Nieuwjaar - 1 januari 2021
Psalm 1:1: Welgelukzalig is de man die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters.
INLEIDING
Bij het begin van het nieuwe jaar zet Psalm 1 twee wegen naast elkaar. Wie de goddelozen ontwijkt en zijn lust vindt in Gods Woord, wordt vergeleken met een boom aan waterbeken: geworteld, vruchtdragend, blijvend. De goddeloze daarentegen is als kaf dat de wind wegdrijft — nutteloos en vergankelijk. Deze twee wegen lopen uit op twee bestemmingen: het gericht van God, waarin de goddeloze niet zal bestaan, tegenover de HEERE Die de weg der rechtvaardigen kent en hen leidt tot de voltooiing van Zijn werk in hen.
Een splitsing van twee wegen aan het begin van het nieuwe jaar
PSALM 1:1-6
1 Welgelukzalig is de man die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters.
2 Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht.
3 Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.
4 Alzo zijn de goddelozen niet, maar als het kaf dat de wind heendrijft.
5 Daarom zullen de goddelozen niet bestaan in het gericht, noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen.
6 Want de HEERE kent den weg der rechtvaardigen, maar de weg der goddelozen zal vergaan.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Psalm 1:1
THEMA
Een splitsing van twee wegen aan het begin van het nieuwe jaar
AANDACHTSPUNTEN
Gemeente, bij het begin van dit nieuwe jaar 2027 wens ik u allen Gods onmisbare zegen toe. Er kan veel gebeuren in de tijd die voor ons ligt. Er is veel onzekerheid. U zegt: Het kan alle kanten op gaan. Dat is waar. Maar de grote vraag aan het begin van dit jaar is: Welke kant gaan wij op? Laten we, met die vraag in het achterhoofd, al luisterend ons leven leggen naast Psalm 1.
Deze psalm is u voorgelezen. Ik lees ter samenvatting het eerste en het laatste vers nog een keer. Vers 1: Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters. En vers 6: Want de HEERE kent de weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddelozen zal vergaan.
Twee verzen die ons direct al de uiterste tegenstelling laten voelen tussen twee soorten mensen. Immers vers 1 spreekt over mensen die welgelukzalig zijn. En vers 6 heeft het over mensen die vergaan.
Eigenlijk zou je Psalm 1 in één zin kunnen samenvatten: niets is voor het komende jaar zo belangrijk als het horen bij (zoals het staat in vers 5) de vergadering der rechtvaardigen. Dat wil zeggen, dat je hoort bij degenen die God dienen, en die door de Heere Jezus rechtvaardig zijn voor God. Horen dus bij de mensen die met God leven en die in alles op God gericht zijn.
Die mensen worden in Psalm 1 geplaatst naast een andere groep mensen, die heel anders leven. Zij gaan een andere kant op. Zij zijn met heel andere dingen bezig. En, zoals Matthew Henry zegt, deze psalm heeft als doel om ons te leren de goede weg in te slaan. Wij staan bij het begin van het nieuwe jaar op een splitsing van de weg. U gaat meteen of linksaf of rechtsaf. En natuurlijk bepaalt de weg die u neemt, ook waar u uiteindelijk terecht zult komen.
Bij een gewone weg weet je dat meestal niet van tevoren. Maar bij de twee wegen die in Psalm 1 geschetst worden, weet je dat wel. En natuurlijk is de bedoeling daarvan, dat je de goede weg zult nemen. Want dat bepaalt hoe je verder zult gaan, in 2027 en daarna.
Het thema voor de preek van vanmorgen is: Een splitsing van twee wegen aan het begin van het nieuwe jaar
We letten samen op twee aandachtspunten: 1. Twee richtingen (dat staat in vers 1-2) 2. Twee beschrijvingen (dat staat in vers 3-4) 3. Twee bestemmingen (dat staat in vers 5-6) Als eerste dus:
Welgelukzalig, vol van geluk en zaligheid is de man… En waar man staat, daar kan je natuurlijk net zo goed voor jezelf het woord vrouw neerzetten. Die de man die goede weg neemt, met hem gaat het goed. Het gaat in vers 1 om een gewoon mens. Zoals u en ik. Er staat niet: welgelukzalig is de koning, de hogepriester of de profeet. Nee, het gaat om een gewoon mens met zonden en gebreken, die net als iedereen last heeft van het lijden en het verdriet van deze wereld. Die net als alle andere mensen gehinderd wordt door de verzoekingen van de satan. Die last heeft van zichzelf.
