18 juli 2015
Mattheüs 11:16-17: Doch waarbij zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is gelijk den kinderkens die op de markten zitten en hun gezellen toeroepen, En zeggen: Wij hebben u op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst; wij hebben u klaagliederen gezongen en gij hebt niet geweend.
INLEIDING
De Heere Jezus vergelijkt dit geslacht met mokkende kinderen op de markt: ze willen niet dansen bij fluitspel, niet wenen bij klaagliederen. Johannes komt vastend, Jezus etend en drinkend, en beiden worden afgewezen. Twee punten: (1) het beeld – nukkige kinderen die nergens zin in hebben; (2) de betekenis – wie het licht van de wet en het Evangelie afwijst, verraadt een boos hart. Maar de Wijsheid is gerechtvaardigd van Haar kinderen: wedergeborenen buigen en geloven. Wie blijft zitten, begaat een fatale vergissing.
De gelijkenis van de op de markt spelende kinderen
MATTHEÜS 11:16-22
16 Doch waarbij zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is gelijk den kinderkens die op de markten zitten en hun gezellen toeroepen,
17 En zeggen: Wij hebben u op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst; wij hebben u klaagliederen gezongen en gij hebt niet geweend.
18 Want Johannes is gekomen, noch etende noch drinkende, en zij zeggen: Hij heeft den duivel.
19 De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en zij zeggen: Ziedaar een Mens Die een vraat en wijnzuiper is, een vriend van tollenaren en zondaren. Doch de Wijsheid is gerechtvaardigd geworden van Haar kinderen.
20 Toen begon Hij de steden in dewelke Zijn krachten meest geschied waren, te verwijten, omdat zij zich niet bekeerd hadden:
21 Wee u, Chórazin, wee u, Bethsáïda. Want zo in Tyrus en Sidon de krachten waren geschied die in u geschied zijn, zij zouden zich eertijds in zak en as bekeerd hebben.
22 Doch Ik zeg u: Het zal Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in den dag des oordeels dan ulieden.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Mattheüs 11:16-17
THEMA
De gelijkenis van de op de markt spelende kinderen
AANDACHTSPUNTEN
Gemeente, de preek vanmorgen gaat over de gelijkenis van de kinderen op de markt. De gelijkenis die we kunnen lezen in Mattheüs 11 en ook in Lukas 7. We nemen als uitgangspunt voor de preek het evangelie van Mattheüs, hoofdstuk 11, de verzen 16 tot en met 19. Daar lezen we het Woord van God als volgt: Doch waarbij zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is gelijk aan de kinderkens, die op de markten zitten, en hun gezellen toeroepen. En zeggen: Wij hebben u op de fluit gespeeld, en gij hebt niet gedanst; wij hebben u klaagliederen gezongen, en gij hebt niet geweend. Want Johannes is gekomen, noch etende, noch drinkende, en zij zeggen: Hij heeft den duivel. De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en zij zeggen: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is, een vriend van tollenaren en zondaren. Doch de Wijsheid is gerechtvaardigd geworden van Haar kinderen.
Het thema voor de preek is: De gelijkenis van de op de markt spelende kinderen We letten op twee aandachtspunten: 1. Het beeld van de gelijkenis 2. De betekenis van het beeld Dus als eerste:
1. Het beeld van de gelijkenis Doch waarbij zal Ik dit geslacht vergelijken?, zegt de Heere Jezus. Waar lijken deze mensen op? Welke mensen? Nou, al die mensen die de boodschap van Johannes de Doper en van de Heere Jezus tot nu toe veracht hebben. Want nauwelijks is de nieuwe tijd van het Koninkrijk der hemelen aangebroken, of er komt verzet en vijandschap openbaar. Zoals staat in vers 12: het Koninkrijk der hemelen wordt geweld aangedaan.
Waar moet je die mensen, die de boodschap van Johannes de Doper en van de Heere Jezus niet aannemen, waar moet je die mensen nu mee vergelijken? De Heere Jezus zegt: het lijken wel een stel kleine kinderen. Kijk maar in vers 16 en 17: Het is gelijk aan de kinderkens, die op de markten zitten, en hun gezellen toeroepen. En zeggen: Wij hebben u op de fluit gespeeld, en u hebt niet gedanst; wij hebben u klaagliederen gezongen, en u hebt niet geweend.
De straatjes waren vroeger maar smal. Smalle straatjes, nauwe steegjes, eigenlijk kon je daar niet leuk in spelen. De markt, dat plein met al die kraampjes en kleedjes, waar spullen verkocht werden, daar kon je pas echt leuk spelen.
