Westminster Geloofsbelijdenis
PARAGRAAF 4
Wanneer God een zondaar bekeert en hem in de staat van genade brengt, bevrijdt Hij hem uit zijn natuurlijke slavernij aan de zonde en maakt Hij hem door Zijn genade in staat om geestelijk goed te willen en te doen.
Toch blijft er in de gelovige nog een overblijfsel van de verdorvenheid aanwezig. Daarom wil hij niet alleen wat goed is, maar wil hij ook wat kwaad is.