Maar, zo lezen we in vers 1: Welgelukzalig is de man, de mens. Die eerst negatief getypeerd wordt, en dan positief. Eerst negatief: a. Die niet wandelt in de raad der goddelozen Hij doet niet mee in de manier van denken, in de manier van plannen maken, in de manier van naar de toekomst kijken. Van de goddelozen, van hen die zonder God leven. b. Die niet staat op den weg der zondaren. Hij zegt nee tegen het doen en laten, tegen de manier van leven van de zondaars. Van hen die zonder God leven en ook in opstand zijn tegen Hem. c. Die niet zit in de stoel der spotters. Hij neemt resoluut afstand van het smalend spreken over God, van het grappen maken over de zonde. Hij wil er niet door aangestoken worden. Door de spotters.
Deze beschrijving typeert trouwens haarscherp hoe het gaat, als je zonder God leeft. a. Het gaat bergafwaarts. Het begint in vers 1 met lopen. Dan kan het nog alle kanten op. Dan blijf je staan. Er is dan nog wat aarzeling. En dan ga je rustig zitten. b. En het gaat van kwaad tot erger. Misschien heb je dat het afgelopen jaar ook wel gemerkt.
Het begon met onrustig lopen. Je dacht: Ik ga wel naar de kerk, maar ik heb eigenlijk niets met God. Ik ben in mijn hart God-deloos. Het werd stilstaan. Je dacht: De zonde is eigenlijk ook niet zo verkeerd. En nu aarzel je. Je denkt: Zal er maar niet bij gaan zitten? Op zondag naar de kerk, ach, waarom zou ik. Laat maar gaan.
Zo kun je trouwens ook in de kerk met je gedachten wegdwalen naar de zonde. Zo kun je kijkend en meeluisterend thuis voor het scherm van de computer ook wegklikken naar andere dingen. Van de kerkdienst naar andere dingen, die leuker, grappiger en spannender zijn.
Die gelukkige mens is zo niet. Hij is anders. Niet in de zin dat hij extra vriendelijk is voor andere mensen, extra gemakkelijk of tolerant. Nee, hij is een man van nee zeggen. En hij blijft nee zeggen, ook onder druk van vrienden of van anderen. Hij gaat niet mee met de massa. Hij zegt nee. Ik ga niet mee in het denken van de goddelozen. Ik wil niet meegenieten met de zondaars. En ik weiger te spotten met God of te glimlachen om de zonde.
Welgelukzalig is de man… Eerst wordt hij negatief getypeerd: zo is hij niet. Maar hij wordt ook positief getypeerd. In vers 2 lezen we: Zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht. De wet van de Heere, het Woord van de Heere, is zijn lust en zijn leven. Hij vindt de Bijbel niet saai, niet oubollig of oninteressant, maar hij is er actief mee bezig. Hij overdenkt die wet. En dat woord ‘overdenken’ heeft iets in zich van mompelen, van ingespannen lezen. Zoals je schoonmoeder de krant leest: half hardop voor zichzelf, en ondertussen leest iedereen ongevraagd mee. Of zoals je, als je net aan iemand de weg gevraagd hebt, dat half hardop voor jezelf herhaalt: eerste weg links, tweede rechts, rechtdoor.
De goede weg is dus: nee zeggen tegen de zonde. En ja zeggen tegen het Woord van God. Ja zeggen tegen het Woord, in het lezen, in het overdenken ervan, en in het doen van wat je leest. Denk maar aan wat Jeremia schrijft in Jeremia 31: God heeft Zijn wet in het binnenste van zulke mensen gegeven. Hij heeft Zijn wet in hun hart geschreven (Jer. 31:33). Het Woord, de wet, is voor de rechtvaardigen begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud, en zoeter dan honing (Ps. 19:11Zij zijn begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig en honigzeem.).
Niet alleen op zondag, maar altijd. Vers 2 zegt: dag en nacht. Als woorden die ons in alles sturen, op de weg die de Heere wil dat wij gaan zullen. Als woorden die ons in ons verdriet vertroosten. Als woorden die ons de weg wijzen, wanneer we vragen hebben. Als woorden die dag en nacht tegen ons spreken. Zoals David zegt in Psalm 139: Als ik wakker ben, zo ben ik nog bij U (Ps. 139:18).
