Terug naar alle Bijbelboeken

Exodus

Preken uit het Bijbelboek Exodus. In dit tweede Bijbelboek openbaart de HEERE Zijn verlossende macht, de uittocht uit Egypte en het wonder van Zijn verbond bij de Sinaï. Bekijk hieronder het overzicht van preken over onder meer de roeping van Mozes, de plagen, de doorgang door de Rode Zee, de wetgeving en de tabernakel.

Mozes in biezen kistje – Exodus 2

Exodus 2:3: Doch als zij hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen en belijmde het met lijm en met pek; en zij legde het knechtje daarin en legde het in de biezen, aan den oever der rivier.

Gods vinger in de corona-epidemie – Exodus 8

Exodus 8:19: Toen zeiden de tovenaars tot Farao: Dit is Gods vinger. Doch Farao’s hart verstijfde, zodat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE gesproken had.

Bloed van het paaslam (deel 1) – Exodus 12

Exodus 12:7: En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan de beide zijposten en aan den bovendorpel, aan de huizen in dewelke zij het eten zullen.

Doe het zuurdesem weg (deel 2) – Exodus 12

Exodus 12:15: Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel die zal uitgeroeid worden uit Israël.

Ons Pascha geslacht (deel 3) – Exodus 12

Exodus 12:21: Mozes dan riep al de oudsten van Israël en zeide tot hen: Leest uit en neemt u lammeren voor uw huisgezinnen en slacht het pascha.

Wolkkolom en vuurkolom (deel 4) – Exodus 13

Exodus 13:21: En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hun lichtte, om voort te gaan dag en nacht.

Een doodlopende weg – Exodus 14

Exodus 14:13-14: Doch Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, staat vast en ziet het heil des HEEREN dat Hij heden aan ulieden doen zal; want de Egyptenaars die gij heden gezien hebt, zult gij niet weder zien in der eeuwigheid. De HEERE zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn.

Door Rode Zee of Schelfzee (deel 5) – Exodus 14

Exodus 14:13-14: Doch Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, staat vast en ziet het heil des HEEREN dat Hij heden aan ulieden doen zal; want de Egyptenaars die gij heden gezien hebt, zult gij niet weder zien in der eeuwigheid. De HEERE zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn.

Het lied van Mozes (deel 6) – Exodus 15

Exodus 15:13: Gij leidt door Uw weldadigheid dit volk dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de lieflijke woning Uwer heiligheid.

Mara, bitter water (deel 7) – Exodus 15

Exodus 15:23: Toen kwamen zij te Mara; doch zij konden het water van Mara niet drinken, want het was bitter; daarom werd deszelfs naam genoemd Mara.

Manna, hemels brood (deel 8) – Exodus 16

Exodus 16:14-15: Als nu de liggende dauw opgevaren was, zo zie, over de woestijn was een klein rond ding, klein als de rijm op de aarde. Toen het de kinderen Israëls zagen, zo zeiden zij de een tot den ander: Het is Man; want zij wisten niet wat het was. Mozes dan zeide tot hen: Dit is het brood hetwelk de HEERE ulieden te eten gegeven heeft.

Rafidim, water uit de steenrots (deel 9) – Exodus 17

Exodus 17:1: Daarna toog de ganse vergadering der kinderen Israëls naar hun dagreizen uit de woestijn Sin, op het bevel des HEEREN, en zij legerden zich te Rafidîm; daar nu was geen water voor het volk om te drinken.

Mozes, Aäron en Hur, oorlog Amalek (deel 10) – Exodus 17

Exodus 17:8-9: Toen kwam Amalek, en streed tegen Israël in Rafidîm. Mozes dan zeide tot Jozua: Kies ons mannen en trek uit, strijd tegen Amalek; morgen zal ik op de hoogte des heuvels staan, en de staf Gods zal in mijn hand zijn.

Jethro, de Midianiet (deel 11) - Exodus 18

Exodus 18:8: En Mozes vertelde zijn schoonvader alles wat de HEERE aan Farao en aan de Egyptenaars gedaan had om Israëls wil; al de moeite die hun op dien weg ontmoet was, en dat hen de HEERE verlost had.

Op vleugelen arenden gedragen (deel 12) - Exodus 19

Exodus 19:4: Gijlieden hebt gezien wat Ik den Egyptenaars gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen en u tot Mij gebracht heb.

Niet in één jaar, maar stap voor stap (deel 14) - Exodus 23

Exodus 23:30: Ik zal hen allengskens van uw aangezicht uitstoten, totdat gij gewassen zijt en het land erft.

Moet Mijn aangezicht met u gaan? - Exodus 33

Exodus 33:14-15: Hij dan zeide: Zou Mijn aangezicht moeten medegaan om u gerust te stellen? Toen zeide hij tot Hem: Indien Uw aangezicht niet medegaan zal, doe ons vanhier niet optrekken.