Terug naar alle Bijbelboeken

1 Samuël

Preken uit het Bijbelboek 1 Samuel. In dit Bijbelboek openbaart de HEERE de overgang van de tijd van de richteren naar het koningschap in Israël. Bekijk hieronder het overzicht van preken over onder meer het gebed van Hanna, de roeping van de jonge Samuel, de verwerping van Saul en de zalving van David.

Hanna, kinderloos – 1 Samuël 1

1 Samuël 1:11: En zij beloofde een gelofte en zeide: HEERE der heirscharen, zo Gij eenmaal de ellende Uwer dienstmaagd aanziet en mijner gedenkt en Uw dienstmaagd niet vergeet, maar geeft aan Uw dienstmaagd een mannelijk zaad, zo zal ik dat den HEERE geven al de dagen zijns levens, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.

Het lied van Hanna - 1 Samuël 2

1 Samuël 2:1: Toen bad Hanna en zeide: Mijn hart springt op van vreugde in den HEERE, mijn hoorn is verhoogd in den HEERE; mijn mond is wijd opengedaan over mijn vijanden, want ik verheug mij in Uw heil.

Hofni en Pinehas - 1 Samuël 2

1 Samuël 2:17: Alzo was de zonde dezer jongelingen zeer groot voor het aangezicht des HEEREN; want de lieden verachtten het spijsoffer des HEEREN.

Er kwam een man Gods tot Elia – 1 Samuël 2

1 Samuël 2:27: En er kwam een man Gods tot Eli, en zeide tot hem: Zo zegt de HEERE: Heb Ik Mij niet klaarlijk geopenbaard aan het huis uws vaders, toen zij in Egypte waren, in het huis van Farao?

Woord des HEEREN was dierbaar - 1 Samuël 3

1 Samuël 3:1: En de jongeling Samuël diende den HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht.

De roeping van Samuël - 1 Samuël 3

1 Samuël 3:10: Toen kwam de HEERE en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuël, Samuël. En Samuël zeide: Spreek, want Uw knecht hoort.

Ikabod - 1 Samuël 4

1 Samuël 4:21: En zij noemde het jonksken Ikabod, zeggende: De eer is weggevoerd uit Israël. Omdat de ark Gods gevankelijk weggevoerd was, en om haars schoonvaders en haars mans wil.

De ark in Beth-Semes – 1 Samuël 5-6

1 Samuël 6:12: De koeien nu gingen recht in dien weg, op den weg naar Beth-Sémes op één straat; zij gingen steeds voort, al loeiende, en weken noch ter rechter- noch ter linkerhand; en de vorsten der Filistijnen gingen achter dezelve tot aan de landpale van Beth-Sémes.

Reformatie in Mizpa - 1 Samuël 7

1 Samuël 7:9: Toen nam Samuël een melklam en hij offerde het geheel den HEERE ten brandoffer; en Samuël riep tot den HEERE voor Israël, en de HEERE verhoorde hem.

Israël vraagt een koning - 1 Samuël 8

1 Samuël 8:19: Doch het volk weigerde Samuëls stem te horen, en zij zeiden: Neen, maar er zal een koning over ons zijn.

Saul als koning aangewezen - 1 Samuël 9-10

1 Samuël 10:11: En het geschiedde als een iegelijk die hem van tevoren gekend had, zag dat hij, zie, profeteerde met de profeten, zo zeide het volk, eenieder tot zijn metgezel: Wat is dit, dat den zoon van Kis geschied is? Is Saul ook onder de profeten?

U hebt heden uw God verworpen - 1 Samuël 11

1 Samuël 11:17: Is het niet vandaag de tarweoogst? Ik zal tot den HEERE roepen, en Hij zal donder en regen geven; zo weet dan en ziet, dat uw kwaad groot is dat gij voor de ogen des HEEREN gedaan hebt, dat gij een koning voor u begeerd hebt.

Het afscheid van Samuel – 1 Samuel 11-12

1 Samuel 12:5: Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij een Getuige tegen ulieden en Zijn gezalfde zij te dezen dage getuige, dat gij in mijn hand niets gevonden hebt. En het volk zeide: Hij zij Getuige.