Weet je wat, zeggen de kinderen op de markt, we gaan vandaag bruiloftje spelen. Ik ben de bruid, jij bent de bruidegom, jullie zijn de bruidsmeisjes, en dan ben jij de vader, en jij de moeder van de bruid, en jullie zijn familie van de bruidegom… Goed? En dan zingen we natuurlijk met elkaar zo’n blij, zo’n vrolijk lied. Net zoals pas, je weet nog wel, bij die optocht, toen de bruidegom eraan kwam op de dag van de bruiloft. Toen iedereen zo blij zong en danste, en toen er ook zo mooi op de fluit werd gespeeld. Kijk die hebben wij hier ook. Ga jij fluit spelen? ‘Daar gaan we… Goed?’
‘Zeg, wat zit je toch te kijken? Wil je soms niet? Heb je soms geen zin? Vind je het niet leuk of zo?’ ‘Nee’, zegt een van de kinderen, zittend op de grond. ‘Ik vind het stom.’ ‘Ja’, zegt een ander jongetje, ‘en ik vind het ook saai.’ Nou, daar sta je dan…
Weet je wat, zegt iemand anders, laten we iets heel anders gaan doen. Ik heb het pas gezien, bij mijn tante, die woont in Naïn. Daar was een jongen gestorven. En toen hij begraven werd (zo gaat het bij ons) was er een hele lange stoet van mensen, die allemaal heel verdrietig waren, en die ook heel verdrietig zongen en klaagden. Ze zongen klaagzangen. Weet je wat, laten we dat dan samen gaan doen. We gaan begrafenisje spelen. Goed? Dan zijn jullie de verdrietige vader en moeder, jullie zijn de opa’s en de oma’s, jullie zijn de dragers, en jij…, ja dat moet maar, jij bent die overleden jongen. Goed? Gezicht in de plooi, heel ernstig en verdrietig kijken, en niet lachen, hor! ‘Daar gaan we… Goed?’
‘Of…? Wat zit je toch te kijken? Wil je soms niet? Vind je dit soms ook al niet leuk?’ ‘Klopt’, zeggen diezelfde jongens en meisjes. ‘Daar hebben we ook geen zin in. We vinden het allemaal raar. We blijven hier gewoon zitten. We hebben nergens zin in.’
De mensen, dat zegt de Heere Jezus, die niet wilden luisteren naar de boodschap van Johannes de Doper, de mensen die niet wilden luisteren naar de boodschap van de Heere Jezus Zelf, die mensen zijn net een stel van die kinderachtige kinderen, die nergens zin in hebben. Ze zijn werkelijk niet in de benen te krijgen. Ze hebben nergens zin in. Ze willen altijd iets anders. Eigenlijk willen ze alleen maar hun eigen zin doen. Wil je bruiloftje spelen, dan zeggen ze: ‘nee, dat is veel te vrolijk en veel te druk.’ Wil je begrafenisje spelen, dan zeggen ze: ‘nee, dat is veel te saai en veel te verdrietig.’ Het is nooit goed, of het deugt niet.
Je zegt: dat begrijp ik goed, maar wat is eigenlijk de betekenis?
Dat gaan we zien bij het tweede punt van de preek:
2. De betekenis van het beeld van de gelijkenis We lezen nog een keer vers 18 en 19: Want (en nu komt de uitleg van de gelijkenis) Johannes is gekomen, noch etende, noch drinkende, en zij zeggen: hij heeft de duivel. De Zoon des mensen (dat is de Heere Jezus) is gekomen, etende en drinkende, en zij zeggen: Ziet daar, een Mens, die een vraat en wijnzuiper is, een vriend van tollenaren en zondaren.
Eerst kwam Johannes de Doper. Aanvankelijk waren de mensen blij met hem. Dat schrijft de evangelist Johannes: Hij was een brandende en lichtende kaars; en u hebt u voor een korte tijd in zijn licht willen verheugen (5:35). Maar, die blijdschap en die vreugde, dat duurde maar even. Want licht is mooi, een zaklamp is leuk, ten minste zolang je schijnt op iets anders, zolang je er iemand anders mee beschijnt. Zo lang de woorden van de dominee naar anderen wijzen, zolang het licht van de ontdekking de zonden van andere mensen aanwijst, zo lang gaat het goed. Maar, o wee, als het licht gericht wordt op mijn eigen hart… Dan worden de meeste mensen boos. Dat zeggen ze meestal niet zo, maar het is wel zo. Meestal zeggen ze: ‘ik ben niet boos hor, ik ben alleen maar heel verdrietig en bezorgd.’ Maar in hun hart is het anders.
