Westminster Geloofsbelijdenis
PARAGRAAF 6
Wat betreft die goddeloze en ongelovige mensen die God als rechtvaardige Rechter vanwege hun vroegere zonden verblindt en verhardt, onthoudt Hij niet alleen Zijn genade waardoor zij verlicht hadden kunnen worden, maar soms neemt Hij ook de gaven weg die zij bezaten.
Hij stelt hen bovendien bloot aan gelegenheden tot zonde en geeft hen over aan hun eigen begeerten, aan de verzoekingen van de wereld en aan de macht van de satan. Hierdoor verharden zij zichzelf en worden zij nog meer verhard.