Terug naar Westminster Geloofsbelijdenis

Hoofdstuk IX, Paragraaf 2

Westminster Geloofsbelijdenis

PARAGRAAF 2

De mens had in zijn staat van onschuld de vrijheid en het vermogen om te willen en te doen wat goed en God welgevallig is. Toch kon hij van deze vrijheid afvallen en dat vermogen verliezen.