Hoe is dat eigenlijk met jou? Als de Heere tegen jou zegt: ‘je hartje is zondig, en je doet heel veel verkeerde dingen, en je hebt ook al heel veel verkeerde dingen gedaan…’ Word je dan ook boos? Ga je dan (net als de kinderen op de markt) ook zo boos en nukkig op de grond zitten?
Waarom worden de mensen eigenlijk boos? Dat schrijft de evangelist Johannes ook in Johannes 3: 19. Daar staat: Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht, want hun werken waren boos. Om die verkeerde dingen, om dat boze hart, daarom wilden de mensen niet luisteren. Eerst wilden ze niet luisteren naar Johannes de Doper. En na hem kwam de Heere Jezus, maar naar Hem wilden ze ook niet luisteren.
Wat zeiden ze dan? Zeiden ze dan eerlijk wat er aan de hand was? Zeiden ze tegen Johannes de Doper: ‘wat je zegt, Johannes, dat doet zo’n pijn van binnen, want het klopt, het is echt waar: ik ben slecht! Wat moet ik toch doen om zalig te worden?’
Nee, dat zeiden ze niet. Ze draaiden het eigenlijk om. Het licht scheen op hen, maar zij draaiden die zaklantaarn als het ware om. De bal werd naar hen toe gegooid, maar zij gooiden die weer terug. Ze dachten: ‘is er iets met ons? Nee, het ligt aan de dominee! Je moet eens goed naar jezelf kijken, Johannes, want jij bent echt anders!’
‘Kijk naar jezelf, Johannes de Doper! Wat doe je toch bijzonder, wat doe je toch raar. Je eet zo weinig, je drinkt zo weinig. Dat is niet normaal, hor! Je lijkt wel door de duivel bezeten!’ En toen kwam de Heere Jezus. En toen zeiden diezelfde mensen: ‘kijk, een Mens, die een vraat (een vreter) en een wijnzuiper is, een vriend van tollenaars en zondaars.’ Ja, Hij eet wel, maar dat is nou net weer iets te veel van het goede. En trouwens, moet je eens kijken met wie Hij eet en drinkt. Niet met ons, maar met die slechte mensen, met tollenaars en zondaars! Nee, niet alleen Johannes de Doper is fout, maar dit is ook niet goed. Jezus is ook fout. Kortom: het is nooit goed.
Waarom zeggen die mensen dat zo? Nou, dat komt omdat, als je naar iemand luistert, dan moet je echt naar hem luisteren, dan moet je echt meedoen. Als je mee wil doen met bruiloftje spelen, dan moet je echt blij worden. En als je echt wil meespelen met begrafenisje spelen, dan moet je eigenlijk ook echt verdrietig zijn. Als je echt gelooft dat Johannes de Doper zegt, dan moet je je zonden (die hij aanwijst) ook echt belijden en zeggen: ‘het is waar, Johannes, wat je zegt.’ En als je echt gelooft wat Jezus zegt, dan moet je echt geloven dat je zelf ook slecht bent, en daarom welkom bent bij Hem. Omdat je ook zelf een tollenaar, een zondaar bent.
En dat wil ik niet. Dat wil ik niet, want (ja, en daar zit het probleem!) ik denk: ‘ik ben niet slecht.’ Ik vind mezelf goed. En als je jezelf zo goed vindt, dan heb je altijd wel iets om te mopperen: ‘Johannes de Doper is niet goed, maar Jezus is ook niet goed. Niemand is goed. Alleen ik ben goed. Maar laat ik dat maar niet hardop zeggen…’
God heeft verschillende soorten van boodschappers. De een heet Elia, de ander heet Elisa, Jesaja, Jeremia, Micha, Maleachi, Johannes de Doper… En ze zijn allemaal verschillend. Sommigen zijn krachtige sprekers. Mensen die andere mensen tot tranen toe kunnen bewegen. Anderen zijn meer intellectueel, meer rationeel. Sommigen zijn meer gericht op de krachtige bewijzen van het Evangelie. Anderen zijn meer onderwijzers. Sommigen zijn inspirerend, anderen saai en vermoeiend. Sommigen meer schrijvers dan sprekers, anderen meer leiders dan herders van de gemeente. Sommigen zijn oud en voorzichtig, met de wijsheid van heel veel jaren. Anderen zijn jong en bevlogen. Sommigen meer profetisch, anderen meer analytisch. De een spreekt te hard, de ander te zacht. De een is de intellectueel, de ander te oppervlakkig. En dus… en dus wordt er niet gedanst bij het fluitspel van het Evangelie, en dus wordt er niet geklaagd bij de rouwklacht van de wet! Zelfs niet… toen de Zoon des mensen op de aarde sprak en preekte.