Waarom is dat zo? Wat maakt de Bijbel nu zo boeiend voor de rechtvaardige, voor een kind van God? Waarom zou hij daar dag en nacht mee bezig zijn? Met de wet, met het Woord van de Heere? Waarom? Omdat dat Woord, omdat die wet van de Heere is. Kinderen zijn blij met de dingen die van hun vader zijn. Zo is het ook met ons.
Als we tenminste lopen op de goede weg. Want er waren en er zijn twee wegen. Aan het begin van dit nieuwe jaar kan het twee kanten op: linksaf of rechtsaf. U kunt nee zeggen tegen de zonde en ja tegen het Woord van de Heere. Niet als een slaaf, omdat het moet, maar echt, omdat het je lust en je leven is. Of u kunt, ook al ben je lid van de Gereformeerde Gemeente, verder gaan zonder God: met de zonde en met een glimlach of een grap om de dingen die heilig zijn.
Zeg het maar. We moeten verder. Het jaar is begonnen. Gaat u rechtsaf of linksaf? Rechtsaf? Dag en nacht leven met de Heere en met het Woord van de Heere? Of linksaf? Verder op de brede weg?
Laten we die twee wegen wat verder verkennen in ons tweede punt.
Er zijn namelijk twee aparte beschrijvingen. Het zijn eigenlijk twee plaatjes. Je kijkt ernaar, en je ziet het direct.
a. Want hij, de rechtvaardige, degene die God dient (zegt vers 3): zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.
Die mens is als een boom, geplant. Dat wil zeggen: stevig en stabiel, met wortels in de grond. Aan waterbeken Dat wil zeggen: vitaal en sterk. Die zijn vrucht geeft op zijn tijd. Dat wil zeggen: productief, hij levert iets op voor degene die hem geplant heeft. Zijn blad valt niet af. Dat wil zeggen: hij is blijvend, duurzaam, permanent. En alles wat hij doet zal wel gelukken. Dat wil zeggen: deze man heeft voorspoed.
Het is een betekenisvol plaatje, dat je niet even snel moet bekijken. Laten we ook even op de details letten.
Die boom is geplant. Hij ging niet vanzelf groeien. Hij heeft zichzelf niet gezaaid. Maar hij is met macht en kracht van boven geplant. Door God. Door Gods genade. Want nooit is iemand uit zichzelf de zonde gaan haten en de Heere gaan zoeken. Dat is Gods werk. Zulke mensen, zegt Jesaja, zijn een planting des HEEREN (Jes. 61:3Om den treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest; opdat zij genaamd worden eikebomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN, opdat Hij verheerlijkt worde.).
Die boom is geplant aan waterbeken. Met andere woorden: hij heeft leven gekregen en wordt in het leven gehouden door stromend, levend water. Door genade dus. En die genade geeft de Heere door de middelen van Zijn genade: door dat Woord, dat de Heilige Geest in het hart gebruikt om tot leven te wekken.
En die boom, geplant en gevoed door levend water, brengt vrucht voort. Dat is uiteraard ook de bedoeling van de Heere, Die deze boom geplant heeft. Dat is de bedoeling van Gods genade: vruchten voortbrengen, weer gaan leven tot eer van God.
En zijn blad valt niet af. Dat voelt als troost. De Heere zal zo iemand in Zijn kracht bewaren voor verval en bederf. Zo iemand, schrijft Petrus, wordt in de kracht Gods door het geloof bewaard tot de zaligheid (1 Petr. 1:5Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, die bereid is, om geopenbaard te worden in den laatsten tijd.).
En voor zijn ziel is er voorspoed, een voorspoedig nieuw jaar. Want, zegt vers 3: Al wat hij doet, zal wel gelukken. Alles wat we doen naar Gods Woord, zal lukken. Alles wat we bidden naar Gods wil, zal Hij ons geven. En als er iets is, wat we beter niet kunnen krijgen, geeft God ons iets beters. Maar altijd meer dan we gevraagd hebben, boven bidden en denken.
