tot den ander: Het is Man; want zij wisten niet wat het was. Mozes dan zeide tot hen: Dit is het brood hetwelk de HEERE ulieden te eten gegeven heeft.
Rafidim, water uit de steenrots (deel 9) – Exodus 17
Exodus 17:1: Daarna toog de ganse vergadering der kinderen Israëls naar hun dagreizen uit de woestijn Sin, op het bevel des HEEREN, en zij legerden zich te Rafidîm; daar nu was geen water voor het volk om te drinken.
Mozes, Aäron en Hur, oorlog Amalek (deel 10) – Exodus 17
Exodus 17:8-9: Toen kwam Amalek, en streed tegen Israël in Rafidîm. Mozes dan zeide tot Jozua: Kies ons mannen en trek uit, strijd tegen Amalek; morgen zal ik op de hoogte des heuvels staan, en de staf Gods zal in mijn hand zijn.
Op vleugelen arenden gedragen (deel 12) - Exodus 19
Exodus 19:4: Gijlieden hebt gezien wat Ik den Egyptenaars gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen en u tot Mij gebracht heb.
Niet in één jaar, maar stap voor stap (deel 14) - Exodus 23
Exodus 23:30: Ik zal hen allengskens van uw aangezicht uitstoten, totdat gij gewassen zijt en het land erft.
Moet Mijn aangezicht met u gaan? - Exodus 33
Exodus 33:14-15: Hij dan zeide: Zou Mijn aangezicht moeten medegaan om u gerust te stellen? Toen zeide hij tot Hem: Indien Uw aangezicht niet medegaan zal, doe ons vanhier niet optrekken.
Sta op, HEERE; Tabera in woestijn (deel 16) - Numeri 10-11
Numeri 10:35: Het geschiedde nu in het optrekken van de ark, dat Mozes zeide: Sta op, HEERE, en laat Uw vijanden verstrooid worden en Uw haters van Uw aangezicht vlieden.
Grote gevaar van ondankbaarheid (deel 17) - Numeri 11
Numeri 11:34: Daarom heette men den naam derzelver plaats Kibrôth-Táäva; want daar begroeven zij het volk dat belust was geweest.
Opstand Mirjam en Aäron tegen Mozes (deel 18) - Numeri 12
Numeri 12:1: Mirjam nu sprak en Aäron tegen Mozes ter oorzake der vrouw, der Cuschitische, die hij genomen had; want hij had een Cuschitische ter vrouw genomen.
De verspieders van beloofde land (deel 19) - Numeri 13
Numeri 13:30-31: . En zij vertelden hem, en zeiden: Wij zijn gekomen tot dat land, waarheen gij ons gezonden hebt; en voorwaar, het is van melk en honig vloeiende, en dit is zijn vrucht.
Elia en het suizen van een zachte stilte (deel 13) – 1 Koningen 19
1 Koningen 19:12: En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.