Ja, dat is wat je met je ogen kan zien en met je oren kan horen. Er wordt niet gedanst en er wordt niet geklaagd. Maar het zit eigenlijk dieper. Dieper dan het zichtbare. Diep in het hart zit diepe weerstand, scherpe aversie en bittere vijandschap. Als je Johannes door de duivel bezeten vindt, als je Jezus beschuldigt dat Hij een vriend is van tollenaars en zondaars, dan barst je hart eigenlijk van boosheid, woede en vijandschap.
Misschien herkent u dat wel… U irriteert u zo vaak aan de boodschap. Bij de één is het dit, bij de ander is het dat. En altijd wijst u naar de boodschapper…! Ja, natuurlijk, er zijn ook goede boodschappers. Maar dat zijn helaas altijd degenen die er niet zijn, of die er niet meer zijn. Dat was toen ook zo. Abraham, Mozes, Elia…, dat waren hun mannen. Maar, Johannes de Doper? Die man, die zegt dat je jezelf moet bekeren? Een mens kan zich niet bekeren! Die man, die zegt dat je een vijand bent, die je aanwijst als addergebroed? Die zegt dat de bijl ligt aan de wortel van de boom? Die man, die is van de duivel bezeten!
Bij welke groep hoort u? Ik bedoel: herkent u zich in deze groep nukkige en mopperende kinderen? Bruiloftje spelen? ‘Nee, geen zin in.’ Begrafenisje spelen dan? ‘Nee, geen zin in.’ Onthoud dan even voor uzelf (laten we het zo maar even indelen): u hoort bij groep A. Want er is namelijk nog een andere groep, laat ik die maar groep B noemen. Die wordt genoemd in vers 19, waar staat: Doch de wijsheid is gerechtvaardigd geworden van Haar kinderen. Groep A, dat zijn dus de mopperende kinderen, die altijd zeggen: ik vind het maar niks! Groep B, dat zijn Gods kinderen. De Wijsheid, de opperste Wijsheid is gerechtvaardigd geworden van Haar kinderen… We gaan zo meteen zien wat dat betekent, maar gaan eerst samen zingen uit Psalm 49:1. Gij, volken, hoort; waar g' in de wereld woont, 't zij laag van staat, of hoog, met eer bekroond; 't zij rijk of arm, komt, luistert naar dit woord. Mijn mond brengt niets dan loutere wijsheid voort, bij mij in 't hart opmerkzaam overdacht. Ik neig het oor, daar 'k op Gods inspraak wacht, naar 's HEEREN spreuk, en zal u, op de snaren der blijde harp, geheimen openbaren.
Het Evangelie van het kruis is voor Joden een ergernis. Het is een ergernis voor mensen die denken: wie goed doet, wie beter is, die maakt meer kans! Maar, dat genade juist voor de allerslechtsten is, dat gaat er bij hen niet in. Als ze dat horen, dan zetten ze hun hakken in het zand. En het Evangelie van het kruis is voor de verstandige Grieken een dwaasheid. Die zeggen: we gaan nog liever failliet, dan dat we ons verlagen tot dat niveau: buigen voor een gekruisigde Zaligmaker.
Maar, zo schrijft Paulus, dat Evangelie van het kruis is voor hen die geloven een kracht van God tot zaligheid. Een kracht van God, die zondaars laat buigen en bidden om genade. Goddelozen, nette kerkmensen, ze gaan allemaal precies hetzelfde doen, als God met kracht doordringt tot in het binnenste van hun hart.
