En u zult een walging van u zelf hebben – Ezechiël 36
En gij zult een walging van u zelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelen.
En gij zult een walging van u zelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelen.
En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.
Ik zal hen allengskens van uw aangezicht uitstoten, totdat gij gewassen zijt en het land erft.
En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen Gods en mede-erfgenamen van Christus.
En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.
Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom.
Bij Mij van den Libanon af, o bruid, kom bij Mij van den Libanon af; zie van den top van Amána, van den top van Senir en van Hermon.
Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vlieden; keer om, mijn Liefste ! wordt Gij gelijk een ree, of een welp der herten, op de bergen van Bether.
De HEERE, uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal. Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.
Israël hope op de HEERE; want bij de HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing. En Hij zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden.
Preek over: Niet zal ons kunnen scheidenRomeinen 8:38-39: Noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere. In een dienst van dankzegging na het Heilig Avondmaal…
Mijn Liefste is mij een bundeltje mirre, dat tussen mijn borsten vernacht.
Mijn Liefste is mij een tros van Cyprus, in de wijngaarden van En-gedi.
Toen hieven zij haar stem op en weenden wederom; en Orpa kuste haar schoonmoeder. (Zij) is wedergekeerd tot haar volk en tot haar goden.
Zo ging hij van daar, en vond Elisa, de zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem. En hij verliet de runderen, en liep Elia na.
Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken.
Maar het zij verre van mij dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus,
En gijlieden zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils
Preek over: Zingen van de wegen des HEERENPsalm 138:8: De HEERE zal het voor mij voleinden, Uw goedertierenheid, HEERE, is in eeuwigheid, en laat niet varen de werken Uwer handen.
Schrijf u in en ontvang regelmatig een bericht over de nieuw geplaatste leespreken.