Terug naar Westminster Geloofsbelijdenis

Hoofdstuk XVI, Paragraaf 7

Westminster Geloofsbelijdenis

PARAGRAAF 7

Werken die mensen doen voordat zij door de genade van Christus vernieuwd zijn en voordat zij door het geloof met Hem verenigd zijn, kunnen God niet behagen.

Zij kunnen op zichzelf misschien goede dingen lijken en zelfs nuttig zijn voor anderen. Toch komen zij niet voort uit een hart dat door geloof gereinigd is en worden zij niet gedaan overeenkomstig Gods wil en tot Zijn eer.

Daarom kunnen zulke werken de mens niet geschikt maken om Gods genade te ontvangen of het eeuwige leven te verdienen.