Voor de grootste van de zondaars – Lukas 24
En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.
En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.
En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden.
En Hij zeide tot hen: O, onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben!Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?
Alzo dan een iegelijk van u, die niet verlaat alles wat hij heeft, die kan Mijn discipel niet zijn.
Wat zoekt gij de Levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt, hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galilea was.
Deze ging tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus. En als hij hetzelve afgenomen had, wond hij dat in een fijn lijnwaad, en legde het in een graf, in een steenrots gehouwen, waarin nog nooit iemand gelegd was.
En al Zijn bekenden stonden van verre, ook de vrouwen die Hem tezamen gevolgd waren van Galiléa, en zagen dit aan.
En de zon werd verduisterd, en het voorhangsel des tempels scheurde middendoor.
En Jezus, Zich tot haar kerende, zeide: Gij dochters van Jeruzalem! Weent niet over Mij, maar weent over uzelf, en over uw kinderen.
En als zij Hem wegleidden, namen zij een Simon van Cyrene, komende van de akker, en legden hem het kruis op, dat hij het achter Jezus droeg.
En het geschiedde, toen al het volk gedoopt werd, en Jezus ook gedoopt was en bad, dat de hemel geopend werd, en dat de Heilige Geest op Hem nederdaalde.
De bijl ligt ook alrede aan den wortel der bomen; alle boom dan die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
Laat ons dan heengaan tot Bethlehem en laat ons zien het woord dat er geschied is, hetwelk de Heere ons heeft verkondigd.
En zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wond Hem in doeken en legde Hem neder in de kribbe.
Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn.
Heere, neem de moeite niet; want ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen.
En Jezus, haar ziende, riep haar tot Zich, en zeide tot haar: Vrouw, gij zijt verlost van uw krankheid.
En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheüs ! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.
En een vrouw, die twaalf jaren lang den vloed des bloeds gehad had, van achteren tot Hem komende, raakte den zoom Zijns kleeds aan; en terstond stelpte de vloed haars bloeds.
Zie, ik kome nu drie jaren, zoekende vrucht op dezen vijgenboom, en vind ze niet; houw hem uit; waartoe beslaat hij ook onnut de aarde?
En het geschiedde op den volgenden dag, dat Hij ging naar een stad, genaamd Naïn en ziedaar, een dode werd uitgedragen, die een eniggeboren zoon zijner moeder was.
En zij baarde haar eerstgeboren zoon en wond Hem in doeken en legde Hem neder in de kribbe.
En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg.
En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig!
En Jezus antwoordende zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen; maar één ding is nodig; doch Maria heeft het goede deel uitgekozen.
En riep uit met een grote stem, en zeide: Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws buiks!