Terug naar Westminster Geloofsbelijdenis

Hoofdstuk I, Paragraaf 8

Westminster Geloofsbelijdenis

PARAGRAAF 8

Het Oude Testament in het Hebreeuws — de oorspronkelijke taal van het volk van God in de oudheid — en het Nieuwe Testament in het Grieks — de taal die ten tijde van het schrijven ervan onder de volken het meest bekend was — zijn rechtstreeks door God geïnspireerd en door Zijn bijzondere zorg en voorzienigheid in alle eeuwen zuiver bewaard gebleven. Daarom zijn zij authentiek en moet de Kerk in alle geschillen over de godsdienst uiteindelijk tot deze oorspronkelijke geschriften teruggaan.

Omdat deze oorspronkelijke talen echter niet door al het volk van God worden gekend, terwijl zij wel recht hebben op en belang hebben bij de Schrift en bovendien worden geboden deze te lezen en te onderzoeken in de vreze Gods, moeten de Schriftgedeelten worden vertaald in de gewone taal van ieder volk waartoe zij komen.

Zo kan het Woord van God rijkelijk onder allen wonen, zodat zij Hem op een aanvaardbare wijze kunnen aanbidden en door de volharding en vertroosting van de Schrift hoop kunnen hebben.