Terug naar Westminster Geloofsbelijdenis

Hoofdstuk IX, Paragraaf 3

Westminster Geloofsbelijdenis

PARAGRAAF 3

Door de val in de staat van zonde heeft de mens zijn vermogen om iets geestelijk goeds te willen en te doen dat tot zaligheid leidt, geheel verloren.

Daarom is de natuurlijke mens, die volledig van de genade van God is afgeweken, niet in staat zichzelf tot God te bekeren of zich daarop voor te bereiden.