Welkom op de overzichtspagina van kinderpreken. Deze preken zijn speciaal voor kinderen gehouden, meest rond de christelijke feestdagen. Kinderen zitten dan veel en vaak in de kerk. In deze preken is er speciale aandacht voor onze jongens en meisjes
Danken met lege handen – 1 Koningen 17
1 Koningen 17:11-12: Toen zij nu heenging om te halen, zo riep hij tot haar en zeide: Haal mij toch ook een bete broods in uw hand. Maar zij zeide: Zo waarachtig als de HEERE uw God leeft, indien ik een koek heb, dan alleen een handvol meel in de kruik en een weinig olie in de fles; en zie, ik heb een paar houten gelezen, en ik ga heen en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden, dat wij het eten en sterven.
Wilde kolokwinten, dood in pot (Elisa 6) - 2 Koningen 4
2 Koningen 4:39: Toen ging een uit in het veld om moeskruiden te lezen, en hij vond een wilden wijnstok en las daarvan zijn kleed vol wilde kolokwinten, en kwam en sneed ze in den moespot, want zij kenden ze niet.
Elisa en zijn knecht in Dothan – 2 Koningen 6
2 Koningen 6:16: En hij zeide: Vrees niet; want die bij ons zijn, zijn meer dan die bij hen zijn.
Vrijwillig geven voor de tempel - 1 Kronieken 29
1 Kronieken 29:9: En het volk was verblijd over hun vrijwillig geven, want zij gaven met een volkomen hart den HEERE vrijwillig; en de koning David verblijdde zich ook met grote blijdschap.
De HEERE is mijn Herder – Psalm 23
Psalm 23:1-2: Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren.
God hoort roepen van de jonge raven - Psalm 147
Psalm 147:9: Die het vee zijn voeder geeft, aan de jonge raven als zij roepen.
De les van de vier dieren - Spreuken 30
Spreuken 30:24-28: Deze vier zijn van de kleinste der aarde; doch dezelve zijn wijs, met wijsheid welvoorzien: De mieren zijn een onsterk volk, evenwel bereiden zij in den zomer haar spijze; De konijnen zijn een machteloos volk, nochtans stellen zij hun huis in den rotssteen; De sprinkhanen hebben geen koning, nochtans gaan zij alle uit, zich verdelende in hopen; De spinnenkop grijpt met de handen, en is in de paleizen der koningen.
Daniël in de leeuwenkuil – Daniël 6
Daniël 6:17-18: Toen beval de koning, en zij brachten Daniël voor, en wierpen hem in den kuil der leeuwen; en de koning antwoordde en zeide tot Daniël: Uw God, Dien gij geduriglijk eert, Die verlosse u. En er werd één steen gebracht en op den mond des kuils gelegd; en de koning verzegelde denzelven met zijn ring en met den ring zijner geweldigen, opdat de wil aangaande Daniël niet zou veranderd worden.
Purperen kleed, doornenkroon, rietstok - Mattheüs 27
Mattheüs 27:28: En als zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een purperen mantel om;
Laat de kinderen tot Mij komen - Markus 10
Markus 10:14: Maar Jezus dat ziende, nam het zeer kwalijk en zeide tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.
De blinde Bartimeüs genezen – Markus 10
Markus 10:47-48: En horende dat het Jezus de Nazaréner was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, Gij Zone Davids, ontferm U mijner. En velen bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel te meer: Gij Zone Davids, ontferm U mijner.
Penning van de weduwe - Markus 12
Markus 12:43: En Jezus Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Voorwaar Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer ingeworpen heeft dan allen die in de schatkist geworpen hebben.
Het Kind van Bethlehem, gezien en geloofd – Lukas 2
Lukas 2:7: En er waren herders in diezelve landstreek, zich houdende in het veld, en hielden de nachtwacht over hun kudde.
In doeken gewonden - Lukas 2
Lukas 2:7: En zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wond Hem in doeken en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.
Zij baarde haar eerstgeboren Zoon - Lukas 2
Lukas 2:7: En zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wond Hem in doeken en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.
De farizeeër en de tollenaar – Lukas 18
Lukas 18:13: En de tollenaar van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God, zijt mij zondaar genadig.
Alzo lief heeft God de wereld gehad – Johannes 3
Johannes 3:16: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
Vijf broden en twee vissen - Johannes 6
Johannes 6:9: Hier is een jonksken dat vijf gerstebroden heeft en twee visjes; maar wat zijn deze onder zovelen?
Prik in het hart - Handelingen 2
Handelingen 2:37: En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders?
Saulus van Tarsen bidt - Handelingen 9
Handelingen 9:11: En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de straat genaamd de Rechte, en vraag in het huis van Judas naar een, met name Saulus, van Tarsen; want zie, hij bidt;
Bidt zonder ophouden – 1 Thessalonicenzen 5
1 Thessalonicenzen 5:17: Bidt zonder ophouden.