Doch de Wijsheid is gerechtvaardigd geworden van Haar kinderen. Heel veel mensen wijzen dat af: de Wijsheid, die van boven is, dat Evangelie van het kruis, die gekruisigde Christus. Behalve ‘Haar kinderen’. De kinderen, die Lukas noemt ‘kinderen des licht’ (16:8). Johannes noemt ze ‘kinderen die uit de waarheid, kinderen die uit God zijn’ (18:37). Het zijn kinderen die uit God geboren zijn. Kinderen die wederom geboren zijn, die opnieuw geboren zijn door het werk van Woord en Geest. Kinderen die door de kracht van het Woord en door de kracht van de Heilige Geest levend geworden zijn. Hun hart was dood, maar is levend gemaakt. Ze waren kinderen der duisternis, maar zijn gemaakt tot kinderen des lichts. Hun ogen waren blind, maar God heeft ze geopend. Hun oren waren doof, maar ze zijn gaan horen de stem van de levende God.
Zo hoorden de woorden van de boetgezant Johannes: woorden van beschuldiging, de aanklagende stem van de wet. En terwijl anderen Johannes met zuur gezicht al mopperend de rug toekeerden, bogen zij en beleden zij hun zonden (Mattheüs 3:6En werden van hem gedoopt in de Jordaan, belijdende hun zonden.). Johannes zong klaagliederen voor ze. En ze hebben gehuild. Ze zeiden eigenlijk: ‘Johannes, je bent een wijze prediker, het doet pijn van binnen, maar wat je zegt, is waar!’
En toen (want Johannes was alleen maar een voorloper), toen kwam de Heere Jezus Zelf. Hij speelde op de fluit van het Evangelie: ‘komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast bent, dan zal Ik u rust geven. Wie is slecht, hij kere zich herwaarts en kome tot Mij. O, alle gij dorstigen, kom tot de wateren. En u die geen geld hebt, kom, koop, zonder geld en zonder prijs, wijn en melk. Die dorst heeft kome tot Mij en drinke.’ En toen kwamen ze: zondaars, hoeren en tollenaars. En terwijl anderen Jezus de rug toekeerden (ze ergerden zich wild, dat Hij zulke slechte mensen nodigde, het uitschot van de samenleving, het uitschot van de gemeente!), terwijl anderen Hem de rug toekeerden, kwamen zij. Met smeking en geween. Zacheüs (dat was iets later) haastte zich en kwam af en ontving Jezus met blijdschap (Lukas 19:6En hij haastte zich en kwam af, en ontving Hem met blijdschap.). Haar kinderen, die hebben bekend en beleden, gezien en geloofd: dit, wat Johannes zegt, dat doet pijn, maar dat is waar. En ook: dit, wat Jezus, de opperste Wijsheid zegt, is waar!
Dit is de stem van de opperste Wijsheid, kom kinderen (zittend, spelend op de markt van vrije genade), luister naar Zijn stem. Zijn mond brengt niets dan loutere wijsheid voort: Gij slechten! hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten? Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken. (Spreuken 1:22-23Gij slechten! hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten? Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken.).
Ja, dat is de tweede groep, groep B. De Wijsheid is gerechtvaardigd geworden door Haar kinderen. Maar daar is ook nog die andere groep, groep A. Want, als u niet hoort bij die wedergeboren kinderen, die het woord van Johannes de Doper en van de Heere Jezus aangenomen hebben, dan hoort u bij die andere groep. Bij die groep die altijd maar weer stiekem denkt, ook nu vanmorgen hier in de kerk: ‘ik vind dit maar niets. Laat mij maar zitten.’
Maar wat een fatale vergissing is dat! En wat een fatale vergissing is het, om te wachten op een boodschapper die je het uiteindelijk naar de zin zal maken. Altijd is er wel reden, waarom je niet wil opstaan van de markt, waarom je geen voet wil verzetten. Wijzend naar de boodschapper. Maar daar zit het niet. Het zit daar! (In uw hart!) Uw onwil sluit uw oren. Uw vijandschap sluit uw hart.
En dat is de reden, dat er niets van dit Woord bij u binnenkomt. Geen klaagzang: geen strengheid en oordeel. Geen fluitspel: geen zachtheid en genade. O, wat ben je dan een diep ellendig mens. Ja, je kan jezelf wel goed vinden, maar je bent door en door ellendig. Want wie alles afwijst, doet dat ten diepste omdat hij of zij zichzelf beter vindt. En dus geldt voor u het woord van de apostel Johannes (Openbaring 3:17Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.): Want u zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt. De woorden die voor anderen een reuk des levens zijn, lijken voor u (als u zo doorgaat) een reuk des doods te worden.