Dus die man, die wordt door de omgeving een beetje raar aangekeken: saai, ouderwets, altijd maar met die Bijbel bezig. Toch gaat het met hem, hoe het ook gaat, in het komende jaar echt goed. Die heet met recht welgelukzalig.
Het tweede plaatje is kort en krachtig. Als je goed kijkt in vers 4, dan zie je bijna niets. Je ziet iets verdwijnen.
b. Alzo zijn de goddelozen niet, maar als het kaf, dat de wind henendrijft (Ps. 1:4). Zij zijn als kaf, als dat fijne stof dat je door de lucht ziet gaan, als een boer op de dorsvloer zijn graan in de lucht gooit. Met een beetje wind zie je het nog even, en dan is het weg. Kaf, dat kost niets, dat weegt niets, dat verdwijnt. Of, zoals op andere plaatsen in de Bijbel staat, het wordt verbrand, want je hebt er toch niets aan.
Dit moet u, onbekeerde vrienden, als u eerlijk bent, wel bekend voorkomen. Dat wat ik eerder zei: zonder God hebt u geen last van de zonde. Dat wat ik daarna zei: u hebt niet echt plezier in het doen van de wet, in het leven bij het Woord. Dat is zeker niet iets wat dag en nacht bij u leeft. En nu ook dit derde: u bent als kaf dat verdwijnt.
Het nieuwe jaar begint, en u voelt hetzelfde als altijd weer op 1 januari: dat nutteloze gevoel… Weer een jaar dat in het niets verdwijnt. Weer goede voornemens die nergens op uitdraaien. Het jaar achter mij was verloren tijd, en het zal weer niet veel anders worden. Want alles gaat voorbij en verdwijnt.
Het jaar achter mij was een jaar van zonde. Ik vond het niet erg, maar het bracht me niets. En zo zal het dit jaar ook wel weer gaan. Een inhoudsvol leven? Of…
Beste vrienden, dit is bedoeld als een spiegel! U staat op de splitsing van twee wegen. En de vraag is: welke weg gaat u? Groeit u door Gods genade, door Zijn scheppende en bewarende genade, als een boom aan een beekje van levend water? Verbonden met God, dicht bij de Heere, dag en nacht? Of bent u, met het voorbijgaan van de jaren, aan het wegwaaien? Als kaf voor de wind?
Als de Heere uw ziel gebracht heeft tot de rust die er in Christus is, tot Zijn vergevende genade, waarbij Hij u dagelijks vasthoudt en bewaart, dan loopt u veilig. Dan mag u met een gerust hart het nieuwe jaar beginnen. Hoopvol naar boven kijkend. Met het gebed in uw hart: En nu, wat verwacht ik, o Heere? Mijn hoop, die is op U (Ps. 39:8En nu, wat verwacht ik, o HEERE! Mijn hoop, die is op U.).
Maar als u als kaf door de lucht waait, wat dan? Ik zou er zo niet aan durven beginnen, aan een nieuw jaar. Dat is toch geen leven? Vooruit geblazen door de wind, dan hierheen, dan daarheen. Dan genietend van dit, dan van dat. Dan plezier in dit, dan in dat. Maar zonder ooit echt rust in het hart. Want alles verwaait als kaf. En u daarbij.
U zegt: “Ik wil van weg veranderen”. Er is een weg, er is een poort om van weg te veranderen. De Heere Jezus zegt: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Ga dan in door de enge poort. Kom dan met het inhoudsloze, waardeloze kaf van je zondige leven tot Hem. En vraag Hem of Hij u planten zal in Hem, de levende stam, de levende wijnstok. En of Hij u voeden zal met levend water. Want anders loopt het in 2027 en later niet goed met u af. U bent namelijk, zo zullen we in ons derde punt zien, op weg naar een dramatische toekomst. Maar laten we voordat we verder gaan met punt 3, eerst gaan zingen uit Psalm 1, nu het derde vers: Gans anders is 't met hem, die 't kwaad bemint; Hij is als kaf, dat wegstuift voor den wind; Geen zondaar zal 't gewis verderf ontkomen, Als in 't gericht door God wordt wraak genomen; Hij, die van deugd en godsvrucht is ontaard, Zal niet bestaan, waar 't vrome volk vergaârt.
Ons derde aandachtspunt:
Dit is de dramatische eindbestemming van hen die getypeerd worden als het kaf dat de wind heendrijft. Vers 5: Daarom zullen de goddelozen niet bestaan in het gericht, noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen.
