Omstanders op Golgotha – Lukas 23
En al Zijn bekenden stonden van verre, ook de vrouwen die Hem tezamen gevolgd waren van Galiléa, en zagen dit aan.
En al Zijn bekenden stonden van verre, ook de vrouwen die Hem tezamen gevolgd waren van Galiléa, en zagen dit aan.
En de zon werd verduisterd, en het voorhangsel des tempels scheurde middendoor.
En Jezus, Zich tot haar kerende, zeide: Gij dochters van Jeruzalem! Weent niet over Mij, maar weent over uzelf, en over uw kinderen.
En als zij Hem wegleidden, namen zij een Simon van Cyrene, komende van de akker, en legden hem het kruis op, dat hij het achter Jezus droeg.
ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI ! dat is: Mijn God ! Mijn God ! Waarom hebt Gij Mij verlaten!
En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.
Als nu de overpriesters en Schriftgeleerden zagen de wonderheden, die Hij deed, en de kinderen, roepende in den tempel, en zeggende: Hosanna den Zone Davids ! namen zij dat zeer kwalijk.
Ga weg achter Mij, satanas! gij zijt Mij een aanstoot, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn.
En Simon Petrus antwoordende zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. Op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen.
Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit.
Hierna Jezus, wetende dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden, zeide: Mij dorst.
Jezus zeide tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. Daarna zeide Hij tot de discipel: Zie, uw moeder.
Jezus antwoordde hem: Zult gij uw leven voor Mij zetten? Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De haan zal niet kraaien, totdat gij Mij driemaal verloochend zult hebben.