Wat een fatale vergissing is het toch, om niet te luisteren naar de woorden van Johannes de Doper, om niet te luisteren naar de woorden van Christus. Kom, lieve vrienden, luister toch! Vandaag! Als ik u met Johannes toeroep: En meent niet bij u zelven te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken. En ook is alrede de bijl aan den wortel der bomen gelegd; alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen (Mattheüs 3:9-10). Luister toch, als ik u de woorden van Jezus herhaal: Zo iemand dorst, die komen tot Mij en drinke (Johannes 7:37En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.). Wie is slecht, hij kere zich herwaarts (dat wil zeggen hij kere zich om) en kome tot Mij.
Gelukkig, ook toen (zo staat in Johannes 7) waren er sommigen die zeiden: Hij is de Christus! Maar anderen zeiden: dat kan niet waar zijn. Er werd dan tweedracht onder de schare om zijnentwil (Johannes 7:43). O, laat het zo onder ons niet zijn. Zittend op de markt, niet in de benen te krijgen. Geloof toch Zijn heil- en troostrijk woord. Want u begaat een fatale vergissing, als u Zijn stem veracht. Sta op van de markt, mopperende en ontevreden kinderen, en huil bij de woorden van Johannes, en dans bij het fluitspel van het Evangelie.
En zeg niet: ‘ik ben het er niet mee eens, ik blijf zitten op de markt. Het is hier te kort, daar te lang, te weinig zus, te veel zo, ik wacht wel op een boodschap die me beter in de oren ligt, ik wacht wel op een boodschapper die beter bij me past.’
Want het is niet voor niets dat de Heere Jezus daarna zei… Daarna! (in vers 20) Toen (toen!) begon Hij de steden, in dewelke Zijn krachten meest geschied waren, te verwijten, omdat zij zich niet bekeerd hadden. Wee u, Chorazin! wee u Bethsaïda! want zo in Tyrus en Sidon de krachten waren geschied, die in u geschied zijn, zij zouden zich eertijds in zak en as bekeerd hebben. Doch Ik zeg u: Het zal Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in den dag des oordeels, dan ulieden. En u, Kapernaüm! die tot den hemel toe bent verhoogd, u zult tot de hel toe nedergestoten worden. Want zo in Sodom die krachten waren geschied, die in u geschied zijn, zij zouden tot op den huidigen dag gebleven zijn. Doch Ik zeg u, dat het den lande van Sodom verdraaglijker zal zijn in den dag des oordeels, dan u (Mattheüs 11:20-24).
Dewijl Ik geroepen heb, en ulieden geweigerd hebt; Mijn hand uitgestrekt heb, en er niemand was, die opmerkte; En u al Mijn raad verworpen, en Mijn bestraffing niet gewild hebt; Zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen; Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt. Wanneer uw vreze komt gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind; wanneer u benauwdheid en angst overkomt; Dan zullen zij tot Mij roepen, maar Ik zal niet antwoorden; zij zullen Mij vroeg zoeken, maar zullen Mij niet vinden; (Spreuken 1:24-28). Eerdaags zal de vermanende stem van Johannes, de liefelijke stem van de Zoon des mensen stil vallen. Want als kaf gaat uw dag voorbij. Dit is de waarschuwende stem van Johannes: de bijl ligt aan de wortel van uw boom. Dit is de waarschuwende stem van de Zoon des mensen: en zie, Ik kom haastig en Mijn loon is met Mij, om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn.
Dit zijn woorden als die van Johannes de Doper: Huilt want de dag des Heeren is nabij. Dit zijn woorden als die van de Heer Jezus Christus: Gelooft Mijn heil- en troostrijk woord. Kom, zondaars, hoeren en tollenaars, tot Mij!
Amen. Slotzang Psalm 2:5,6
"Uw ijzeren staf, die al hun macht verplet, Maak' hen eerlang eerbiedig' onderzaten, En noodzaak' hen te buigen voor Uw wet, Of sla z' aan gruis, als pottenbakkersvaten!" O vorsten, wilt de wet der wijsheid horen, Eer gij God zelv' en Zijn Gezalfde hoont; O rechters, tot den stoel der eer gekoren, Verdraagt Zijn tucht, die u Zijn liefde toont.
Vreest 's HEEREN macht en dient Zijn Majesteit; Juicht, bevend op 't gezicht van Zijn vermogen, En kust den Zoon, van ouds u toegezeid, Eer u Zijn toorn verdelg' voor aller ogen; U op uw' weg tot stof doe wederkeren, Wanneer Zijn wraak, getergd door uw gedrag, U, onverhoeds, zou door haar gloed verteren, Tot staving van Zijn langgehoond gezag.
Andere preken over Mattheüs
Andere preken voor Gelijkenis