Soms heb je misschien wel het gevoel: waar zijn we hier eigenlijk elke zondag mee bezig? Spelen we hier niet met elkaar een akelig klein religieus spel? Zal er straks, na mijn dood, niet ineens blijken dat ik mij voor niets heb geplaagd met mijn kerkgang, mijn Bijbel lezen en mijn pogingen om bijbels te leven? Had ik nu maar gewoon lekker geleefd, had ik nu maar van de zonde genoten… Die vraag maakt duidelijk, dat het dienen van de Heere voor je geen hartezaak is. Niet je lust en je leven, dag en nacht.
a. Hier, in vers 5, blijkt opnieuw, en dat geef ik u vanaf de eerste dag van dit nieuwe jaar als waarschuwing mee: het is geen spel, het is bittere ernst. U bent op weg naar de grote ontmoeting met God. En in het Goddelijk gericht (bent u daarop voorbereid, bent u daar klaar voor?), in het Goddelijke gericht zult u niet bestaan. U zult voor eeuwig veroordeeld worden, u zult voor eeuwig omkomen. En u zult ook geen plaats krijgen in (wat hier in Psalm 1 heet) de vergadering der rechtvaardigen.
In de hemel zal voor u geen plaats zijn. U zou er ook niet kunnen en niet willen zijn. U zou het daar niet uithouden. Want daar zullen onze harten zich voor altijd, dag en nacht, verblijden in de Heere. Wij zullen de Heere dag en nacht dienen in Zijn tempel. En, als u het hier al zo saai vindt, en als alles u hier al zo weinig doet, dan zult u het daar geen eeuwigheid uithouden. U zult niet eeuwig kunnen zingen van het Lam, Dat geslacht is, maar dat u hier op aarde geen blik waardig hebt gekeurd. U zult niet bij God kunnen zijn. Het kaf zal met onuitblusselijk vuur verbrand worden. O, bedenk toch wat tot uw vrede dient. En neem de goede weg. Kiest dan het leven, opdat gij leeft, u en uw zaad (Deut. 30:19Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen den hemel en de aarde; het leven en den dood heb ik u voorgesteld, den zegen en den vloek! Kiest dan het leven, opdat gij levet, gij en uw zaad;).
b. Maar, zo lezen we in vers 6: de HEERE kent den weg der rechtvaardigen. Dat is een andere eindbestemming. Een weg die begon met genade, geplant aan de waterstroom. Een weg die leidde tot een leven ver van de zonde, tot een leven dat vruchten voortbracht voor God. Zeker, niet zonder struikelen, niet zonder vallen, niet zonder aanvechting en strijd. Maar altijd werd men staande gehouden, door de verborgen kracht van het levende water. En nu blijkt, en dat zal ook dit jaar 2027 en daarna blijken: de HEERE kent de weg der rechtvaardigen. De vorm van het werkwoord ‘kennen’ duidt hier op een blijvend, een altijddurend, een steeds weer kennen.
De HEERE kent, kinderen van God, onze weg, vol bochten, vol diepe kuilen. Hij kent ook onze neiging om op die weg uit te glijden. Onze neiging om van de weg te raken. De HEERE kent onze weg, want Hij kent ons. En daarom zorgt Hij voor ons en leidt Hij ons, stap voor stap, op het onbekende spoor van de toekomst.
Hij leidt ons als blinden door een weg die wij niet geweten hebben. Terwijl Hij zegt: Ik zal de duisternis voor uw aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen, en Ik zal u niet verlaten (Jes. 42:16En Ik zal de blinden leiden door den weg, dien zij niet geweten hebben, Ik zal ze doen treden door de paden, die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen, en Ik zal hen niet verlaten.). Hij leidt ons aan Zijn hand, terwijl Hij ons bemoedigend toespreekt, met woorden die we horen en lezen uit Zijn Woord, en die we in stilte overdenken: Ik zal u, ook in 2027, niet begeven, noch verlaten (Hebr. 13:5Uw wandel zij zonder geldgierigheid; en zijt vergenoegd met het tegenwoordige; want Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven, en Ik zal u niet verlaten.), want Ik, Christus Jezus, ben gisteren en heden Dezelfde, en in der eeuwigheid (Hebr. 13:8).
Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd; uw muren zijn steeds voor Mij (Jes. 49:16Zie, Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd; uw muren zijn steeds voor Mij.). Wanneer u zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken (Jes. 43:2Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken.). Ik zal u leren de weg die u gaan moet, Ik zal raad geven, Mijn oog zal op u zijn (Ps. 32:8Ik zal u onderwijzen, en u leren van den weg, dien gij gaan zult; ik zal raad geven, mijn oog zal op u zijn.). Ik ben met ulieden al de dagen, tot de voleinding der wereld (Matt. 28:20En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.).
Lieve mensen, dit is de goede weg, dit is de enige weg. Alleen zo kunt u getroost leven, ook in dit nieuwe jaar, en straks zalig sterven. Kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw zaad (Deut. 30:19). En kom tot Hem, tot Christus, Die het Leven is, en Die dit leven ook aan u en jou kan en wil geven. Hij, zo zegt kerkvader Augustinus: Hij kwam in de weg van de zondaars, in de weg van het geboren worden. Maar Hij stond niet op die weg. En Hij zat niet in de stoel van de spotters. Zijn spijs was om de wil en het welbehagen van Zijn Vader te doen. Gods wet was in Zijn binnenste ingewand. Hij bracht vruchten voort die God aangenaam waren. Hij kon bestaan in het Goddelijk gericht, maar Hij boog eronder. Omdat Hij de schuld van de goddelozen, van de zondaars en van de spotters op Zich nam. En nu kunt u, o goddelozen, zondaars, spotters, om Zijn striemen genezing krijgen. En nu is er levend water beschikbaar voor u: Die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet (Openb. 22:17En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.).
Kinderen van God, voor u en voor ons is er troost aan het begin van dit nieuwe jaar. Wij moeten vaak zuchten, omdat wij in onszelf niet voldoen aan het voorbeeld van de man die hier beschreven wordt. Wij missen zoveel rechtvaardigheid, zoveel heiligheid. Maar de Heere zal het goede werk dat Hij in ons begonnen heeft, ook dit jaar voortzetten. Door ons hart dieper te vernederen. Door onze liefde tot de zonde verder te breken. Door ons verlangen naar Christus en onze hoogachting voor Hem verder te verdiepen. En ons te voeden met levend water, om in Zijn kracht vruchten voort te brengen. Dat zal niet gaan zonder verdrukking en tegenspoed. De Heere doe het met ons, zoals het in Zijn ogen goed is.
Maar ondertussen mogen we ons getroost weten. De Heere kent ons hart, Hij kent onze weg, zoals Jeremia uitroept in Jeremia 12:3Maar Gij, o HEERE! kent mij, Gij ziet mij, en proeft mijn hart, dat het met U is. Ruk ze uit als schapen ter slachting, en heilig ze tot den dag der doding.: U, o HEERE, kent mij, U ziet mij, en proeft mijn hart, dat het met U is (Jer. 12:3).
De Heere ziet en hoort onze gebeden. Hij neigt Zijn oor, Hij redt ons keer op keer. De Heere zal ons, ook dit jaar, leiden door Zijn raad. Totdat Hij ons, als Zijn werk in ons voltooid zal zijn, zal opnemen in heerlijkheid. Misschien zal dat dit jaar zijn, misschien later, maar onze bestemming ligt vast in God.
Gemeente, onze wegen splitsen zich aan het begin van dit nieuwe jaar. Wij zeggen met Jozua: Wij zullen de Heere dienen. Kom, ga met ons, en doe als wij. Kom en drink ook van het water des levens, om niet.
Let op de richting die u kiest. Wees u bewust van het leven dat u leidt. Denk aan de eindbestemming waar u, vroeg of laat, zult aankomen. Verwoord in het eerste en het laatste woord van deze psalm: U bent en wordt welgelukzalig. Houd dan moed. Of u verwaait en vergaat. Laat u dan vandaag nog met God verzoenen.
Amen.
Slotzang Psalm 1:4:
De HEER’ toch slaat der mensen wegen gâ, En wendt alom het oog van Zijn genâ, Op zulken, die, oprecht en rein van zeden, Met vasten gang het pad der deugd betreden; God kent hun weg, die eeuwig zal bestaan, Maar 't heilloos spoor der bozen zal vergaan.
Andere preken over Psalmen
Andere preken voor Nieuwjaar