Terug naar Westminster Geloofsbelijdenis

Hoofdstuk XXI, Paragraaf 4

Westminster Geloofsbelijdenis

PARAGRAAF 4

Het gebed en andere onderdelen van de godsdienstige eredienst moeten nu onder het Nieuwe Testament niet gericht zijn op een bepaalde plaats of op een bepaalde richting, alsof die plaats heilig zou zijn.

God moet overal in geest en waarheid worden aanbeden.

Dit geldt ook voor het gezin, afzonderlijk en persoonlijk, en in het openbaar wanneer God Zijn volk samenroept.