Zondares in huis Simon Farizeeër – Lukas 7
En zie, een vrouw in de stad, welke een zondares was, verstaande dat Hij in des farizeeërs huis aanzat, bracht een albasten fles met zalf.
En zie, een vrouw in de stad, welke een zondares was, verstaande dat Hij in des farizeeërs huis aanzat, bracht een albasten fles met zalf.
En in zware strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En Zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.
En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten hoe zij Hem ombrengen zouden; want zij vreesden het volk.
En als de ure gekomen was, zat Hij aan en de twaalf apostelen met Hem. En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde.
En als acht dagen vervuld waren, dat men het Kindeken besnijden zou, zo werd Zijn Naam genaamd JEZUS, welke genaamd was van den engel, eer Hij in het lichaam ontvangen was.
Hij dan zeide: Zou Mijn aangezicht moeten medegaan om u gerust te stellen? Toen zeide hij tot Hem: Indien Uw aangezicht niet medegaan zal, doe ons van hier niet optrekken.
Deze zal groot zijn en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God de Heere zal Hem de troon Zijns vaders Davids geven.
En hij noemde zijn naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over ons werk, en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de HEERE vervloekt heeft!
Een lied Hammaäloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE! Hoor naar mijn stem.
En er kwam een arme weduwe, die twee kleine penningen daarin wierp, hetwelk is een oort.
En als Hij gedankt had, brak Hij het en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.
Zo dan, mijne broeders, als u samenkomt om te eten, verwacht elkander. Doch zo iemand hongert, dat hij thuis ete, opdat u niet tot een oordeel samenkomt. De overige dingen nu zal ik verordenen als ik zal gekomen zijn.
Zo dan, wie onwaardig dit brood eet of de drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren. Maar de mens beproeve zichzelf en ete alzo van het brood en drinke van de drinkbeker.
En zie, er ontstond een grote onstuimigheid in de zee, alzo dat het schip van de golven bedekt werd; doch Hij sliep.
Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was, Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn, maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden.
De stem des HEEREN is met kracht; de stem des HEEREN is met heerlijkheid. De stem des HEEREN breekt de ceders; ja, de HEERE verbreekt de ceders van Libanon.
Mannen broeders, deze Schrift moest vervuld worden, welke de Heilige Geest door den mond van David voorzegd heeft van Judas, die de leidsman geweest is dergenen die Jezus vingen.
En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.
Hoe lang, HEERE, zult Gij mij steeds vergeten? Hoe lang zult Gij Uw aangezicht voor mij verbergen?
Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben.
Preek over: Als een, dien zijn moeder troostJesaja 66:13: Als een, dien zijn moeder troost, alzo zal Ik u troosten; ja, u zult te Jeruzalem getroost worden.
Want wij weten, dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.
Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoek de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.
Jezus dan zeide tot hen: Kinderkens, hebt gij niet enige toespijs?
Zij antwoordden Hem: Neen.
En Hij zeide tot hen: Werpt het net aan de rechterzijde van het schip, en gij zult vinden. Zij wierpen het dan, en konden hetzelve niet meer trekken vanwege de menigte der vissen.
Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren, tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.
Toen ging dan ook de andere discipel erin, die eerst tot het graf gekomen was en zag het en geloofde. Want zij wisten de Schrift nog niet, dat Hij van de doden moest opstaan.
Het is volbracht.
En terstond kraaide de haan; en Petrus werd indachtig het woord van Jezus, Die tot hem gezegd had: Eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen.
En de Heere zeide: Simon, Simon, ziet, de satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe; maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude.
Zie, wij zijn voor Uw aangezicht in onze schuld.
Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.
Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten.
Toen beval de koning, en zij brachten Daniël voor, en wierpen hem in den kuil der leeuwen.
Bewaar ze in Uw Naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, gelijk als Wij.
Verblijdt u allen tijd. Bidt zonder ophouden. Dankt God in alles; want dit is de wil Gods in Christus Jezus over u.
Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af; van den buik mijner moeder aan zijt Gij mijn God.
Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vlieden; keer om, mijn Liefste ! wordt Gij gelijk een ree, of een welp der herten, op de bergen van Bether.
Mijn duive, zijnde in de kloven der steenrotsen, in het verborgene ener steile plaats, toon Mij uw gedaante, doe Mij uw stem horen; want uw stem is zoet, en uw gedaante is liefelijk.
Ik ben een Roos van Saron, een Lelie der dalen.
Gelijk een lelie onder de doornen, alzo is Mijn vriendin onder de dochteren.
En Hij zeide tot Zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten zult, noch voor het lichaam, waarmede gij u kleden zult.
Ik heb lief, die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.
Schrijf u in en ontvang regelmatig een bericht over de nieuw geplaatste leespreken.