Om te openen de blinde ogen – Jesaja 42
Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen. Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten.
Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen. Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten.
Hij ging dan heen en deed naar het woord des HEEREN; want hij ging en woonde bij de beek Krith, die vóór aan de Jordaan is.
Preek over: Ik zoek U in de dageraadPsalm 63:2: O God, Gij zijt mijn God, ik zoek U in de dageraad; mijn ziel dorst naar U, mijn vlees verlangt naar U, in een land, dor en mat, zonder water.
Ik heb lief, die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.
Omdat uw hart week geworden is, en gij u voor het aangezicht HEEREN vernederd hebt, als gij hoordet, wat Ik gesproken heb tegen deze plaats en derzelver inwoners (…), zo heb Ik u ook verhoord, spreekt HEERE.
Toen zeide Samuël tot gans Israël: Zie, ik heb naar ulieder stem gehoord in alles wat gij mij gezegd hebt, en ik heb een koning over u gezet.
Ik heb Israel uit Egypte opgebracht, en Ik heb u van hand Egyptenaren gered, en van de hand van alle koninkrijken, die u onderdrukten. Maar u hebt heden uw God verworpen, Die u uit al uw ellenden en uw noden verlost heeft, en hebt tot Hem gezegd: Zet koning over ons.
De ezelinnen nu van Kis, Sauls vader, waren verloren; daarom zeide Kis tot zijn zoon Saul: Neem nu een van de jongens met u en maak u op, ga heen, zoek de ezelinnen.
Doch het volk weigerde Samuëls stem te horen, en zij zeiden: Neen, maar er zal een koning over ons zijn.
Doch Mozes zeide tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Och, of al het volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave.
En gijlieden zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils
Hij zal Zich onzer weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.
Preek over: Maar ik zal uitzien naar de HEEREMicha 7:17: Maar ik zal uitzien naar de HEERE, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen.
Hoort nu, wat de HEERE zegt: Maak u op, twist met bergen, en laat heuvelen uw stem horen.
En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.
Nu, rot u met benden, u dochter der bende, hij zal een belegering tegen ons stellen; zij zullen den rechter van Israël met de roede op het kinnebakken slaan
Maar in het laatste dagen zal het geschieden, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen; en hij zal verheven zijn boven de heuvelen, en de volken zullen tot hem toevloeien.
En de Doorbreker zal voor hun aangezicht optrekken; zij zullen doorbreken, en door de poort gaan, en door dezelve uittrekken; en hun koning zal voor hun aangezicht henen gaan; en de HEERE in hun spits.
Het woord des Heeren dat geschied is tot Micha, de Morastiet, in de dagen van Jotham, Achaz en Jehizkia, koningen van Juda; dat hij gezien heeft over Samaria en Jeruzalem.
Toen sprak Samuël tot het ganse huis Israëls, zeggende: Indien gijlieden u met uw ganse hart tot den HEERE bekeert, zo doet de vreemde goden uit het midden van u weg
Preek over de terugkeer van de ark van de Filistijnen naar Beth-Semes. Gods spreekt tot Filistijnen en Israëlieten.
En zij noemde het jonksken Ikabod, zeggende: De eer is weggevoerd uit Israël. Omdat de ark Gods gevankelijk weggevoerd was, en om haars schoonvaders en haars mans wil.
Toen kwam de HEERE en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuël, Samuël! En Samuël zei: Spreek, want Uw knecht hoort.
Er kwam een man Gods, een profeet, tot Eli.
Alzo was de zonde dezer jongelingen zeer groot voor het aangezicht des HEEREN; want de lieden verachtten het spijsoffer des HEEREN.
Preek over: Zingen van de wegen des HEERENPsalm 138:8: De HEERE zal het voor mij voleinden, Uw goedertierenheid, HEERE, is in eeuwigheid, en laat niet varen de werken Uwer handen.
Preek over: Bezweken van verlangen Psalm 119:81-83: Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt. Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten? Want…
Ik heb lief, want de HEERE hoort mijn stem, mijn smekingen. Want Hij neigt Zijn oor tot mij; dies zal ik Hem in mijn dagen aanroepen.
Zo Gij, HEERE! de ongerechtigheden gadeslaat; HEERE! wie zal bestaan?
En de HEERE sloot achter hem toe
Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Stelt uw hart op uw wegen.
En ik kocht ze mij voor vijftien zilverlingen, en een homer gerst, en een halve homer gerst.
Preek over: Jona en zijn zending naar Ninevé Jona 3:1-5: En het woord des HEEREN geschiedde ten anderen male tot Jona, zeggende: Maak u op, ga naar de grote stad Ninevé; en predik tegen haar de prediking, die Ik tot…
Geeft voor ulieden de vrijsteden, waarvan Ik met ulieden gesproken heb door den dienst van Mozes. Dat daarhenen vliede de doodslager, die een ziel door dwaling, niet met wetenschap, verslaat; opdat zij ulieden zijn tot een toevlucht voor den bloedwreker.
Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.
Ik ben zwart, doch liefelijk (gij dochteren van Jeruzalem!), gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo.
Hij kusse mij met de kussen Zijns monds; want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn. Uw olien zijn goed tot reuk, Uw naam is een olie, die uitgestort wordt; daarom hebben U de maagden lief. Trek mij, wij zullen U nalopen!
Terwijl de Koning aan Zijn ronde tafel is, geeft mijn nardus zijn reuk.
Mijn Liefste is mij een bundeltje mirre, dat tussen mijn borsten vernacht.
Mijn Liefste is mij een tros van Cyprus, in de wijngaarden van En-gedi.
Ik ben een Roos van Saron, een Lelie der dalen.
Gelijk een lelie onder de doornen, alzo is Mijn vriendin onder de dochteren.
Dat is de stem mijns Liefsten, ziet Hem, Hij komt, springende op de bergen, huppelende op de heuvelen!
Sta op, Mijn vriendin, Mijn schone, en kom!
Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vlieden; keer om, mijn Liefste ! wordt Gij gelijk een ree, of een welp der herten, op de bergen van Bether.
Mijn duive, zijnde in de kloven der steenrotsen, in het verborgene ener steile plaats, toon Mij uw gedaante, doe Mij uw stem horen; want uw stem is zoet, en uw gedaante is liefelijk.
Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien, en welke het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan.
Schrijf u in en ontvang regelmatig een bericht over de nieuw geplaatste leespreken.